Proefdiervrije innovaties worden de laatste jaren steeds vaker als een geschikter model gezien dan onderzoek met proefdieren. Samen met andere partijen stimuleert ZonMw al 20 jaar de ontwikkeling van proefdiervrije innovaties. Toch vertalen deze inspanningen zich niet direct naar een aanzienlijke daling in het gebruik van proefdieren. Er is meer nodig. En daarom zet ZonMw ook in op (inter)nationale samenwerking en een geïntegreerde inzet.

Dierproeven in aantallen in Nederland en EU

De afgelopen weken verschenen er verschillende jaaroverzichten van onder andere de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) en de Europese Unie (EU) over het aantal dierproeven dat in Nederland en de EU wordt uitgevoerd. Volgens de cijfers van de NVWA zijn er in 2018 bijna 450.000 dierproeven uitgevoerd; dat is 15,5 procent minder dan het jaar ervoor. Ondanks deze daling blijven de dierproeven de laatste jaren redelijk stabiel. In 2017 zagen we zelfs een stijging van 17,9 procent ten opzichte van 2016. Ook de cijfers van de EU laten een vrij stabiel gebruik van proefdieren zien, van ongeveer 9,8 miljoen proefdieren in 2015 tot 10 miljoen in 2016 en 9,6 miljoen in 2017. Deze rapporten laten zien dat er meer initiatieven nodig zijn om het gebruik van proefdieren in onderzoek structureel te verminderen.

Proefdiervrije Innovaties

Eén van de manieren om in onderzoek minder gebruik te maken van proefdieren én betere onderzoeksresultaten te behalen, is de transitie van proefdieronderzoek naar proefdiervrije innovaties, zoals organen-op-een-chip. In Nederland werken we op basis van de ambitie ‘Nederland internationaal voorloper in proefdiervrije innovaties’ al enige tijd aan het versnellingsprogramma Transitie Proefdiervrije Innovaties (TPI). ZonMw en de andere betrokken stakeholders werken binnen het TPI aan kennisontwikkeling- en uitwisseling, samenwerking en innovaties die ten goede komen aan mens, dier en ecosysteem. Daarvoor moeten we inhoud en aanpak van onderzoek anders benaderen. Wat kunnen we beter, zonder proefdieren? Het versnellen van proefdiervrije innovaties is de eerste stap.

ZonMw programma Meer Kennis met Minder Dieren

ZonMw zet zich al 20 jaar in voor een toekomst met minder of geen proefdieren, zonder daarbij afbreuk te doen aan de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek en veiligheidsonderzoek van chemische stoffen en geneesmiddelen. Het programma Meer Kennis met Minder Dieren (MKMD) draagt sinds 2011 bij aan de versnelling naar modellen zonder proefdieren, door de ontwikkeling van nieuwe en bestaande proefdiervrije innovaties te stimuleren, en zo relevanter en beter gezondheids(zorg)onderzoek voor de mens mogelijk te maken. Dat doen we onder andere met financiering van eigen onderzoeksprogramma’s en het stimuleren van samenwerking en kennisinfrastructuren binnen het programma Meer Kennis met Minder Dieren.

Onnodige herhalingen dierproeven voorkomen en repliceerbaar onderzoek

In een interview in Science Guide stuurde Tjeerd de Groot (D66) onlangs aan op een radicale herziening van het proefdierbeleid. "Ik wil de wetenschap uitdagen om voorbij het huidige denken te gaan dat het proefdier als gouden standaard neemt. Je hebt wat mij betreft de morele verplichting om de resultaten openbaar te maken, zodat een proef niet nodeloos herhaald wordt en zodat andere onderzoekers wellicht iets aan die data hebben.”
Het voorkomen van onnodige herhaling van onderzoek en delen van onderzoeksgegevens is al langer één van de speerpunten van het MKMD programma. Met financiering binnen de module Kennis Infrastructuur van MKMD helpen we onderzoekers sinds 2012 om bij te dragen  aan een betere kwaliteit, repliceerbaarheid en vindbaarheid van proefdieronderzoek en het voorkomen van onnodige herhalingen. Daarmee verbetert de kwaliteit van onderzoek én kan verspilling van geld voorkomen worden (research waste).
Er kan financiering aangevraagd worden voor de publicatie van negatieve/neutrale resultaten, het uitvoeren van systematisch literatuuronderzoek en workshops. Aan deze financiering is de voorwaarde verbonden dat de resultaten Open Access moeten worden gepubliceerd met gebruik van de relevante publicatie richtlijnen en wordt sinds kort het onderzoek zelf openbaar via een preclinicaltrial register. Via een stimuleringssubsidie en netwerksubsidie dragen we ook bij aan consortiumvorming en bredere (inter)nationale netwerken op dit onderzoeksterrein. Deze kleinere subsidies leveren een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit, transparantie, relevantie en repliceerbaarheid van het proefdieronderzoek.

Samenwerking met publieke en private belanghebbenden

Ook werkt ZonMw nauw samen met andere belanghebbenden. Zo is ZonMw onder andere partner in het SGF-programma Humane Meetmodellen. De Samenwerkende Gezondheidsfondsen (SGF) organiseerde dit programma samen met NWO, Topsector LSH (Life Sciences & Health) en ZonMw om zo gezamenlijk bij te dragen aan de ontwikkeling van proefdiervrije innovaties. ZonMw organiseert ook, samen met de industrie en het bedrijfsleven, vraaggestuurd onderzoek naar proefdiervrije innovaties in het programma Create2Solve. De vraagstukken van private partijen (challenges) werden samen met het programma MKMD geformuleerd tot een subsidieoproep. Kennisinstellingen (in samenwerking met een private partner (MKB)) konden een project voor een oplossing indienen. Inmiddels zijn er drie projecten geselecteerd die samen met de bedrijven hun concepten uitwerken. In een tweede ronde krijgen de beste projecten de gelegenheid hun voorstellen te ontwikkelen tot een proefdiervrije innovatie, in nauwe samenwerking met de betrokken private partijen.

De praktijk: de ontwikkeling van proefdiervrije innovaties is gaande

Voor de vele complexe gezondheids(zorg)onderzoeksvraagstukken zijn er momenteel nog geen geschikte of alles omvattende proefdiervrije modellen beschikbaar. Daarom zijn er momenteel vaak nog proefdieren nodig. Er zijn wel veelbelovende ontwikkelingen, zoals organen-op-een-chip,  zoals Emeritus hoogleraar Coenraad Hendriksen in zijn interview in TROUW bevestigt. Door verder te investeren in proefdiervrije wetenschappelijke innovaties werken we aan een toekomst waarin we met minder of helemaal geen proefdieren toe kunnen en toch veilige en werkzame geneesmiddelen kunnen ontwikkelen. Welke marges we als maatschappij willen hanteren voor veiligheid van producten en geneesmiddelen binnen deze ontwikkelingen, speelt daar ook een rol in, zoals Coenraad Hendriksen in zijn interview bevestigt.

Meer informatie

 

 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website