Hoe gaan Nederlanders om met rampen? Tot nu toe was onderzoek naar het mentaal welbevinden tijdens en vlak na een ramp vooral regionaal. Denk aan de vuurwerkramp van Enschede, de effecten van gaswinning in Groningen, de Bijlmerramp of aan de nieuwjaarsbrand in Volendam. Zogenaamde flitsrampen: kortdurend maar lokaal met een grote impact. De coronapandemie is een ramp van een andere orde: langdurig en op wereldwijde schaal. ZonMw financiert onderzoek naar psychisch welzijn tijdens en na de pandemie om te kijken in hoeverre de COVID-19-periode schade heeft toegebracht en bij welke groepen deze schade het grootst is.

Waarom is onderzoek naar mentaal welbevinden zo belangrijk? 

Noortje Jansen, psycholoog en senior beleidsadviseur bij Arq Nationaal Psychotrauma Centrum, vertelt over de omvang van het onderzoek. “Landelijk is er ineens de noodzaak een dergelijk onderzoek gezamenlijk uit te voeren met de GOR-COVID-monitor (red: GOR betekent Gezondheids Onderzoek bij Rampen). Er zijn 25 GGD’s verspreid over alle gemeentelijke regio’s van Nederland. Normaal gesproken wordt er per regio een eigen versie van een welzijnsmonitor uitgezet. Nu moest er in korte tijd een GOR-COVID-monitor opgezet worden. Al wilden we natuurlijk graag voortbouwen op onderzoeken naar welzijn die al liepen. Het was een uitdaging om in zo’n korte tijd een eenduidige werkwijze afgestemd te krijgen, maar het is gelukt. En vervolgens is het belangrijkste aan dit omvangrijke onderzoek om uit te zoeken hoe we deze resultaten inzetten in de praktijk. En om die dialoog aan te gaan met alle betrokken partijen in beleid, de behandelpraktijk en de wetenschap, hebben we die onderzoeksresultaten nodig om gezamenlijk te komen tot een goede probleemdefinitie en daarna tot geschikte oplossingen.”

Er zit verschil tussen effecten na een flitsramp en een langdurende crisis

Michel Dückers is hoogleraar crises, veiligheid en gezondheid. De grootte van de COVID-pandemie maakt onderzoek naar het mentale welbevinden absoluut noodzakelijk. Als we kunnen inschatten welke behoefte er is naar psychosociale hulp, dan weten we aan de organisatorische kant hoe deze zorg ingericht kan worden bij crises van deze omvang. Alleen al zorggebruik na een pandemie, oftewel de gezondheidseconomie, maakt dit gerechtvaardigd. Welke keuzes maak je en welke middelen kun je meer of minder inzetten. Voor een volgende crisis kun je steevast zien welk effect maatregelen hebben op welzijn en gezondheid. Maar natuurlijk ook voor de toekomst is het zinvol om belangrijke voorspellers eruit te halen. Bij een kortdurende ramp weten we dat er een piek ontstaat in behoefte aan psychosociale hulp. Maar die behoefte dooft ook weer uit. Nu weten we het gewoon niet. Mogelijk hebben we te maken met het sluimerende effect van een langlopende crisis. Het ís heftig, want het raakt ons allemaal. En het bijzondere aan de COVID-pandemie is dat veel onzichtbaar is. Wat er gebeurt op lange termijn als een samenleving op slot gaat is letterlijk niet te overzien.”

De eerste resultaten liegen er niet om..

“Waar we van geschrokken zijn is dat suicide ideatie, het actief overwegen van en denken aan zelfdoding, nog hoger ligt dan wij dachten. In sommige groepen is dat 1 op de 5. Nu is ideatie geen nauwkeurige voorspeller, maar 1 op de 5 tegenover de ‘normale’ 1 op de 10.000 is een signaal dat je heel serieus moet nemen. Nu moet je hierbij wel opmerking plaatsen dat dit resultaten zijn uit de lockdownperiode. Je zag dat direct na de zomer van 2021 resultaten direct een stuk beter waren: het weer was mooi, er waren dingen mogelijk, kortom er was hoop. Maar de oplossing ligt in maatwerk en verschilt per individu. Is dit zoals je iemand kent of is dit een signaal van de tijd,” ligt Noortje toe. “Ook opvallend is dat je onder jongeren met een hogere sociale status meer problematiek ziet dan normaal. Mogelijk komt dit doordat er voor hen meer veranderd is: zij kunnen niet meer naar clubjes, missen de introductie bij hun studie. Dit zie je vooral bij oudere jongeren die al op zichzelf wonen.” Michel vult aan: “het doet wat met mensen als je niet kunt doen wat je gewend bent om te doen.”

Is er hoop voor de toekomst?

“Crisis komt altijd op een slecht moment. Op dit moment leiden meerdere factoren naar het feit dat mensen minder kansen zien om iets te maken van hun leven: een crisis op de woningmarkt, een nieuwe generatie met hoge studieschulden, mensen die langer thuis wonen, sociale kansen gemist hebben door lockdown, onzekerheid door de oorlog in de Oekraïne. We zijn ons collectief vermogen verloren tot acceptatie in welvaartsgroei, doordat we de afgelopen jaren een meer individualistische en hedonistische samenleving geworden zijn. We verwachten veel en we verwachten dat ons leven maakbaar is. Deze COVID-crisis dwingt ons tot accepteren van omstandigheden waar we geen invloed op hebben. Maar om daar te komen moeten we nog veel ongemak verdragen...”

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website