Vrouwelijke Genitale Verminking

Kennis uit onderzoek voor de praktijk
Vrouwen en meisjes die besneden zijn, hebben recht op goede en vooral veilige zorg. Om betrokkenen zoals zorgprofessionals, GGD-medewerkers, huisartsen, medisch specialisten, politie en beleidsmedewerkers te informeren, hebben we kennis over vrouwelijke genitale verminking gebundeld.

Vrouwelijke genitale verminking is in Nederland wettelijk verboden

Vrouwelijke genitale verminking (VGV) is de letterlijke vertaling van de term die de WHO voor meisjesbesnijdenis gebruikt: Female Genitale Mutilation. VGV is een ingreep aan de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen zonder medische noodzaak. In Nederland is dit verboden. Zo’n 82 procent van de besneden vrouwen in Nederland is afkomstig uit Somalië, Egypte, Ethiopië, Soedan en Eritrea en Koerdische Autonome regio in Irak.
Een belangrijke rol in de Nederlandse aanpak van VGV spelen de zogeheten sleutelpersonen VGV. Dit zijn vrouwen die getraind zijn in het voorlichten van mensen uit genoemde risicolanden, bijvoorbeeld via huisbezoeken, huiskamergesprekken en groepsvoorlichtingen. Zij hebben toegang tot de gemeenschappen waarin VGV voorkomt en vormen in Nederland een belangrijke brugfunctie tussen migranten en professionals.

4200 meisjes in Nederland lopen het risico besneden te worden

Op 1 januari 2018 wonen in Nederland bijna 41.000 vrouwen die besneden zijn. Naar schatting lopen 4.200 meisjes de komende 20 jaar risico op besnijdenis als de preventieve maatregelen hen niet bereiken. Er worden 4 vormen van VGV onderscheiden, oplopend in ernst van de ingreep. De besnijdenis gebeurt meestal onder sociale druk van de familie en vindt plaats tijdens een bezoek aan het thuisland van de familie. VGV is een onderwerp waar vrouwen, mannen, meisjes en ook hulpverleners moeilijk over praten. Er is vaak schaamte, angst en ook (handelings-)verlegenheid.

Vrouwelijke genitale verminking of meisjesbesnijdenis

De Nederlandse overheid verwerpt de term meisjesbesnijdenis, omdat zij net als de WHO van mening is dat het gaat om verminking. Daarom spreken we in Nederland in alle officiële stukken voor beleidsmakers, beleidsuitvoerders en intermediaire zorgverleners over vrouwelijke genitale verminking. VGV vindt meestal plaats bij meisjes tussen de 0 en 15 jaar.
In de praktijk wordt professionals aangeraden om in direct contact met mensen uit de risicogemeenschappen te spreken over meisjesbesnijdenis, omdat dit een niet-veroordelende term is.
VGV wordt internationaal beschouwd als een schending van de mensenrechten. Het karakteriseert diepgewortelde ongelijkheid tussen de seksen, en het is een extreme vorm van discriminatie tegenover vrouwen. Het wordt veelal uitgevoerd bij minderjarigen en daarom is het eveneens een schending van de kinderrechten. 

4 vormen van VGV

De World Health Organization definieert 4 verschillende vormen van VGV, die internationaal ook worden erkend. Deze vormen worden afhankelijk van de etnische groep en regio op diverse wijzen toegepast. De meest ingrijpende vorm is type 3. Deze vorm zorgt doorgaans voor de meeste gezondheidsklachten.

Type 1

Gedeeltelijke of totale verwijdering van het zichtbare deel van de clitoris of alleen de huidplooi rond de clitoris (clitoridectomie).

Type 2

Gedeeltelijke of totale verwijdering van het zichtbare deel van de clitoris en de kleine schaamlippen, met of zonder verwijdering van de grote schaamlippen (excisie).

Type 3

Vernauwen van de vaginale opening door het wegsnijden en aan elkaar maken van de kleine en/of grote schaamlippen, met of zonder verwijdering van het zichtbare deel van de clitoris (infibulatie).

Type 4

Alle andere schadelijke handelingen aan de vrouwelijke geslachtsorganen zonder medische noodzaak, zoals prikken, piercen, kerven, schrapen en dichtschroeien.

Risicogemeenschappen willen praten over VGV

‘Uit zichzelf vinden zij het moeilijk om erover te beginnen, dan is het fijn als een hulpverlener dit onderwerp wel benoemt', vertelt onderzoeker Vina Slev van de GGD Amsterdam. Ze concludeert dat een grotere inzet van ervaringsdeskundigen kan helpen om de preventie en nazorg van VGV te verbeteren.

Lees het interview met Vina Slev en Zahra Naleie.

Afbeelding
Portretten Vina Slev en Zahra Naleie
Vina Slev, onderzoeker forensische geneeskunde en Zahra Naleie, programmamanager VGV