ZonMw tijdlijn Vrij onderzoek en Talent https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Vrij onderzoek en Talent nl-nl Tue, 22 Sep 2020 15:39:59 +0200 Tue, 22 Sep 2020 15:39:59 +0200 TYPO3 news-6097 Tue, 01 Sep 2020 12:07:00 +0200 Proefdiervrije innovaties voor beter COVID-19 onderzoek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/proefdiervrije-innovaties-voor-beter-covid-19-onderzoek/ Met financiering van het ministerie van VWS starten deze zomer 40 onderzoeksprojecten naar de coronapandemie en de gevolgen ervan. Er is snel en veel kennis nodig over het SARS-CoV-2 virus en de ziekte COVID-19. Proefdiervrije modellen kunnen daarbij helpen omdat de resultaten beter vertaalbaar zijn naar de mens en sneller resultaten op kunnen leveren. Vijf projecten gaan daarom aan de slag met proefdiervrij onderzoek. In april van dit jaar stelde het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 40 miljoen euro beschikbaar aan ZonMw en NWO voor onderzoek naar de coronapandemie en de gevolgen ervan voor onze samenleving, zoals de ziekte COVID-19. De onderzoeksresultaten moeten zo snel mogelijk beschikbaar komen voor iedereen die daar belang bij heeft: artsen en verpleegkundigen, landelijke en gemeentelijke overheden, hulpverleners en burgers. Met proefdiervrije innovaties kan onderzoek beter en sneller gedaan worden omdat de resultaten beter vertaalbaar zijn naar de mens. En dat is juist nu van levensbelang. De commissie van het ZonMw-onderzoeksprogramma ‘Meer Kennis met Minder Dieren’ stelde daarom extra geld beschikbaar om onderzoek met dergelijke proefdiervrije innovaties binnen het onderzoeksprogramma COVID-19 mogelijk te maken en selecteerde vijf projecten.  “Ik ben trots op de geleverde prestatie van alle betrokkenen, aanvragers en beoordelaars, omdat er in korte tijd heel veel werk is verzet” zegt Dick Tommel, voorzitter van de commissie Meer Kennis met Minder Dieren.

Stichting Proefdiervrij

Ook Stichting Proefdiervrij stelde budget beschikbaar voor deze subsidieoproep. “Voor onderzoek naar COVID-19 worden veel dierproeven gedaan. Dat gaan we hoogstwaarschijnlijk terugzien in de cijfers”, zegt Debby Weijers van Proefdiervrij, “We willen met dit initiatief graag bijdragen aan COVID-19-onderzoek zonder dierproeven. Juist voor deze ziekte – en vergelijkbare ziekten in de toekomst – hopen we veel te bereiken met humane modellen. Deze modellen laten namelijk nauwkeuriger zien hoe de ziekte verloopt bij mensen. Ook kunnen we met humane modellen onderzoek personaliseren: door bijvoorbeeld stamcellen of computersimulaties gebaseerd op patiëntdata te gebruiken. Zo kunnen we beter onderzoeken waarom het virus bepaalde groepen zieker maakt dan andere groepen. Diermodellen gaan geen antwoord geven op deze en andere vragen”.

Voorbeeldprojecten

In deze speciale ronde, ingebed in de COVID-19 subsidieoproepen, zijn 5 projecten geselecteerd die breder gebruik van bestaande proefdiervrije innovaties of de ontwikkeling van nieuwe proefdiervrije innovaties mogelijk gaan maken.

Een pufje heparine tegen besmetting met corona? – Theo Geijtenbeek (Amsterdam UMC)

Professor Theo Geijtenbeek, hoogleraar Moleculaire en Cellulaire Immunologie aan het Amsterdam UMC, gaat het onderzoek leiden naar de mogelijk preventieve werking van het antistollingsmiddel laag moleculair gewicht heparine tegen SARS-CoV-2. COVID-19 patiënten krijgen nu al direct bij ziekenhuisopname heparine toegediend door middel van injecties om bloedstolsels te voorkomen. Maar Geijtenbeek en zijn groep ontdekten dat dit middel ook de binding van het virus aan cellen blokkeert en daardoor infectie voorkomt. Zij willen nu onderzoeken of het inhaleren van heparine preventief kan werken zodat bijvoorbeeld zorgpersoneel zich met een heparine-inhalatie kan beschermen tegen besmetting. De eerste stap in het onderzoek is innovatief, zegt een trotse Geijtenbeek. Vrijwilligers worden gevraagd heparine te inhaleren via de neus. Vervolgens halen de onderzoekers wat cellen van het neusslijmvlies weg (zoals bij een coronatest) en stellen die cellen vervolgens bloot aan het virus om de antivirale werking van heparine te onderzoeken. Geijtenbeek: “We willen dit op deze manier doen om dierproeven te vermijden en eerder naar de klinische fase kunnen gaan. En tijd is belangrijk bij deze pandemie”. Daarnaast zal de onderzoeksgroep gebruik maken van een dynamisch humaan celmodel om de werking van heparine op infectie van het coronavirus verder te kunnen onderzoeken.

Een breed toepasbaar dynamisch celmodel – Robbert Rottier (Sophia Kinderziekenhuis)

Een dynamisch celmodel is een onderzoeksopzet waar ook het consortium onder leiding van Robbert Rottier, senior-onderzoeker bij de longafdeling van het Sophia Kinderziekenhuis, mee aan de slag gaat. Voor het huidige corona-onderzoek wordt veel gebruik gemaakt van statische longsystemen. Het nadeel van deze modellen is dat ze maar in beperkte mate de werking van longcellen in een mens nabootsen. Daarom gaat het team van Rottier samen met professor Roman Truckenmüller van de Universiteit Maastricht, en het MERLN instituut een gesloten dynamisch systeem maken. Ze zullen een bestaande bioreactor gebruiken om tegelijkertijd menselijke cellen te kweken van zowel het epitheel van luchtwegen als van bloedvaten. Door er ‘microfluids’ doorheen te sturen ontstaat een dynamisch systeem. Daarmee kan het ontstaan en verloop van virale infecties zoals COVID-19 beter bestudeerd worden. Door de samenwerking met Truckenmüller, expert op het gebied van nanotechnologie en biochips, en het MERLN instituut kan dit systeem ook snel op commerciële schaal gemaakt worden en beschikbaar gesteld worden aan laboratoria. Het team werkt ook aan een protocol zodat het model zonder extra training toegepast kan worden. Volgens Rottier heeft het werken aan proefdiervrije innovaties bijkomende voordelen: “Sinds we aan dit soort innovaties werken, zoeken we binnen de onderzoeksgroep steeds meer naar alternatieven en is bij ons het gebruik van proefdieren gedaald”.

Humane celmodellen combineren met genetische kenmerken – Jeffrey Beekman (UMC Utrecht)

Het werken aan proefdiervrije innovaties kan onderzoekers bewuster maken van manier waarop zij onderzoek doen. Dat ondervond ook professor Jeffrey Beekman, hoogleraar cellulaire ziektemodellen aan het UMC Utrecht: “Hiervoor was ik nog niet zo bezig met proefdiervrij onderzoek, de subsidieoproep en het schrijven van de aanvraag hebben me daar bewuster van gemaakt. Ik heb nu nog meer oog voor de materialen waar ik mee werk, zoals de menselijke cellen die afkomstig zijn van individuen en het serum dat ik gebruik om de cellen te laten groeien. Die zijn vaak van dierlijke oorsprong.” Voor onderzoek naar COVID-19 gaan Beekman en zijn onderzoeksteam celmodellen inzetten om te bestuderen hoe in vivo de corona-infectie op verschillende organen inwerkt: bovenste luchtwegen (neus), onderste luchtwegen (longen), darmen en nieren. “Door deze modellen te combineren met de unieke genetische kenmerken van de donoren van deze cellen, kun je de verschillende weefsels vergelijken en op het spoor komen van factoren die van invloed zijn op de effecten van het coronavirus en op de werkzaamheid van medicijnen”, vertelt Beekman, “dat is juist in het geval van COVID-19 belangrijk omdat het virus verschillende organen aantast”.

Microchips als mini-patiënt met COVID-19 – Andries van der Meer (Universiteit Twente)

Hoe kun je een COVID-19 patiënt nabootsen zodat je kunt onderzoeken waarom sommige patiënten bloedstollingen ontwikkelen? Dat was de vraag waarmee Andries van der Meer, onderzoeker Toegepaste Stamcel Technologie aan de Universiteit Twente, en zijn team aan de slag gaan. 10-30% - van de mensen die met COVID-19 in het ziekenhuis terecht komen ontwikkelen bloedstollingen. Daardoor heeft juist deze groep mensen een veel slechtere prognose. De basis voor het project is een door de Universiteit Twente ontwikkeld model van minibloedvaten op een microchip. Door aan dit model bloedplasma van patiënten toe te voegen, hopen Van der Meer en zijn team modellen van COVID-19 patiënten te kunnen ontwikkelen. Met deze modellen kan het ontstaan van bloedstollingen nagebootst worden. Om dit mogelijk te maken zochten ze de samenwerking met Saskia Middeldorp, hoogleraar Inwendige Geneeskunde van het Amsterdam UMC en Christine Mummery, hoogleraar Ontwikkelingsbiologie van het LUMC. Voor het onderzoek is het essentieel dat er materiaal van verschillende patiënten, met en zonder COVID-19, gebruikt wordt. Want waarom heeft de ene COVID-19 patiënt wel last van deze stolsels en zuurstofgebrek en andere niet? Deze individuele modellen functioneren als mini-patiënten waarop in een tweede fase behandelingen en medicijnen getest kunnen worden.
Voor Van der Meer is het gebruik van deze humane modellen een logische stap: “De technologie heeft zich de afgelopen 5 á 10 jaar zo ontwikkeld dat we nu modellen kunnen maken die dicht bij de mens staan en daardoor ook weer een snelle ‘turn-over’ kunnen maken naar patiënten. De reflex om bij medisch onderzoek diermodellen in te zetten is diepgeworteld. Maar met het extra gereedschap dat we nu hebben kunnen we spannende dingen doen die meerwaarde hebben en proefdiervrij zijn”.   

Beter inzicht in longschade door COVID-19 – Pieter Hiemstra (LUMC)

Patiënten herstellen langzaam van COVID-19 en het lijkt erop dat zowel het virus zelf als de reactie van het afweersysteem op het virus schade veroorzaakt aan de longblaasjes. Hoe reageren de cellen die de luchtwegen en longblaasjes bekleden, de epitheelcellen, op het virus en hoe draagt die reactie bij aan de longschade? Dat zijn de vragen waarmee Pieter Hiemstra, hoogleraar Celbiologie en Immunologie van Longziekten samen met collega’s van het LUMC, aan de slag gaat. Voor het onderzoek gaat het team gebruik maken van beproefde humane celmodellen, organoïden en conventionele kweekmodellen. In de eerste fase worden van onder andere de neus en de longblaasjes epitheelcellen gekweekt om te kijken wat het virus doet met de verschillende celtypen.

]]>
news-6090 Mon, 31 Aug 2020 08:47:45 +0200 Open Access: meer impact van onderzoek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/open-access-meer-impact-van-onderzoek/ Open Access publiceren zorgt ervoor dat onderzoek snel en makkelijk toegankelijk is. Tijdens de coronapandemie is meer dan ooit gebleken dat dit belangrijk is. Artsen en patiënten bijvoorbeeld zoeken naar informatie over de behandeling van COVID-19. Om de impact van kennis te verder vergroten, verscherpt ZonMw met ingang van 1 januari 2021 de richtlijnen voor Open Access. Wat verandert er? Beter onderzoek en meer impact door Open Access

Het snel en toegankelijk delen van publicaties en data (Open Access) helpt de wetenschap, de gezondheidszorg en het onderwijs vooruit. Artsen, patiënten, beleidsmakers en praktijkprofessionals kunnen meteen gebruik maken van de meest recente inzichten en data. De kwaliteit van onderzoek en data verbetert omdat collega’s meteen mee kunnen kijken en experimenten kunnen reproduceren in hun eigen lab. En onderzoekers kunnen beter samenwerken, nationaal en internationaal. Het wordt ook eerder duidelijk wat wel en niet werkt zodat onderzoek bijgesteld of gestopt kan worden. Het is grotendeels aan Open Access publicaties te danken geweest dat snel aangetoond kon worden dat de werking en veiligheid van chloroquine en hydroxychloroquine als behandeling voor COVID-19-patiënten onvoldoende is. Jeroen Geurts, voorzitter van het bestuur van ZonMw: “De coronapandemie heeft extra scherp gemaakt waarom Open Access publiceren van belang is”.

Implementatie van Plan S

Al sinds 2013 verplicht ZonMw onderzoekers om alle publicaties die voortkomen uit onderzoek dat geheel of gedeeltelijk door ZonMw gesubsidieerd is, Open Access beschikbaar te stellen. Uit een onderzoek van het Centre for Science and Technology Studies (CWTS) blijkt dat dit in 2018 al lukte voor 60% van de publicaties. ZonMw wil deze stijgende lijn sterker doorzetten. Medio 2019 heeft ZonMw zich achter Plan S voor Open Access geschaard. Dit plan is opgesteld door cOAlition S, een samenwerkingsverband van internationale subsidieverstrekkers, met als doel om 100% Open Access te bereiken. ZonMw gaat, net als NWO, dit jaar de richtlijnen van Plan S implementeren.

Direct 100% Open Access vanaf 1 januari 2021

De principes van Plan S gelden voor alle subsidieoproepen die ZonMw publiceert vanaf 1 januari 2021. In vergelijking met 2020 scherpt ZonMw de richtlijnen dus verder aan. In de praktijk komt het er onder andere op neer dat er gratis toegang is tot de publicaties en er geen embargotermijn is tussen de datum van publicatie in een tijdschrift en de vrije toegankelijkheid van de publicatie online. Ook wordt publiceren mogelijk onder een open Creative Commons licentie waardoor hergebruik en de auteurs of hun instituten behouden de auteursrechten op hun publicaties.

Drempels op de weg

Veel onderzoekers publiceren al Open Access maar nog niet in alle gevallen en ook niet altijd ‘direct’. De implementatie van Plan S zal dus voor onderzoekers van ZonMw-projecten kansen bieden maar ook drempels opwerpen. Onderzoekers lopen er onder andere tegenaan dat er voor Open Access publiceren soms hoge bedragen betaald moet worden. Daar wordt momenteel aan gewerkt, onder meer door landelijke afspraken van universiteiten met uitgevers. Ook ZonMw kijkt naar mogelijkheden om hier oplossingen voor te vinden. Rob Diemel, ZonMw coördinator Open Science: ”ZonMw wil Open Access stimuleren via meerdere routes, waarbij projectleiders zelf een keuze kunnen maken. Zo kunnen aanvragers in nieuwe rondes vanaf 2021 in hun projectbegroting budget opnemen voor publicatie via de zogeheten volledig gouden route (direct gratis en voor iedereen toegankelijke publicatie). Ook faciliteren we de groene route door onderzoekers toegang te bieden tot een wereldwijd veelgebruikt repository. Dit leidt tot snellere verspreiding van onderzoeksresultaten en biedt de onderzoekers meer zichtbaarheid.”

Open Access om kennis in de maatschappij te benutten

Ondanks dat de transitie van publiceren achter betaalmuren naar Open Access een lastig proces is, ziet Jeroen Geurts ook dat onderzoekers Open Access steeds meer omarmen: “Onderzoekers voelen natuurlijk ook de noodzaak om hun bevindingen maatschappelijk te laten benutten. Je ziet bij de COVID-19 onderzoeksprogramma’s dat er heel veel expertise is in Nederland om de negatieve effecten, medisch en niet-medisch, van COVID-19 tegen te gaan. Snelle toegang tot elkaars onderzoek en daar gebruik van kunnen maken, is voor onderzoekers, zeker wanneer ze werken in een race tegen de klok, van levensbelang.”

Erkennen en waarderen

Open Access vraagt ook om een andere manier van erkennen en waarderen van onderzoekers. Open Access publicaties zijn beter vindbaar, worden vaker geciteerd en hebben een groter bereik. Het is belangrijk dat onderzoekers worden gewaardeerd om de kwaliteit van hun onderzoek en het belang ervan voor wetenschap en/of maatschappij, en niet om omstreden indicatoren zoals de journal impact factor en H-index. Daarom worden de principes van DORA (Declaration on Research Assessment) vanaf 2021 toegepast in de beoordeling en selectie van ZonMw-subsidieaanvragen. Dat moet leiden tot een andere manier van erkennen en waarderen van onderzoekers.

Verplichten maar ook informeren en faciliteren

In de loop van 2020 zal ZonMw vooral bezig zijn om de richtlijnen van Plan S te implementeren en onderzoekers en projectteams te informeren en adviseren over het Open Access publiceren van hun onderzoek. Ook zal het ZonMw Open Access-team deze implementatie faciliteren door de richtlijnen in de processen op te nemen en de ZonMw-medewerkers goed voor te bereiden op deze veranderingen, zodat zij aanvragers kunnen helpen. Op de ZonMw-website is alle informatie te vinden en uiteraard kan iedereen die vragen heeft, terecht bij de medewerkers van het Open Access-team.

Meer informatie

]]>
news-5885 Thu, 02 Jul 2020 16:07:13 +0200 NWO maakt implementatierichtlijnen Plan S bekend https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nwo-maakt-implementatierichtlijnen-plan-s-bekend/ Deze week maakte NWO haar beleid voor open access publiceren bekend. De richtlijnen van PlanS zullen van toepassing zijn op subsidieoproepen die NWO vanaf 1 januari 2021 zal publiceren. Deze regels gaan dus ook gelden voor een aantal programma’s van ZonMw. Het gaat dan om de Talentprogramma’s (Veni, Vidi en Vici), Rubicon en de ZonMw Open competitie. Over het open access beleid dat gaat gelden vanaf 1 januari 2021 voor alle andere subsidieoproepen van ZonMw, zullen we u binnenkort informeren.

Lees het nieuwsbericht op de website van NWO

]]>
news-5839 Wed, 24 Jun 2020 09:19:13 +0200 Zes onderzoekers beloond met hoogste onderscheidingen in de Nederlandse wetenschap https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/zes-onderzoekers-beloond-met-hoogste-onderscheidingen-in-de-nederlandse-wetenschap-2/ Zes wetenschappers ontvangen dit jaar de hoogste onderscheidingen in de Nederlandse wetenschap. Dit jaar ontvangen prof. dr. Nynke Dekker, prof. dr. ir. Jan van Hest, prof. dr. Pauline Kleingeld en prof. dr. Sjaak Neefjes de Spinozapremie. Prof. dr. Linda Steg en prof. dr. Ton Schumacher krijgen de Stevinpremie. De laureaten krijgen ieder 2,5 miljoen euro, te besteden aan wetenschappelijk onderzoek en activiteiten met betrekking tot kennisbenutting. De onderzoekers ontvangen de premie voor hun uitmuntende, baanbrekende en inspirerende werk. Bij beide premies staat de kwaliteit van de onderzoeker voorop; waar bij de Spinozapremie de nadruk ligt op het wetenschappelijke werk en fundamentele vraagstukken, honoreert de Stevinpremie in de eerste plaats de maatschappelijke impact.

Uitreiking premies in september 2020

De feestelijke uitreiking van de Spinozapremies en Stevinpremies vindt plaats op woensdag 30 september. Tijdens de uitreiking geven de Spinoza- en Stevinlaureaten inzicht in de inhoud van hun onderzoek en wordt duidelijk waarvoor ze de premie willen inzetten.

Meer informatie

Bron: NWO

]]>
news-5568 Tue, 14 Apr 2020 12:30:56 +0200 18 startende wetenschapstalenten naar buitenlandse topinstituten met Rubicon https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/18-startende-wetenschapstalenten-naar-buitenlandse-topinstituten-met-rubicon/ 18 onlangs gepromoveerde onderzoekers gaan onderzoek doen aan buitenlandse onderzoeksinstellingen met een Rubicon-financiering van NWO. Het programma Rubicon is bedoeld om jonge, veelbelovende wetenschappers de mogelijkheid te geven internationale onderzoekservaring op te doen. Ze onderzoeken onder andere hoe de eerste tekenen van Alzheimer beter gedetecteerd kunnen worden, de rol van stress bij pijn, hoe planten huidmondjes maken en het proces van zinkende delta’s wordt bestudeerd.

Tien van de 18 projecten gaan een bijdrage leveren aan gezondheidsonderzoek en zorginnovatie:

Sneller en efficiënter medicijnonderzoek

  • Dr. R.P.A. (Ruben) van Eijk (m), Universitair Medisch Centrum Utrecht -> Verenigde Staten, Stanford University, Center for Innovative Study Design, 12 maanden.Het ontwikkelen van medicijnen kost veel tijd en geld. De onderzoeker innoveert wiskundige modellen om sneller te bepalen of een experimenteel middel werkt én veilig is. Hierdoor kunnen onderzoekers in de toekomst hun beschikbare middelen efficiënter besteden.

Eerste tekenen van Alzheimer opsporen met digitale, hoogfrequente metingen

  • Dr. R. J. (Roos) Jutten (v), Amsterdam UMC -> Verenigde Staten, Harvard University, Massachusetts General Hospital, Department of Neurology, 24 maanden. Inzicht in vroege afwijkingen door Alzheimer is essentieel voor onderzoek naar preventieve behandelingen. Het doel van mijn onderzoek is om de allereerste geheugenproblemen die ontstaan door Alzheimer beter te detecteren met nieuwe computertests die hoogfrequent bij mensen thuis worden afgenomen.

Klokje rond eten?

  • Dr. I.W.K. (Imre) Kouw (v), Universiteit Maastricht -> Australië, Royal Adelaide Hospital, ICU Research, 24 maanden. Intensive care patiënten worden meestal continu gevoed en gaan sterk achteruit tijdens opname. Eten gedurende 24 uur heeft negatieve effecten bij gezonde mensen. De onderzoeker bekijkt hoe sondevoeding op gezette tijden de bloedsuikerspiegels en maag-darmfunctie beïnvloedt bij intensive care patiënten.

Het beroepsprofiel van de eosinofiel

  • Dr. S.T.T. (Sjoerd) Schetters (m), Amsterdam UMC -> België, Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), Inflammation Research Center, Gent, 24 maanden. Astma wordt vaak veroorzaakt door eosinofielen, afweercellen die schade veroorzaken aan de long. Nieuwe medicijnen treffen deze cellen, maar het is duidelijk dat sommige eosinofielen ook een weldoende rol kunnen spelen in ons lichaam. De onderzoeker gaat uitzoeken of verschillende soorten eosinofielen aanwezig zijn bij ziekten zoals astma en of het wel veilig is deze allemaal uit te schakelen.

Pijn & Stress: Van het verleden naar het heden

  • Dr. A. (Aleksandrina) Skvortsova (v), Universiteit Leiden -> Canada, McGill University, Pain Genetics Lab, 24 maanden Onze pijngevoeligheid wordt door eerdere ervaringen beïnvloed. Dit project onderzoekt wat de rol van stress is in het verband tussen pijn in het verleden en het heden en of de pijnervaring kan worden verminderd door stress te verminderen.

Schildklierhormoon en suikerstofwisseling in de lever

  • Dr. A.H. (Anne) van der Spek (v), Amsterdam UMC, Locatie AMC -> Verenigde Staten, Cornell University, Weill Cornell Medicine, 15 maanden. Schildklierpatiënten hebben een grotere kans op suikerziekte. De relatie tussen schildklierhormoon en suikerstofwisseling in mensen is nog niet duidelijk. De onderzoeker gaat in menselijke levercellen het effect van veranderingen in het schildklierhormoon op de verwerking van suiker bestuderen.

Bescherming tegen plotse hartdood voor wie het echt nodig heeft

  • Dr. F.V.Y. (Fleur) Tjong (v), Universiteit van Amsterdam -> Verenigde Staten, Stanford University, Stanford Medical School Cardiovascular Medicine, 12 maanden. Een ICD wordt geïmplanteerd om het hart te ‘resetten’ als het zodanig op hol slaat dat een patiënt anders overlijdt. Niet altijd is duidelijk wie écht risico loopt. Artificial-Intelligence kan helpen dit te bepalen, en een leidraad vormen voor behandeling.

Een prothese met gevoel, hoe voelt dat?

  • C.S. (Ceci) Verbaarschot, MSc (v), Radboud Universiteit -> Verenigde Staten, University of Pittsburgh, Rehab Neural Engineering Labs, 24 maanden. Tegenwoordig zijn er prothesen waarmee men kan bewegen en voelen. Deze kunstmatige tastzin wordt bereikt via elektrische stimulatie van de hersenen. Hoe dit voelt en welke eigenschappen van gevoel kunnen worden bereikt via hersenstimulatie, zal in dit project worden onderzocht.

Hoe beïnvloeden darmbacteriën onze reactie op medicatie?

  • Dr. C.G.P. (Carlos) Voogdt (m), Universiteit Utrecht -> Duitsland, EMBL, Heidelberg, 24 maanden. Darmbacteriën kunnen ingenomen medicijnen veranderen voordat deze hun doel bereiken. De onderzoeker gaat achterhalen welke bacteriën hiervoor verantwoordelijk zijn, hoe zij dit precies doen en wat het gevolg is van deze bacteriële activiteit voor onze darmcellen.

Towards precision psychiatry

  • Dr. T. (Thomas) Wolfers (m), Radboud Universiteit -> Verenigde Staten, Harvard University Medical School & Boston Children’s Hospital, Boston, 24 maanden. Het begrijpen van mechanismes die ten grondslag liggen aan een psychisch probleem is een vereiste om behandelingen te verbeteren. Door mijn nieuwe methode zullen wij in staat zijn om mechanismes voor iedere afzonderlijke patiënt in kaart te brengen.

Meer informatie

 

bron: NWO

]]>
news-5564 Tue, 14 Apr 2020 10:41:37 +0200 NWO past planning Talentprogramma’s aan wegens coronacrisis https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nwo-past-planning-talentprogrammas-aan-wegens-coronacrisis/ NWO heeft de planning van de Talentprogramma’s Rubicon, Veni, Vidi en Vici aangepast. Op deze manier kan NWO waarborgen dat aanvragers van financiering over een gelijk speelveld blijven beschikken en dat transparante en zorgvuldige beoordeling mogelijk blijft. NWO vindt aanpassing van de planning noodzakelijk. Alle betrokkenen bij het aanvraag- en beoordelingsproces hebben daardoor voldoende tijd en ruimte om hun werk te doen. Niet alleen de beschikbaarheid van aanvragers maar ook die van referenten van onderzoeksvoorstellen en leden van beoordelingscommissies staat onder druk door de maatregelen die zijn ingesteld vanwege het coronavirus. Ook moeten NWO-medewerkers het proces op een adequate manier kunnen begeleiden.

Meer informatie

]]>
news-5490 Thu, 26 Mar 2020 18:18:16 +0100 Extra geld voor creatieve oplossingen coronavirus (COVID-19) https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/extra-geld-voor-creatieve-oplossingen-coronavirus-covid-19/ Het ministerie van VWS stelt extra geld beschikbaar om creatieve oplossingen te faciliteren met betrekking tot het coronavirus (COVID-19). De pandemie heeft een grote impact op de zorg en samenleving. Op korte termijn zijn daarom oplossingen nodig voor praktische problemen in en buiten ziekenhuizen.

UPDATE 14-04-2020: deze regeling is inmiddels gesloten. Indienen is niet meer mogelijk.

Praktische uitdagingen

De komende weken en maanden leidt de coronacrisis tot allerlei praktische uitdagingen in de zorg en de samenleving. De vraag is hoe we in deze tijd goede zorg en ondersteuning kunnen blijven bieden. Praktische uitdagingen zijn bijvoorbeeld tekorten aan bepaalde materialen in ziekenhuizen, maar ook de zorg en ondersteuning aan kwetsbare mensen. Ook staan onze zorg- en hulpverleners voor de uitdaging om hun werk zo goed mogelijk te kunnen blijven doen.

Creatieve oplossingen

Creatieve oplossingen zijn nodig voor praktische technologische zaken in de (ziekenhuis)zorg, zoals medische hulpmiddelen. Anderzijds zijn er oplossingen nodig om kwetsbare groepen en hun zorg- en hulpverleners te helpen bij het bieden van de juiste zorg en ondersteuning.

Bedrijven of organisaties die een creatieve oplossing willen uitwerken of uitvoeren komen in aanmerking voor ofwel een startimpuls of een projectimpuls. Daarbij gaat het om oplossingen die buiten reguliere zorg- en welzijnsactiviteiten vallen. Een belangrijke voorwaarde voor deze projectimpuls is dat de creatieve oplossing voorziet in de behoefte van de doelgroep, zoals ziekenhuispersoneel. Dit moet blijken uit de samenstelling van het projectteam.

Financiële impuls aanvragen

Er zijn twee financiële impulsen beschikbaar.

  1. Een startimpuls van maximaal € 7.500,- (inclusief BTW). Deze impuls is bedoeld voor het uitwerken en eventueel toepassen of piloten van een idee.
  2. Een projectimpuls van € 7.500,- tot € 15.000,- (inclusief BTW). Belangrijke voorwaarde voor deze projectimpuls is dat de creatieve oplossing voorziet in de behoefte van de doelgroep.

Alle in Nederland gevestigde rechtspersonen kunnen een offerte indienen die past binnen de kaders van deze regeling.

Meer informatie

Kijk voor meer informatie, de aanvraagprocedure en de voorwaarden op de pagina Creatieve oplossingen aanpak coronavirus (COVID-19).

]]>
news-5462 Thu, 19 Mar 2020 08:26:35 +0100 Replicatiestudies derde ronde: belangrijk onderzoek opnieuw doen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/replicatiestudies-derde-ronde-belangrijk-onderzoek-opnieuw-doen/ Voor de derde keer financieren NWO en ZonMw projecten waarmee onderzoek van anderen opnieuw wordt uitgevoerd. Ditmaal gaat het om zeven studies uit de gezondheids-, sociale en geesteswetenschappen. Door financiering van replicatie willen NWO en ZonMw bijdragen aan het vergroten van transparantie van onderzoek en aan de kwaliteit van het rapporteren van resultaten. Het gaat hier om ‘hoeksteenonderzoek’ waarvan de resultaten in het verleden de basis vormden voor vervolgonderzoek of een belangrijke plaats hebben ingenomen in onderwijs, beleidsvorming of het publieke debat.

Meer informatie

]]>
news-5445 Fri, 13 Mar 2020 14:54:39 +0100 Interviews subsidierondes NWO opgeschort, NWO-evenementen afgelast https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/interviews-subsidierondes-nwo-opgeschort-nwo-evenementen-afgelast/ NWO ziet zich gezien de maatregelen om het coronavirus in te dammen genoodzaakt enkele maatregelen rond het subsidieproces te nemen. Wij doen dit omdat wij het belangrijk vinden om kandidaten, commissieleden en medewerkers niet te vragen om activiteiten te ondernemen die afgeraden worden door het kabinet en omdat wij ons de impact van onze beslissingen over aanvragen realiseren en daarom ook zeer zorgvuldig willen zijn. Door de vele terechte afzeggingen wordt dat laatste steeds moeilijker.

Interviewrondes opgeschort

NWO heeft besloten met onmiddellijke ingang de interviewrondes voor de lopende subsidierondes, zoals de Vidi, op te schorten. Voor zover het zich nu laat aanzien, zullen de interviews enkele maanden worden uitgesteld. ZonMw verwacht vooralsnog om op 25 maart de kandidaten te kunnen informeren over wie voor een interview wordt uitgenodigd.

Meer informatie

]]>
news-5383 Wed, 26 Feb 2020 11:10:51 +0100 UITGESTELD: Startbijeenkomst op 1 april: embryomodellen en erfelijke ziekten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/uitgesteld-startbijeenkomst-op-1-april-embryomodellen-en-erfelijke-ziekten/ De startbijeenkomst PSIDER gaat niet door in verband met de maatregelen omtrent het coronavirus. Geïnteresseerden kunnen zich nog steeds aanmelden (tot uiterlijk 11 mei) om op de hoogte te worden gehouden. In maart opent ZonMw twee subsidierondes over embryomodellen en erfelijke aandoeningen. Op woensdag 1 april vindt de startbijeenkomst plaats in Den Haag. Dit betreft een ronde voor multidisciplinaire consortia, waarin medisch-biologische onderzoekers uit verschillende disciplines samenwerken met alfa- en gammawetenschappers. Ten tweede wordt een subsidieoproep gepubliceerd voor ethisch onderzoek naar de morele aanvaardbaarheid van het tot stand brengen van niet-levensvatbare embryo’s voor onderzoek.

ZonMw heeft opdracht gekregen van het ministerie van VWS om een subsidieprogramma uit te voeren over embryomodellen en organoïden, Pluripotent Stem cells for Inherited Diseases and Embryonic Research (PSIDER). Binnen dit programma is specifiek aandacht voor ethische, maatschappelijke en juridische vraagstukken. Samenwerking tussen verschillende biomedische en alfa- en gammawetenschappelijke disciplines kan antwoord geven op deze vraagstukken.

Onderzoek naar embryo’s roept vragen op in onze maatschappij. In Nederland is het niet toegestaan om menselijke embryo’s speciaal tot stand te brengen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek. Het programma zet daarom in op onderzoek met pluripotente stamcellen om: 

  • alternatieve modelsystemen te ontwikkelen voor onderzoek met menselijke embryo’s;
  • kennis te verwerven voor de behandeling van ernstige erfelijke ziekten.

Subsidierondes

In maart opent ZonMw twee subsidierondes. Dit betreft een ronde voor multidisciplinaire consortia, waarin medisch-biologische onderzoekers uit verschillende disciplines samenwerken met alfa- en gammawetenschappers. Ten tweede wordt een subsidieoproep gepubliceerd voor ethisch onderzoek naar de morele aanvaardbaarheid van het tot stand brengen van niet-levensvatbare embryo’s voor onderzoek.

Startbijeenkomst

Op woensdag 1 april organiseert ZonMw een startbijeenkomst voor dit programma. Het doel van deze bijeenkomst is enerzijds om informatie te geven over de opzet en de geplande subsidierondes van het programma. Daarnaast is er ruime gelegenheid voor onderzoekers uit verschillende disciplines om met elkaar in contact te komen en een multidisciplinair consortium op te zetten.

Aanmelden kan via het aanmeldformulier. Kijk voor meer informatie op de website en neem voor inhoudelijke vragen contact op met translational@zonmw.nl  

]]>
news-5347 Thu, 20 Feb 2020 13:00:00 +0100 32 wetenschappers ontvangen NWO-Vici van 1,5 miljoen euro https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/32-wetenschappers-ontvangen-nwo-vici-van-15-miljoen-euro-1/ 32 vooraanstaande wetenschappers ontvangen ieder 1,5 miljoen euro van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Met deze Vici-beurs kunnen ze de komende vijf jaar een vernieuwende onderzoekslijn ontwikkelen en een eigen onderzoeksgroep opbouwen. Vici is een van de grootste persoonsgebonden wetenschappelijke premies van Nederland en is gericht op gevorderde onderzoekers. De wetenschappers doen op verschillende gebieden onderzoek. Binnen de Vici zijn wetenschappers namelijk vrij om hun eigen onderzoeksproject voor te dragen voor financiering. De Vici-laureaten gaan onder meer onderzoeken welke rol nieuwsgierigheid speelt bij de ontwikkeling van een kind, welke veranderingen ten grondslag liggen aan genetische hartziekten en wat de invloed van gemixt taalaanbod is bij de taalverwerving van kinderen. Een ander onderzoek richt zich op de neurobiologie van Parkinson, met als doel de ziekte eerder op te kunnen sporen. Ook gaan onderzoekers een revolutionaire motor ontwikkelen die duurzame brandstoffen omzet in schone energie. Dit is slechts een greep uit de onderzoeksonderwerpen.

Dit zijn de projecten voor het domein van de medische wetenschappen:

Immuniteit door het hele lichaam

Dr. J.A.M. (José) Borghans (v), UMCU - Immunologie
Onze kennis van het menselijk immuunsysteem is grotendeels gebaseerd op studies met cellen uit bloed, een plek waar slechts een minderheid van afweercellen zich bevindt. Door laboratoriumonderzoek te combineren met wiskunde ontrafelt dit onderzoek hoe immunologisch geheugen wordt onderhouden door afweercellen in het hele lichaam.

Nieuwe tactieken in de verdediging tegen een stille maar gevaarlijke vijand; niet-alcoholische steatohepatitis

Prof. dr. S.W.C. (Saskia) van Mil (v), UMCU - Center for Molecular Medicine
Miljoenen mensen wereldwijd lijden aan de onbekende leverziekte niet-alcoholische steatohepatitis, met een hoog risico op het ontwikkelen van leverfalen en kanker. Er zijn geen medicijnen voorhanden. De onderzoekers zullen door selectieve activatie van de Farnesoid X Receptor onderzoeken of een hoog effectieve therapie kan worden ontwikkeld.

Genetische hartziekten – wat gaat er fout?

Prof. dr. E. (Eva) van Rooij (v), Hubrecht Institute
Genetische hartziekten die ontstaan door een foutje in het DNA worden gekenmerkt door allerlei ziekte drijvende veranderingen in het hart die bijdragen aan de progressie van de ziekte. Tot nu is er maar weinig bekend over de processen die hieraan bijdragen. De onderzoekers willen ontdekken wat er ten grondslag ligt aan deze veranderingen om zo mogelijk te kunnen helpen in de ontwikkeling van verbeterde therapieën.

Een hoofdpijn dossier vol cardiovasculair risico

Dr. A. (Antoinette) Maassen van den Brink (v), Erasmus MC – Afdeling Interne Geneeskunde
Migraine is een sterk invaliderende aandoening, vooral in vrouwen. Daar bovenop is het een belangrijke cardiovasculaire risicofactor. Wij gaan onderzoeken waarom vooral vrouwen migraine krijgen, hoe vrouwen specifiek behandeld kunnen worden en hoe hun cardiovasculair risico te verkleinen is. Daarbij letten we speciaal op cardiovasculaire bijwerkingen van antimigraine medicatie.

Op weg naar behandeling van verstandelijke beperking en autisme

Dr. A. (Annette) Schenck (v), RUMC, Genetica
Verstandelijke beperking en autisme zijn frequente, maar nog steeds onbehandelbare aandoeningen. Effectieve strategieën voor de ontwikkeling van medicijnen ontbreken tot nu toe. De onderzoekers gaan een evolutionair geconserveerde vorm van leren in de fruitvlieg bestuderen om bevindingen vanuit dit diermodel vertaalbaar te maken naar medicijnen voor de behandeling van patiënten.

Uiterlijk vertoon

Dr. N.M. (Nina) van Sorge (v), UMCU – Medical Microbiology
Stafylokokken veroorzaken lastig te behandelen infecties. Stafylokokken omhullen zich met verschillende complexe suikerstructuren. Microbiologen vermoeden dat deze ‘suikerjasjes’ een belangrijk herkenningspunt zijn voor het immuunsysteem om de stafylokokken op te ruimen. Meer inzicht over het hoe en wat van deze herkenning vormt een belangrijke sleutel voor de ontwikkeling van antibiotica en vaccins.

Meer informatie

 

 

]]>
news-5365 Thu, 20 Feb 2020 10:30:33 +0100 Wetenschap begint met verwondering https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/wetenschap-begint-met-verwondering/ Kan iedereen straks gezond honderd jaar oud worden? Gaat de mens op vakantie naar Mars? Welke problemen kan de supercomputer oplossen? Met de ‘Stel je voor’ – publiekscampagne stelt de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) de komende 2 jaar verschillende vragen aan het publiek om zich over te verwonderen. Elke nieuwe uitvinding begint namelijk met een vraag, met de wil om te weten hoe iets zit. We leren door nieuwsgierig te blijven en niets als vanzelfsprekend te beschouwen. Op hun beurt leiden ontdekkingen in de wetenschap ook tot verbazing, vanwege verrassende nieuwe inzichten of ontwikkelingen die we altijd voor onmogelijk hielden. Het zijn vondsten die uiteindelijk weer leiden tot nieuwe vragen.

Thema: Ziekten en gezondheid

De Nationale Wetenschapsagenda wil via het beantwoorden van deze vragen de wetenschap op een laagdrempelige manier onder de aandacht brengen en zo het vertrouwen in de wetenschap vergroten. Iedere drie maanden staat een ander thema centraal; van februari t/m april is dit Ziekten en Gezondheid.

Over de Nationale Wetenschapsagenda

De Nationale Wetenschapsagenda (NWA) benoemt uitdagende en richtinggevende vraagstukken die aansluiten op de kracht van de Nederlandse wetenschap, op de grote maatschappelijke uitdagingen van deze tijd en op economische kansen die zich voordoen. Specifieke thematische programmering op maatschappelijk urgente thema’s sluit hier bij aan.

In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) financiert NWO sinds 2018 onderzoek in het kader van de Nationale Wetenschapsagenda, onder andere via thematische programmering waarin wordt samengewerkt met ministeries.

ZonMw en NWA-routes

Wij zijn betrokken bij de volgende NWA-routes:

  • Gezondheidszorgonderzoek, preventie en behandeling
  • Personalised Medicine
  • Regeneratieve Geneeskunde
  • Sport en Bewegen
  • Jeugd in ontwikkeling, opvoeding en onderwijs

Meer informatie?

Nationale wetenschapsagenda (ZonMw-website)
Campagnepagina Wetenschap begint met verwondering (NWA)
Facebookpagina Wetenschap begint met verwondering

 

]]>
news-5353 Wed, 19 Feb 2020 10:25:59 +0100 Hoe kunnen we de transitie naar zo veel mogelijk proefdiervrij onderzoek versnellen? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/hoe-kunnen-we-de-transitie-naar-zo-veel-mogelijk-proefdiervrij-onderzoek-versnellen/ Proefdiervrije innovaties worden de laatste jaren steeds vaker als een geschikter model gezien dan onderzoek met proefdieren. Samen met andere partijen stimuleert ZonMw al 20 jaar de ontwikkeling van proefdiervrije innovaties. Toch vertalen deze inspanningen zich niet direct naar een aanzienlijke daling in het gebruik van proefdieren. Er is meer nodig. En daarom zet ZonMw ook in op (inter)nationale samenwerking en een geïntegreerde inzet. Dierproeven in aantallen in Nederland en EU

De afgelopen weken verschenen er verschillende jaaroverzichten van onder andere de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) en de Europese Unie (EU) over het aantal dierproeven dat in Nederland en de EU wordt uitgevoerd. Volgens de cijfers van de NVWA zijn er in 2018 bijna 450.000 dierproeven uitgevoerd; dat is 15,5 procent minder dan het jaar ervoor. Ondanks deze daling blijven de dierproeven de laatste jaren redelijk stabiel. In 2017 zagen we zelfs een stijging van 17,9 procent ten opzichte van 2016. Ook de cijfers van de EU laten een vrij stabiel gebruik van proefdieren zien, van ongeveer 9,8 miljoen proefdieren in 2015 tot 10 miljoen in 2016 en 9,6 miljoen in 2017. Deze rapporten laten zien dat er meer initiatieven nodig zijn om het gebruik van proefdieren in onderzoek structureel te verminderen.

Proefdiervrije Innovaties

Eén van de manieren om in onderzoek minder gebruik te maken van proefdieren én betere onderzoeksresultaten te behalen, is de transitie van proefdieronderzoek naar proefdiervrije innovaties, zoals organen-op-een-chip. In Nederland werken we op basis van de ambitie ‘Nederland internationaal voorloper in proefdiervrije innovaties’ al enige tijd aan het versnellingsprogramma Transitie Proefdiervrije Innovaties (TPI). ZonMw en de andere betrokken stakeholders werken binnen het TPI aan kennisontwikkeling- en uitwisseling, samenwerking en innovaties die ten goede komen aan mens, dier en ecosysteem. Daarvoor moeten we inhoud en aanpak van onderzoek anders benaderen. Wat kunnen we beter, zonder proefdieren? Het versnellen van proefdiervrije innovaties is de eerste stap.

ZonMw programma Meer Kennis met Minder Dieren

ZonMw zet zich al 20 jaar in voor een toekomst met minder of geen proefdieren, zonder daarbij afbreuk te doen aan de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek en veiligheidsonderzoek van chemische stoffen en geneesmiddelen. Het programma Meer Kennis met Minder Dieren (MKMD) draagt sinds 2011 bij aan de versnelling naar modellen zonder proefdieren, door de ontwikkeling van nieuwe en bestaande proefdiervrije innovaties te stimuleren, en zo relevanter en beter gezondheids(zorg)onderzoek voor de mens mogelijk te maken. Dat doen we onder andere met financiering van eigen onderzoeksprogramma’s en het stimuleren van samenwerking en kennisinfrastructuren binnen het programma Meer Kennis met Minder Dieren.

Onnodige herhalingen dierproeven voorkomen en repliceerbaar onderzoek

In een interview in Science Guide stuurde Tjeerd de Groot (D66) onlangs aan op een radicale herziening van het proefdierbeleid. "Ik wil de wetenschap uitdagen om voorbij het huidige denken te gaan dat het proefdier als gouden standaard neemt. Je hebt wat mij betreft de morele verplichting om de resultaten openbaar te maken, zodat een proef niet nodeloos herhaald wordt en zodat andere onderzoekers wellicht iets aan die data hebben.”
Het voorkomen van onnodige herhaling van onderzoek en delen van onderzoeksgegevens is al langer één van de speerpunten van het MKMD programma. Met financiering binnen de module Kennis Infrastructuur van MKMD helpen we onderzoekers sinds 2012 om bij te dragen  aan een betere kwaliteit, repliceerbaarheid en vindbaarheid van proefdieronderzoek en het voorkomen van onnodige herhalingen. Daarmee verbetert de kwaliteit van onderzoek én kan verspilling van geld voorkomen worden (research waste).
Er kan financiering aangevraagd worden voor de publicatie van negatieve/neutrale resultaten, het uitvoeren van systematisch literatuuronderzoek en workshops. Aan deze financiering is de voorwaarde verbonden dat de resultaten Open Access moeten worden gepubliceerd met gebruik van de relevante publicatie richtlijnen en wordt sinds kort het onderzoek zelf openbaar via een preclinicaltrial register. Via een stimuleringssubsidie en netwerksubsidie dragen we ook bij aan consortiumvorming en bredere (inter)nationale netwerken op dit onderzoeksterrein. Deze kleinere subsidies leveren een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit, transparantie, relevantie en repliceerbaarheid van het proefdieronderzoek.

Samenwerking met publieke en private belanghebbenden

Ook werkt ZonMw nauw samen met andere belanghebbenden. Zo is ZonMw onder andere partner in het SGF-programma Humane Meetmodellen. De Samenwerkende Gezondheidsfondsen (SGF) organiseerde dit programma samen met NWO, Topsector LSH (Life Sciences & Health) en ZonMw om zo gezamenlijk bij te dragen aan de ontwikkeling van proefdiervrije innovaties. ZonMw organiseert ook, samen met de industrie en het bedrijfsleven, vraaggestuurd onderzoek naar proefdiervrije innovaties in het programma Create2Solve. De vraagstukken van private partijen (challenges) werden samen met het programma MKMD geformuleerd tot een subsidieoproep. Kennisinstellingen (in samenwerking met een private partner (MKB)) konden een project voor een oplossing indienen. Inmiddels zijn er drie projecten geselecteerd die samen met de bedrijven hun concepten uitwerken. In een tweede ronde krijgen de beste projecten de gelegenheid hun voorstellen te ontwikkelen tot een proefdiervrije innovatie, in nauwe samenwerking met de betrokken private partijen.

De praktijk: de ontwikkeling van proefdiervrije innovaties is gaande

Voor de vele complexe gezondheids(zorg)onderzoeksvraagstukken zijn er momenteel nog geen geschikte of alles omvattende proefdiervrije modellen beschikbaar. Daarom zijn er momenteel vaak nog proefdieren nodig. Er zijn wel veelbelovende ontwikkelingen, zoals organen-op-een-chip,  zoals Emeritus hoogleraar Coenraad Hendriksen in zijn interview in TROUW bevestigt. Door verder te investeren in proefdiervrije wetenschappelijke innovaties werken we aan een toekomst waarin we met minder of helemaal geen proefdieren toe kunnen en toch veilige en werkzame geneesmiddelen kunnen ontwikkelen. Welke marges we als maatschappij willen hanteren voor veiligheid van producten en geneesmiddelen binnen deze ontwikkelingen, speelt daar ook een rol in, zoals Coenraad Hendriksen in zijn interview bevestigt.

Meer informatie

 

 

 

]]>
news-5262 Mon, 03 Feb 2020 14:20:11 +0100 Denk mee over onderzoek naar onderzoek en verantwoorde onderzoekspraktijken https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/denk-mee-over-onderzoek-naar-onderzoek-en-verantwoorde-onderzoekspraktijken/ Om de kwaliteit van wetenschap en wetenschappelijke kennis te verbeteren is kennis nodig over hoe het systeem en de verschillende culturen van de wetenschap werkt. Maar wat de oplossing kan zijn voor het ene wetenschapsgebied, hoeft niet te werken voor een ander onderzoeksveld. Daarom roepen ZonMw en NWO u op om mee te denken over wat er nodig is om de kwaliteit van het onderzoek binnen uw onderzoeksveld te verbeteren. Dit kunt u doen aan de hand van het position paper ‘Promoting Responsible Research Practices’. Een bijdrage leveren

Het position paper ‘Promoting Responsible Research Practices’ is te vinden op de website van ZonMw. Suggesties, al dan niet anoniem, kunt u indienen via het digitale formulier. U kunt tot 16 maart aanstaande uw bijdrage leveren.

De stand van zaken

Op 31 oktober vorig jaar presenteerde Joeri Tijdink het position paper ‘Promoting Responsible Research Practices’ tijdens de bijeenkomst van de onderzoeksprogramma’s Bevorderen van verantwoorde Onderzoekspraktijken en Replicatiestudies. In dit paper brengen Serge Horbach, Michèle B. Nuijten, Gareth O’Neill en Joeri Tijdink in kaart welke kennis er al is en welke onderzoeksthema’s tot nu toe onderbelicht zijn gebleven om verantwoord onderzoek te kunnen doen. ZonMw gaf de auteurs deze opdracht voor dit onderzoek zodat inzichtelijk wordt wat we gezamenlijk kunnen doen om de kwaliteit van onderzoek te verbeteren en te bouwen aan een robuust en veerkrachtig wetenschapssysteem.

Wetenschapsbreed onderzoek naar onderzoek

Tijdens de bijeenkomst hebben de deelnemers input gegeven op het paper. Dit waren vooral onderzoekers uit de bio-medische wetenschappen, de psychologie en sociale en geesteswetenschappen. Om een wetenschapsbreed beeld te krijgen van bestaand onderzoek en thema’s die nog niet voldoende zijn onderzocht, is de input van onderzoekers, projectleiders, medewerkers en bestuurders van onderzoeksinstellingen uit alle onderzoeksvelden nodig. Daarom organiseert ZonMw een consultatieronde om het position paper verder aan te scherpen en zoveel mogelijk lacunes in beeld te brengen.

Het vervolg

De auteurs zullen op basis van de bijdragen het overzicht van bestaande kennis en onderbelichte onderwerpen verder aanscherpen. Dit document zal de basis zijn voor nieuwe initiatieven in lijn met de onderzoeksprogramma’s Bevorderen van Verantwoorde Onderzoekspraktijken en Replicatiestudies.

Meer informatie

 

 

 

 

 

 

]]>
news-5257 Mon, 03 Feb 2020 09:23:19 +0100 9 miljoen euro voor fundamenteel onderzoek door interdisciplinaire onderzoeksteams in het medisch domein https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/9-miljoen-euro-voor-fundamenteel-onderzoek-door-interdisciplinaire-onderzoeksteams-in-het-medisch-do/ Binnenkort starten 12 onderzoeksprojecten met vernieuwende onderzoekslijnen en nieuwe samenwerkingsverbanden tussen verschillende onderzoeksgroepen in de eerste ronde van de ZonMw Open Competitie. Zij gaan onder andere aan de slag met het verbeteren van immuuntherapieën tegen kanker, de rol van genen bij verouderingsprocessen en angststoornissen en slapeloosheid. De projecten ontvangen gezamenlijk meer dan 9 miljoen euro vanuit deze eerste ronde van het programma ZonMw Open Competitie. Dit programma heeft als doel ruimte te creëren voor nieuwsgierigheidsgedreven (grensverleggende) wetenschap van excellente kwaliteit. De financiering stelt excellente onderzoeksgroepen in staat tot vernieuwing van hun onderzoekslijnen die bijdragen aan gezondheidsonderzoek. Een belangrijke eis is ook dat ze nieuwe samenwerkingen tot stand brengen tussen verschillende onderzoeksgroepen.

Drie van de 12 onderzoeksgroepen hebben binnen hun project ook financiering aangevraagd voor investeringen in infrastructuur zoals wetenschappelijk vernieuwende apparatuur. Vanaf 20 februari is het weer mogelijk financiering aan te vragen in het programma ZonMw Open Competitie.

Overzicht van de projecten

Projecten met investeringen in infrastructuur:

Biomechanical precision diagnostics in osteoarthritis

Projectteam: prof. dr. S.M.A. (Sita) Bierma-Zeinstra (Erasmus MC), prof. dr. J. (Jaap) Harlaar (TU Delft) en dr. E.H.G. (Edwin) Oei (Erasmus MC).

Revealing HIV hiding places: functional characterization of the HIV reservoir in CD32a+ T cells

Projectteam: prof. dr. B. (Ben) Berkhout (Amsterdam UMC Locatie AMC), dr. A.O. (Alexander) Pasternak en dr. J. (Jeroen) den Dunnen (Amsterdam UMC Locatie AMC))

TRIPLET: TaRgeted therapy and Imaging in experimental PLacEnTa insufficiency

Projectteam: prof. Dr. R.M. (Raymond) Schiffelers (UMC Utrecht), dr. A.T. (Titia) Lely (UMC Utrecht) en prof. dr. G.J. (Gustav) Strijkers (UMC Locatie AMC).

Overige projecten:

Defining H3K9 methylation regulatory pathways in monocyte and macrophage function in cardiovascular disease

Projectteam: prof. dr. M.P.J. (Menno) de Winther (UMC Locatie AMC) en prof. dr. M. (Michiel) Vermeulen (Radboud Universiteit Nijmegen).

Diaphragm protective mechanical ventilation in critically ill patients: the role of positive endexpiratory pressure

Projectteam: prof. dr. L.H. (Leo) Heunks (UMC Locatie VUmc), dr. J.T. (Tim) Marcus (UMC Locatie VUmc), prof. dr. H.G. (Henk) Granzier (University of Arizona, Tucson, AZ) en prof. dr. A.N. (Aart) Nederveen (UMC Locatie AMC).

Embryonic checkpoints - releasing the brakes on IVF

Projectteam: dr. D. (Derk) ten Berge (Erasmus MC), dr. N.C. (Nicolas) Rivron (Austrian Academy of Science) en dr. E.B. (Esther) Baart (Erasmus MC).

Exploring Bacterial Cytological Profiling to find novel antibiotic leads

Projectteam: prof. dr. L.W. (Leendert) Hamoen (Universiteit van Amsterdam) en dr. J.C.N. (Jerome) Collemare (Westerdijk Fungal Biodiversity Institute).

Molecular engineering of healthspan extension leveraging genetics of aging-resilient animals

Projectteam: prof. dr. E. (Eugene) Berezikov (Universitair Medische Centrum Groningen), prof. dr. E.A.A. (Ellen) Nollen en prof. dr. C.F. (Cor) Calkhoven (Universitair Medische Centrum Groningen).

Obesity during pregnancy: the role of the microbiome in maternal pregnancy and foetal complications

Projectteam: dr. M.M. (Marijke) Faas (Universitair Medische Centrum Groningen), dr. S. (Sam) Schoenmakers (Erasmus MC) en prof. dr. R.P.M. (Régine) Steegers-Theunissen (Erasmus MC).

Optimizing the design of dendritic cell vaccine immunotherapies

Projectteam: prof. dr. I.J.M.     (Jolanda) de Vries (Radboudumc), prof. dr. G. (Geert) van den Bogaart (Universiteit van Groningen), dr. S.I. (Sander) van Kasteren (Universiteit Leiden), dr. G. (Gerty) Schreibelt en dr. M. (Martijn) Verdoes (Radboudumc).

REAL-HEARING: Real life measurement of the influence of hearing loss and listening effort on stress systems

Projectteam: prof. dr. S.E. (Sophia) Kramer (UMC Locatie VUmc), dr. A.A. (Adriana) Zekveld (UMC Locatie VUmc) en prof. dr. J.C.N. (Eco) de Geus (Vrij Universiteit).

REMOVE: Resolving Emotional Memories Overnight

Projectteam: prof. dr. E.J.W. (Eus) van Someren (Nederlands Herseninstituut) en prof. dr. M. (Merel) Kindt (Universiteit van Amsterdam)

Meer informatie

 

 

]]>
news-5220 Mon, 27 Jan 2020 10:28:16 +0100 Gebruik organoïden-technologie voor Oncode-onderzoekers verzekerd door samenwerkingsovereenkomst met KNAW https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gebruik-organoiden-technologie-voor-oncode-onderzoekers-verzekerd-door-samenwerkingsovereenkomst-met/ Dankzij een overeenkomst tussen de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en Oncode Institute, komt de mini-organen (organoïden)-technologie beschikbaar voor alle ruim 800 kankeronderzoekers die zijn aangesloten bij Oncode. De KNAW trekt samen op met haar institutionele partner UMC Utrecht op het gebied van organoïden technologie. Door deze overeenkomst met Oncode is het voor het eerst mogelijk dat onderzoekers in Nederland een licentie krijgen om onderzoek met organoïden te doen.

Beheer licenties gebruik technologie

Het kweken en onderzoeken van organoïden is een door Oncode-onderzoeker Hans Clevers ontwikkelde technologie. Clevers is werkzaam bij onder andere het Hubrecht Instituut (KNAW) en het UMC Utrecht en is universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht. De KNAW beheert de licenties voor het gebruik van deze technologie samen met het UMC Utrecht. Voor de kwaliteit van kankeronderzoek is het een bijzondere stap dat onbeperkt onderzoek met organoïden nu mogelijk is voor academische doeleinden. Dankzij organoïden-onderzoek is het onder andere mogelijk om met beperkte hoeveelheden weefsel van patiënten op grote schaal de tumorgroei beter te analyseren, genetische instabiliteit te onderzoeken en nieuwe medicijncombinaties te testen. Kankeronderzoekers die niet zijn aangesloten bij Oncode en interesse hebben om deze technologie te gebruiken, worden verzocht contact op te nemen met KNAW.

Oncode Institute

Oncode Institute brengt meer dan 800 excellente fundamentele kankeronderzoekers van twaalf instituten in Nederland samen. De drie strategische pijlers van Oncode zijn excellente wetenschap, intensieve samenwerking en geïntegreerde valorisatie. Oncode wordt gefinancierd door KWF Kankerbestrijding het ministerie van Economische zaken en Klimaat, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Health~Holland, NWO en ZonMw met in totaal € 120 miljoen tot 2022. 

Meer informatie

]]>
news-5192 Tue, 21 Jan 2020 14:37:46 +0100 Nieuwe ronde ZonMw Open Competitie start op 20 februari 2020 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-ronde-zonmw-open-competitie-start-op-20-februari-2020/ De tweede ronde van het nieuwe programma ZonMw OpenCompetitie gaat 20 februari open in plaats van 23 januari. De deadline voor de eerste fase van projectideeën wordt 16 april 2020. De deadline voor het indienen van de uitgewerkte aanvragen (fase 2) verschuift ook, namelijk naar 15 september. De belangrijkste reden voor de aanpassingen in de planning is een inhoudelijke aanscherping van de subsidieoproep. Aanscherping subsidieoproep

Met de ervaring van de eerste ronde, willen we deze tweede ronde de subsidieoproep  aanscherpen, onder andere op gebied van kennisbenutting en participatie. Dat betekent dat aanvragers uit de eerste ronde die opnieuw willen indienen, hun aanvragen op een paar punten moeten aanpassen. Zij krijgen binnenkort te horen of hun project uit de eerste ronde van de ZonMw Open Competitie financiering zal ontvangen. Door het verschuiven van de data met vier weken krijgen aanvragers die geen financiering ontvangen uit de eerste ronde, ruimer de kans hun aanvraag aan te passen voor eventuele herindiening.

Vanaf 20 februari kunt u de informatie over de indiening en de nieuwe planning van de  tweede ronde van de ZonMw Open Competitie vinden op onze website.

ZonMw Open Competitie

Het programma ZonMw Open Competitie heeft als doel ruimte te creëren voor nieuwsgierigheidsgedreven (grensverleggende) fundamenteel wetenschap van excellente kwaliteit. De financiering stelt team science hoog in het vaandel en biedt excellente onderzoeksgroepen de gelegenheid tot vernieuwing van hun onderzoekslijnen die bijdragen aan gezondheidsonderzoek. Hierbij is een belangrijke eis  dat ze nieuwe, synergistische samenwerkingen tot stand brengen tussen onderzoeksgroepen van verschillende onderzoeksinstellingen.

Meer informatie

 

]]>
news-5138 Tue, 14 Jan 2020 10:52:21 +0100 Hoe kunnen we verantwoorde onderzoekspraktijken verankeren in de wetenschap? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/hoe-kunnen-we-verantwoorde-onderzoekspraktijken-verankeren-in-de-wetenschap/ Integriteit, kwaliteit en sociale impact zijn essentieel voor het bestaansrecht van wetenschap. Daarom stimuleren ZonMw en NWO al enkele jaren onderzoek naar het bevorderen van verantwoorde onderzoekspraktijken en replicatiestudies.  

Op 31 oktober 2019 maakten de betrokken onderzoekers gezamenlijk de balans op. De belangrijkste conclusie is dat er een actieve community is ontstaan die inzicht heeft gekregen in verschillende factoren die verantwoord onderzoek belemmeren. Nu is het tijd om met deze kennis oplossingen te bieden en die in de praktijk te brengen.

Gezond verstand en openheid

Wetenschap is een dynamisch en complex systeem van individuele onderzoekers, instituties en cultuur. Om drempels voor verantwoorde onderzoekspraktijken weg te nemen is dan ook niet een eenduidige oplossing te vinden, zoals dr. Guus Dix (CWTS) en dr. Fenneke Blom (VU Amsterdam) schetsten in hun presentaties. Beiden onderscheiden zij drie niveaus: het wetenschappelijk systeem als geheel (o.a. publicatiedruk en hypercompetitie), onderzoeksculturen (o.a. verkeerde rolmodellen en te kort aan training)  en de individuele onderzoekers (o.a. belangentegenstellingen en morele houding) . Als we de kwaliteit van onderzoek en de integriteit van onderzoekers en onderzoeksgroepen willen verbeteren, zijn er maatregelen nodig op deze drie niveaus.

Gedeelde verantwoordelijkheid

In de discussie na afloop van de presentaties gingen de deelnemers in op de knelpunten en mogelijke oplossingen. De belangrijkste conclusie hier was dat het bevorderen van kwaliteit van onderzoek en integriteit een gedeelde verantwoordelijkheid is. Kernwoorden waren o.a. opleiding en training, rolmodellen, voorbeelden in andere sectoren en een open cultuur. Er waren ook waarschuwingen: geef ruimte aan bottom-up initiatieven, pas op voor bureaucratisering en het creëren van een angstcultuur, en houd oog voor de verschillen tussen de wetenschappelijke domeinen en disciplines. En voorkom dat de discussie over verantwoorde onderzoekspraktijken beperkt blijft tot de bubbel van de onderzoekers van de programma’s Bevorderen van Verantwoorde Onderzoekspraktijken (BVO) en Replicatiestudies (RS).

Replicatie als belangrijke tool

Replicatieonderzoek is belangrijk voor de kwaliteit van onderzoek. Dat bleek o.a. uit de presentatie van prof. dr. Karina van Dalen-Oskam (UvA) waarin zij liet zien dat met de komst van digitale archieven het veel gemakkelijker is geworden om terug te gaan naar de bronnen en onderzoek te herhalen. Dr. ir. Joost de Winter (TUD) presenteerde zijn replicatie van een beroemd onderzoek van Amerikaanse hoogleraar Eckhard Hess uit 1960 naar de relatie tussen pupilgrootte en interesse in wat we zien. De Winter moest vaststellen dat de conclusie van Hess niet bevestigd kon worden. Deze en de andere projecten uit het programma Replicatiestudies bewijzen dat replicatie van onderzoek een belangrijke tool is om de kwaliteit van onderzoek en de robuustheid van onderzoeksresultaten vast te stellen.  

Meer ruimte voor onderzoek naar onderzoek

Veranderingsprocessen kosten tijd. Er is inmiddels een beweging op gang gekomen om de onderzoekspraktijken te verbeteren, mede door BVO en Replicatiestudies (RS). Om verantwoorde onderzoekspraktijken structureel te verankeren in de dagelijkse gang van zaken van wetenschappelijk onderzoek is nog veel meer nodig: o.a. de implementatie van de opgedane kennis en het betrekken van promovendi en postdocs bij de noodzakelijk vernieuwingsprocessen. En zoals beide programmavoorzitters prof. dr. Eduard Klasen (BVO) en prof. dr. Lex Bouter (RS) benadrukten: meer ruimte voor onderzoek naar onderzoek. Een eerste aanzet hiervoor is gedaan met het position paper ’Promoting Responsible Research Practices’. Deelnemers konden in de middag van 31 oktober hun input geven op dit paper. Later dit jaar zal ZonMw een consultatieronde organiseren om alle onderzoekers de kans te bieden op dit paper te reageren.

Meer informatie

 

]]>
news-5114 Thu, 09 Jan 2020 07:15:40 +0100 Deadlines subsidierondes NWO, ZonMw en NRO januari 2020 ongewijzigd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/deadlines-subsidierondes-nwo-zonmw-en-nro-januari-2020-ongewijzigd-1/ Diverse media (waaronder de Volkskrant van 7 januari) melden dat onderzoekers uitstel willen aanvragen voor het indienen van aanvragen voor diverse subsidierondes bij NWO, ZonMw en NRO die een deadline in januari 2020 hebben. De raad van bestuur van NWO heeft besloten de indieningsdeadline voor aanvragen in het NWO-Talentprogramma, Veni 2020 en het Comenius Teaching Fellows-programma te handhaven op donderdag 9 januari 2020, om 14.00 CE(S)T.

Bijlagen

De deadline voor het inleveren van de bij een aanvraag behorende inbeddingsgarantie en/of de overschrijdingsgarantie wordt voor alle aanvragers met een week verlengd, te weten tot donderdag 16 januari 2020, om 14.00 CE(S)T.

Bron: NWO

]]>
news-5108 Wed, 08 Jan 2020 13:27:36 +0100 16 startende wetenschapstalenten naar buitenlandse topinstituten met Rubicon https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/16-startende-wetenschapstalenten-naar-buitenlandse-topinstituten-met-rubicon-1/ 16 onlangs gepromoveerde onderzoekers gaan onderzoek doen aan buitenlandse onderzoeksinstellingen met een Rubicon-financiering van NWO. Het programma Rubicon is bedoeld om jonge, veelbelovende wetenschappers de mogelijkheid te geven internationale onderzoekservaring op te doen. Met een Rubicon-financiering kunnen wetenschappers tot 24 maanden onderzoek doen aan een buitenlandse onderzoeksinstelling. Ze onderzoeken onder andere de risico’s van een moeilijke jeugd in relatie tot gezondheidsproblemen op latere leeftijd, flexibele metamaterialen voor het energiebeheer in microrobots en hoe het geloof in gelijkheid de basis heeft gelegd voor onze moderne democratie.

Dit zijn de jonge onderzoekers in het domein Medische Wetenschappen die een Rubicon-beurs hebben ontvangen:

Goede bacteriën in gezonde neuzen

Dr. R (Rob) van Dalen (m), Universiteit Utrecht ‐> Duitsland, Eberhard‐Karls‐Universität Tübingen, Abteilung Infektionsbiologie, 24 maanden
Wanneer de verkeerde bacteriën in onze neus leven kunnen we last krijgen van luchtwegontstekingen en allergieën. Dit project onderzoekt hoe ons immuunsysteem de bacteriën in onze neus herkent en daarmee de slechte bacteriën aanpakt, maar de goede juist ondersteunt.

Puzzelen voor gevorderden: de genetische complexiteit van psychiatrische aandoeningen

Dr. M. (Marieke) Klein (v), Donders Institute en Radboudumc, Radboud Universiteit -> VS, University of California San Diego, Department of Psychiatry, 24 maanden
DNA-mutaties hebben vaak ernstige gevolgen en toch vinden er miljoenen veranderingen plaats zonder ogenschijnlijke consequenties. Gecombineerd vormen ze een sleutel voor de ontwikkeling van psychiatrische aandoeningen. De onderzoeker ontwikkelt nieuwe analysemethoden om het samenspel van deze genetische varianten te onderzoeken.

Beta-pods voor de behandeling van type 1 diabetes

Dr. S.G. (Sami) Mohammed (m), Radboudumc -> VS, Joslin Diabetes Center, Islet Cell and Regenerative Biology section, 18 maanden
Beta-pods zijn implantaten speciaal gemaakt om insuline producerende bètacellen te transplanteren voor type 1 diabetes. Het doel van dit project is om de effectiviteit van de beta-pod te onderzoeken op het in evenwicht houden van bloedsuikerwaardes in een preklinische studie.

Alle remmen los tegen kanker

Dr. J.G.C. (Janneke) Peeters (v), UMC Utrecht -> VS, University of California, Berkeley, Molecular and Cellular Biology Department, 24 maanden
Neuroblastoom is een zeer dodelijke vorm van kinderkanker omdat ons afweersysteem de tumor niet kan aanvallen. De onderzoeker gaat bestuderen hoe cellen die het afweersysteem remmen, bijdragen aan neuroblastoom en probeert mechanismen te vinden om deze cellen uit te schakelen.

Acute leukemie behandeling: tweesnijdend zwaard

Dr. J. (Jurjen) Versluis (m), Erasmus Medical Center Cancer Institute -> VS, Harvard Medical School – Dana-Farber Cancer Institute, Department of Hemato-Oncology, 12 maanden
Een toegespitste benadering voor de behandeling van de individuele oudere patiënt met acute myeloïde leukemie is dringend nodig. De onderzoeker gaat een innovatief complex risico model ontwikkelen om artsen en patiënten beter te informeren over behandelingskeuzes.

Meer informatie

Bron: NWO

]]>
news-5065 Thu, 19 Dec 2019 09:10:00 +0100 Drie projectgroepen nemen de uitdagingen aan van de industrie om proefdiervrije innovaties te ontwikkelen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/drie-projectgroepen-nemen-de-uitdagingen-aan-van-de-industrie-om-proefdiervrije-innovaties-te-ontwik/ De eerste fase van het programma Create2Solve kan van start gaan met de drie voorstellen die ZonMw selecteerde om proefdiervrije innovaties te ontwikkelen voor industrie en onderzoek. De onderzoeksgroepen gaan ‘proof-of-concept’ projecten ontwikkelen voor twee Challenges, geformuleerd door bedrijven uit de chemische, farmaceutische en voedingsindustrie. De projectgroepen krijgen maximum 7 maanden de tijd om hun project uit te voeren. In het najaar van 2020 beoordeelt ZonMw deze projecten en zal beslissen welke uitgewerkt kunnen worden in fase 2. Geselecteerde projecten

In juli van dit jaar publiceerde ZonMw de twee geselecteerde Challenges van consortia van bedrijven. Uit de ingezonden voorstellen hiervoor selecteerde ZonMw er drie. Deze onderzoeksgroepen ontvangen ieder maximaal 100.000 euro; dat is exclusief de in kind bijdrages van industrie en/of eigen instelling. De onderzoeksgroepen gaan aan de slag om proof-of-concept projecten te ontwikkelen voor deze Challenges. Dit zijn de projecten:

Challenge 1: Better in-vitro Dosing (BID):

  • Better In-Vitro Dosing (BID): Framework and technology development for improving the quality of in vitro data
    Projectleider dr. Nynke (N.I.) Kramer (Universiteit Utrecht, Institute for Risk Assessment Sciences)

Challenge 2: Need for human mini -brains as screening tools to assess efficacy of pharmacological or nutritional agents for neurological disorders characterized by white matter issues:

  • 3D Screening Platform for White Matter defects
    Projectleider dr. Vivi (V.M.) Heine (Amsterdam UMC - locatie VUmc)
  • An animal-free human 3D cortical network platform for screening myelination and inflammation phenotypes. 3D Myelination & Inflammation Cortical network platform (3D MICro-brains)
    Projectleider dr. Femke (F.M.S.) de Vrij (Erasmus MC)

Voortgang van de projecten

De projectgroepen krijgen ondersteuning van de betrokken bedrijven om afstemming tussen de vraag van de industrie en het te ontwikkelen ‘proof-of-concept’ project te waarborgen. Ook de Create2Solve commissie zal een actieve rol spelen bij de begeleiding van de projecten. Zij zullen de projecten bezoeken in het voorjaar van 2020.

Vervolg

In het najaar van 2020 zal ZonMw maximaal één project per Challenge selecteren. In deze tweede fase van Create2Solve zullen de geselecteerde ‘proof-of-concept’ projecten hun proefdiervrije innovatie verder ontwikkelen, valideren of uitbouwen tot een prototype. De duur van deze onderzoeksprojecten is maximaal 5 jaar.

Create2Solve: vraaggestuurde proefdiervrije innovaties

Met Create2Solve  ondersteunt ZonMw de ontwikkeling van impactvolle, proefdiervrije innovaties die moeten leiden tot verkoopbare methoden, modellen en/of diensten. De financiering voor Create2Solve is afkomstig van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Stichting Proefdiervrij. Create2Solve is een initiatief van het ZonMw-programma Meer Kennis met Minder Dieren.

Samenvattingen van de projecten

Better In-Vitro Dosing (BID): Framework and technology development for improving the quality of in vitro data
Projectleider dr. Nynke (N.I.) Kramer (University Utrecht, Institute for Risk Assessment Sciences)

Om dierproeven te verminderen, worden in vitro celsystemen ingezet om de toxische dosis van een test stof vast te stellen. Normaal wordt de nominale concentratie (de hoeveelheid toegevoegde stof gedeeld door het volume medium) gebruikt om concentratie-effect relaties vast te stellen. Dit leidt echter tot slechte voorspellingen van de toxische dosis in dier en mens van vluchtige, lipofiele en instabiele stoffen omdat maar een kleine fractie van deze stoffen bij de cellen komen. Om verdamping, afbraak en binding aan plastic and plasma eiwitten in vitro van deze stoffen onder controle te houden, willen we in dit project gebruik maken van gesloten glazen potjes en welplaten die gedoseerd worden middels een polymer (genaamd partition-controlled dosing). We hebben een beslisboom ontwikkeld die aanduidt onder welke omstandigheden het verstandig is om deze technieken te gebruiken.

3D Screening Platform for White Matter defects
Projectleider dr. Vivi (V.M.) Heine (Amsterdam UMC - location VUmc)

Veel neurologische aandoeningen vertonen afwijkingen in de witte stof, waaronder multiple sclerose, schizofrenie en de ziekte van Huntington. Witte stof wordt gekenmerkt door myeline. Echter, veel andere cellulaire structuren, waaronder oligodendrocyten, astrocyten, microglia en neuronen, dragen bij aan de ontwikkeling en instandhouding van een gezonde witte stof. Terwijl veel onderzoek in proefdieren worden gedaan, representeren deze niet de cellulaire diversiteit en de grote hoeveelheid witte stof in de humane hersenen. We hebben dus een humaan modelsysteem nodig dat kwantitatief is en verschillende neuronale en glia structuren representeert. Recente ontwikkelingen op het gebied van stamcellen, zoals geïnduceerde pluripotente stamceltechnologie (iPSC) en organoïde culturen, bieden nieuwe hulpmiddelen. Hier willen we een organo-on-a-chip platform creëren die de verschillende cellulaire structuren in een fysiologische micro-omgeving representeren. Als dit lukt, bieden deze platforms krachtige preklinische hulpmiddelen om ziektemechanismen te bestuderen en om targets te identificeren die essentieel zijn voor het herstel van de witte stof.

An animal-free human 3D cortical network platform for screening myelination and inflammation phenotypes. 3D Myelination & Inflammation Cortical network platform (3D MICro-brains)
Projectleider dr. Femke (F.M.S.) de Vrij (Erasmus MC)

Recente ontwikkelingen in geïnduceerde pluripotente stamcel (iPSC) technologie maken het mogelijk om celtype-specifieke humane celkweekmodellen te implementeren voor onderzoek en medicijnontwikkeling. In dit project ontwikkelen onderzoekers een 3D-model met menselijke hersencellen die de complexe structuur van de hersenen in vroege ontwikkeling nabootsen. De onderzoekers werken samen met een bedrijf dat synthetische materialen toevoegt om de 3D formatie van netwerkstructuren te ondersteunen. Deze micro-hersenen (3D MICro-brains) brengen het modeleren van de frontale cortex in vroege ontwikkeling terug tot de essentie in een formaat van letterlijk een miljoenste van het normale hersenvolume. Het platform bevat alle relevante hersenceltypen: functionele neuronen en glia in gelaagde radiale structuren, inclusief astrocyten, myeline-producerende cellen (oligodendrocyten) en cellen die een cruciale rol spelen bij ontstekingsprocessen in de hersenen (microglia). Door de reproduceerbaarheid en schaal van dit geavanceerde diervrije model zal het platform zich bij uitstek lenen voor geautomatiseerde toepassingen in medicijnontwikkeling en onderzoek met menselijke hersencellen.

Meer informatie

]]>
news-4885 Tue, 19 Nov 2019 12:30:00 +0100 Remco Westerink krijgt prijs voor proefdiervrije testen op menselijk minibrein https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/remco-westerink-krijgt-prijs-voor-proefdiervrije-testen-op-menselijk-minibrein/ Toxicoloog Remco Westerink, hoofd van de onderzoeksgroep Neurotoxicologie van de Universiteit Utrecht krijgt de Willy van Heumenprijs 2019. Hij ontvangt die van het Stimuleringsfonds Alternatieven voor Proefdieren voor het ontwikkelen van neurotoxicologische testen met het menselijk brein. Westerink gebruikt menselijke hersencellen, afkomstig uit stamcellen, en geen proefdieren. De prijs bestaat uit een bedrag van 15.000 euro. Op donderdag 28 november neemt Westerink die in ontvangst tijdens het congres Transitie Proefdiervrije Innovaties in Utrecht. Remco Westerink en zijn collega’s hebben een methode ontwikkeld waarmee ze menselijke hersencellen op printplatenkweken om zo veranderingen in hersenactiviteit te meten. Westerink: “We gebruiken menselijke stamcellen die zich kunnen ontwikkelen tot een soort minibreintjes.” Om deze dure hersencellen te verkrijgen, werkt de Universiteit Utrecht samen met verschillende celleveranciers die de stamcellen omzetten tot hersencellen.

Robuust

Westerink krijgt de Willy van Heumenprijs omdat hij en zijn collega’s deze celmodellen geschikt maken voor allerlei neurotoxiciteit testen die geheel proefdiervrij zijn. In een petrischaaltje proberen de Utrechtse wetenschappers de verhouding van die celtypen zo in te richten dat het op een echt brein lijkt. De gevormde minibreintjes worden ongeveer een maand in leven gehouden en bewust zo simpel als mogelijk samengesteld. Westerink: “Je wilt een modelsysteem dat robuust en simpel is, maar toch complex genoeg om op het echte brein te lijken. De reproduceerbaarheid wordt daarmee verbeterd, zonder dat de voorspellende waarde van de test afneemt.”

Veranderen

Het onderzoek  met de celmodellen is bijzonder. Er wordt redelijk veel onderzoek gedaan naar schade aan de hersenen door celdood, stelt Westerink. Maar nog te weinig naar wat er daarvóór gebeurt: “Lang voordat een cel dood gaat, kan er al schade zijn aangericht aan een cel, of heeft de cel zich zo aangepast dat die anders is gaan functioneren.” Zijn in vitro onderzoek -in het laboratorium- naar potentiële neurotoxische effecten moet helder maken wat er in deze vroege fase gebeurt, waarin de hersencel aan het veranderen is. De Universiteit Utrecht onderzoekt hoe deze verandering door schadelijke stoffen wordt versneld. Dit speelt onder meer een rol bij het ontstaan van de ouderdomsziekten zoals de ziekte van Parkinson of Alzheimer, maar ook bij ontwikkelingsaandoeningen zoals ADHD.

PFAS

De Universiteit Utrecht ontwikkelt niet alleen nieuwe testen, maar doet ook concreet onderzoek naar mogelijke schadelijke stoffen, zoals PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen). Westerink: “Die stoffen zijn berucht omdat ze zich in het milieu kunnen ophopen.” PFAS zitten bijvoorbeeld in de bodem, in rivieren en in het grondwater. Momenteel liggen veel bouwprojecten in Nederland stil vanwege de aanwezigheid van PFAS in de bodem. Maar de risicogrenzen voor PFAS zouden wel eens te streng kunnen zijn, stelt Westerink: “Het probleem is dat die voor een groot deel zijn vastgesteld op basis van studies met dierproeven en natuurlijk niet op basis van mensproeven.” De Universiteit Utrecht testte twee stoffen uit deze groep, PFOS en PFOA, op menselijke hersencellen. Westerink: “Wij hebben gekeken naar de effecten ervan op specifieke receptoren op hersencellen en onderzocht of ze de functie van die hersencellen kunnen beïnvloeden. We bestudeerden ook wat de stoffen doen op de minibreintjes en keken of het netwerk blijft doen wat het moet doen. Toen bleek dat PFOS en PFOA in een netwerk van hersencellen minder schadelijk zijn dan gedacht.” Dat komt omdat zo’n netwerkje van hersencellen zichzelf een beetje blijkt te kunnen bijstellen”, zegt Westerink. “Als je aan de ene kant een beetje duwt, zal er aan de andere kant een mechanisme ontstaan dat een beetje trekt en zo blijft er toch enigszins een evenwicht bestaan. Het netwerkje reageert op een blootstelling en kan daarvoor compenseren. Dat betekent dat als je onderzoek naar PFAS en PFOAS zou doen op losse cellen die niet in een netwerk zitten, er uit kan komen dat die stoffen schadelijker lijken dan ze in werkelijkheid zijn.”

Drugs

De Universiteit Utrecht onderzocht tevens de schade die drugs als MDMA (het actieve bestanddeel van XTC) en nieuwe MDMA-varianten aanrichten aan het brein. En ze vonden iets opmerkelijks. Westerink: “Eén stof, methoxetamine, bleek in de drugstest in het rattenbreintje 50 tot 100 maal gevoeliger dan in het mensenbrein. Dat betekent dat als je je enkel baseert op een dierproef, je in dit geval het risico aan het overschatten bent. Maar andersom kan ook, dat je met dierproeven het risico aan het onderschatten bent. En je stoffen op de markt toelaat die misschien wel gevaarlijker zijn voor de mens dan je op basis van een dierproef zou verwachten.”

Lachgas

Westerink wil daarom ook graag méér onderzoek naar drugs doen. “Om te kijken of we blijvende verandering vinden. Mensen denken vaak over XTC: ‘Eén pilletje kan niet zo veel kwaad.’ Maar veel jongeren gebruiken het in de puberteit, als de hersenen nog in ontwikkeling zijn. Het valt te betwijfelen of het wel zo onschadelijk is. Voor alcohol waarschuwen we uitgebreid, en terecht. Maar over drugs denken we soms te gemakkelijk.” Hetzelfde geldt voor het momenteel zo populaire lachgas, zegt Westerink: ‘Daarover denken ze ook: ‘De stof werkt bij inhaleren via een ballonnetje maar heel eventjes.’ Misschien heb je inderdaad slechts vijf minuten effect van dat ballonnetje, maar heb je er vijf jaar later wel nog last van omdat de hersenontwikkeling net iets anders is verlopen. We weten het nog niet. Dat zouden we dus moeten onderzoeken.”

Barrière

De Utrechtse wetenschappers kijken niet alleen naar het samenspel van de hersencellen in het netwerk maar ook naar hoe stoffen daarin terecht komen, licht Remco Westerink toe: “In een echt lichaam zit niet alleen een brein maar er hoort ook een blootstellingsroute bij. Bijvoorbeeld door inname van medicijnen of inhaleren van luchtvervuiling. Dat betekent dat je die blootstellingsroutes, ‘neus-longen’ en ‘mond-maag-darmstelsel’, ook mee moet nemen in je testjes.” Dat gebeurt als volgt, aldus Westerink: ”We proberen verschillende modelsystemen aan elkaar te koppelen. De long en de darm zijn eigenlijk een barrière om te voorkomen dat een schadelijke stof in het lichaam komt. We testen een stof eerst in bijvoorbeeld een darm- of longmodel en kijken of die stof wordt opgenomen en of die daar lokaal schade geeft. Diezelfde barrière hebben we ook in een petrischaaltje. We testen dan eerst of een teststof door die barrière komt, én of de teststof daardoor verandert. Vervolgens verzamelen we de stoffen die door de barrière zijn gekomen, en stellen dan de minibreintjes hieraan bloot. Op die manier krijg je, zonder proefdieren, een veel betere voorspelling van de werkelijkheid.”

Efficiënt

De ontwikkelde neurotoxiciteitstest is erg efficiënt. Op één plaat zitten 48 of 96 kleine schaaltjes met hersencellen die tegelijkertijd worden getest. Desalniettemin zijn er nog wel belemmeringen voor toepassing op grote schaal, licht Westerink toe. Het draagvlak voor het onderzoek met de menselijke hersencellen op petrischaaltjes is helaas nog niet zo groot: “Deels door gebrek aan acceptatie van nieuwe modelsystemen. We willen dat nieuwe tests 100% voorspellend zijn, maar dat zijn ze waarschijnlijk nog niet. We zijn daarom geneigd dierproeven betrouwbaarder te vinden, ook al weten we daarvan zeker dat ze niet 100% voorspellend zijn”, zegt Westerink. “Verder is ons onderzoek nu nog erg kostbaar. Één dag testen in het laboratorium kan duizenden euro’s kosten. Onderzoek met proefdieren is nu vaak nog veel goedkoper. Dus wordt dat nog steeds veel gedaan. En dat is jammer.”

Meer informatie

  • Remco Westerink ontvangt de Willy van Heumenprijs op donderdag 28 november 2019, Leuvenlaan 4, Science Park Utrecht, 12.30 uur. Voor meer informatie of een interview met Westerink, kunt u contact opnemen met Josien Jacobs (UU) 06 38 16 9774 of Erica van Oort, secretaris Willy van Heumenfonds 070 349 5326.
  • Nieuwsbericht op website Universiteit Utrecht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

]]>
news-4657 Mon, 07 Oct 2019 14:00:00 +0200 ZonMw Veni-ronde: uitstel deadline indienen uitgewerkte aanvraag https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/zonmw-veni-ronde-uitstel-deadline-indienen-uitgewerkte-aanvraag/ Door verschillende oorzaken zijn wij genoodzaakt twee deadlines voor de lopende Veni-ronde met één maand uit te stellen. Het gaat om de deadline voor het informeren van de ZonMw-aanvragers over het voorgenomen besluit van hun Veni-vooraanmeldingen en de deadline voor het indienen van een uitgewerkte aanvraag. De periode om een uitgewerkte aanvraag te schrijven blijft hierdoor hetzelfde, namelijk 8 weken. Ook de deadline voor het definitieve besluit over de uitgewerkte aanvragen blijft gelijk.

Nieuwe deadlines

De aangepaste planning ziet er als volgt uit:

  • Voorgenomen besluit vooraanmelding: uiterlijk 15 november 2019 (i.p.v. oktober).
  • Schriftelijke reactietermijn bij een negatief besluit: 1 week na voorgenomen besluit.
  • Deadline indienen uitgewerkte aanvraag: 11 februari 2020, 14.00 uur MET (i.p.v. 9 januari).
  • Datum besluit uitgewerkte aanvraag (blijft hetzelfde): medio juli 2020.

Alleen van toepassing bij ZonMw

De nieuwe planning geldt alleen voor aanvragen die zijn ingediend bij ZonMw en niet voor aanvragen die zijn ingediend bij de domeinen van NWO (Sociale en Geesteswetenschappen (SGW), Exacte en Natuurwetenschappen (ENW) en Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW).

Aanleiding voor het uitstellen van de deadlines

Dit jaar zijn er veel meer Veni-aanvragen ingediend bij ZonMw dan voorgaande jaren, namelijk een derde meer. Daarnaast hebben we te maken met een forse aanpassing in het werkproces door twee vernieuwingen, namelijk de pilot vooraanmelding én de invoering van het nieuwe ICT-systeem (MijnZonMw). Dit zorgt voor extra werkzaamheden.

Dit betekent dat er in de oorspronkelijke planning te weinig tijd is om op een correcte en zorgvuldige manier de fase van vooraanmelding uit te voeren. Daarom hebben we de deadline voor het toezenden van het voorgenomen besluit aan de aanvragers met een maand uitgesteld. Om de voorbereidingstijd voor de Veni-aanvragers voor het indienen van een uitgewerkte aanvraag gelijk te houden, verlengen we ook de deadline van indiening met een maand. We hebben deze maatregelen genomen omdat we een correct en zorgvuldig beoordelingsproces willen waarborgen waarbij de kansen voor alle aanvragers gelijk zijn.

Meer informatie

Contactpersonen:

  • Guillaume Macor
  • Hesham Alghiwi
  • Rosan Rongen
  • E-mail: Veni@zonmw.nl
  • Telefoon: +31 (0)70 349 5468
]]>
news-4362 Tue, 23 Jul 2019 08:40:18 +0200 Create2Solve: challenges van bedrijven zijn bekend, subsidieoproep voor fase 1 staat open https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/create2solve-challenges-van-bedrijven-zijn-bekend-subsidieoproep-voor-fase-1-staat-open/ ZonMw heeft twee challenges geselecteerd voor de ‘proof of concept’-projecten van Create2Solve. Met Create2Solve stelt ZonMw binnen het programma Meer Kennis met Minder Dieren financiering beschikbaar aan onderzoeksorganisaties en ’KMO’s voor het ontwikkelen van proefdiervrije innovaties. Deze subsidieoproep voor vraaggestuurde innovaties staat vanaf vandaag open voor voorstellen. ZonMw organiseert op 22 augustus een webinar voor geïnteresseerden die meer willen weten over de subsidieoproep en de challenges. Create2Solve Challenges

Er zijn twee challenges geselecteerd die zijn geformuleerd door de chemie- en voedingsindustrie.

  1. Better in-vitro Dosing (BID): Framework and technology development for improving the quality of in vitro data. Bedrijven: Shell, Sabic and LyondellBasell
  2. Need for human mini -brains as screening tools to assess efficacy of pharmacological or nutritional agents for neurological disorders characterized by white matter issues.  Bedrijven: Nutricia en Danone  Charles River.

Webinar Challenges Create2Solve

Heeft u vragen die u graag wilt stellen aan de bedrijven die Challenge 1 of Challenge 2 hebben opgesteld? Dat kan! Op 22 Augustus organiseert ZonMw een webinar. Vertegenwoordigers van beide Challenges zullen hun challenge presenteren en live uw vragen beantwoorden. Wilt u vragen stellen over de procedure en voorwaarden van deze oproep? Ook dat is mogelijk. ZonMw zal hierover een presentatie geven waarbij u dan uiteraard ook live vragen kan stellen. Aanmelden voor de webinar kan door een e-mail te sturen naar mkmd@zonmw.nl.

Meer informatie

]]>
news-4357 Mon, 22 Jul 2019 09:52:58 +0200 16 startende wetenschapstalenten naar buitenlandse topinstituten met Rubicon https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/16-startende-wetenschapstalenten-naar-buitenlandse-topinstituten-met-rubicon/ 16 onlangs gepromoveerde onderzoekers gaan onderzoek doen aan buitenlandse onderzoeksinstellingen met een Rubicon-financiering van NWO. Het programma Rubicon is bedoeld om jonge, veelbelovende wetenschappers de mogelijkheid te geven internationale onderzoekservaring op te doen. Met een Rubicon-financiering kunnen wetenschappers tot 24 maanden onderzoek doen aan een buitenlandse onderzoeksinstelling. De hoogte van de financiering is afhankelijk van de gekozen bestemming en de duur van het verblijf. Per jaar kan NWO zo'n 60 jonge onderzoekers financieren binnen Rubicon (voor een totaalbedrag van zeven miljoen euro, verdeeld over drie ronden).

Ze onderzoeken onder andere de risico’s van een moeilijke jeugd in relatie tot gezondheidsproblemen op latere leeftijd, flexibele metamaterialen voor het energiebeheer in microrobots en hoe het geloof in gelijkheid de basis heeft gelegd voor onze moderne democratie.

Meer informatie

Bron: NWO

 

 

 

 

 

]]>
news-4332 Tue, 16 Jul 2019 13:10:51 +0200 NWO-Veni van 250.000 euro voor 166 onderzoekers https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nwo-veni-van-250000-euro-voor-166-onderzoekers/ NWO heeft 166 veelbelovende jonge wetenschappers een Veni-financiering van maximaal 250.000 euro toegekend, 24 daarvan vallen onder het ZonMw werkterrein. Hiermee kunnen de laureaten gedurende drie jaar hun eigen onderzoeksideeën verder ontwikkelen.
De Veni-laureaten gaan onder andere onderzoek doen naar de mogelijkheden van een spraak-prothese die hersenactiviteit direct vertaalt naar verstaanbare spraak, de wijze waarop bliksem zich in de atmosfeer ontwikkelt, het gebruik van 3D printtechniek om complexe weefselverbindingen te reconstrueren, de vraag hoe hersenen van moeder en kind synchroniseren en hoe deze synchronisatie verstoord kan raken en het geheim achter hoe hoogbejaarden nadelige gezondheidseffecten van bloedkanker voorkomen.

De Veni wordt jaarlijks door NWO toegekend. In totaal dienden in deze Veni-ronde 1151 onderzoekers een ontvankelijk onderzoeksvoorstel in voor financiering. Daarvan zijn er nu 166 gehonoreerd. Dat komt neer op een honoreringspercentage van 14%. De aanvragen werden door middel van peer review beoordeeld door externe deskundigen uit de betreffende vakgebieden. Met deze Veni-ronde is een totaalbedrag van 41,5 miljoen euro gemoeid.

Meer informatie

Bron: NWO

]]>
news-4330 Tue, 16 Jul 2019 12:50:46 +0200 Onderzoeksevaluatie: wat is het effect van de huidige financieringspraktijk in Nederland? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onderzoeksevaluatie-wat-is-het-effect-van-de-huidige-financieringspraktijk-in-nederland/ ZonMw heeft recent de workshop ‘Onderzoeksevaluatie: wat is het effect van de huidige financieringspraktijk in Nederland?' georganiseerd. Deze workshop was een resultaat van het onderzoeksproject ‘Follow the Money’, dat werd gefinancierd als onderdeel van het Onderzoeksprogramma Bevorderen van Verantwoorde Onderzoekspraktijken. Een publiek van ongeveer dertig onderzoekers en financiers, afkomstig uit allerlei verschillende vakgebieden en instellingen, besprak de voor- en nadelen van de bestaande financieringspraktijken en kwam met ideeën ter verbetering. Te veel laag-risico- en top-down-wetenschap

Projectleider Gerben ter Riet van UMC Amsterdam en Hogeschool van Amsterdam leidde de workshop in. Hierna presenteerde Stepahanie Meirmans (postdoctoraal onderzoeker UMC Amsterdam) resultaten over hoe concurrende onderzoeksfinanciering de wetenschappelijke praktijk beïnvloedt en wat de ervaringen van wetenschappers hierbij zijn. Ze had veertien interviews en twaalf groepssessies gehouden met onderzoekers uit de geesteswetenschappen, natuur- en biomedische wetenschappen in Nederland en Zwitserland. Hieruit bleek dat de wetenschappers vooral, maar zeker niet uitsluitend, negatief waren in hun beoordeling. Wetenschappers waarschuwden voor gevaren zoals een te strakke planning en bureaucratie in het onderzoek, te veel laag-risico- en top-down-wetenschap en onrealistische verwachtingen die tot onbedoelde neveneffecten leiden. De verwachtingen en waarden van onderzoekers en financiers kunnen in de praktijk dusdanig uiteenlopen dat de onderzoekers hun motivatie kwijtraken. Opvallend genoeg bleken de wetenschappers in Zwitserland veel positiever dan hun Nederlandse collega’s over hun situatie en hun relatie met financiers van wetenschappelijk onderzoek.

Andere ervaringen van wetenschappers in verschillende landen

Een aantal workshopdeelnemers voegde extra perspectieven toe aan de perceptie van de wetenschappers. Barend van der Meulen van het Rathenau Instituut vond het opmerkelijk dat de ervaringen van wetenschappers in de twee landen zo verschillend waren, gezien de grote overeenkomsten tussen het Nederlandse en Zwitserse wetenschapssysteem op macroniveau. Zijn hypothese was dat vooral de relatie tussen wetenschappers en hun financiers een belangrijk verschil vormt. De in Zwitserland werkzame wetenschappers hadden het gevoel dat het hún onderzoek was, in tegenstelling tot de wetenschappers in Nederland, die een gevoel van afstand en consumentisme ervoeren. Pieter Huistra van de Universiteit Utrecht, de andere postdoc in het project, wees er in zijn bijdrage over de geschiedenis van onderzoeksfinanciering   op dat wetenschappers al veel langer terughoudend zijn ten opzichte van hun financiers, maar dat deze terughoudendheid de laatste tijd wellicht groter is geworden door een toename van de macht en het belang van financiers.

Concurrentie tegenover samenwerking

Sonja Jerak-Zuiderent (UMC Amsterdam) voegde een antropologisch perspectief toe aan de discussie. Zij doet etnografisch onderzoek naar de wetenschappelijke praktijk, om erachter te komen wat ‘het bedrijven van goede wetenschap’ wil zeggen in het dagelijkse werk van onderzoekers. De belangrijkste conclusie van Jerak-Zuiderent was dat onze neiging om de wetenschap te bekijken vanuit het oogpunt van concurrentie wordt tegengesproken door een groot deel van de samenwerking tussen wetenschappers. Die neiging is dan ook minstens gedeeltelijk misplaatst. De noodzaak om verder te denken dan de concurrentie werd ook veel gehoord in het tweede deel van de workshop. Dat deel was gewijd aan constructieve veranderingen in het financieringssysteem.

Onderzoeksevaluatie verdelen tussen financiers en onderzoekers

Op basis van haar interviewmateriaal gaf Meirmans een aantal suggesties voor het bevorderen van goede wetenschap, wetenschappers en evaluatiepraktijken. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan meer aandacht voor langetermijndoelstellingen die verder gaan dan economische doelstellingen, bottom-up-wetenschap, meer tijd en ruimte voor wetenschappers om dingen uit te proberen zonder prestatiedruk, minder evaluaties en meer zorg bij het doen van deze dingen. Vanuit zijn eigen ervaring voegde Jeroen Geurts van ZonMw de behoefte aan meer diverse vormen van evaluatie toe. Hij deelde zijn droom voor onderzoeksfinanciering die de wetenschap zou moeten bevorderen in de vorm van bottom-up interdisciplinaire ‘netwerken van netwerken’. Dat leverde een zeer vruchtbare discussie op. Gerd Folkers van de Zwitserse Wetenschapsraad (SWR) gaf een kijkje in de voor- en nadelen van het Zwitserse financieringssysteem en illustreerde enkele elementen waardoor dit systeem zo succesvol is: een financiering met hoge risico's en hoge potentiële opbrengst, een mix van financieringsinstrumenten, een zekere mate van scepsis ten opzichte van evaluatoren en een vaste overtuiging dat de financiering moet worden vormgegeven ‘met de onderzoekers en voor de onderzoekers’. Hieruit trok Herman Paul van de Universiteit Leiden, voorzitter en projectleider van de workshop, de conclusie dat de weg voorwaarts voor onderzoeksevaluatie gedeeld moet worden door financiers en onderzoekers.

Meer informatie

Auteur: dr. Pieter Huistra, departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

]]>
news-4146 Tue, 04 Jun 2019 14:26:14 +0200 Subsidieoproep: Hestia - Impuls voor Vluchtelingen in de Wetenschap https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-hestia-impuls-voor-vluchtelingen-in-de-wetenschap/ Het pilotprogramma ‘Vluchtelingen in de Wetenschap’ dat in 2018 voor het eerst plaatsvond, krijgt in 2019 en in 2020 een vervolg onder de naam Hestia – Impuls voor Vluchtelingen in de Wetenschap. Op 4 juni zal NWO de nieuwe subsidieoproep voor 2019 openen. Met het programma Hestia – Impuls voor Vluchtelingen in de Wetenschap maakt NWO financiering mogelijk van een aanstelling voor academici die uit hun vaderland gevlucht zijn en in Nederland hun wetenschappelijke carrière willen voortzetten. Ze moeten op datum van indiening een masterdiploma hebben of reeds gepromoveerd zijn en daarnaast in het bezit zijn van een vluchtelingenstatus in Nederland. De pilot is ontwikkeld in samenspraak met De Jonge Akademie, de KNAW en Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF.

  • De deadline voor de subsidieoproep is 10 september 2019. 
  • Tijdens de informatiebijeenkomst op 3 juli wordt meer informatie gegeven over de call.

Lees meer over de subsidieoproep en de informatiebijeenkomst op de website van NWO.

]]>
news-4143 Tue, 04 Jun 2019 09:46:01 +0200 Geautomatiseerde tools om de waarde van onderzoek te waarborgen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/geautomatiseerde-tools-om-de-waarde-van-onderzoek-te-waarborgen/ Door de recente ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie en automatisering gaan onderzoeksomgevingen naar verwachting drastisch veranderen. Dr. Gerben ter Riet en dr. Mario Malički kregen van ZonMw de opdracht gekregen om geautomatiseerde tools te zoeken die de workflow van financiers kunnen verbeteren en financiers kunnen ondersteunen bij het waarborgen van de waarde van onderzoek en het stimuleren van open science en onderzoeksinnovatie. De resultaten van hun onderzoek zijn gepubliceerd in het verslag ‘Possible uses of automation technology for optimizing funder’s workflow’ (‘Mogelijke toepassingen van automatiseringstechnologie voor het optimaliseren van de workflow van de financier’). In het kader van het project werd een breed literatuuronderzoek gedaan naar geautomatiseerde tools en vond overleg met belanghebbenden plaats. Dit leverde 34 reeds bestaande tools en diensten op, die werden ingedeeld op de taak binnen de workflow van de financier die ermee vereenvoudigd kon worden. Daarbij ging het bijvoorbeeld om automatisering van kennissynthese, schrijven van voorstellen of publicaties, vinden van reviewers en het evalueren van de impact van het onderzoek. De validatie van de automatiseringstools ontbreekt nog, maar toch bieden deze tools mogelijkheden om bestaande workflows te verbeteren. Bovendien zullen de tools helpen om verspilling van onderzoek te voorkomen, verantwoorde onderzoekswerkwijzen te stimuleren en de waarde van onderzoek te waarborgen.

Lees meer over de onderzoeksresultaten en aanbevelingen voor financiers in het artikel:

Mario Malički en Gerben ter Riet: Possible uses of automation technology for optimizing funder’s workflow. Verslag voor de commissie Open Science van ZonMw (april 2019) pdf

In februari 2019 hebben zij op de Researcher to Reader Conference in Londen een aantal workshops gehouden om hun onderzoeksresultaten te bespreken.

Video: Mario Malički geeft een inleiding op de workshops (in English)

Video: Gerben ter Riet deelt de conclusies van de workshops (in English)

]]>
news-4126 Mon, 03 Jun 2019 10:03:01 +0200 Krachten bundelen voor proefdiervrije innovaties https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/krachten-bundelen-voor-proefdiervrije-innovaties/ Publiek-private samenwerking is essentieel als we de kwaliteit van proefdiervrij biomedisch onderzoek willen verbeteren. Maar hoe werkt zo’n publiek-private samenwerking? Wat is er nodig om er zeker van te zijn dat de samenwerking leidt tot succesvolle proefdiervrije innovaties? In de middag van 27 mei presenteerden drie ‘Utrechtse’ consortia hun projecten en ervaringen. De conclusie was dat er geen algemene succesformule bestaat voor samenwerking in consortia. Wel bleek dat er veel geleerd kan worden door ervaringen te delen. ZonMw en de U-AIM hub van de Universiteit Utrecht organiseerden deze tweede bijeenkomst van MKMD on Tour. Jos Malda (hoogleraar Diergeneeskunde en teamleider van U-AIM) opende de middag met een korte introductie van de Utrecht Advanced In Vitro Models hub (U-AIM). Het belangrijkste doel van deze ‘hub’ waar expertise en kennis gebundeld wordt, is om het gebruik van proefdieren sterk te verminderen door de ontwikkeling van innovatieve dierproefvrije modellen te versnellen. U-AIM creëert en faciliteert samenwerkingen tussen onderzoekers, studenten, wet- en regelgevers en de industrie om in vitro modellen verder te ontwikkelen, te valideren en te implementeren conform de belangen en wensen van deze stakeholders. Multidisciplinaire samenwerking en verbinding met stakeholders zijn daarbij essentieel. U-AIM heeft een brede focus; Jos Malda bevestigde op een vraag uit de zaal dat ook veranderingen in wet- en regelgeving de aandacht hebben en dat daarmee veel te winnen is.

Menselijk restmateriaal voor onderzoek: een logisch idee maar lastig te organiseren

Met het project VitalTissue deden Evita van de Steeg (TNO en projectleider) en Martje Fentener van Vlissingen (Erasmus MC) veel ervaring op met het vormen van dit consortium en de samenwerking. In het consortium van VitalTissue werken verschillende organisaties uit het publieke en private domein, kennisinstellingen, (academische) ziekenhuizen, bedrijven en stichtingen samen om vitaal menselijk restmateriaal beschikbaar te maken voor onderzoekers.

Biomedisch onderzoek is namelijk nog in veel gevallen afhankelijk van diermodellen maar die hebben in veel gevallen een zeer beperkte voorspellende waarde voor toepassing bij mensen. Medicijnen die nauwelijks bijwerkingen gaven bij apen, bleken bij klinische testen op mensen levensbedreigende situaties op te leveren. Een oplossing hiervoor is het gebruik van vitaal menselijk weefsel dat na operaties in ziekenhuizen overblijft. Met dit materiaal kunnen biomedische wetenschappers onderzoek doen. De grote uitdaging is hoe dit materiaal onder de juiste voorwaarden en op tijd bij de juiste onderzoeker terecht komt. In het project Vital Tissue, dat gefinancierd wordt door de Stichting Proefdiervrij, de Samenwerkende Gezondheidsfondsen en ZonMw, onderzoeken Evita van de Steeg en haar team hoe dat gerealiseerd kan worden.

VitalTissue is een groot consortium met bijna 20 partners die allemaal belang hebben bij dit project. Maar zoals Martje van Fenterener Vlissingen beaamde: “Het is een voor de hand liggend idee maar heel erg moeilijk om te organiseren.” Met alle partners moet overeenstemming bereikt worden over het regelen van toestemming van de patiënt, opslag en beheer van data, het prepareren en bewaren van het materiaal en het transport. En allerlei juridische en ethische aspecten moeten hierin meegenomen worden. De uitkomst van het project Vital Tissue zal een advies zijn met opties voor specificaties van de samples, logistiek, voorwaarden voor het bewaren en beheer van informatie.

De kracht van kleine consortia

Het project Risk-IT bestaat uit een relatief klein consortium waarin de partners samenwerken om betere en proefdiervrije methoden te ontwikkelen voor een betere risicobeoordeling van chemische stoffen. Tot nu was het zo dat een risicobeoordeling van chemische stoffen vaak gebaseerd wordt op de uitkomsten van dierstudies en die zijn niet één op één te vertalen naar mensen. Nynke Kramer (Universiteit Utrecht) en haar team hebben een koppeling gerealiseerd van data uit in vitro tests voor het vaststellen van mechanismen van toxiciteit, met computermodellen die in vitro data vertalen naar een toxisch (giftig) effect in een organisme (QIVIVE – Quantative In Vitro-In Vivo Extrapolation). Door deze combinatie kunnen onderzoekers betere informatie verkrijgen voor de risicobeoordeling van chemische stoffen en medicijnen. Binnen dit project is vooral gefocust op toxische effecten in de nieren; in klinische studies zijn deze effecten vaak de reden waarom een medicijn niet op de markt gebracht kan worden.

De samenstelling van het relatief kleine consortium van Risk-IT is organisch gegroeid zoals Nynke toelichtte op vragen uit de zaal. Dat ging verrassend makkelijk en Bas Blaauboer, onderdeel van het team, vulde aan dat interesse in het project en onderling vertrouwen daarbij een belangrijke rol speelden. Het was duidelijk dat de doelen en belangen van de consortiumpartners, waaronder de Universiteit van Würzberg, het Fraunhofer Intsituut en BASF, parallel liepen. De samenwerking met de industrie was voor dit project zeer waardevol. Industriële partners beschikken vaak over heel veel ongepubliceerde data. Er waren voor dit project geen restricties voor het gebruik ervan. Het helpt ook om daar van het begin af aan duidelijke afspraken over te maken, benadrukte Bas. Nynke en Bas hebben ook ervaren dat een consortium met een klein aantal partners makkelijker te managen is. Grote consortia met veel matching zijn niet perse de beste oplossing voor alle vraagstukken.

Formule voor succes: verschillende perspectieven, dezelfde wetenschappelijke taal

Een soortgelijke koppeling van computermodellen met resultaten uit een in vitro methode is opgezet binnen het project van Teun de Boer (UMC Utrecht) en András Horvath (Nanion Technologies). In dit geval zijn er humane hartspiercellen gekweekt uit menselijke stamcellen, waarvan de elektrische activiteit kan worden gemeten met de zogeheten Patch Clamp-methode (electrofysiologie). De in samenwerking met Nanion ontwikkelde techniek is in staat om elektrische signalen in individuele cellen te meten door Dynamic Clamping. Met de klassieke methode is dit niet mogelijk. Nanion combineert dit met geautomatiseerde Patch Clamping zodat er veel metingen in een korte termijn gedaan kunnen worden. De uitkomsten worden met een geavanceerd computermodel vertaald naar effecten op het hart in patiënten. Door cellen van mensen te gebruiken is niet alleen de voorspellende waarde van de test veel groter geworden, het opent ook de deur naar ‘personalised medicine’. Een patiënt krijgt dan een behandeling die op zijn eigen cellen is getest, waardoor de voor de patiënt beste behandeling kan worden gekozen met zo min mogelijk bijwerkingen.

De samenwerking tussen de onderzoeksgroep van Teun de Boer en Nanion, een bedrijf in München dat instrumentarium en diensten levert voor analyses, verliep soepel. Volgens András Horvath komt dat omdat Nanion een onderzoek-georiënteerd bedrijf is. Daar komt bij, zoals Teun toelicht, dat András en hijzelf dezelfde wetenschappelijke achtergrond hebben en tegelijkertijd vanuit verschillende perspectieven, namelijk wetenschap en bedrijfsleven, aan dit project werkten. Dezelfde wetenschappelijk taal spreken vergemakkelijkt de samenwerking.

Publiek-private samenwerking voor proefdiervrije innovatie is maatwerk

Tijdens de podium-discussie gingen de sprekers met elkaar in gesprek en kreeg het publiek de kans om vragen te stellen. Uiteraard was daar ok ruimte voor het onderwerp samenwerking. Uit de presentaties eerder die middag kwam het beeld naar boven dat er geen vast recept is te geven voor publiek-private samenwerking. De genoemde projecten zijn voorbeelden van geslaagde samenwerking tussen private en publieke partijen. Er blijkt vaak een grote bereidheid tot samenwerking en ook dat private en publieke partijen gezamenlijke belangen hebben. Samenwerkingen komen doorgaans tot stand doordat men bijvoorbeeld dezelfde achtergrond heeft of op een andere ‘organische’ manier. De sprekers waren het eens dat het cruciaal is om veel tijd en energie te steken in het vormen van netwerken. Wanneer een netwerk voldoende kritische massa heeft, leiden de interacties tot kansen en het identificeren van gezamenlijke belangen. Bijeenkomsten zoals MKMD On Tour bieden kansen om te netwerken, ideeën op te doen en mensen te ontmoeten die werken aan iets dat complementair is aan het eigen werk. Eigen initiatief blijft hierbij belangrijk.

Samenwerking ontstaat dus niet vanzelf. Soms is een bundeling van kennis en expertise nodig om die samenwerking verder te faciliteren. In Utrecht richten ze daar hubs voor in, zoals U-AIM voor de ontwikkeling van proefdiervrije innovaties. Door het samenbrengen van mensen met kennis en ervaring op dit terrein, heeft U-AIM een breed overzicht van de lokaal aanwezige expertise en technieken. Daardoor kunnen zij de juiste experts koppelen aan private partijen om een specifieke vraag te beantwoorden. En kan er bij de ontwikkeling van een nieuwe methode als in een vroeg stadium rekening gehouden worden met de wensen van de stakeholders en regulatoire vereisten, aldus Damiën van Berlo, scientific programme officer bij U-AIM.

De projecten van Evita van de Steeg, Nynke Kramer, Teun de Boer en de hub U-AIM laten zien dat publiek-private samenwerking essentieel is als we de kwaliteit van proefdiervrij biomedisch onderzoek willen verbeteren. Afhankelijk van de betrokken personen, hun netwerken en de specifieke vraag van een publieke of private partij om een techniek of methode te verbeteren of te ontwikkelen, wordt het consortium gevormd en de samenwerking ingevuld. Er kan wel geleerd worden van elkaars ervaringen en dat is wat er ook gebeurde tijdens deze tweede editie van MKMD on Tour.

Meer informatie

]]>