De gezondheidsdefinitie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 1948 voldoet niet meer. Deze definitie luidt: Gezondheid is een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden en niet van louter het ontbreken van ziekte. Volgens deze definitie zou eigenlijk bijna niemand gezond zijn.

Deze brede en idealistische definitie met het hoge ideaal en erkenning voor sociale aspecten was toen baanbrekend. Ofschoon de definitie heel idealistisch is, blijft 95% van de zorg gericht op repareren, herstellen of voorkomen van medische ziekten en gebrek. Daarnaast spelen demografische ontwikkelingen een rol: meer ziekten door veroudering en toename chronische zieken. Hoe realistisch is de definitie nog?

Bovendien leiden technologische ontwikkelingen tot het oprekken van het begrip ziekte door uitgebreidere diagnostiek en behandelmogelijkheden. Oftewel de houdbaarheid van de definitie staat ter discussie. In de huidige definitie ontbreekt de dynamiek en het vermogen om te adapteren.

Een andere omschrijving van gezondheid luidt 'Health as the ability to adapt and to self manage, in the face of social, physical and emotional challenges’. Deze omschrijving, die gezondheid dynamisch benadert en die veerkracht en zelfregie centraal stelt, heeft consequenties voor de doelstellingen en de inrichting van de gezondheidszorg.

Internationaal is op verschillende momenten discussie gestart:

  • het begrip Salutogenese 1979
  • het beleidsdocument Ottawa Charter 1986
  • het artikel 'How define health' (Huber et al, BMJ, 2010)
  • het artikel ‘All systems go’ (Van der Greef, Nature, 2011)


Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website