ZonMw liet een verkenning uitvoeren naar de manier waarop het concept Positieve Gezondheid binnen de organisatie gebruikt wordt. De resultaten hiervan stimuleren ZonMw om deze bredere, integrale kijk op gezondheid verder uit te dragen

Wel zou het concept naar publieke gezondheidsvraagstukken uitgebreid moeten worden. Suggesties voor doorontwikkeling liggen onder andere op het terrein van Samen Beslissen, participatie van burgers en patiënten en het benutten van zingeving in onderzoeksprogramma’s.

In haar beleidsplan voor de jaren 2016-2020 omarmt ZonMw het concept Positieve gezondheid. Dit concept - het vermogen van mensen om zich aan te passen en regie te voeren - hangt als een paraplu boven alle activiteiten van de organisatie. Positieve gezondheid is nu bij ZonMw een belangrijk uitgangspunt voor de opzet en inrichting van de programma’s, bij alle domeinen die deze programma’s bestrijken. Op deze manier kan het concept helpen om de domeinen preventie, zorg, welzijn en wonen (beter) met elkaar te verbinden.

Al sinds 2012, toen Machteld Huber het begrip Positieve gezondheid introduceerde (zie kader voor het spinnenweb met pijlers), onderneemt ZonMw activiteiten om dit begrip verder door te ontwikkelen en toe te passen. Maar lukt dit ook? Om hier meer zicht op te krijgen, gaf ZonMw aan de Universiteit Twente opdracht om een verkennend onderzoek te doen. Deze verkenning moet inzicht geven in de wijze waarop Positieve gezondheid binnen ZonMw gebruikt wordt en nagaan of er mogelijkheden zijn om dit concept beter in de organisatie te verankeren. Waar liggen er uitdagingen? Kan of moet het concept verder worden aangescherpt, liggen er kansen voor doorontwikkeling?

Resultaten

Voor de verkenning organiseerde Christina Ullrich van de Universiteit Twente 15 gespreksrondes, waarbij zij in het totaal 27 medewerkers sprak van ZonMw programma’s, NWO en SIA-Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek. In elk gesprek legde zij aan de medewerkers meer dan 70 begrippen voor, alle behorend tot een van de pijlers die van het concept Positieve gezondheid deel uitmaken.

Uit deze interviews blijkt dat het brede concept van gezondheid zoals dat in het beleidsplan van ZonMw is verwoord, duidelijk in de ZonMw-programma’s zichtbaar is. Veel programma’s hebben een integrale, interdisciplinaire visie op gezondheid als uitgangspunt, waarbij de mens centraal staat. Voor sommige programma’s is de integrale kijk op gezondheid de doelstelling van een programma, andere programma’s zetten middelen uit instrumenten te ontwikkelen voor beleid en praktijk. Ook is er in de ZonMw-programma’s veel aandacht voor benaderingen die gericht zijn op zelfmanagement, eigen kracht, zelfredzaamheid, participatie, talentontwikkeling en het maken van geïnformeerde keuzes. Dit zijn stuk voor stuk benaderingen die goed in het gedachtengoed van Positieve gezondheid passen.
Kijkend naar het specifieke begrippenkader dat bij het concept Positieve gezondheid hoort, rijst een wat ander beeld op. De geïnterviewden vinden de pijlers en begrippen gemiddeld genomen wel voor alle programma’s relevant, maar de verschillen tussen de programma’s zijn groot. Sommige geïnterviewden gaven aan dat hun programma zich op één of twee specifieke pijlers richt, terwijl anderen constateerden dat alle pijlers in hun programma aan bod komen.

Wél valt hierbij op dat de geïnterviewden soms een andere interpretatie van begrippen hebben dan in het oorspronkelijke Positieve gezondheidsconcept bedoeld is. Zo associëren ZonMw-ers dagelijks functioneren vooral met zelfstandigheid, terwijl Machteld Huber hierbij ook denkt aan aspecten als gezondheidsvaardigheden en het vermogen om te werken. Bij zingeving denken de geïnterviewde ZonMw-ers vooral aan toekomstperspectief, terwijl in het oorspronkelijke begrippenkader ook aan acceptatie wordt gedacht. Ook bij het begrip kwaliteit van leven lopen de interpretaties soms behoorlijk ver uiteen: waar ZonMw-ers al gauw aan het berekenen van gezonde levensjaren door kosteneffectiviteitsonderzoekers denken, associëren de opstellers van het oorspronkelijke Positieve gezondheidsconcept dit eerder met de individuele beleving van geluk en bloei.

Dit laatste voorbeeld geeft meteen een belangrijke verklaring voor de gevonden interpretatieverschillen. Het Positieve gezondheidsconcept zoals dat door Machteld Huber is bedacht, is op de individuele beleving van gezondheid gericht. Veel ZonMw-programma’s richten zich daarentegen op publieke gezondheid of de organisatie van zorg. Een zogeheten systeembenadering vormt vaak het uitgangspunt van de programmering van ZonMw: gezondheid is daarin niet alleen een zaak van het individu, maar ook van het brede systeem waarin iemand leeft. In zo’n systeem spelen ook de maatschappelijke context, de inrichting van de zorg of de wijk, de rol van de (zorg)professionals en de betekenis van het (sociale) netwerk van de persoon een belangrijke rol.

Conclusie

Deze resultaten zijn op een afsluitende, interne reflectiebijeenkomst besproken. De gevonden interpretatieverschillen zijn niet ‘erg’, zo luidde een belangrijke conclusie. Integendeel, deze verschillen laten eens te meer goed zien dat de invulling van een begrip (mede) afhankelijk is van de doelstelling van een programma. Wel verdient het aanbeveling om naast de oorspronkelijke zes pijlers ook ‘omgeving’ (in brede zin zoals fysiek en sociaal)  in het concept Positieve Gezondheid een plek te geven. Een ‘omgeving’  waaraan burgers worden blootgesteld bepaalt mede hun vermogen om zich aan te passen en zelf de regie te voeren. Hetzelfde geldt voor ‘werkwijze’ , dat wil zeggen een manier of strategie die Positieve gezondheid kan bevorderen. Aspecten als Samen beslissen (shared decision making), vaardigheden om gezondheidsproblemen te voorkomen (proactief coping) en talentontwikkeling komen daarmee scherper op het netvlies te staan.

De brede, mensgerichte kijk die het positieve gezondheidsconcept met zich meebrengt, biedt ZonMw kansen. De verkenning laat zien dat belangrijke aandachtspunten uit de programma’s en het beleidsplan van ZonMw goed in dit bredere, meer integrale denken passen. Denk aan kansen voor het doorontwikkelen van zorg op maat, personalized medicine, inzet van ehealth technologie, en het gebruik van methoden die meten hoe patiënten de kwaliteit van zorg ervaren (zoals Patient Reported Outcome Measures en Patient Reported Experience Measures). Wel leert de verkenning dat het concept nog onvoldoende voor publieke gezondheidsvraagstukken geschikt is - op dit punt zou het uitgebreid moeten worden.

Met dergelijke aanpassingen van het concept is ZonMw beter in staat om de domeinen cure, care, welzijn en preventie met elkaar te verbinden. Het concept Positieve gezondheid biedt als het ware een kapstok om integraal te gaan werken. Dit geldt zowel voor de wereld van het beleid, onderzoek, onderwijs als de praktijk. Meer concreet zou ZonMw waar mogelijk en zinvol is aan de volgende punten aandacht moeten besteden:

  • burgers en patiënten een actieve plek geven in alle onderzoeksagenda’s/ programmering/procedures;
  • stimuleren van samen beslissen in zorgprogramma’s;
  • onderwijs en nascholing van professionals op methoden, zoals ‘motivational interviewing’;
  • waar mogelijk meer aandacht voor de spirituele dimensie van het concept Positieve gezondheid, zoals meer aandacht voor betekenisvolle maatschappelijke rollen voor burgers en patiënten;
  • meer aandacht voor mensen die niet in staat zijn om zich aan te passen en de regie te voeren, onder wie mensen met lage gezondheidsvaardigheden
  • het ontwikkelen en toepassen van opbrengsten breder dan de fysieke uitkomsten, vanuit meerdere pijlers van Positieve gezondheid. Dus breder dan de Qualy’s, waarin kosten en baten vanuit individuele behoeften worden meegenomen;
  • meer aandacht voor Positieve gezondheid binnen de thuiszorg en revalidatietechnologie.

Genoemde punten zouden in lopende programma’s opgenomen kunnen worden, zonder dat hier extra geld voor beschikbaar is. In nieuwe programma’s kunnen deze punten van het begin af aan meer prioriteit krijgen.

Vervolgstappen

De interne verkenning en reflectie stimuleert ZonMw om het concept Positieve gezondheid te blijven gebruiken en ook nader in te vullen. In de komende jaren gaat ZonMw graag door met haar activiteiten om dit concept binnen en buiten de eigen organisatie onder de aandacht te brengen en de discussie daarover te stimuleren. De ZonMw-website, een belangrijke vindplaats voor (landelijke) ontwikkelingen op dit terrein, zal hiertoe regelmatig geactualiseerd worden.

ZonMw wil daarbij nadrukkelijk ook ruimte bieden aan mensen die het gebruik van dit concept ontraden, of op keerzijden van dit concept wijzen. Zo zou het concept onvoldoende empirisch onderbouwd zijn, of vaak te dwingend gepresenteerd worden. Zowel intern als extern wil ZonMw de suggestie wegnemen dat het concept van Positieve gezondheid in het spinnenweb het enige instrument voor beleid, onderzoek en praktijk is en dat zij andere instrumenten daarmee uitsluit. Ook in de komende jaren is er ruimte voor andere conceptuele kaders, die net zo goed op basis van de integrale brede kijk op gezondheid verder ontwikkeld en benut kunnen worden.

Colofon: Onderzoek uitgevoerd door Universiteit Twente (Christina Ullrich, Gerben Westerhof, Christina Bode; Universiteit Twente), mei - december 2017


Het spinnenweb van Machteld Huber

Arts-onderzoeker Machteld Huber introduceerde het begrip Positieve gezondheid in Nederland in 2012, op basis van onderzoek dat met subsidie van ZonMw tot stand kwam. In deze denkwijze wordt gezondheid gezien als het vermogen van mensen om zich aan te passen en regie te voeren in het licht van de lichamelijke, sociale en emotionele uitdagingen die het leven stelt. Het concept Positieve gezondheid benadrukt de kracht van mensen, en legt minder de nadruk op de afwezigheid van ziekte, zoals de eerdere definitie van gezondheid van de WHO dat wel deed.
Huber onderscheidde zes zogeheten pijlers of dimensies die van het concept Positieve gezondheid deel uitmaken, namelijk Lichaamsfuncties, Mentale functies en beleving, Existentieel/spirituele dimensie, Kwaliteit van leven, Sociaal-maatschappelijke participatie, en Dagelijks functioneren. 

Factsheet

Meer informatie

Marja Westhoff

Programmasecretaris

Telefoonnummer+31 70 349 52 77
Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website