Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In maart 2009 is gestart met landelijke implementatie van het Zorgpad Stervensfase. Het zorgpad is een algemeen erkend kwaliteitsinstrument dat ingezet wordt in de laatste levensdagen. In de praktijk blijkt het zorgpad bij te dragen aan de kwaliteit van de zorg (compleetheid, multidisciplinaire samenwerking) en ook in wetenschappelijk onderzoek is de meerwaarde van het gebruik aangetoond (o.m. verlaging van symptoomlast).

 

Sinds maart 2009 heeft Integraal Kanker Centrum Nederland (IKNL) in Nederland ruim 300 projectleiders getraind. Deze training was voor organisaties de start van een uitgebreid implementatietraject van het Zorgpad Stervensfase in de eigen organisatie. Veel van deze organisaties zijn tijdens het implementatietraject begeleid door IKNL en/of door netwerkcoördinatoren palliatieve zorg. De verschillende IKNL-locaties en de netwerken palliatieve zorg hebben de verspreiding en de (begeleiding van de) implementatie in hun eigen regio op verschillende manieren ingevuld. Deze diversiteit aan trajecten en ervaringen vormt een voor Nederland unieke, vruchtbare bron van informatie. Immers, met landelijke implementatie van een gevalideerd kwaliteitsinstrument is in ons land nog niet veel ervaring voorhanden.

 

In de loop van deze drie jaar is duidelijk geworden dat implementeren niet vanzelf gaat, zelfs niet bij een zo gewild en algemeen erkend kwaliteitsinstrument als het Zorgpad Stervensfase. Onderzoek naar de kritische succes- en faalfactoren van implementatietrajecten levert niet alleen belangrijke input voor verdere verspreiding van het zorgpad, maar ook voor de verspreiding en implementatie van andere kwaliteitsinstrumenten in de palliatieve zorg.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Een belangrijk element in het landelijk implementatiesucces van het Zorgpad Stervensfase is in de eerste plaats de kwaliteit van het instrument zelf, inclusief het totaalpakket bijbehorende materialen (training, ondersteunende materialen). Het instrument sluit in hoge mate aan bij de behoeften in het veld, biedt praktische ondersteuning in de zorg en is betrekkelijk eenvoudig in te passen in de dagelijkse routine. Projectleiders ervaren veel steun van het ‘samen-doen’, van het uitwisselen van ervaringen en van deskundige externe begeleiding, de ‘coaching-on-the-job’.

 

Voor het welslagen van de implementatie in een organisatie zijn een heldere projectstructuur en een competente projectgroep onontbeerlijk. Een projectleider moet in staat zijn om de werkomgeving te beïnvloeden en beschikken over enthousiasme en gedegen kennis van het product. Een (multidisciplinair) projectteam bestaat bij voorkeur uit een combinatie van inhoudelijk deskundigen en beleidsmakers, allen met voldoende kennis en ervaring. Heldere besluitvorming en beschikbaarheid van voldoende tijd en middelen zijn in iedere fase van het proces essentieel en een goede basis voor een positief verloop.

 

Naast de meer algemene factoren zijn per fase van het implementatieproces specifieke factoren te benoemen die vooral in die fase van toepassing zijn.

Een goede start is een belangrijke voorwaarde voor succes. Het uitvoeren van een contextanalyse geeft antwoord op de vraag ‘Is dit het juiste instrument op het juiste moment?’ In het begin is het vooral belangrijk alle relevante partijen mee te krijgen: organisatiebrede communicatie en pr-activiteiten zijn met name in deze fase belangrijk. Enthousiasme, overtuigingskracht en doorzettingsvermogen van de projectleider maken het mogelijk om het project ook daadwerkelijk van de grond te krijgen.

 

Na het besluit om te starten komt het aan op een goede uitvoering. Continue aandacht is nodig voor interne scholing, bespreking binnen het multidisciplinaire behandelteam, begeleiding bij het inzetten van en het registreren in het zorgpad. Zichtbaar maken van de positieve resultaten en deze met elkaar delen houdt elkaar scherp op het juiste gebruik en draagt eveneens bij aan het succes van de implementatie.

 

Om de behaalde resultaten ook op de langere termijn vast te kunnen houden is het raadzaam om de verantwoordelijkheid voor de borging van het gebruik van het zorgpad te koppelen aan een bestaande functie binnen de organisatie en niet aan de persoon van de projectleider. Deze medewerker houdt aandacht voor het gebruik en geeft regelmatig feedback aan de gebruikers (kwaliteit, kwantiteit). Hij breng de resultaten in kaart, houdt oog voor verbeterpunten en informeert regelmatig belangrijke betrokkenen (zorgverleners en management).

 

In essentie gelden alle bovengenoemde succesfactoren ook voor de 1e lijn. Het verschil tussen de 1e en de 2e lijn zit vooral in de (on)mogelijkheden om deze samenwerking ook daadwerkelijk tot stand te brengen. De samenwerkingsverbanden in de 1e lijn zijn complexer, mede omdat samenwerking altijd over de grenzen van de eigen organisatie heen gaat: er zijn altijd meerdere organisaties betrokken bij de zorg die ook nog eens per patiënt kunnen wisselen (verschillende thuiszorgteams, dag- en nachtteams, ZZP-ers, thuiszorg als uitzendorganisatie, huisartsenposten etc.). Belangrijke elementen om bij de implementatie in de 1e lijn rekening mee te houden.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Zorgpad Stervensfase: een model voor landelijke uitrol van een kwaliteitsinstrument

 

Anno 2011 bestaat er in Nederland een zeer grote belangstelling voor – gebruik van - het Zorgpad Stervensfase, verder aan te duiden als ‘het Zorgpad’. Zorgverleners en zorginstellingen beschouwen het als een zeer waardevol hulpmiddel in de zorg voor de stervenden. Het Ministerie van VWS, ZonMw, onderzoekscentra en zorgverzekeraars zien het als een belangrijk kwaliteitsinstrument in de zorg voor stervenden in Nederland.

Vanaf 2009 is vanuit de regio Zuidwest Nederland, waar op dat moment de implementatie van het Zorgpad gedurende een periode van 3 jaar in ruim 40 instellingen was gerealiseerd, de verspreiding over heel Nederland ter hand genomen. Medewerkers van de toenmalige IKC’s zijn getraind om in de eigen regio de trainingen voor projectleiders en de implementatietrajecten te begeleiden. Er zijn zowel regionaal als landelijk bijeenkomsten georganiseerd waarin ervaringen konden worden uitgewisseld en ideeën en knelpunten konden worden besproken. Deze zijn meerdere malen gekoppeld aan bespreking van thema’s die direct samenhangen met het gebruik van het Zorgpad. Landelijk is een kerngroep geformeerd om ontwikkelingen rondom het Zorgpad en ervaringen met de implementatie uit te wisselen. De regie is in handen van het Erasmus MC en het IKNL locatie Rotterdam.

Sinds deze landelijke start in 2009 is op grote schaal zowel in de 1e lijn (met name thuiszorgorganisaties) als in ziekenhuizen, verpleeghuizen en hospices het Zorgpad geïmplementeerd. Tegelijk met deze enorme groei is er een toename van versies en variaties op het Zorgpad ontstaan. Instellingen blijken in veel gevallen het Zorgpad te willen aanpassen aan de eigen situatie. Deze aanpassingen zijn echter soms van dien aard dat in feite niet meer van het Zorgpad Stervensfase gesproken kan worden. Het grote enthousiasme voor het gebruik van het Zorgpad is veelbelovend, maar tegelijk schuilt er helaas ook een gevaar in dit succes. De wens om instrumenten naar eigen inzichten aan te passen staat soms haaks op de eisen die gesteld worden aan verantwoord gebruik van het betreffende instrument.

Een gedegen programma dat een combinatie biedt van scholing, mogelijkheid voor ondersteuning en uitwisseling en onderzoek samen met een heldere regierol beoogt hierop een antwoord te bieden. Vraag is dan wat daarin de juiste balans is tussen motiveren en faciliteren en tussen sturen en loslaten.

In de afgelopen periode van twee jaar is op dit gebied met de verspreiding van het Zorgpad veel ervaring opgedaan. Inzicht in het verloop van de implementatietrajecten door het uitvoeren van de een gedegen procesevaluatie levert een schat aan informatie op over de succes- en faalfactoren van deze wijze van verspreiden.

Lessen die geleerd worden uit deze ervaringen zijn direct toepasbaar bij de verspreiding van andere kwaliteitsinstrumenten in het verbeterprogramma palliatieve zorg. In combinatie met een goede beschrijving van de werkwijze biedt dit veel aanknopingspunten voor de brede verspreiding van deze instrumenten. Dit alles met het doel de kwaliteit van deze instrumenten optimaal te benutten in de dagelijkse praktijk van de palliatieve zorg.

 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website