Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De doelstelling van het project was het bepalen van de validiteit en toepasbaarheid van de Beck Depression Inventory (BDI-II) voor patiënten in de palliatieve fase. Bij validering van een meetinstrument gaat men na of het instrument daadwerkelijk meet wat je wilt meten. De BDI-II is een bestaand instrument dat kan helpen bij de diagnose van depressie, maar tot nu toe is in Nederland nooit nagegaan of dit instrument ook gebruikt kan worden bij deze specifieke patiëntengroep. Immers, veel symptomen die bij een depressie voorkomen, zoals gewichtsverlies, vermoeidheid en somberheid, ziet men ook bij patiënten die in de laatste levensfase verkeren. Dit hoeft niet altijd te betekenen dat ze depressief zijn.

Ook zou in dit project onderzocht worden met welke groep van lichamelijke symptomen depressie bij palliatieve patiënten samenhangt. Tenslotte is de BDI-II vergeleken met een ander instrument, de Hospital Anxiety and Depression Scale (HADS). Dit is ook een instrument dat gebruikt wordt om, naast angst, depressie te meten.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De doelstellingen zijn gedeeltelijk gerealiseerd. Het bleek erg lastig te zijn voldoende patiënten te betrekken. Bij de patiënten die mee deden aan het onderzoek waren er minder dan verwacht, namelijk slechts 2 van de 64 patiënten, die leden aan een depressieve stoornis.

Vanwege dit lage aantal is het niet mogelijk een volledige validering te geven van de BDI-II. Wel hebben wij een vergelijking kunnen maken tussen de BDI-II en de HADS. Daarnaast hebben wij het onderzoek uitgebreid met twee deelonderzoeken. In het eerste deelonderzoek bekeken we de samenhang van lichamelijke symptomen met psychologische/psychiatrische symptomen, door deze te relateren aan de BDI-II en de HADS. Het tweede deelonderzoek gaat over de vraag hoe patiënten in de palliatieve fase zelf klachten van somberheid ervaren en wat hen kan helpen niet depressief te worden. In dit deelonderzoek werd gebruik gemaakt van interviews. Tenslotte heeft er een focusgroeponderzoek plaatsgevonden met huisartsen om te inventariseren hoe zij omgaan met depressie in de palliatieve fase.

Inmiddels zijn twee artikelen gepubliceerd in internationale tijdschriften en twee in voorbereiding.

 

Op basis van dit onderzoek lijkt een depressieve stoornis weinig voor te komen bij palliatieve patiënten. Wel is er een variatie aan depressieve symptoomlast (depressieve klachten) onder palliatieve patiënten. Deze depressieve symptoomlast hangt samen met lichamelijke symptomen. Palliatieve patiënten beschrijven klachten van somberheid genuanceerd en in de context van hun situatie en kunnen ook factoren benoemen die hen helpen om niet somber te worden. Huisartsen benaderen palliatieve patiënten ook zeer contextgebonden en gebruiken daarbij zelden tot nooit de diagnose depressieve stoornis, terwijl zij wel veel aandacht hebben voor emotionele klachten.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit verslag vindt u zowel een overzicht van de activiteiten en de resultaten als ook het ingevulde VIP verslag.

 

In grote lijnen loopt het project op schema. Door een aanzienlijke vertraging bij de METC procedure lopen we achter met de inclusie van patienten.

 

Mbv extra inspanningen verwachten we de opgelopen achterstand goeddeels te kunnen goedmaken.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De volgende resultaten zijn bereikt

 

- vervolmaking studie opzet

- uitwerken protocol en logistiek plan

- poli palliatieve zorg UMCN neemt deel aan studie

- deelname 10 huisartsen aan onderzoek

- tiental pilot interviews in huisartspraktijk en poli palliatieve zorg

- certificering onderzoeker interviewer Schedules Assessment in Neuropsychiatry 2.1 (SCAN, instrument psychiatrisch interview)

- goedkeuring METC Nijmegen Arnhem, oktober 2008.

 

- presentatie onderzoek ZON MW, Agora bijeenkomsten Nijmegen en Amsterdam

- posterpresentatie pilot study European Association Palliative Care congres Trondheim mei 2008

- posterpresentatie pilot study North American Primary Care Research Group, November 2008

 

 

 

2.2 Activiteiten*

Vermeld hieronder uitgevoerde projectactiviteiten.

 

- vervolmaking studie opzet

- uitwerken gedetailleerd protocol en logistiek plan voor poliklinieken en huisartspraktijken

- vervaardigen informatie patienten en informatie deelnemende artsen

- training onderzoeker interviewer Schedules Assessment in Neuropsychiatry 2.1

- cursus Biostatistiek UMC St Radboud

- verkrijgen toestemming METC

- samenwerkingsafspraken afd Huisartsgeneeskunde Universiteit Maastricht over patientinclusie in regio Zuid Limburg

- concept artikel ‘The Beck Depression Inventory (BDI-II) as a screening tool for depression in palliative care patients? ‘ is nagenoeg gereed voor versturen naar European Journal of Cancer.

 

 

 

 

 

2.3 Wijzigingen

 

Zijn gedurende de verslagperiode in één of meer onderdelen van de door ZonMw goedgekeurde subsidieaanvraag wijzigingen opgetreden? JA

 

Let wel! Op grond van de subsidievoorwaarden dient een voornemen tot wijziging van de goedgekeurde subsidieaanvraag zo spoedig mogelijk schriftelijk ter goedkeuring aan ZonMw te worden voorgelegd.

 

INDIEN JAGeef aan voor welke van de volgende onderdelen de wijziging(en) consequenties hebben:

x Tijdsplanning

Goedgekeurde begroting

Vraagstelling / taakstelling

Geplande activiteiten, plan van aanpak

x Beoogde tussentijdse resultaten

Samenwerking

Anders, nl…

 

 

 

 

Geef onderToelichting op wijzigingen voor elk van de aangekruiste onderdelen zo concreet mogelijk aan waaruit de afwijkingen bestaan, wat daarvan de reden(en) zijn en beschrijf de voorgestelde oplossingen.

 

2.4 Toelichting op wijzigingen

 

De toestemming van de METC heeft erg lang op zich laten wachten. Voor de pilotstudie hadden we van de METC een verklaring dat toetsing niet nodig was. Ook in een eerste contact was dat de boodschap. In tweede instantie bleek echter toch toetsing noodzakelijk. Deze procedure heeft bijna vijf maanden tijd gekost. Hierdoor konden wij pas eind oktober starten met de inclusie van patienten. Nu is gestart op de polikliniek palliatieve zorg en een beperkt aantal huisartspraktijken. Als de logistiek in beide settingen goed loopt gaan we in meerdere huisartspraktijken in de regio Nijmegen en Zuid oost Brabant. Met de afdeling huisartsgeneeskunde van de Universiteit Maastricht zijn we in gesprek om in ook patienten te includeren in een aantal huisartspraktijken in Zuid Limburg. De onderzoekster heeft in die regio goede contacten met huisartspraktijken die aangegeven hebben graag te participeren.

contacten gaande over werving op de polikliniek medische oncologie van het UMC St Radboud. Wij denken op deze manier de helaas opgelopen achterstand goed te kunnen maken en voldoende patienten te kunnen includeren. Om de patientenstroom goed op te kunnen vangen zijn we bezig met de werving van een tweede SCAN interviewer.

 

 

 

2.5 Planning toekomst

Geef hieronder kort en bondig het globale plan van aanpak, resp. de voorgenomen activiteiten, voor de komende verslagperiode met een tijdsplanning.

 

Plan van aanpak komende verslagperiode:

 

Nov 2008- sept 2009 inclusie patienten in de diverse settingen zoals hierboven omschreven: huisartspraktijken, poli palliatieve zorg en poli medische oncologie. nauwkeurige monitoring.

 

Jan 2008 – sept 2009 tussentijdse analyses en tussenrapportage.

 

 

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bij oncologische patiënten in de palliatieve fase komen depressieve klachten frequent voor. Bij een deel van de patiënten met depressieve klachten betreft het een depressieve stoornis zoals beschreven in de DSM IV. De kwaliteit van leven bij deze patiënten is duidelijk minder. Het bestaan van depressieve klachten heeft ook een negatieve neerslag op ervaren pijn, andere somatische klachten en vormt een grote belasting voor mantelzorgers.

De herkenning van depressieve stoornissen in deze fase, door huisartsen en specialisten, lijkt niet optimaal maar de omvang van eventuele onderdiagnostiek is onbekend. Factoren die bijdragen aan mogelijke onderdiagnostiek bij deze patiënten zijn de overlap met somatische symptomen passend bij een oncologische aandoening, pijnklachten en afgrenzing met normale somberheid en verdriet in deze laatste levensfase. Als een depressieve stoornis herkend wordt is behandeling goed mogelijk. Behandeling kan bestaan uit psycho-educatie, activering, kortdurende aangepaste cognitieve gedragstherapie en farmacotherapie en kan een positieve invloed hebben op de kwaliteit van leven van de palliatieve patiënt en naasten

Gezien hoge prevalentie van depressieve stoornissen, grote impact op de kwaliteit van leven en de mogelijke onderdiagnostiek is het belangrijk om een screeningsinstrument te valideren dat depressieve stoornissen vroegtijdig kan detecteren. Een goed screeningsinstrument, de Beck Depression Inventory II, is beschikbaar. De Nederlandse versie van dit instrument is echter nog niet gevalideerd voor gebruik bij oncologische patiënten in de palliatieve fase. In dit onderzoek willen wij de validiteit en bruikbaarheid van dit instrument testen in een eerstelijnspopulatie (huisartspraktijk)en in een ziekenhuispopulatie in de, (polikliniek medische oncologie, in de zorgunit palliatieve zorg en op het pijnbehandelcentrum). Daarbij maken we gebruik van de Schedules Clinical Asessments in Neuropsychiatry (SCAN 2.1) als gouden standaard. Daar de prevalentie van depressieve stoornissen bij deze patientengroep in de eerstelijn onbekend is kan deze tegelijkertijd bepaald worden. Door aan de helft van de huisartsen de SCAN diagnose van de patiënt bekend te maken en aan de andere groep huisartsen niet kunnen we inventariseren wat deze informatie betekent voor het gevoerde beleid en het beloop. Hierdoor krijgen we ook direct zicht op implementatiemogelijkheden en –problemen. Het gebruik van een screeningsinstrument past goed binnen een pro-actieve benadering en gestructureerde evaluatie van (medische) problemen in de palliatieve zorg en het instrument is door meerdere hulpverleners af te nemen.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website