Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het beleid in Nederland is erop gericht dat mensen met dementie zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Hiervoor is het van belang dat klachten en problemen tijdig en adequaat worden gesignaleerd en dat er sprake is van vroegtijdige zorgplanning.

 

In dit project werd nagegaan of de gecombineerde inzet van een tweetal beproefde methodieken in de palliatieve zorg, de methode Signalering in de Palliatieve Fase (SPF) en de methode Besluitvorming in de Palliatieve Fase (BPF), tot betere zorg kan leiden voor mensen met dementie en hun mantelzorgers in de thuissituatie.

 

De vraagstellingen luidden:

 

1. Welke knelpunten ervaren zorgverleners in de eerste lijn in de zorg voor mensen met dementie en hun mantelzorgers?

 

Deze vraagstelling is beantwoord aan de hand van een vragenlijstonderzoek en kwalitatieve interviews met betrokken zorgverleners.

 

2. Welke ervaringen hebben thuiswonende cliënten met dementie en hun mantelzorgers met zorg en samenwerking tussen zorgverleners?

 

Om deze vraag te beantwoorden zijn vier interactieve theatervoorstellingen georganiseerd. Ook is een dossieronderzoek uitgevoerd en zijn er vragenlijsten ingevuld door naasten van mensen met dementie.

 

3. Hoe kunnen de werkmethoden Signalering in de palliatieve fase (SPF) en Besluitvorming in de palliatieve fase (BPF) in de eerste lijn gebruikt worden in de zorg voor thuiswonende mensen met dementie en hun mantelzorgers?

 

Om deze vraag te beantwoorden zijn in zes thuiszorgorganisaties en een organisatie voor verstandelijk gehandicaptenzorg medewerkers geschoold in het gebruik van de methoden en heeft per organisatie een proefimplementatie plaatsgevonden.

 

4. Leidt het gestructureerd gecombineerde gebruik van deze instrumenten tot betere samenwerking tussen zorgprofessionals en met mantelzorgers en kunnen transities naar intramurale settings door dat gebruik voorkómen dan wel uitgesteld worden?

 

In elke regio zijn eindevaluatiegesprekken uitgevoerd om na te gaan hoe de proefimplementatie is verlopen en wat de mogelijke impact ervan is geweest op de zorg..

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

• De zorg voor mensen met dementie die thuis verblijven en hun naasten kan op verschillende punten verbeterd worden. Naasten en mensen met dementie geven aan behoefte te hebben aan meer kennis en ondersteuning. Zorgverleners benoemen het bespreekbaar maken van symptomen en problemen en de behandeling hiervan als knelpunt.

 

• Bij medewerkers in de thuiszorg is er niet altijd voldoende basiskennis over palliatieve zorg en dementie (o.a. problemen en symptomen, vormen van dementie, palliatieve zorg bij dementie) en over methodisch werken. Toepassing van de methodieken met beperkte basiskennis bleek lastig.

 

• Deskundigheidsbevordering op het gebied van dementie en palliatieve zorg wordt positief ontvangen, zowel binnen de thuiszorg als in de verstandelijk gehandicaptenzorg.

 

• De daadwerkelijke implementatie van de methoden SPF en BPF bleek niet gemakkelijk. Vanwege de druk op de thuiszorgorganisaties was er weinig tijd en draagvlak voor implementatie.

 

• In twee van de vier deelnemende regio’s is het gebruik van de methodieken positief geëvalueerd en worden ze op enigerlei wijze ingebed in de werkwijze van de thuiszorgteams. In twee andere regio’s worden de methodieken niet geïmplementeerd. Wel wordt in een van deze twee regio's gekeken of er in de toekomst jaarlijks enkele casuïstiekbesprekingen georganiseerd kunnen gaan worden waarbij gebruik gemaakt wordt van de methoden.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project wordt nagegaan of de gecombineerde inzet van een tweetal beproefde methodieken in de palliatieve zorg, de methode Signalering in de palliatieve fase (SPF) en de methode Besluitvorming in de palliatieve fase (BPF), tot betere zorg kan leiden voor mensen met dementie en hun mantelzorgers in de thuissituatie. Het project wordt uitgevoerd in vier netwerken palliatieve zorg van het Consortium palliatieve zorg Zuidwest-Nederland, in samenwerking met IKNL, Erasmus MC en Alzheimer Nederland.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Tot eind oktober 2018 heeft het project het volgende opgeleverd:

- Inzicht in knelpunten in de zorg voor mensen met dementie die thuisverblijven vanuit het perspectief van de mensen met dementie en hun naasten. Hiervoor zijn in vier regio’s interactieve theatervoorstellingen georganiseerd. In totaal hebben rond de 90 personen (vooral mantelzorgers, maar ook mensen met dementie en zorgverleners) deze voorstellingen bezocht. Voornaamste bevinding is dat het kijken naar de toekomst voor mensen met dementie en hun naasten een grote uitdaging is.

- Inzicht in knelpunten vanuit het perspectief van de thuiszorgmedewerkers, via interviews en een vragenlijstonderzoek. Voornaamste knelpunten bleken te zijn: wachtlijsten voor opname in het verpleeghuis en informatieoverdracht door het ziekenhuis of de huisarts.

- 201 medewerkers (vooral helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen) zijn geschoold in de methode Signalering in de palliatieve fase, en 41 (voornamelijk verpleegkundigen maar ook casemanagers / dementieconsulenten) in de methode Besluitvorming in de palliatieve fase.

- De samenwerking met de betreffende thuiszorgorganisaties in sommige regio’s is complex vanwege werkdruk, interne problemen en wisselingen in personeel, hetgeen de implementatie van de methodieken in de dagelijkse werkwijze een uitdaging maakt.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het beleid in Nederland is erop gericht dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen als zij ouder worden of met gezondheidsproblemen te maken krijgen. Dat geldt ook voor mensen met dementie. Dat betekent dat mensen met dementie niet meer of in een later stadium van hun ziekte naar een intramurale setting zullen verhuizen en dat de zorg voor deze groep zich voor een belangrijk deel gaat verplaatsen van intramuraal naar extramuraal. Zorgverleners in de eerste lijn zullen goed moeten samenwerken om optimaal te voorzien in de vaak complexe zorgbehoefte van deze groep. Het beroep dat wordt gedaan op de vaak zelf ook kwetsbare mantelzorgers zal aanzienlijk toenemen. Een belangrijk aandachtspunt in de zorg voor mensen met dementie is adequate signalering van problemen en proactieve zorgplanning, dat wil zeggen het tijdig signaleren en bespreken van zorgbehoeften en voorkeuren van de cliënt en zijn of haar mantelzorgers.

 

In dit project wordt nagegaan of de gecombineerde inzet van een tweetal beproefde methodieken in de palliatieve zorg, de methode Signalering in de palliatieve fase (SPF) en de methode Besluitvorming in de palliatieve fase (BPF), tot betere zorg kan leiden voor mensen met dementie en hun mantelzorgers in de thuissituatie. Het project wordt uitgevoerd in vier netwerken voor palliatieve zorg en vier ketens voor dementiezorg in de regio van het Consortium palliatieve zorg Zuidwest-Nederland, in samenwerking met IKNL, Erasmus MC en Alzheimer Nederland.

 

Het project duurt drie jaar en bestaat uit vier fasen. In fase 1 (maand 1-6) wordt in vier pilotsettings in de vier deelnemende regio’s vastgesteld hoe de uitgangssituatie er is wat betreft de zorg voor cliënten met dementie en hun mantelzorgers in de eerste lijn. Het gaat daarbij om het in kaart brengen van a) de organisatie van deze zorg in de desbetreffende regio, b) de werkprocessen, c) de ervaring, kennis en deskundigheid van de betrokken zorgverleners, en d) ervaringen met en opvattingen over de kwaliteit van deze zorg vanuit het perspectief van cliënten, mantelzorgers en zorgverleners. In fase 2 (maand 7-12) worden zorgverleners in dezelfde vier settings getraind in het gecombineerd toepassen van de SPF en de BPF en worden samenwerkingsafspraken met betrekking tot de toepassing van deze methodes in de praktijk vastgelegd. In fase 3 (maand 13-30) worden de proefimplementaties uitgevoerd, waarbij gegevens worden verzameld over de cliënten en mantelzorgers voor wie deze werkmethodes worden toegepast. In fase 4 (maand 31-36) wordt de balans opgemaakt: we stellen vast of de proefimplementatie is geslaagd en of er nog verbeterpunten te benoemen zijn, er worden afspraken gemaakt over de borging van de resultaten in de desbetreffende regio, en er worden rapportages en presentaties ten behoeve van kennisverspreiding opgesteld.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website