Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het beleid in Nederland is erop gericht dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen als zij ouder worden of met gezondheidsproblemen te maken krijgen. Dat geldt ook voor mensen met dementie. Dat betekent dat mensen met dementie niet meer of in een later stadium van hun ziekte naar een intramurale setting zullen verhuizen en dat de zorg voor deze groep zich voor een belangrijk deel gaat verplaatsen van intramuraal naar extramuraal. Zorgverleners in de eerste lijn zullen goed moeten samenwerken om optimaal te voorzien in de vaak complexe zorgbehoefte van deze groep. Het beroep dat wordt gedaan op de vaak zelf ook kwetsbare mantelzorgers zal aanzienlijk toenemen. Een belangrijk aandachtspunt in de zorg voor mensen met dementie is adequate signalering van problemen en proactieve zorgplanning, dat wil zeggen het tijdig signaleren en bespreken van zorgbehoeften en voorkeuren van de cliënt en zijn of haar mantelzorgers.

 

In dit project wordt nagegaan of de gecombineerde inzet van een tweetal beproefde methodieken in de palliatieve zorg, de methode Signalering in de palliatieve fase (SPF) en de methode Besluitvorming in de palliatieve fase (BPF), tot betere zorg kan leiden voor mensen met dementie en hun mantelzorgers in de thuissituatie. Het project wordt uitgevoerd in vier netwerken voor palliatieve zorg en vier ketens voor dementiezorg in de regio van het Consortium palliatieve zorg Zuidwest-Nederland, in samenwerking met IKNL, Erasmus MC en Alzheimer Nederland.

 

Het project duurt drie jaar en bestaat uit vier fasen. In fase 1 (maand 1-6) wordt in vier pilotsettings in de vier deelnemende regio’s vastgesteld hoe de uitgangssituatie er is wat betreft de zorg voor cliënten met dementie en hun mantelzorgers in de eerste lijn. Het gaat daarbij om het in kaart brengen van a) de organisatie van deze zorg in de desbetreffende regio, b) de werkprocessen, c) de ervaring, kennis en deskundigheid van de betrokken zorgverleners, en d) ervaringen met en opvattingen over de kwaliteit van deze zorg vanuit het perspectief van cliënten, mantelzorgers en zorgverleners. In fase 2 (maand 7-12) worden zorgverleners in dezelfde vier settings getraind in het gecombineerd toepassen van de SPF en de BPF en worden samenwerkingsafspraken met betrekking tot de toepassing van deze methodes in de praktijk vastgelegd. In fase 3 (maand 13-30) worden de proefimplementaties uitgevoerd, waarbij gegevens worden verzameld over de cliënten en mantelzorgers voor wie deze werkmethodes worden toegepast. In fase 4 (maand 31-36) wordt de balans opgemaakt: we stellen vast of de proefimplementatie is geslaagd en of er nog verbeterpunten te benoemen zijn, er worden afspraken gemaakt over de borging van de resultaten in de desbetreffende regio, en er worden rapportages en presentaties ten behoeve van kennisverspreiding opgesteld.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website