Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Medicatiemanagement in de laatste levensfase, geduid als de fase wanneer de levensverwachting minder dan drie maanden is, wordt door zorgverleners vaak als lastig ervaren door de verwevenheid van medische, emotionele en ethische factoren.

Het doel van het onderzoek is om tot een beschrijving van de huidige praktijk te komen en om aanbevelingen te formuleren om het medicatiemanagement in de laatste fase van het leven te verbeteren. Hiermee draagt het bij aan de optimalisering van zorg en de kwaliteit van leven in de laatste levensfase en aan een menswaardige stervensfase.

Het onderzoek wordt uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen Erasmus MC, VU medisch centrum en Radboudumc.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het is uit dossieronderzoek gebleken dat patiënten die een verwacht overlijden sterven, in de week voorafgaand aan het overlijden nog zeer veel medicijnen gebruiken. Dit betreft niet alleen medicijnen gericht op symptoomverlichting, zoals morfine, maar ook zogenaamde preventieve middelen, die veelal als overbodig worden gezien in de allerlaatste fase van het leven.

Interview- en vragenlijstonderzoek heeft duidelijk gemaakt dat er verschillende redenen zijn waarom in de praktijk medicijnen veelal tot vlak voor het overlijden worden gecontinueerd. De belangrijkste redenen zijn onvoldoende bewustzijn, gebrek aan prioriteit bij artsen om medicijnen te stoppen, angst voor de negatieve lichamelijke gevolgen van het stoppen, angst voor het ontnemen van hoop en het teweeg brengen van psychische schade bij de patiënt. Wanneer medicijnen gestopt worden, is dit vaak reactief en niet proactief. Als artsen het stoppen van medicijnen wel proactief bespreekbaar maken met de patiënt, wordt vooral de medische zinloosheid van het continueren van potentieel overbodige medicijnen besproken. Patiënten en hun naasten lijken juist bereid om te stoppen indien ‘positieve’ redenen om te stoppen worden benadrukt en niet zo zeer de beperkte levensverwachting.

Uit het interviewonderzoek viel verder op dat in de dagelijkse praktijk met name de persoonlijke normen en waarden van de hoofdbehandelaar over ‘goed medicatiemanagement’ leidend lijken te zijn bij medicatiemanagement in de laatste levensfase. De dagelijkse praktijk van medicatiemanagement in de laatste levensfase wijkt daarmee af van de IKNL-richtlijnen palliatieve zorg. Hierin wordt beschreven dat besluitvorming in de palliatieve zorg bij voorkeur interdisciplinair en in consensus met patiënt en naasten plaatsvindt. Een belangrijk principe daarbij is dat de zorgverlener niet de alleswetende beslisser, maar de voorlichter en ondersteuner is. De patiënt neemt, op basis van informatie verkregen van de arts of verpleegkundige, al dan niet in overleg met de naasten, de beslissing. Ten slotte is uit het interviewonderzoek gebleken dat de respondenten, zowel zorgverleners als patiënten en naasten, apothekers geen belangrijke rol toekennen als het gaat om het thema ‘medicatiemanagement in de laatste fase van het leven’.

In een Delphi-studie hebben experts aanbevelingen geselecteerd voor richtlijnen voor medicatiemanagement in de laatste levensfase, waaronder het opstellen van een lijst van medicijnen die onder bepaalde omstandigheden gestaakt of afgebouwd dient te worden.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aanleiding

Medicatiemanagement in de laatste levensfase, geduid als de fase wanneer de levensverwachting minder dan drie maanden is, wordt door zorgverleners vaak als lastig ervaren door de verwevenheid van medische, emotionele en ethische factoren. Kennis over en richtlijnen voor adequaat management van medicatie in de laatste levensfase ontbreken op dit moment.

 

 

 

Doel

Het doel van het onderzoek is om tot een beschrijving van de huidige praktijk te komen en om aanbevelingen te formuleren om het medicatiemanagement in de laatste fase van het leven te verbeteren. Hiermee draagt het bij aan de optimalisering van zorg en de kwaliteit van leven in de laatste levensfase en aan een menswaardige stervensfase.

 

 

 

Betrokken organisaties

Het onderzoek wordt uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen Erasmus MC, VU medisch centrum en UMC St Radboud.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoeksproject Medicatiemanagement in de laatste levensfase (acroniem: MEDILAST) bestaat uit vier deelonderzoeken.

Deelonderzoek I, dossieronderzoek, heeft als doel om inzicht te krijgen in de aard en omvang van potentieel zinloos en schadelijk medicijngebruik in de laatste drie maanden van het leven. Hiervoor zijn in totaal 180 dossiers onderzocht van patiënten die in het hospice, ziekenhuis, of in de thuissituatie zijn overleden aan een chronische ziekte en bij wie het overlijden niet acuut was. Op dit moment vindt analyse van de bevindingen plaats.

In deelonderzoek II, interviewonderzoek, worden interviews gehouden met patiënten die een levensverwachting hebben van maximaal drie maanden. Behalve de patiënt zal de naaste, de behandelend (huis)arts en, indien van toepassing, de eerstverantwoordelijke verpleegkundige van de patiënt geïnterviewd worden. Dit deelonderzoek heeft als doel om te achterhalen welke normen en waarden een rol spelen bij de besluitvorming over medicatie in de laatste levensfase. Inmiddels zijn ongeveer 25 interviews gehouden. De verwachting is dat er ongeveer 60 interviews zullen plaatsvinden.

Met deelonderzoek III, vragenlijstonderzoek, willen we de factoren die een rol spelen in het continueren van potentieel overbodige en/of schadelijke medicatie gedurende de laatste drie maanden van het leven van de patiënt ontrafelen. Hiervoor zullen in totaal 500 huisartsen en ziekenhuisartsen uitgenodigd worden. De verwachting is dat de vragenlijst in het voorjaar van 2014 wordt uitgezet.

In het laatste deelonderzoek (deelonderzoek IV) zal een Delphi-procedure onder deskundigen worden uitgevoerd. Dit onderzoek heeft als doel om aanbevelingen te formuleren om het voorschrijven van medicatie in de laatste levensfase te verbeteren.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Patiënten in de palliatieve fase van hun ziekte gebruiken vaak veel medicijnen. Het kan daarbij ook gaan om medicatie die in de laatste levensfase niet meer zinvol of soms zelfs schadelijk is. Medicatiemanagement in de laatste levensfase wordt door zorgverleners vaak als lastig ervaren door de verwevenheid van medische, emotionele en ethische factoren. Kennis over en richtlijnen voor adequaat management van medicatie in de laatste levensfase ontbreken op dit moment. Een systematische evaluatie van de huidige praktijk rondom medicatiemanagement voor patiënten in de laatste levensfase heeft nog niet plaatsgevonden.

 

Het doel van dit onderzoek is om tot een beschrijving van de huidige praktijk te komen en aanbevelingen te formuleren om het medicatiemanagement in de laatste fase van het leven te verbeteren. Meer specifiek zal het onderzoek zich richten op het verhelderen van medisch-inhoudelijke, praktische en ethische aspecten van medicatiemanagement in de laatste levensfase. Het onderzoek zal zich richten op de eerste lijn, klinische afdelingen voor palliatieve zorg en het hospice. Het signaleren van knel- en verbeterpunten in de samenwerking tussen deze drie settings is een belangrijk onderdeel van het onderzoek.

 

Allereerst zullen bekende medicatiemanagementmodellen bestudeerd worden op hun bruikbaarheid om als uitgangspunt te dienen voor medicatiemanagement in de laatste levensfase. In een dossieronderzoek zal vervolgens een indruk van de aard en omvang van het gebruik van zinloze of schadelijke medicatie in de laatste levensfase worden verkregen. Medisch-inhoudelijke en ethische overwegingen die de huidige praktijk van medicatiemanagement bepalen zullen worden opgehelderd in semigestructureerde interviews met zorgverleners, patiënten en naasten. De bevindingen uit de interviews worden uitgewerkt in een vragenlijstonderzoek waarmee een representatief beeld van de praktijk en de knelpunten die daarin aan de orde zijn wordt verkregen. Een Delphi-procedure onder experts zal leiden tot de formulering van aanbevelingen en handvatten voor de praktijk.

 

Het onderzoek zal uitmonden in een medisch-inhoudelijk en zorgethisch kader voor medicatiemanagement in de laatste levensfase dat aansluit bij de behoeften van betrokkenen in de dagelijkse praktijk en dat op termijn (buiten het bestek van dit onderzoek) kan worden uitgewerkt tot een concrete richtlijn. Het draagt daarmee bij aan de optimalisering van zorg en de kwaliteit van leven in de laatste levensfase en aan een menswaardige stervensfase.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website