Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In een PaTz groep werken huisartsen en (wijk)verpleegkundigen lokaal samen, bijgestaan door een consulent palliatieve zorg. PaTz kan de palliatieve zorg in de thuissituatie verbeteren.

In 4 deelprojecten is PaTz verder ontwikkeld: Een behoefte inventarisatie; doorontwikkelen van de PaTz methodiek; vergelijking bestaande PaTz varianten om (meer)waarde van elementen te onderzoeken; updaten van huidige PaTz groepen over nieuwe ontwikkelingen en opstarten van nieuwe groepen.

PaTz blijkt een belangrijke methode om palliatieve zorg thuis te verbeteren, omdat het o.a. communicatie en samenwerking tussen zorgverleners en kennis en vaardigheden met betrekking tot palliatieve zorg kan verbeteren. Er is veel variatie tussen PaTz groepen, maar de kern voldoet aan de PaTz basisprincipes. Het PaTz register blijkt een belangrijk element om palliatieve zorg thuis te verbeteren, o.a. omdat patiënten die op het register staan vaker thuis overlijden en minder vaak naar het ziekenhuis gaan.

Het is aan te bevelen om zowel te blijven inzetten op het (stimuleren van) opzetten van nieuwe PaTz groepen als (het behoud van) de kwaliteit van PaTz groepen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De behoefte inventarisatie van deel 1 bestond uit een internetvragenlijst en online focusgroepen). Hieruit bleek dat zorgverleners aangaven dat korte lijnen, goede bereikbaarheid en een goede overdracht essentieel zijn voor een goede samenwerking voor palliatieve zorg in de eerste lijn en het contact met de tweede lijn. Onder meer een gezamenlijk dossier en multidisciplinair overleg werden als mogelijke verbeteringen genoemd. Daarnaast gaven zij aan kennis en vaardigheden van henzelf en andere zorgverleners verbeterd kan worden, m.n. door (multidisciplinaire) scholing. De grote meerderheid van de zorgverleners (die al dan niet lid waren van PaTz groep) gaf aan dat PaTz van toegevoegde waarde is t.a.v. kennis, coördinatie van zorg, continuïteit van zorg en de samenwerking. De belangrijkste barrière voor PaTz is echter ‘tijd’. Ten slotte gaven zorgverleners aan dat door praktijkvoorbeelden te geven, bijvoorbeeld door middel van filmpjes tijdens scholingen of congressen, de meerwaarde van PaTz beter bekend gemaakt kan worden. Deel 2 heeft geleid tot verdere ontwikkeling van onderdelen van PaTz, zoals de training voor voorzitters, een plan voor coaching van wijkverpleegkundigen in de PaTz-groep en verbeterde informatie over de verschillende PaTz-registers (waaronder de ontwikkelde PaTz-portal). In deel 3 zijn PaTz varianten met elkaar vergeleken(basis-PaTz (n=5), PaTz Rotterdam (oa met PaTz portal)(n=4), vrijwilligers variant (n=2) en cirkelteam variant(n=1)) met behulp van documentenanalyse, observaties bij bijeenkomsten, registraties van wat er tijdens PaTz groep bijeenkomsten werd besproken, analyse van dossiers van overleden patiënten (‘mortality follow back study’), en een interview/focusgroep gehouden. Uit dit deelonderzoek blijkt dat er veel variatie is binnen de PaTz-groepen en dat er niet zo duidelijk drie of vier verschillende varianten zijn te onderscheiden, zoals we vooraf dachten. Tegelijkertijd zijn alle PaTz-groepen in de kern hetzelfde: een vaste groep huisartsen komt op regelmatige basis samen met lokale thuiszorgteams om, onder begeleiding van een consulent palliatieve zorg, hun palliatieve patiënten te identificeren en te bespreken. Een uitzondering daarop is het Cirkelteam. Daar is geen sprake van een vaste groep huisartsen die altijd aanwezig is. Uit de mortality follow back study bleek dat patiënten die op het register worden geplaatst vaker thuis overlijden en minder vaak een ziekenhuisopname hebben in de laatste maand van hun leven. Huisartsen houden eerder rekening met het overlijden van de patiënten op het register, en spreken met hen vaker over mantelzorg, belasting van verdere behandeling en mogelijkheden van palliatieve zorg. Ten slotte houden huisartsen bij deze patiënten vaker het beloop van aanwezige pijn, angst of somberheid bij. Het aantal PaTz-groepen is al gegroeid van 80 in 2015 tot 232 in begin 2020. In deel 4 heeft de implementatie zich voor een groot deel gericht op de kwaliteit van bestaande PaTz-groepen. Reflectiebezoeken en regionale inspiratiebijeenkomsten waren daarbij gebaseerd op basis van de resultaten van de eerdere deelstudies.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In een PaTz groep werken huisartsen en (wijk)verpleegkundigen lokaal samen, bijgestaan door een consulent palliatieve zorg. PaTz heeft het in zich om de palliatieve zorg voor patiënten en hun naasten in de thuissituatie te verbeteren. Om dit te bewerkstelligen is het nodig PaTz verder te ontwikkelen. In dit project willen de onderzoekers dat doen in de volgende 4 deelprojecten: 1. Een behoefteninventarisatie t.a.v. wat er nodig is om palliatieve zorg in de thuissituatie te verbeteren 2. De PaTz methodiek doorontwikkelen op verschillende onderdelen 3. Vergelijking van 4 bestaande PaTz varianten om de (meer)waarde van de 3 varianten met extra elementen te onderzoeken 4. Verdere implementatie door zowel het updaten van de huidige groepen over nieuwe ontwikkelingen en het opstarten van nieuwe groepen. Resultaten van deel 1, 2 en 3 van het project worden verwerkt in het implementatieplan van deel 4.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De behoefte inventarisatie van deel 1 bestond uit een internetvragenlijst en online focusgroepen (https://www.zonmw.nl/fileadmin/zonmw/documenten/Thema_Palliatieve_Zorg/Rapport-behoefteinventarisatie-Palliantie.pdf). Hieruit bleek dat zorgverleners aangaven dat korte lijnen, goede bereikbaarheid en een goede overdracht essentieel zijn voor een goede samenwerking voor palliatieve zorg in de eerste lijn en het contact met de tweede lijn. Onder meer een gezamenlijk dossier en multidisciplinair overleg werden als mogelijke verbeteringen genoemd. Daarnaast gaven zij aan kennis en vaardigheden van henzelf en andere zorgverleners verbeterd kan worden, m.n. door (multidisciplinaire) scholing. De grote meerderheid van de zorgverleners (die al dan niet lid waren van PaTz groep) gaf aan dat PaTz van toegevoegde waarde is t.a.v. kennis, coördinatie van zorg, continuïteit van zorg en de samenwerking. De belangrijkste barrière voor PaTz is echter ‘tijd’. Ten slotte gaven zorgverleners aan dat door praktijkvoorbeelden te geven, bijvoorbeeld door middel van filmpjes tijdens scholingen of congressen, de meerwaarde van PaTz beter bekend gemaakt kan worden. Deel 2 heeft geleid tot verdere ontwikkeling van onderdelen van PaTz, zoals de training voor voorzitters, een plan voor coaching van wijkverpleegkundigen in de PaTz-groep en verbeterde informatie over de verschillende PaTz-registers (waaronder de ontwikkelde PaTz-portal). In deel 3 zijn PaTz varianten met elkaar vergeleken(basis-PaTz (n=5), PaTz Rotterdam (oa met PaTz portal)(n=4), vrijwilligers variant (n=2) en cirkelteam variant(n=1)) met behulp van documentenanalyse, observaties bij bijeenkomsten, registraties van wat er tijdens PaTz groep bijeenkomsten werd besproken, analyse van dossiers van overleden patiënten (‘mortality follow back study’), en een interview/focusgroep gehouden. Uit dit deelonderzoek blijkt dat er veel variatie is binnen de PaTz-groepen en dat er niet zo duidelijk drie of vier verschillende varianten zijn te onderscheiden, zoals we vooraf dachten. Tegelijkertijd zijn alle PaTz-groepen in de kern hetzelfde: een vaste groep huisartsen komt op regelmatige basis samen met lokale thuiszorgteams om, onder begeleiding van een consulent palliatieve zorg, hun palliatieve patiënten te identificeren en te bespreken. Een uitzondering daarop is het Cirkelteam. Daar is geen sprake van een vaste groep huisartsen die altijd aanwezig is. Op basis van de gegevens uit de mortality follow back study hebben we een factsheet geüpload op de ZonMw site, met als belangrijkste resultaten: patiënten die op het register worden geplaatst overlijden vaker thuis, hebben minder vaak een ziekenhuisopname in de laatste maand. Huisartsen houden eerder rekening met het overlijden van de patiënten op het register, en spreken met hen vaker over mantelzorg, belasting van verdere behandeling en mogelijkheden van palliatieve zorg. Ten slotte houden huisartsen bij deze patiënten vaker het beloop van aanwezige pijn, angst of somberheid bij. Deel 4, de implementatie loopt en daarvoor worden de resultaten van de eerdere delen meegenomen.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De PaTz methode is een veelbelovende manier om de palliatieve zorg thuis te verbeteren. In een PaTz groep werken huisartsen en (wijk)verpleegkundigen lokaal samen, bijgestaan door een consulent palliatieve zorg. Zij komen ten minste 6x per jaar bij elkaar en identificeren hun patiënten die palliatieve zorg nodig hebben middels een zorgregister. Wensen en behoeften van de patiënt en zijn netwerk worden in kaart gebracht om zo goede en tijdige palliatieve zorg, op de juiste plek te bewerkstelligen.

Een pilot studie liet positieve resultaten zien, zoals het vaker opstellen van zorgplannen voor patiënten in de laatste levensfase en een afname van het aantal ziekenhuisopnames in de maand voor overlijden. Er is enthousiasme voor PaTz in Nederland: er zijn nu ca. 80 groepen door heel het land. Tegelijkertijd komen er uit de praktijk en evaluaties belangrijke aandachtspunten voor een voorspoedige verdere ontwikkeling van PaTz:

- Er blijken regionaal verschillende behoeftes aan ondersteuning en organisatie van palliatieve zorg in de thuissituatie (bv. verschil tussen stad en platteland).

- Er is behoefte aan betere training voor PaTz deelnemers. De training aan voorzitters moet herzien en uitgebreid worden; het is belangrijk wijkverpleegkundigen te empoweren voor hun rol in een PaTz-groep; consulenten palliatieve zorg moeten beter toegerust worden voor hun rol in PaTz.

- Er zijn verschillende mogelijkheden voor het beter ondersteunen van PaTz groepen bij het optimaliseren van zorg. Zo is er een grote variatie in de manier waarop met het zorg register wordt omgegaan.

- Het is soms lastig om huisartsen te motiveren tot deelname aan PaTz.

- Er zijn de afgelopen jaren verschillende PaTz varianten ontstaan, waarin elementen aan het boven beschreven basisconcept van PaTz zijn toegevoegd. De varianten op dit basisconcept van PaTz verschillen in participanten (bv. participatie van een coördinator van vrijwilligers) en wijze van gebruik van het zorgregister (bv. uitgebreider) en organisatie (bv. vanuit een hospice). Het is niet duidelijk hoe deze varianten zich verhouden tot het basisconcept van PaTz met betrekking tot tijdsinvestering, haalbaarheid en effecten op de zorg aan het levenseinde. Levert het toevoegen van elementen ook meer op dan de basis methode?

 

PaTz heeft het in zich om de palliatieve zorg voor patiënten en hun naasten in de thuissituatie te verbeteren. Hierdoor zal het mogelijk worden dat mensen vaker op de door hun gewenste plaats (meestal thuis) kunnen verblijven tot aan het overlijden. Om dit te bewerkstelligen is het nodig PaTz verder te ontwikkelen. In dit project willen we dat doen aan de hand van de bovengenoemde aandachtspunten. Het project bestaat uit 4 delen:

 

Deel 1: Behoefteninventarisatie

Startpunt is een behoefteninventarisatie (via een internetvragenlijst en verdiepende groepsinterviews) bij verschillende betrokkenen in palliatieve thuiszorg (zoals patiënten, naasten, vrijwilligers, huisartsen, verpleegkundigen) t.a.v. wat er nodig is om palliatieve zorg in de thuissituatie te verbeteren. Hierbij wordt onder andere gekeken naar regionale verschillen en verschillen tussen typen betrokkenen in behoeften en de wijze waarop deze vervult kunnen worden. Ook wordt gekeken naar belemmerende en bevorderende factoren voor deelname aan PaTz.

 

Deel 2: Doorontwikkelen PaTz

Als tweede wordt, o.a. gebaseerd op inzichten uit deel 1, de PaTz methodiek doorontwikkeld op verschillende onderdelen aansluitend bij bovengenoemde aandachtspunten. Het ontwikkelen en verbeteren van trainingen voor PaTz deelnemers (a); het vergelijken, aanpassen en beschikbaar maken van versies van het zorgregister (b); het beter ondersteunen van PaTz groepen bij het optimaliseren van zorg door de ontwikkeling van een instrument dat deelnemers helpt leren van gegeven zorg aan patiënten en naasten (c) het aanbieden van een toolkit om oa. de symptoomlast en het welbevinden van patiënten en naasten te volgen (d); het ontwikkelen van een strategie om met name huisartsen te motiveren deel te nemen aan een PaTz groep (e).

 

Deel 3: Vergelijking van 4 PaTz varianten

In dit deel worden 4 bestaande PaTz varianten vergeleken om de (meer) waarde van de 3 varianten met extra elementen te onderzoeken. Hiervoor zal een vergelijkingsstudie worden gedaan bij 16 PaTz groepen (4 groepen per variant) waarbij data over een jaar tijd worden verzameld.

 

Deel 4: Implementatie

De resultaten van deel 1 ,2 en 3 van het project zullen worden verwerkt in een implementatieplan waarin rekening gehouden wordt met het ten minste voldoen aan de basis variant van PaTz en tegelijkertijd aan verschillende behoefte en mogelijkheden die er in verschillende regio’s kunnen bestaan. Vervolgens wordt PaTz aan de hand van dit plan verder geïmplementeerd door 1) het updaten van de 80 huidige PaTz groepen over de nieuwe ontwikkelingen en 2) het opstarten van nieuwe PaTz groepen. Hierbij streven we naar een verdubbeling van het aantal PaTz groepen in 2020.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website