ZonMw tijdlijn Maatschappelijke impact https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Maatschappelijke impact nl-nl Mon, 10 Dec 2018 07:24:08 +0100 Mon, 10 Dec 2018 07:24:08 +0100 TYPO3 news-3222 Thu, 15 Nov 2018 14:40:43 +0100 Professionals zetten zich samen in tegen antibioticaresistentie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/professionals-zetten-zich-samen-in-tegen-antibioticaresistentie/ Het RIVM, ZonMw en het ministerie van VWS organiseerden op 14 november een conferentie over antibioticaresistentie. Onderzoekers, beleidsmakers en praktijkprofessionals praatten over het thema ‘Van onderzoek naar praktijk en beleid. Wat kan jij er mee?!’. Bewustzijn vergroten

De week van 12 tot 19 november staat in het teken van het vergroten van het bewustzijn van antibioticaresistentie. Nederland doet het goed als het gaat om antibioticaresistentie. Niet elk land doet het even goed in Europa; er zijn tussen de landen verschillen gemeten. Om te voorkomen dat mensen overlijden aan een nu nog onschuldige infectie is het bijvoorbeeld nodig dat antibiotica alleen worden voorgeschreven als het ook echt nodig is. Daarnaast is handhygiëne belangrijk om de verspreiding van resistente bacteriën te voorkomen. Voorgaande werd benadrukt door Bruno Bruins, de minister voor Medische Zorg en Sport, die de conferentie met een videoboodschap opende. 
De conferentie stond  in het teken om het nóg beter met elkaar te doen. Want antimicrobiële resistentie is een urgent, groeiend en wereldwijd probleem dat vraagt om een multidisciplinaire aanpak vanuit onderzoek, beleid en praktijk. Betrokkenen uit heel Nederland kwamen daarom deze middag bij elkaar.

Onderzoek

Jeroen Geurts, voorzitter van ZonMw, overhandigde tijdens de bijeenkomst de evaluatie van het ZonMw-programma Priority Medicines Antimicrobiële Resistentie aan VWS. Het vanuit dit programma gefinancierde onderzoek leverde veel kennis op. Deze kennis wordt verder gebracht, in de praktijk en in vervolgonderzoek. Deze kennis draagt bij aan het zorgvuldig gebruik van bestaande middelen, aan de ontwikkeling van nieuwe middelen en methoden, richtlijnen en beleid en het in kaart brengen van potentiële risico’s van antimicrobiële resistentie. Nederland is een internationale voortrekker op dit onderwerp: vasthouden en uitbouwen!

Beleid en praktijk

Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM , gaf een overzicht over resistente bacteriën in Nederland. Waar komen ze voor en wat is de impact daarvan?. Mariken van der Lubben, programmamanager Antibioticaresistentie van het RIVM, ging in op de nationale aanpak tegen antibioticaresistentie in Nederland. Verder stonden tijdens de conferentie 3 thema’s centraal: Welke resultaten zijn er? Hoe komen we nu van data naar implementatie? Wie moet nu waarmee aan de slag? De onderwerpen van de overige sprekers en interactieve sessies gingen dan ook over deze thema's.


Zo praatte Marlies Hulscher, hoogleraar Kwaliteit van Zorg voor infectie- en ontstekingsziekten en werkzaam bij Raboudumc en IQ healthcare, de deelnemers bij over de laatste stand van zaken over implementatie(onderzoek). Zij sprak over de kloof tussen weten wat we moeten doen en wat we daadwerkelijk doen in de dagelijkse praktijk. Het beïnvloeden van gedrag is complexer dan veelal wordt aangenomen. Soms werkt iets en soms niet. Daarom is het zo belangrijk dat gedragswetenschappers betrokken worden de bij implementatie van onderzoeksresultaten uit het bèta-veld. Daarbij is het essentieel dat we gedrag zowel top-down als bottum-up proberen te beïnvloeden. Bijvoorbeeld het gedrag bij handhygiëne; een voorbeeld dat vandaag veelvoudig werd genoemd vanwege zijn relatie met antibioticaresistentie.

Open science is een manier om de kennis over antibioticaresistente goed te kunnen verspreiden. Maar open science kent nog uitdagingen. Pieter van Boheemen, onderzoeker bij het Rathenau Instituut, vertelde de aanwezigen of je voor Open Science moed nodig hebt of dat je het gewoon moet doen. Hij nam ons mee in de nationale en internationale wereld waarin het toegankelijk zijn van onderzoeksdata steeds belangrijker wordt. En waar de uitdagingen liggen voor beleid, onderzoek en praktijk.

Aan de slag

Gezien de opkomst en de reacties was het een geslaagde conferentie. Het gaf professionals uit onderzoek, beleid en praktijk handvatten om binnen en buiten hun organisaties de beheersing van antimicrobiële resistentie te continueren en hierover met elkaar van gedachten te wisselen. Binnenkort is een verslag van de conferentie beschikbaar via de websites van RIVM en ZonMw.

Meer informatie

 

]]>
news-3211 Tue, 13 Nov 2018 14:11:19 +0100 Wat kunt u met ons antimicrobiële resistentie-onderzoek in beleid en praktijk? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/wat-kunt-u-met-ons-antimicrobiele-resistentie-onderzoek-in-beleid-en-praktijk/ Door ons gefinancierd onderzoek heeft veel wetenschappelijk bewezen kennis opgeleverd op het gebied van antimicrobiële resistentie. Dit blijkt uit de evaluatie van het ZonMw-programma Priority Medicines Antimicrobiële Resistentie (AMR). Deze kennis draagt bij aan het zorgvuldig gebruik van bestaande middelen, aan de ontwikkeling van nieuwe middelen en methoden, richtlijnen en beleid en het in kaart brengen van potentiële risico’s. Evaluatie en pas op de plaats

Midden in de World Antibiotic Awareness Week 2018 organiseren we samen met RIVM en VWS de conferentie ‘Antibioticaresistentie; Van onderzoek naar praktijk en beleid. Wat kan jij er mee?!’ Aan VWS bieden we de zelfevaluatie en externe evaluatie aan. De conclusies en aanbevelingen uit deze evaluaties zijn niet compleet zonder een pas op de plaats van het ZonMw-programma Antibioticaresistentie (ABR) en de Joint Programming Initiative on Antimicrobial Resistance (JPIAMR). In dit internationale verband voor wetenschappelijke samenwerking en onderzoekscapaciteit participeren we namens Nederland.

Antibioticateams (A-teams) in ziekenhuizen

Een afgerond AMR-project van Amsterdam UMC (locatie AMC) heeft ertoe bijgedragen dat antibioticateams (A-teams) landelijk in ziekenhuizen worden ingezet. Deze zetten in op zorgvuldige beleidsvorming rond antibioticagebruik in ziekenhuizen. Dit project heeft grote maatschappelijke impact.

Varkensneus remt MRSA

In een lopend multidisciplinair ABR-project van de Universiteit Utrecht wordt met hightech moleculaire technieken gekeken of de overdracht van MRSA via varkensneuzen naar mensen beperkt kan worden. Een veelbelovend project dat mogelijk ingangen biedt om in de toekomst mensen te beschermen tegen MRSA.

Mestverwerking en antibioticaresistentie

RIVM onderzoekt samen met internationale partners wat de risico’s van de uitstoot van antibioticaresistentie uit mest zijn voor de bevolking. En in hoeverre mestverwerkingstechnieken de verspreiding van antibioticaresistentie kunnen verminderen.

Urgentie

We pakken antimicrobiële resistentie aan om te voorkomen dat mensen overlijden aan een nu nog onschuldige infectieziekte zoals een blaasontsteking of darminfectie. Antimicrobiële resistentie is een urgent, groeiend en wereldwijd probleem dat vraagt om een snelle, internationale en multidisciplinaire aanpak vanuit onderzoek, beleid en praktijk.

Toekomst

De externe-evaluatiecommissie raadt ZonMw aan het brede karakter van onderzoek naar antimicrobiële resistentie voort te zetten waarbij internationale samenwerking wordt gestimuleerd. Nederland kan als koploper op het gebied van resistentieproblematiek over de grenzen heen veel bieden en ophalen. Met onderzoek en implementatie dragen we bij aan een One-Health-aanpak voor het ontstaan en de verspreiding van antimicrobiële resistentie bij mens, dier en in het milieu. Het continueren van onderzoek over alle aspecten naar antimicrobiële resistentie is daarbij essentieel.

Continuering onderzoek

Het is onzeker hoe de financiering van onderzoek naar antimicrobiële resistentie nationaal en internationaal op efficiënte wijze gecontinueerd wordt. Met de huidige kwaliteit en beschikbaarheid van onderzoekers kunnen we meer betekenen voor het ontwikkelen en verspreiden van kennis over antimicrobiële resistentie. We zetten ons daarvoor in door de met dit programma versterkte samenwerking tussen de veterinaire en humane geneeskunde continueren. De toepassing van kennis bevorderen we door de samenwerking met onder andere ABR-zorgnetwerken en A-teams te intensiveren.

Meer informatie

 

 

 

 

]]>
news-3166 Mon, 29 Oct 2018 13:15:15 +0100 Nieuwe epilepsiemelder herkent overgrote deel van ernstige nachtelijke aanvallen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-epilepsiemelder-herkent-overgrote-deel-van-ernstige-nachtelijke-aanvallen/ Een hightech armband, ontwikkeld door wetenschappers samenwerkend in het Nederlandse ‘Tele-epilepsie Consortium’, ontdekt 85 procent van alle ernstige nachtelijke epilepsieaanvallen. Dat is een veel betere score dan elke andere nu beschikbare technologie. De betrokken onderzoekers denken dan ook dat het aantal onverwachte nachtelijke sterfgevallen bij epilepsiepatiënten kan afnemen dankzij hun armband. Ze publiceren hun resultaten deze week in het wetenschappelijke journal Neurology. SUDEP, sudden unexpected death in epilepsy, is een belangrijke doodsoorzaak bij epilepsiepatiënten. Bij patiënten met een verstandelijke beperking en onbehandelbare epilepsie, zo’n 10.000 van de 120.000 epilepsiepatiënten in Nederland, is de kans zelfs 20 procent dat ze ooit hieraan overlijden. Alhoewel er meerdere technieken zijn om patiënten ’s nachts te monitoren, worden veel aanvallen nu nog over het hoofd gezien.

Onderzoekers van het consortium hebben daarom een armbandje ontwikkeld, dat twee essentiële kenmerken van ernstige aanvallen herkent: een afwijkende hartslag, en schokkende bewegingen van de patiënt. Het armbandje stuurt in die gevallen draadloos een alarmsignaal aan verzorgers of verplegenden.

Nightwatch

Het onderzoeksteam beproefde de armband, met de naam Nightwatch, bij 28 epilepsiepatiënten met een verstandelijke beperking, over gemiddeld 65 nachten per patiënt. De armband mocht alleen een alarmsignaal afgeven bij ernstige aanvallen. De patiënten werden ook gefilmd, om te controleren of er mogelijk aanvallen waren die de Nightwatch over het hoofd zag. Uit die vergelijking blijkt dat het armbandje 85 procent van alle ernstige aanvallen signaleerde, wat een bijzonder hoge score is.

Ter vergelijking werd tegelijkertijd getest met de huidige detectiestandaard, een bedsensor die reageert op trillingen. Deze signaleerde slechts 21 procent van de ernstige aanvallen. Gemiddeld bleef de bedsensor dan ook eens per 4 nachten per patiënt onterecht stil. De Nightwatch daarentegen miste gemiddeld maar eens in de 25 nachten een ernstige aanval per patiënt. Verder bleken de patiënten weinig hinder van de armband te ondervinden en ook het verzorgend personeel was positief over het gebruik ervan.

Deze resultaten laten zien dat de armband goed werkt, vertelt onderzoeksleider prof.dr. Johan Arends, neuroloog bij Kempenhaeghe en hoogleraar aan de TU Eindhoven. De Nightwatch kan nu breed ingezet gaan worden bij volwassenen, zowel in instellingen als in de thuissituatie. Arends verwacht dat het aantal gevallen van SUDEP hierdoor met 2/3 kan afnemen, met de kanttekening dat dit ook afhangt van hoe snel en adequaat zorgverleners of mantelzorgers reageren op de alarmeringen. Bij wereldwijde toepassing kan het tienduizenden levens redden.

Samenwerking

Arends hoopt dat de goede resultaten ertoe leiden dat de Nightwatch wordt opgenomen in het basispakket van de Nederlandse zorgverzekering. In het Tele-epilepsie Consortium werken de volgende partijen samen: Expertisecentrum Kempenhaeghe, Technische Universiteit Eindhoven, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland (SEIN), UMC Utrecht, het Epilepsiefonds, patiëntvertegenwoordigers en Livassured. Dit bedrijf is opgericht om de Nightwatch op de markt te brengen en werkt sinds 2014 mee aan het onderzoek.

De Nightwatch is een initiatief van Kempenhaeghe en de TU Eindhoven. Aan de ontwikkeling ervan is een kleine twintig jaar gewerkt. Het principe ervan is gebaseerd op een idee van Johan Arends en enkele collega’s.

Waar de Nightwatch nu nog aparte alarmen genereert op basis van de twee sensoren (hartslagsensor en bewegingssensor), is het Tele-epilepsie Consortium al aan het onderzoeken hoe die twee intelligent samenwerken kunnen om tot nog betere alarmering te komen. Ook werkt het consortium aan verbetering van alarmering op basis van geluid en video, wat in de toekomst gecombineerd kan worden met alarmering via de armband. Verder wil men in de toekomst de interpretatie van de signalen patiëntspecifiek maken.

Bron artikel: TU/e

Meer informatie

Dit project is medegefinancierd door het ZonMw Programma Translationeel onderzoek, de topsector Life Sciences & Health (LSH) en het Epilepsiefonds.

]]>
news-3155 Fri, 26 Oct 2018 10:07:35 +0200 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) versterkt onderzoeksprogramma Microplastics & Health https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/ministerie-van-infrastructuur-en-waterstaat-iw-versterkt-onderzoeksprogramma-microplastics-heal/ Het ministerie van I&W levert een financiële bijdrage aan het net opgestarte onderzoeksprogramma Microplastics & Health. Dit programma is geïnitieerd vanuit ZonMw in samenwerking met de Topsector Water, Topsector Life Sciences & Health en het Gieskes-Strijbis Fonds. In dit programma worden projecten gefinancierd naar gezondheidsrisico’s van micro- en nanoplastics. Er is steeds meer bekend over het voorkomen van kleine plastic deeltjes in de oceanen, rivieren, bodem en lucht. De herkomst van deze kleine plastic deeltjes is variabel. Bronnen van kleine plastic deeltjes komen bijvoorbeeld door het verval en verwering van plastic zwerfafval, of door microplastics aan cosmetica toe te voegen, door microvezels die loskomen bij het wassen van synthetische kleding of door slijtage van autobanden. De effecten op het zeeleven (mariene milieu) worden al enigszins duidelijk uit wetenschappelijk onderzoek. Op basis van dit onderzoek worden door wetenschappers zorgen geuit over mogelijke gezondheidseffecten op de mens als micro- en nanoplastics terechtkomen in ons eten, drinken en de lucht.

Doorbraakprojecten

Het ZonMw onderzoeksprogramma Microplastics & Health gaat door middel van het financieren van kortlopende doorbraakprojecten hier meer duidelijkheid over geven. Dit is een nieuw onderzoeksterrein waarin projecten de mogelijk toxische effecten van kleine plastic deeltjes op cel- en orgaanniveau bij mensen bestuderen. Een deel van de kennis die nodig is voor dit nieuwe onderzoeksterrein bevindt zich in het buitenland. Daarom wordt vanuit het subsidieprogramma internationale samenwerking met verschillende disciplines gestimuleerd.

De subsidieoproep is net gesloten en alle aanvragen worden behandeld. Naar verwachting zal begin 2019 door een internationale commissie besloten worden welke projecten gehonoreerd worden. Met de aanvullende bijdrage van het ministerie van I&W kunnen vier extra projecten starten, waardoor er nu maximaal 14 projecten in totaal gefinancierd kunnen worden. De impact van het programma wordt hiermee aanzienlijk vergroot.

Meer informatie:

Programmapagina Microplastics & Health
 

]]>
news-3125 Thu, 18 Oct 2018 12:01:23 +0200 Multidisciplinair onderzoek nodig voor beheersing gevolgen klimaatverandering https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/multidisciplinair-onderzoek-nodig-voor-beheersing-gevolgen-klimaatverandering/ Klimaatverandering heeft op veel verschillende terreinen gevolgen voor onze samenleving: van landbouw tot gezondheid, van watervoorziening en -veiligheid tot migratie en openbaar bestuur. Het veranderende klimaat betekent ook voor de wetenschap een grote uitdaging, waarbij onderlinge samenhang en samenwerking van partijen binnen en buiten de wetenschap essentieel is. Dat bleek tijdens de Climate Challenge Workshop van NWO en ZonMw op woensdag 10 oktober, waarbij wetenschappers en beleidsmakers uit verschillende vakgebieden met elkaar in gesprek gingen over deze grote uitdagingen voor de toekomst.

Urgentie van aandacht voor klimaat

Toevallig bleek de conferentie gepland in de week waarin de Verenigde Naties het nieuwste IPCC-rapport over klimaatverandering publiceerden, waarin de Nederlandse rechter oordeelde dat de overheid meer moet doen om klimaatverandering terug te dringen en waarin de Nobelprijs voor de economie onder meer werd toegekend aan prof. dr. William Nordhaus, die economische modellen voor oorzaken en aanpak van klimaatverandering ontwikkelde. Het belang en de urgentie van het klimaat stonden dan ook niet ter discussie.

Samenwerken over de grenzen van disciplines

NWO-voorzitter prof. dr. Stan Gielen besprak in zijn openingswoord het belang van samenhang. De aanpak van klimaatverandering en de gevolgen ervan is niet een kwestie van een NWO en ZonMw-subsidie meer of minder, maar vraagt om brede aandacht van vrijwel alle wetenschapsgebieden. Universiteiten en andere kennisinstellingen, overheden en bedrijven moeten volgens hem over de grenzen van disciplines heen gaan samenwerken. Ook voor de financiering is volgens Stan Gielen de inbreng van diverse partijen nodig. De Nederlandse Klimaatgezant Marcel Beukeboom verzekerde de aanwezigen dat er inmiddels goed geluisterd wordt naar de aanbevelingen van wetenschappers en waarschuwde voor de gevaren van verkokering. Hij verwees ook naar de Sustainable Development Goals en de inspanningen die hiervoor in Nederland en in mondiaal perspectief voor nodig zijn.

Creatieve oplossingen nodig

De nadruk van de workshop lag op het uitwisselen van ideeën, aan de hand van een aantal thema's. In deze levendige discussies werd duidelijk hoe complex het probleem is maar ook hoe vergelijkbaar processen, oplossingen en effecten daarvan in verschillende gebieden zoals Spitsbergen en Afrika kunnen zijn. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat steden vergroenen, maar daardoor kan wel de kans op allergieën (bijvoorbeeld hooikoorts) groter worden. De vertaalslag van wetenschap naar beleid van landelijke en lokale overheden vraagt om creatieve oplossingen. En op veel terreinen zijn er nog onvoldoende betrouwbare gegevens, bijvoorbeeld over zeespiegelstijging, de effecten van hittestress op de volksgezondheid en de gevolgen van extreme weersomstandigheden. Kortom, het veranderende klimaat betekent ook voor de wetenschap een grote uitdaging, waarbij onderlinge samenhang en samenwerking van partijen binnen en buiten de wetenschap essentieel is.

(bron: NWO)

]]>
news-3104 Fri, 12 Oct 2018 11:31:24 +0200 Miniscule vuurtoren brengt niertumor in beeld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/miniscule-vuurtoren-brengt-niertumor-in-beeld/ Regelmatig worden kleine niertumoren operatief verwijderd, terwijl achteraf blijkt dat ze goedaardig zijn. Met een nieuwe techniek, gebaseerd op laserlicht, is het mogelijk dat onderscheid direct te maken. Ook bij sommige andere tumorsoorten lijkt dit een adequate vorm van diagnostiek. Steeds vaker worden kleine niertumoren bij toeval ontdekt tijdens een CT- of MRI-scan van de buik. De vraag is dan of zo’n tumor goed- of kwaadaardig is, om te weten of een operatie of bevriezing via cryoablatie noodzakelijk is. De bestaande diagnostiek is echter niet afdoende, vertelt Martijn de Bruin. Hij werkt als onderzoeker op de afdelingen urologie en Biomecial Engineering and Physics van het Amsterdam UMC. `Met een lange naald wordt dan een stukje weefsel uit de tumor gehaald voor analyse door de patholoog. Maar als je tijdens het nemen van zo’n biopt de tumor mist of in het centrum raakt, waarbij je voornamelijk met dode cellen te maken hebt, dan weet je nog steeds niet wat voor soort tumor het is. Dit komt toch in 20 procent van de gevallen voor.’

OCT

De Bruin heeft samen met collega’s een nieuwe techniek ontwikkeld, die direct uitsluitsel geeft zonder tussenkomst van een patholoog. Dit werd mede mogelijk gemaakt door subsidie van ZonMw vanuit het Programma Translationeel Onderzoek. De techniek is gebaseerd op de zogenaamde Optische Coherentie Tomografie (OCT), legt De Bruin uit. `De patiënt moet op zijn of haar zij liggen, zodat de nier tegen de onderkant van de huid wordt gedrukt. De interventieradioloog en de uroloog brengen dan onder geleiding van echo een holle naald in de tumor. Door die naald voeren ze een optische fiber in, die beelden maakt van de tumor. Blijkt deze kwaadaardig, dan kan in de toekomst via andere naalden de tumor meteen worden bevroren.’

De Amsterdamse onderzoeker vergelijkt de fiber met een vuurtoren. Op de tip zit een spiegeltje dat het laserlicht in een hoek van 90 graden afbuigt. Doordat de fiber 1600 omwentelingen per minuut maakt en gecontroleerd met een motortje 10 millimeter per seconde naar buiten wordt getrokken, ontstaat er een 3D-afbeelding van het omliggende weefsel. De Bruin: `We gebruiken infrarood laserlicht. Dat dringt een beetje het weefsel in. Natuurlijk wil je ook weten waar de reflectie vandaan komt. Vanwege de hoge snelheid van licht kun je geen tijdsmetingen doen zoals bij echogeluid. Daarom splitsen we het laserlicht in twee bundels: een reflecteert via het spiegeltje en de andere vanuit het weefsel. Door het verschil in reflectie te meten, kunnen we de diepte bepalen.’

Chaotische reflectie

Het mooie van laserlicht is volgens De Bruin dat het niet alleen een beeld geeft van het tumorweefsel, maar ook of het goed- of kwaadaardig is. `Bij gezond weefsel kaatst het licht in een regelmatig patroon terug. Kankercellen hebben veel meer celkernen en organellen omdat ze veel actiever zijn. Die onderdelen verstrooien het licht in een chaotische structuur.’ Door nog meer patiënten te onderzoeken, wil De Bruin kijken of het mogelijk is te bepalen hoe agressief een tumor is, wat belangrijk is voor het bepalen van de behandeling. `Bovendien kijken we of we OCT kunnen inzetten bij prostaat- en longkanker. Normaal moet je bij deze tumoren eveneens biopten nemen. Het zou natuurlijk fantastisch zijn als je ook hierbij op een veel minder invasieve en effectievere manier een diagnose kunt stellen.’

Tekst: John Ekkelboom

Meer informatie

  • ZonMw, SGF en de gezondheidfondsen vinden dat translationeel onderzoek noodzakelijk is om veelbelovende behandelmethoden bij de patiënt te krijgen. Door de krachten te bundelen kunnen beschikbare middelen efficiënter worden ingezet. Dit project is medegefinancierd door het KWF.
  • ZonMw thema Translationeel onderzoek
  • ZonMw Programma Translationeel Onderzoek

 

 

]]>
news-3100 Thu, 11 Oct 2018 11:04:49 +0200 Onderzoek griepprik en nieuw vaccin https://nos.nl/artikel/2254238-blokhuis-kijkt-naar-verplichte-griepprik-voor-zorgpersoneel.html Op advies van deskundigen wil staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid onderzoek naar het verplicht stellen van de jaarlijkse griepprik voor medewerkers in de zorg. Ook neemt hij het advies over voor een nieuw vaccin. Deze nieuwe griepprik heeft naar verwachting een „hogere effectiviteit" omdat het is opgebouwd uit meerdere griepstammen, dan het huidige vaccin. news-3064 Tue, 02 Oct 2018 08:53:46 +0200 Nieuwe test spoort ziekmakende darmbacteriën razendsnel op https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-test-spoort-ziekmakende-darmbacterien-razendsnel-op/ Een nieuwe non-invasieve test, ontwikkeld door Nederlandse onderzoekers, kan binnen vijf uur de samenstelling van de gehele darmflora in kaart brengen. Daarmee wordt het mogelijk iedere patiënt met een inflammatoire darmziekte persoonsgericht te behandelen en het effect ervan in de tijd te volgen. Patiënten met de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa hebben een genetische aanleg voor deze veelvoorkomende inflammatoire darmziekten. Waardoor zo’n ziekte wordt uitgelokt, is nog steeds niet bekend, vertelt Paul Savelkoul. Hij is hoogleraar medische microbiologie aan zowel de Universiteit Maastricht als het VU medisch centrum. `Wat wel duidelijk is, is dat bij een opflakkering van de ziekte bacteriën een essentiële rol spelen. De darmflora raakt dan helemaal van slag. Bepaalde bacteriën krijgen de overhand, waardoor er een ontsteking ontstaat in de darmwand. Die ontsteking wordt dan bijvoorbeeld bestreden met antibiotica. In ernstige gevallen is het zelfs noodzakelijk een stuk darmwand operatief te verwijderen.’

Lengte DNA-fragment

Groot probleem volgens Savelkoul is dat er nooit adequate microbiologische diagnostiek voorhanden is geweest om inzicht te krijgen in die ontspoorde darmflora. `Microbiologische diagnostiek, zoals bij veel andere infecties gebeurt, is voor de darmflora niet mogelijk. Van veel darmbacteriën weten we niet eens hoe we die moeten kweken. We zijn daarom op zoek gegaan naar een effectievere vorm van DNA-diagnostiek.’ Eind jaren negentig van de vorige eeuw leidde deze speurtocht naar een interessante ontdekking. Het viel de hoogleraar op dat de lengte van een bepaald stukje DNA in het genoom van bacteriën bij iedere soort verschillend is. Dat maakte de weg open om aan de hand van die DNA-stukjes bacteriën te identificeren.

Mede dankzij subsidie vanuit het Programma Translationeel Onderzoek van ZonMw hebben Savelkoul en zijn collega medisch microbioloog Dries Budding op basis van die vondst de zogenaamde ISpro-test ontwikkeld. Hierbij worden via PCR – polymerasekettingreactie – specifiek de DNA-fragmenten, die zo kenmerkend zijn voor iedere bacteriesoort, vermenigvuldigd. Daarna is het mogelijk die stukjes te analyseren. Savelkoul: `Zo kunnen we alle darmbacteriën van een patiënt via lengtescheiding identificeren. Binnen vijf uur weet je welke bacteriën in het darmmonster aanwezig zijn. De piekjes op het beeldscherm geven tevens de relatieve hoeveelheden ervan aan. Hoe hoger een piek, hoe meer van die soort in de darmen zit.’

Open systeem

Met deze test, die nu verder wordt geperfectioneerd en waarschijnlijk binnen enkele jaren beschikbaar komt voor de kliniek, is het volgens Savelkoul mogelijk alle ongeveer duizend bekende darmbacteriesoorten tegelijkertijd in beeld te brengen. `Deze test is uniek in de wereld. Het bijzondere is dat het een open systeem is. We vinden zo ook soorten die we nog niet kennen omdat we ze niet kunnen kweken.’ Voor de patiënt zijn er grote voordelen, vervolgt de onderzoeker. `Het is niet meer nodig om een stukje darmweefsel af te nemen. Een beetje ontlasting is voldoende. Tijdens controles kun je bij iedere patiënt de ideale individuele darmflora bepalen op het moment dat de ziekte rustig is. Dreigt de ontsteking op te flakkeren, dan kun je vroegtijdig ingrijpen en kijken of een gerichte behandeling aanslaat en de ideale darmflora terugkeert.’

tekst: John Ekkelboom

Meer informatie

 

]]>
news-3044 Wed, 26 Sep 2018 11:17:29 +0200 Twee miljoen voor doorbraak diabetes type 2 onderzoek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/twee-miljoen-voor-doorbraak-diabetes-type-2-onderzoek/ Amersfoort, 26 september 2018 – Het Diabetes Fonds en ZonMw financieren gezamenlijk 2 miljoen euro in het programma Diabetes II Doorbraakprojecten. Het programma biedt onderzoekers de mogelijkheid om nieuwe ideeën voor de oplossing van diabetes type 2 in korte tijd te bewijzen. Om ze daarna uitgebreid te kunnen onderzoeken. Centraal staat hierbij: wat gaat hét verschil maken bij het voorkomen en stoppen van diabetes type 2? Ruim 1,1 miljoen Nederlanders hebben diabetes type 2 en dit zal de komende jaren alleen maar toenemen. De gevolgen van deze aandoening zijn groot, mede door het risico op ingrijpende complicaties. Onderzoek heeft al veel kennis opgeleverd over de achterliggende mechanismen, maar er is nog geen oplossing om diabetes type 2 te stoppen.

Diabetes II Doorbraakprogramma

ZonMw en het Diabetes Fonds combineren hun expertise en starten vandaag met het programma. Daarmee kan een volgende stap gezet worden om diabetes type 2 terug te dringen. Dit programma is uniek, want het stimuleert wetenschappers hun ideeën te toetsen met mogelijk baanbrekende oplossingen.

20 gehonoreerde projecten

Er starten 20 onderzoeksprojecten binnen het programma Diabetes II Doorbraakprojecten. Deze projecten hebben betrekking op één of meerdere van de volgende onderwerpen: veroudering, biomarkers, datasets, gezonde leefstijl, risicogroepen, insulineongevoeligheid, zwangerschapsdiabetes, laag sociaal economische klasse en kinderen met diabetes type 2. De projecten die gehonoreerd zijn, zijn kortlopende pilotprojecten met een maximale duur van een jaar. Meer informatie over de 20 projecten vindt u op onze programmapagina Partnership Diabetes.

Over het Diabetes Fonds

Het Diabetes Fonds vindt dat iedereen een gezond leven verdient, zonder diabetes en de complicaties ervan. Daarom wil het Diabetes Fonds Nederland gezonder maken en diabetes genezen. Enerzijds door wetenschappelijk onderzoek te financieren naar betere behandelingen, genezing en complicaties van diabetes type 1 en type 2. Anderzijds door de gezonde keuze makkelijker te maken. Voor meer informatie over diabetes kunt u terecht op de website van het Diabetes Fonds www.diabetesfonds.nl.

Over ZonMw

ZonMw financiert gezondheidsonderzoek én stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis. Daarmee draagt ZonMw bij aan het verbeteren van de zorg en gezondheid. Met allerlei subsidieprogramma’s wordt de totale innovatiecyclus gestimuleerd. Van fundamenteel onderzoek tot implementatie van nieuwe behandelingen, preventieve interventies of verbeteringen in de structuur van de gezondheidszorg.

Meer informatie

Voor meer informatie of interviewverzoeken neem contact op met:
Tatiana Pijnenburg op telefoonnummer 06 551 06 395 of via t.pijnenburg@diabetesfonds.nl of met Danique van der Gaauw op telefoonnummer 070 3495311 of via gaauw@zonmw.nl.

- Programmapagina Partnership Diabetes Fonds

 

 

]]>
news-2985 Wed, 12 Sep 2018 14:48:19 +0200 Onderzoekers, artsen en financiers bundelen krachten in Dutch CardioVascular Alliance https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onderzoekers-artsen-en-financiers-bundelen-krachten-in-dutch-cardiovascular-alliance/ Overvallen worden door een hartinfarct of een beroerte behoort over ruim 10 jaar tot het verleden. Die ambitie stelt de Dutch CardioVascular Alliance (DCVA) zich, een nieuw samenwerkingsverband van twaalf organisaties, wetenschappers en zorgprofessionals op het gebied van hart- en vaatonderzoek. ZonMw is één van deze twaalf organisaties. De DCVA werd woensdag 12 september 2018 feestelijk gelanceerd tijdens een presentatie in het Muntgebouw in Utrecht. De bundeling van krachten op landelijk niveau moet ertoe leiden dat we hart- en vaatziekten eerder kunnen opsporen, oplossingen sneller ontwikkelen én naar de patiënt brengen en evalueren. Het gezamenlijke doel is om de ziektelast in 2030 met een kwart te verminderen.

Omvang van het probleem: 106 doden per dag

Op dit moment telt Nederland circa 1.4 miljoen hart- en vaatpatiënten. Als gevolg van de vergrijzing, een veranderde levensstijl en diabetes stijgt dit aantal tussen nu en 2030 naar verwachting tot 1.9 miljoen. Dat betekent dat één op de zeven volwassenen een hart- of vaataandoening heeft, meer mensen vroegtijdig sterven en levens worden beperkt. Naast de impact die dit heeft op de patiënt en zijn of haar omgeving, leidt dit ook tot aanzienlijk hogere zorgkosten.

Vroegdiagnostiek topprioriteit

Betere vroegdiagnostiek is een van de topprioriteiten van de DCVA. Daarbij gaat het om nieuwe of verbeterde tests, innovatieve diagnostische instrumenten en optimaal gebruik maken van gegevens die mensen zelf verzamelen. Om dit doel te bereiken, verwacht de DCVA de komende tien jaar minimaal 1 miljard euro nodig te hebben voor onderzoek, valorisatie en implementatie. De twaalf partners gaan intensief samenwerken om deze benodigde menskracht en middelen bij elkaar te brengen, met elkaar én met nieuwe partners.

Samenwerking in allianties

Onderzoekgroepen van alle universiteiten en ziekenhuizen werken samen in allianties en krijgen van de partners ondersteuning bij het versnellen van de valorisatie en implementatie. Dit zorgt ervoor dat oplossingen eerder bij de patiënt komen. Ook is er aandacht voor talentontwikkeling, zodat er ook in de toekomst toponderzoekers zijn, en wordt de onderzoeks-infrastructuur in Nederland verbeterd. De organisaties bouwen bijvoorbeeld aan een sterk datanetwerk, dat het delen en hergebruik van hartweefsels en data voor vervolgonderzoek mogelijk maakt.

Meer informatie over de DCVA vindt u op hun website.


]]>
news-2960 Fri, 07 Sep 2018 10:35:44 +0200 Tijgermug vaker op vakantie in Nederland https://www.umcutrecht.nl/nl/Over-Ons/Nieuws/2018/Tijgermug-vaker-op-vakantie-in-Nederland Voor het door ons gefinancierde TIARA-project zoeken UMC Utrecht en het RIVM reizigers voor deelname aan onderzoek naar exotische virusinfecties. De kans dat dit soort infecties zoals dengue gaan voorkomen in Nederland wordt groter. Muggen uit exotische landen, zoals de tijgermug, zien we namelijk steeds vaker in Nederland. Deze muggen kunnen zich steeds beter handhaven binnen Europa. news-2957 Thu, 06 Sep 2018 14:58:45 +0200 e-healthweek 2019 - en nú naar de praktijk https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/e-healthweek-2019-en-nu-naar-de-praktijk/ Na het succes van de vorige twee edities wordt van 21 t/m 26 januari 2019 voor de derde keer de nationale e-healthweek (EHW19) georganiseerd. Doel van deze campagneweek is om het brede publiek te laten zien en ervaren hoe mensen door de inzet van e-health langer gezond (thuis) kunnen leven. De focus van deze editie ligt op de empowerment van patienten, burgers en zorgverleners om e-health daadwerkelijk te gebruiken. Tijdens de eerdere edities van de e-healthweek bleek dat er veel belangstelling is voor e-health, maar dat men er ook graag mee aan de slag wil. In de e-healthweek zullen zorgpartners uit heel Nederland weer een week lang de deuren openen, zodat mensen zelf de mogelijkheden van e-health kunnen ontdekken én leren hoe ze ermee aan de slag kunnen. De e-healthweek richt zich zowel op patienten en burgers als op zorgprofessionals.

Meedoen als partner

Net als in eerdere jaren is het succes van de e-healthweek sterk afhankelijk van de activiteiten die partners organiseren. Alle zorgorganisaties en mensen in en om de zorg  worden opgeroepen om weer mee te doen. Evenementen zijn bijvoorbeeld rondleidingen, dialogen, masterclasses, workshops of het zelf ervaren. Een overzicht van de activiteiten van 2019 is binnenkort te vinden op www.ehealthweek.net.

ZonMw doet mee

Naast andere partijen zoals VWS, Zorg van Nu en Health Holland draagt ook ZonMw inhoudelijk en financieel bij aan deze editie van de e-healthweek. ZonMw stimuleert onderzoek naar e-health toepassingen en draagt daarmee bij aan de implementatie van e-health in de praktijk.

Meer informatie

Het aanmelden van activiteiten kan via de website www.ehealthweek.net Hier is ook meer informatie over de week zelf te vinden.

Zie ook het persbericht van ECP | Platform voor de InformatieSamenleving

]]>
news-2942 Tue, 04 Sep 2018 13:45:10 +0200 Nieuw rapport: ‘Kennisbenutting in het dementieveld: van onderzoek naar implementatie’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuw-rapport-kennisbenutting-in-het-dementieveld-van-onderzoek-naar-implementatie/ Het rapport ‘Kennisbenutting in het dementieveld: van onderzoek naar implementatie’ geeft inzicht in de kennis die ontwikkeld wordt in dementieonderzoek binnen het ZonMw-programma Memorabel en de betekenis daarvan voor beleid, praktijk, onderwijs en (verder) onderzoek. Vier onderzoekers kregen van ZonMw de opdracht om tussentijdse projectopbrengsten en -ervaringen te verzamelen, analyseren en te verbinden. De onderzoekers signaleren in het rapport belangrijke ontwikkelingen en kansrijke projectopbrengsten in het dementieveld.  Het rapport geeft ook inzicht in factoren die kennisbenutting bevorderen of belemmeren. 

Opzet project

Het verzamelen van ideeën over kennisbenutting pakt ZonMw op met partijen in relevante onderzoeksgebieden. Om uitwisseling te stimuleren en tegelijkertijd bewustwording van het proces rond kennisbenutting te vergroten, kregen vier onderzoekers midden uit het veld de opdracht om adviezen te geven over kennisbenutting. Zij werken voor vier Nederlandse Alzheimercentra en maken onderdeel uit van het  internationale netwerk ‘World Young Leaders in Dementia’. Zij vroegen circa 70  projectleiders al tijdens hun onderzoek naar hun  plannen  om de resultaten te gaan benutten. Op basis van deze inventarisatie en analyse, formuleerden zij adviezen over kennisbenutting en toetsten die bij diverse stakeholders, waaronder patiënten. Deze adviezen benut de commissie van Memorabel bij het verder programmeren en het biedt onderzoekers aanknopingspunten om verder aan de slag te gaan met kennisbenutting.

Programma Memorabel

Het programma Memorabel richt zich op de mensen met dementie van nu en op de patiënten van morgen. Het onderzoek omvat de gehele kennisketen, van onderzoek om het ontstaan van dementie te begrijpen tot het verbeteren van  de praktijk van zorg en ondersteuning. Inmiddels zijn er bijna 140 projecten gefinancierd. Het programma is onderdeel  van het Deltaplan Dementie en loopt tot 2020.

Meer informatie:

 

 

]]>
news-2935 Tue, 04 Sep 2018 09:30:00 +0200 Internationale coalitie wil versnelling Open Access https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/internationale-coalitie-wil-versnelling-open-access/ Vanaf 1 januari 2020 zijn resultaten van onderzoek voor iedereen beschikbaar in Open Access tijdschriften en Open Access platforms. Dit is de kern van het plan dat vandaag door de cOAlition S, een internationale groep van onderzoeksfinanciers, waaronder NWO en ZonMw, bekend wordt gemaakt. Het doel is versnelling van de transitie naar Open Access. Het initiatief voor het versnellingsplan werd genomen door Robert-Jan Smits, special envoy Open Access bij de Europese Commissie. En wordt onderschreven door een brede coalitie van nationale en Europese onderzoeksfinanciers uit Frankrijk, Groot-Brittannië, Zweden, Noorwegen, Oostenrijk, Ierland, Luxemburg, Polen, Slovenië en Nederland. De Europese Commissie geeft aan het plan van harte te ondersteunen. Ook de European Research Council (ERC) onderschrijft het plan.

Betaalmuur

Met dit gezamenlijke initiatief wordt de internationale druk op de uitgevers opgevoerd om hun business model definitief om te gooien en Open Access over de volle breedte mogelijk te maken. Stan Gielen, voorzitter NWO: ‘Wetenschap hoort niet achter een betaalmuur, maar moet voor iedereen vrij toegankelijk zijn.’  Jeroen Geurts, voorzitter ZonMw: ‘Bij gezondheidsonderzoek hebben we ook te maken met patiënten en zorgprofessionals. Vrije toegang tot onderzoeksresultaten is voor deze groepen belangrijk.’ Naast NWO en ZonMw onderschrijven ook de VSNU, de KNAW en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het belang van de stappen die nu gezet worden.

Full Open Access in de praktijk

Belangrijkste consequentie van het plan is dat alle publicaties die voortkomen uit financiering van NWO, ZonMw en de andere onderzoeksfinanciers per 1 januari 2020 gepubliceerd moeten worden in volledig Open Access tijdschriften. Het publiceren in hybride tijdschriften die volgens het oude abonnementenmodel werken maar wel de mogelijkheid bieden om artikelen Open Access te maken, wordt gedurende een overgangsperiode van 2 jaar toegestaan tot eind 2021. Wel op voorwaarde dat daar het soort contracten onderligt dat de VSNU namens de gezamenlijke universiteiten met de uitgevers sluit. In disciplines waar onvoldoende mogelijkheden tot Open Access bestaan, zullen de organisaties initiatieven nemen en steunen zodat die mogelijkheden ook daar ontstaan. ‘De universiteiten zijn verheugd met deze maatregel, het is een duidelijke steun voor de onderhandelingen die wij met de uitgevers hierover voeren,’ aldus VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg.

Meer informatie:

  • Nieuwsbericht + Plan S van NWO
  • Over Open Access op onze website
  • Voor informatie over Open Access publiceren kunnen onderzoekers de website van VSNU raadplegen .
  • In het eerder verschenen nieuwsbericht over het VWS-advies over Open Access publiceren in de gezondheidszorg 
  • in het eerder verschenen nieuwsbericht over de aanbieding van het Nationaal Plan Open Science


]]>
news-2907 Tue, 28 Aug 2018 00:00:00 +0200 Tweede subsidieronde Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd opengesteld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tweede-subsidieronde-actieprogramma-maatschappelijke-diensttijd-opengesteld/ Vandaag is de oproep voor de tweede subsidieronde van het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd opengesteld. Net zoals bij de eerste oproep biedt het actieprogramma de mogelijkheid om aan de hand van proeftuinen te experimenteren met de invulling van de maatschappelijke diensttijd. De proeftuinen kunnen experimenteren met diverse aspecten, zoals omvang van de diensttijd, invulling van de diensttijd, vergoeding voor jongeren, of het stimuleren van de inclusie van verschillende groepen jongeren.

De focus in deze oproep ligt op proeftuinen die zich richten op het bevorderen van sociale cohesie en op proeftuinen die zich richten op een specifieke groep jongeren of sector. Laat uiterlijk 21 september 2018 voor 12.00 uur weten dat u interesse heeft. De deadline voor de subsidieaanvraag is 9 oktober 2018 om 12.00 uur. 

Wat is maatschappelijke diensttijd?

Met maatschappelijke diensttijd leveren jongeren op vrijwillige basis een bijdrage aan de samenleving. Staatsecretaris Blokhuis wil vanaf zomer 2019 deze maatschappelijke diensttijd voor jongeren invoeren. Doel: de maatschappelijke impact van jongeren  verhogen door te investeren in hun inzet en ontwikkeling van hun talenten. Het programma richt zich ook op jongeren die nog niet of nauwelijks maatschappelijk actief zijn. Jongeren geven zelf aan dat de maatschappelijke diensttijd vrijwillig, flexibel en passend moet zijn; ze doen mee om nieuwe skills en ervaringen op te doen.

Wie kan aanvragen?

Organisaties met een goed idee kunnen financiële ondersteuning aanvragen. Binnen het actieprogramma wordt in proeftuinen gewerkt aan goede voorbeelden voor de maatschappelijke diensttijd. Organisaties hebben aantoonbaar ervaring in het organiseren van maatschappelijke activiteiten en projecten met jongeren.

Wat zijn de voorwaarden?

De proeftuinen moeten en stevige omvang en bereik hebben, dat wil zeggen landelijk, regionaal of grootstedelijk. Daarnaast moet in de proeftuin het hele proces van werven, matchen, begeleiden en uitvoeren van de maatschappelijke inzet doorlopen worden. Per proeftuin kan een subsidie van minimaal € 100.000 euro en maximaal € 500.000 euro aangevraagd worden. De looptijd van de proeftuin is maximaal 18 maanden. 

Hoe kan er subsidie aangevraagd worden?

Maak uiterlijk 21 september 2018 voor 12.00 duidelijk dat u interesse heeft door het vooraanmeldingsformulier in te vullen. U ontvangt dan een link waarmee u uw aanvraag kunt indienen. Subsidieaanvragen die niet aangemeld zijn, worden niet in behandeling genomen. De deadline voor het indienen van de subsidieaanvraag is 9 oktober 2018 om 12.00 uur. De volledige subsidieoproep en criteria leest u in de subsidiekalender van ZonMw.

Informatiebijeenkomst op 5 september

Benieuwd naar meer informatie over het actieprogramma en de subsidieoproep? Meld u dan aan voor de informatiebijeenkomst op woensdag 5 september van 09.30 tot 12.30 of van 13.30 tot 16.30 bij ZonMw in Den Haag. Deze bijeenkomst wordt gefilmd en daarnaast wordt er een verslag gemaakt dat diezelfde week nog wordt gepubliceerd.

Waarom het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd?

Met dit programma bevordert ZonMw dat iedere jongere de mogelijkheid krijgt om via maatschappelijke projecten en activiteiten bij te dragen aan een sterke en betrokken samenleving. Ook jongeren die nu nog niet maatschappelijk actief zijn. Het doel van het actieprogramma is om vanuit de praktijk te leren wat werkt. Het ministerie van VWS heeft € 25 miljoen subsidiemiddelen in 2018 beschikbaar gesteld voor het actieprogramma. Dit jaar zet ZonMw twee subsidieronden uit.

Meer weten?

]]>
news-2843 Mon, 06 Aug 2018 11:54:02 +0200 Langer nagenieten van de vakantie? Liever niet met een soa! https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/langer-nagenieten-van-de-vakantie-liever-niet-met-een-soa/ Veel jongeren hebben tijdens hun vakantie onbeschermde seks. Bij onbeschermde seks is de kans op een seksueel overdraagbare aandoening groot. In Nederland alleen al lopen jaarlijks ruim 100.000 mensen een soa op. Vanuit het preventieprogramma is ingezet op onderzoek naar screening op infectieziekten zoals soa’s. SoaSeksCheck: jongeren doelmatiger en gerichter bereiken

In dit onderzoek is de SoaSeksCheck ontwikkeld. Een webapplicatie om jongeren, die een potentieel hoog risico lopen op een soa, gerichter te bereiken en indien nodig door te sturen naar een aanbieder van betrouwbare soa-zorg. De SoaSeksCheck bestaat uit een chatbot (geautomatiseerde gesprekspartner) waar vragen rondom seksualiteit en het risico op soa gesteld konden worden. Op die manier kon de risicogroep tijdig worden opgespoord en doorgeleid worden tot behandeling.

Daarnaast kregen jongeren de mogelijkheid om via de elektronische agendamodule een afspraak in te plannen bij de soa poli. Ook werd er in de webapplicatie feitelijke informatie gegeven over soa’s en zwangerschap waarbij de anonimiteit van de jongeren ten alle tijden wordt gewaarborgd. De resultaten suggereren dat de SoaSeksCheck het bereik en doorgeleiding van hoog-risico jongeren in een urbane setting met een niet-Nederlandse afkomst kan verbeteren en dat de applicatie bijdraagt aan effectiever soa testbeleid.

Een gewaarschuwd mens…

In dit project is de website www.partnerwaarschuwing.nl succesvol geïmplementeerd. Mensen met een soa kunnen via deze site hun sekspartners waarschuwen. Overdracht van een soa kan gebeuren zonder dat partners weten dat zij een soa hebben. Een onbehandelde soa kan grote gevolgen hebben. Zo kan gonorroe leiden tot onvruchtbaarheid bij vrouwen en bijbalontstekingen bij mannen.

Waarschuwen van een sekspartner kan op verschillende manieren, persoonlijk of via de telefoon. Met een sms of een WhatsAppbericht of via de waarschuwingsmodule van partnerwaarschuwing.nl.
Het is ook mogelijk anoniem te waarschuwen via de website. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de code die bij de soa uitslag is ontvangen. Er wordt vervolgens anoniem een bericht naar de te waarschuwen sekspartner verstuurd.

Alle GGD’en gebruiken de website

Inmiddels gebruiken de soa-poli’s van alle GGD’en de website. Een kleine 400 huisartsenpraktijken hebben een inlogaccount en kunnen codes meegeven aan hun patiënten. De helft van de hiv-behandelcentra heeft tenminste één hiv-consulent die codes kan meegeven. Ten slotte is de site via andere websites gepromoot onder mensen die een soa hebben, bijvoorbeeld via thuisarts.nl. Vooral via soaaids.nl zijn veel bezoekers naar de site gekomen.

Grensverleggend onderzoek

ZonMw stimuleert kennisontwikkeling over gezondheidsonderzoek en zorginnovaties. De genoemde onderzoeken SoaSeksCheck en Partnerwaarschuwing.nl worden gefinancierd vanuit het Preventie deelprogramma Vroege Opsporing.

Meer informatie

]]>
news-2862 Mon, 30 Jul 2018 13:25:00 +0200 Werken aan een inclusieve wijk https://mediator.zonmw.nl/mediator-30/werken-aan-goed-buurmanschap/ Veel mensen die voorheen in een zorginstelling verbleven, wonen tegenwoordig in de wijk. Zorg- en welzijnsorganisaties en een wooncorporatie in Amstelveen werken samen aan een ‘inclusieve buurt’: een buurt waarin iedereen meedoet.  

]]>
news-2798 Fri, 27 Jul 2018 09:02:49 +0200 Kunt u nog wel lekker zwemmen deze zomer? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kunt-u-nog-wel-lekker-zwemmen-deze-zomer/ Als het warmer wordt en de zomer vordert, is het steeds aantrekkelijker om een lekkere duik te nemen in natuurwater. Maar is dit wel zo’n goed idee? Wat zwemt er met u mee? Darmbacterie kopje onder

Darminfecties bij mensen worden o.a. veroorzaakt door de bacterie Campylobacter. De bacterie verspreidt zich meestal van landbouwhuisdieren naar mensen. De bacterie komt ook voor bij wilde vogels en in oppervlaktewater. De bijdrage van deze bronnen aan humane infectie is grotendeels onbekend.
 
Het RIVM onderzoekt met verschillende partners de oorsprong en verspreiding van Campylobacter in het milieu. Het onderzoek leidt tot acties die ondernomen kunnen worden om het verspreiden van de bacterie via het milieu te voorkomen.

Een slok afvalwater

U kunt bijvoorbeeld blauwalg tegenkomen in het zwemwater. De blauwalg is een cyanobacterie, die in de zomer zeer giftige stoffen produceert. Het komt vaak voor dat op de plekken waar blauwalg is een zwemverbod van kracht is. Wanneer er te veel stikstof en fosfor in het oppervlaktewater aanwezig zijn kan dit zorgen voor een overmatige groei van algen en cyanobacteriën. Dit is herkenbaar aan de groene drab die dan op het water drijft. Wanneer de algen en cyanobacteriën vervolgens afsterven ontstaan er zuurstoftekort in het water.

Recent was in het nieuws dat waterschappen mensen afraden te zwemmen in oppervlaktewater vanwege de explosieve groei van blauwalgen.

In ons oppervlaktewater wordt gereinigd huishoudelijk afvalwater geloosd. Huishoudelijk afvalwater is er in verschillende varianten; ‘Zwart water’ is het water dat we wegspoelen na een uitgebreid toiletbezoek. Dit water is het meest vervuilde water. ‘Grijs water’ is afvalwater dat afkomstig is van bad, douche, keuken en (afwas) machine. Grijs water is minder vervuild maar wordt wel meer geproduceerd. Dit afvalwater wordt gereinigd en vervolgens weer in oppervlaktewater geloosd.

Resistente bacteriën

Mensen spoelen regelmatig hun overgebleven medicijnen door het toilet. Deze medicijnresten kunnen grotendeels uit het rioolwater worden gefilterd, maar een deel komt toch in het oppervlaktewater terecht. Dit is slecht voor ons milieu en voor het waterleven. Zo kunnen antidepressiva zorgen voor een gedragsverandering bij kleine waterkreeftjes en vissen.
 
Mensen en dieren scheiden resistente bacteriën uit met de ontlasting en die bereiken via het riool de afvalwaterzuivering. Afvalwaterzuiveringen kunnen het aantal resistente bacteriën, resistentiegenen en resten van antibiotica deels verminderen, maar niet volledig.

Mensen die zwemmen in oppervlaktewater waarin gezuiverd afvalwater wordt geloosd, kunnen deze resistente bacteriën mogelijk binnenkrijgen. De gevolgen hiervan voor de gezondheid moeten nog onderzocht worden.
 
Het RIVM onderzoekt in hoeverre het mogelijk is om resistente darmbacteriën binnen te krijgen door te zwemmen in  oppervlaktewater. Zij zoeken deelnemers voor een zwemmersstudie.

Grensverleggend onderzoek

ZonMw stimuleert kennisontwikkeling over gezondheidsonderzoek en zorginnovaties. Het genoemde onderzoek van de Campylobacter wordt gefinancierd vanuit het programma Non-alimentaire zoönosen. Non-alimentaire zoönosen zijn infecties die van dieren overgedragen worden aan de mens, buiten de voedselketen om.

Meer informatie

Wilt u weten waar u veilig kunt zwemmen deze zomer? Op Zwemwater.nl vindt u meer informatie over de waterkwaliteit van het zwemwater in Nederland. Heeft u een specifieke vraag? Dan kunt u bellen met de zwemwatertelefoon in uw provincie.

Hieronder vindt u een lijst met links naar achtergrondinformatie over de onderzoeken uit dit artikel:

]]>
news-2797 Fri, 27 Jul 2018 07:00:00 +0200 Projecten eerste subsidieronde Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd gehonoreerd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/projecten-eerste-subsidieronde-actieprogramma-maatschappelijke-diensttijd-gehonoreerd/ Vandaag is bekendgemaakt dat 38 proeftuinen van het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd binnenkort van start mogen gaan. Deze projecten zijn gehonoreerd vanuit de eerste subsidieronde en zullen zo’n 13.000 jongeren stimuleren zich vrijwillig in te zetten voor andere mensen en goede doelen, die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Proeftuinen

Er zit veel diversiteit in de gehonoreerde proeftuinen. Jongeren kunnen aan de slag in de zorg, sport of cultuur, op het platteland en zelfs op zee. Een van de projecten is van de Reddingsbrigade. Als lifeguard, trainer of instructeur worden jongeren opgeleid en dragen ze verantwoordelijkheid. De jongeren krijgen de mogelijkheid om na hun diensttijd met een EHBO- en internationaal erkend lifeguarddiploma de deur uit te lopen, of om langer te blijven. Bij een ander project organiseren jongeren door het hele land diners op het platteland, waardoor jongeren uit de stad en jonge boeren met elkaar in contact komen. Maar ook inzet binnen een maatjesproject en als vrijwilliger aan de slag gaan bij mensen thuis behoort binnen de proeftuinen tot de mogelijkheden. 

Alle proeftuinen hebben met elkaar gemeen dat jongeren zich inzetten voor een ander en zo hun eigen talenten ontdekken en ontwikkelen. Jongeren leren bij de gekozen projecten nieuwe vaardigheden, maar ook zeker wat ze leuk vinden om te doen. Een aantal proeftuinen richten zich op jongeren zonder diploma of jongeren die moeilijk een baan kunnen vinden. Met de maatschappelijke diensttijd worden zij met passende begeleiding in staat gesteld te ontdekken waar hun talenten liggen en deze te benutten. 

In het zonnetje gezet

Staatssecretaris Paul Blokhuis heeft alle gehonoreerde proeftuinen via een videoboodschap gefeliciteerd en wenst ze, mede namens ZonMw veel succes met het realiseren van de proeftuinen. 

“Felicitaties aan alle organisaties die de komende maanden gaan pionieren voor de maatschappelijke diensttijd”, zegt staatssecretaris van VWS Paul Blokhuis. “De bedoeling van maatschappelijke diensttijd is dat jongeren uit alle sociale lagen zich kunnen inzetten voor andere mensen en goede doelen, die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Het is vooral iets voor jongeren zelf, om kennis en praktische ervaring op te doen, maar ook om in contact te komen met andere jongeren en ouderen die ze normaal gesproken niet dagelijks tegen het lijf lopen. Dit kan eraan bijdragen dat iedereen de kans krijgt om mee te doen. Ik heb er vertrouwen in dat de gekozen projecten de samenleving en zeker ook de levens van jongeren die meedoen, op een positieve manier gaan beïnvloeden.”

Een aantal veelbelovende projecten zijn vandaag extra in het zonnetje gezet. Zij worden verrast met een bezoek van een delegatie van het ministerie van VWS, ZonMw en jongeren die betrokken waren bij de honorering van de projecten. 

Het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd

Met de maatschappelijke diensttijd wil het kabinet bevorderen dat iedere jongere de mogelijkheid krijgt om via maatschappelijke projecten en activiteiten bij te dragen aan een sterke en betrokken samenleving. De diensttijd is breed toegankelijk voor alle jongeren. Het doel is om de maatschappelijke diensttijd zo vorm te geven dat het ook jongeren aantrekt die nu nog niet maatschappelijk actief zijn en/of jongeren stimuleert om dat nog meer te doen. Het doel van het ZonMw-actieprogramma is om in proeftuinen te experimenteren met het organiseren en uitvoeren van de maatschappelijke diensttijd.  Om zo vanuit de praktijk te leren wat werkt en op basis daarvan de maatschappelijke diensttijd vorm te geven. 

Binnenkort nieuwe subsidiemogelijkheden

Heeft u ook een goed idee, maar de eerste ronde gemist? Eind augustus gaat de tweede subsidieronde van het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd open. De deadline voor het indienen van een subsidieaanvraag is 9 oktober 2018, maar maak voor 21 september uw interesse kenbaar. Op woensdag 5 september organiseren we een informatiebijeenkomst waarin we de subsidieoproep en de procedures om een aanvraag in te dienen nader toelichten en uw vragen beantwoorden. Daarvoor kunt u zich hier aanmelden. Abonneer u ook op onze nieuwsbrief jeugd om op de hoogte te blijven. 

Meer weten?

]]>
news-2773 Thu, 19 Jul 2018 09:00:00 +0200 Onderzoek helpt in de strijd tegen hiv en aids https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onderzoek-helpt-in-de-strijd-tegen-hiv-en-aids/ Onderzoek levert kennis op over de transmissie, het ziekteverloop en de preventie van hiv. Het recente besluit van VWS om PrEP te verstrekken, is daar mede op gebaseerd. PrEP

Recent heeft VWS bekend gemaakt dat preventieve hiv-remmers (PrEP) binnen een onderzoekssetting voor 5 jaar worden verstrekt aan de hoogrisicogroep van mannen die seks hebben met mannen (MSM). GGD-regio's organiseren de verstrekking en bijbehorende 3-maandelijkse medische zorg voor PrEP-gebruikers. Uit onderzoek van GGD Amsterdam bleek PrEP kosteneffectief. Wel bleek dat bij PrEP-gebruikers het condoomgebruik afnam. Gelukkig bleef het aantal soa’s stabiel.

Elske Hoornenborg, projectleider van het AMPrEP-project van GGD Amsterdam: “Laagdrempelige beschikbaarheid van PrEP levert een zeer belangrijke bijdrage aan het stoppen van hiv-transmissie in Nederland.”

Louise van Deth, directeur Aidsfonds-Soa Aids Nederland: “Wij dringen al jaren aan om PrEP in Nederland te vergoeden. PrEP is simpelweg kostenbesparend omdat je met het voorkomen van nieuwe infecties ook de kosten van levenslange behandeling van hiv voorkomt.”

Onderzoek naar geneesmiddel

Onderzoekers van het Amsterdam UMC deden onlangs een belangrijke ontdekking in de zoektocht naar een geneesmiddel naar aids. De Langerhanscellen spelen een belangrijke rol als poortwachter. Zij kunnen voorkomen dat hiv het lichaam binnendringt. Dit onderzoek is een vervolg op door ZonMw gefinancierd Vici-onderzoek van deze onderzoeker.

Therapiefalen

Onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Utrecht en de Universiteit Utrecht werken samen met de Ndlovu Care Group, een hiv-kliniek in Zuid-Afrika, in het ITREMA-project. Zij bestuderen of een intensieve controlestrategie met zelf ontwikkelde innovatieve technologie eerder/vroeger therapiefalen kan opsporen en leidt tot kostenbesparing. Tevens onderzoeken zij hoe sociaaleconomische factoren bijdragen aan therapiefalen.

Seksueel risicogedrag

Met dit project onderzoeken het RIVM en GGD Amsterdam hoe seksueel risicogedrag verandert in de levensloop van MSM. Als de veranderingen in risicogedrag op een kortere tijdschaal plaatsvinden, zien de onderzoekers een grotere impact op hiv-verspreiding. Hiv-verspreiding kan beperkt worden wanneer veel MSM met hoog risicogedrag PrEP gebruiken.

Subsidiemogelijkheden

Wij stimuleren kennisontwikkeling over preventie, diagnostiek en behandeling van hiv. Dat doen we door gezondheidsonderzoek te financieren. Een overzicht van de subsidiemogelijkheden voor onderzoek naar hiv en aids vind u op onze website. De in dit nieuwsbericht genoemde onderzoeken worden gefinancierd vanuit de programma’s Infectieziektebestrijding, Vici, Antimicrobiële resistentie en TOP-subsidies.

Internationale conferentie

Op de 22e internationale aids-conferentie in Amsterdam spreken 18.000 internationale onderzoekers, zorgprofessionals en beleidsmakers met elkaar over hiv-preventie en de wereldwijde strijd tegen aids.

Meer informatie

]]>
news-2752 Thu, 12 Jul 2018 13:34:38 +0200 Neemt u een teek mee terug van uw zomervakantie? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/neemt-u-een-teek-mee-terug-van-uw-zomervakantie/ De kans is niet heel groot maar teken kunnen ziekten veroorzaken met vervelende gevolgen. Zorg er dus voor dat u geen lyme of andere ziekten die teken overdragen, als souvenir mee terug neemt. Lymeziekte

De meest voorkomende tekenoverdraagbare ziekte in Nederland is de ziekte van Lyme. Jaarlijks lopen mensen meer dan een miljoen tekenbeten op. Hierdoor krijgen 27.000 mensen lymeziekte. Daarvan houden 1000 tot 2500 mensen langdurig klachten, ook na behandeling; zonder dat bekend is hoe dat komt. Patiëntenorganisaties, onderzoekers, beleidsmakers, bedrijven en zorgprofessionals hebben met elkaar in 2016 een actieplan opgesteld over lymeziekte. Een aantal onderzoeksonderwerpen is opgenomen in projecten. Met deze projecten van het RIVM, het Amsterdam UMC en het Radboudumc worden diagnostische testen gevalideerd. Ook willen de onderzoekers inzicht krijgen hoe de Borrelia-bacterie in de patiënt afweerreacties overleeft. En hopen de onderzoekers meer kennis te krijgen over het verloop van lyme bij volwassenen en kinderen.

Tekenhersen(vlies)ontsteking

Een minder vaak voorkomende maar ook ernstige ziekte die via teken wordt overgedragen, is tekenhersen(vlies)ontsteking. Ook wel encefalitis,TBE of FSME genoemd. Wageningen University & Research is samen met Artemis One Health een project gestart om het risico op het vóórkomen en het verspreiden van deze ziekten in Nederland beter in kaart te brengen.

Andere tekenoverdraagbare aandoeningen

Naast de verwekker van lymeziekte en tekenhersen(vlies)ontsteking dragen teken in Nederland  andere (mogelijke) ziekteverwekkers. Onderzoekers van het Amsterdam UMC/UvA brengen andere tekenoverdraagbare aandoeningen in kaart. Ook verbeteren zij diagnostische tests om deze verwekkers aan te tonen.

Tekenkoorts

Naast de verwekker van lymeziekte zijn teken in Nederland regelmatig besmet met verschillende andere bacteriën, parasieten en virussen. Onderzoekers van het Amsterdam UMC zijn in samenwerking met het RIVM bezig andere tekenoverdraagbare aandoeningen in kaart te brengen. Ook verbeteren zij diagnostische tests om deze verwekkers aan te tonen.

Preventie van tekenoverdraagbare aandoeningen

Recent was in het nieuws dat deze zomer veel teken worden verwacht. Ga dus goed voorbereid op vakantie:

  • kijk op www.tekenradar.nl voor recente meldingen van tekenbeten en lyme in Nederland
  • neem een tekenkaart of -tang mee om een teek te verwijderen
  • gebruik DEET

Meedoen aan onderzoek

Een tekenbeet of lyme kunt u melden via tekenradar.nl. Onderzoekers zijn ook op zoek naar mensen met koorts (> 38 °C) na een tekenbeet. Hebt u koorts, ontwikkeld tot maximaal 4 weken na een tekenbeet, dan kunt u dit ook melden via tekenradar.nl.

Grensverleggend onderzoek

ZonMw stimuleert kennisontwikkeling over preventie, diagnostiek en behandeling van deze tekenoverdraagbare ziekten. De genoemde onderzoeken worden gefinancierd vanuit het programma Non-alimentaire zoönosen. Non-alimentaire zoönosen zijn infectieziekten die van dieren overgedragen worden aan de mens, buiten de voedselketen om. Dit is ook mogelijk via dragers (vectoren) of via de omgeving. Vectoroverdraagbare ziekten zijn ziekten die door tussenkomst van bijvoorbeeld een mug of een teek (de vector) van het ene dier naar een ander, of naar een mens, worden overgedragen.

Meer informatie

]]>
news-2747 Wed, 11 Jul 2018 09:00:00 +0200 VWS vergoedt preventieve hiv-remmers (PrEP) voor 5 jaar https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport/nieuws/2018/07/10/preventieve-hiv-remmers-prep-worden-verstrekt-voor-een-periode-van-vijf-jaar Minister Bruins (Medische Zorg) heeft bekend gemaakt dat PrEP binnen een onderzoekssetting wordt verstrekt aan mannen die seks hebben met mannen (MSM). Naar schatting zullen ongeveer 6500 mannen hiervan gebruik maken. Hiermee worden 250 hiv-infecties per jaar voorkomen. Na 5 jaar wordt geëvalueerd wat het effect van PrEP in Nederland is. GGD-regio's organiseren de verstrekking en bijbehorende 3-maandelijkse medische zorg voor PrEP-gebruikers.  

]]>
news-2438 Tue, 22 May 2018 10:40:00 +0200 Onderzoekers antibioticaresistentie werken aan maatschappelijke impact https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onderzoekers-antibioticaresistentie-werken-aan-maatschappelijke-impact/ Projectleiders in het ZonMw-programma Antimicrobiële Resistentie (AMR) zijn zich bewust van het maatschappelijk belang van hun onderzoek en werken aan de maatschappelijke impact van hun onderzoeksresultaten. Die conclusie is te trekken uit een verkennend onderzoek, waarin ook gezocht werd naar de beste manier om de maatschappelijke impact in kaart te brengen van 3 ZonMw-programma's die gericht zijn op infectieziekten. 7 thema’s voor impact

Maatschappelijke impact is voor ZonMw van groot belang bij de evaluatie van programma's. In het beleidsplan 2016-2020 is het een belangrijk thema. Onderzoek kan op verschillende manieren impact hebben op de samenleving. Als resultaten verspreid en geïmplementeerd worden, of een plaats krijgen in een richtlijn, is heel duidelijk aanwijsbaar wat de maatschappelijke impact is. Dat geldt ook als eindgebruikers (bijvoorbeeld professionals, patiënten, beleidsmakers) met de resultaten aan de slag kunnen. De impact van een onderzoeksproject kan soms minder gemakkelijk aanwijsbaar zijn, bijvoorbeeld als het een stap is op weg naar toepasbare kennis, of bijdraagt aan een kennisinfrastructuur zoals een academische werkplaats. Het is voorlopig nog zoeken naar het ideale meetinstrument om maatschappelijke impact van projecten en programma's te meten. In deze verkennende studie werden 7  thema's benoemd die kunnen helpen om maatschappelijke impact in kaart te brengen:  uitkomstproducten, eindgebruiker, verspreiding en implementatie, borging, kennisinfrastructuur, samenwerking en kennisketen.

Maatschappelijke toepassing resultaten resistentie-onderzoek

Uit de verkenning blijkt dat het AMR-programma sterk gericht is op de praktijk waarin de resultaten worden toegepast. Antibioticaresistentie is een belangrijk maatschappelijk probleem en onderzoekers in dat veld zijn zich daarvan bewust. Zij verspreidden hun resultaten niet alleen via de vakliteratuur, maar ook onder eindgebruikers, bijvoorbeeld door symposia te organiseren of betrokken te zijn bij de ontwikkeling van richtlijnen. Een project leverde bijvoorbeeld een set generieke kwaliteitsindicatoren op voor de toepassing van antibiotica in ziekenhuizen. In een ander project is een testkit ontwikkeld waarmee multiresistente tuberculose sneller kan worden aangetoond. Het AMR-programma is heel divers, met meer op innovatie gerichte projecten en toepassingsgerichte projecten. Sommige resultaten hebben direct consequenties  voor de praktijk in ziekenhuizen, in de veeteelt of in de diagnostiek van infectieziekten. Andere projecten vormen een opstapje naar vervolgonderzoek, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van nieuwe antibiotica. Het systematisch navragen van de maatschappelijke impact is volgens ZonMw van belang omdat het onderzoekers ook stimuleert om na te denken over de maatschappelijke toepassing van hun resultaten.

Impact bij ZonMw

Ook op andere gebieden dan infectieziektebestrijding is ZonMw bezig met het versterken van impact. Het is 1 van de 6 hoofdlijnen in het beleidsplan 2016-2020.

Meer informatie

]]>
news-2231 Tue, 06 Mar 2018 19:44:27 +0100 Positieve psychologie biedt een nieuwe invalshoek voor zelfmanagement https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/positieve-psychologie-biedt-een-nieuwe-invalshoek-voor-zelfmanagement/ In de brochure 'Mens bovenal' wordt op toegankelijke wijze de waarde van de positieve psychologie voor zelfmanagement bij chronische lichamelijke aandoeningen beschreven. De brochure is gebaseerd op de kennissynthese die de Universiteit Twente schreef in opdracht van ZonMw. Kennissynthese

Uit onderzoek naar zelfmanagement door mensen met chronische lichamelijke aandoeningen blijkt dat met name de fysieke aspecten ervan aandacht krijgen. Maar deze mensen hebben vaak ook te kampen met mentale en sociale aspecten van het leven met zo’n aandoening. ZonMw gaf de Universiteit Twente de opdracht  om een kennissynthese uit te voeren naar de toegevoegde waarde die de positieve psychologie kan bieden bij zelfmanagement.

Positieve psychologie

Positieve psychologie is een relatief nieuwe denkrichting in de psychologie, die op zoek gaat naar de condities waaronder mensen, privé of op het werk, tot bloei kunnen komen, talenten kunnen benutten en nieuwe bronnen van kracht en veerkracht kunnen aanboren. Deze sluit goed aan bij de bredere kijk op gezondheid, die ZonMw omarmt. Interventies die gebaseerd zijn op de positieve psychologie (PPI’s) kunnen van meerwaarde zijn voor zelfmanagement bij mensen met chronische lichamelijke aandoeningen, blijkt uit de kennissynthese. Ze kunnen bijdragen aan het vinden van een betere balans tussen ‘kwetsbaarheid’ en ‘kracht’.  De wetenschappelijke onderbouwing en de verdere vertaling van de beschikbare kennis naar handelingsperspectieven voor zorgprofessionals en patiënten vraagt om verdere uitwerking en draagvlak.

Verder in gesprek

De komende periode gaan de onderzoekers van de Universiteit Twente en ZonMw in gesprek over de inhoud van de brochure met Iederin en Patiëntenfederatie Nederland en het werkveld van onderzoekers en zorgprofessionals. Ook tijdens het congres ‘Positieve psychologie’ op 9 maart 2018 kan in de workshop ‘Vitaal en gezond met een chronische aandoening’ van Christina Bode, een van de auteurs van de kennissynthese, van gedachten gewisseld worden.

Meer informatie

]]>
news-2190 Tue, 20 Feb 2018 22:00:18 +0100 Start onderzoek preventie van infectieziekten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/start-onderzoek-preventie-van-infectieziekten/ Nieuw onderzoek draagt bij aan de vermindering van het aantal zieke mensen door infectieziekten. Dit voorjaar starten 9 onderzoeken naar onder andere kinkhoestvaccinatie, seksueel risicogedrag en een app om urineweginfecties te voorkomen. Deze onderzoeksprojecten zijn gehonoreerd bij de laatste subsidieronde van het programma Infectieziektebestrijding 2014-2017. Vaccinatieparadox

Patiënten met een gestoord immuunsysteem lopen een verhoogd risico op infectieziekten. Tegen een aantal infectieziekten is bescherming mogelijk door vaccinaties. Vaccinaties werken echter minder goed bij een gestoord immuunsysteem. Een paradox dus: vaccinaties zijn het minst werkzaam zijn bij die groep mensen die er het meeste baat bij zou hebben. Een langlopende studie onderzoekt hoe vaccinaties tegen 2 belangrijke en potentieel dodelijke infectieziekten optimaal kunnen worden ingezet in deze kwetsbare populatie. Het gaat om de virusziekte hepatitis A en bacteriële infecties veroorzaakt door de pneumokokkenbacterie. AMC werkt in dit onderzoek samen met RIVM, St. Antonius Ziekenhuis en University College Roosevelt.

Een ander langlopend onderzoek analyseert onder welke voorwaarden een ethisch verantwoord vaccinatiebeleid, gericht op externe effecten, gerechtvaardigd is. Ook wordt onderzocht wanneer gezondheidsautoriteiten gerechtigd zijn om dergelijke vaccinaties routinematig, overtuigend of anderszins proactief uit te voeren. Wageningen University, in samenwerking met RIVM en WHO, voert dit onderzoek uit.

Op zoek naar de optimale kinkhoestvaccinstrategie

Te vroeg geboren baby’s (prematuren) lopen het grootste risico op ernstige kinkhoest die leidt tot langdurige ziekenhuisopname. Daarom worden aanstaande moeders in veel landen gevaccineerd tegen kinkhoest in het 3e trimester van de zwangerschap. Er zijn aanwijzingen dat het vaccineren van vrouwen in dat stadium van de zwangerschap mogelijk te laat is voor voldoende overdracht van antilichamen voor deze prematuren. Een langlopend project onderzoekt het optimale vaccinatieschema. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door RIVM in samenwerking met UMC Utrecht.

TNO werkt samen met Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), RIVM en University Maastricht aan een ander langlopend onderzoek naar maternale kinkhoestvaccinatie. Een groot aantal zwangere vrouwen heeft moeite met beslissen of ze wel of niet voor de maternale kinkhoestvaccinatie moeten kiezen. Dit project onderzoekt welke manier van communiceren het beste aansluit bij hun twijfels. Is dat gepersonaliseerde online communicatie en/of informatiebijeenkomsten in groepsverband?

Hepatitis C en hiv bij MSM

Er is dringend behoefte aan effectieve interventies gericht op het verminderen van risicogedrag. Zo kunnen re-infecties van hepatitis C bij mannen die seks hebben met mannen (MSM), worden voorkomen. Een langlopende studie evalueert het effect van 2 innovatieve interventies en de combinatie ervan op het risicogedrag bij MSM. GGD Amsterdam werkt voor dit project samen met AMC, Aids Fonds – Soa Aids Nederland, OLVG en UMC Utrecht.

Een ander onderzoek richt zich op hiv bij MSM. Hoe vallen veranderingen in risicovol seksueel gedrag samen met veranderingen in risicoperceptie bij MSM? Hoe zijn verschillen tussen risicogedrag en risicoperceptie gerelateerd aan het risico op een hiv-infectie? UMC Utrecht en GGD Amsterdam werken samen in dit onderzoek.

Infectiepreventiemaatregelen

Radboudumc, Icare Thuiszorg, Thuiszorg Pantein, en Verian Thuiszorg onderzoeken hoe de infectiepreventiemaatregelen in de Nederlandse thuiszorg er uitzien en hoe we die kunnen verbeteren.

LUMC, in samenwerking met AMC en Universiteit Leiden voeren een onderzoeksproject uit om de vraag te beantwoorden of een smartphone-applicatie onnodig (langdurig) gebruik van katheters voorkomt en daarmee katheter-geassocieerde urineweginfecties.

Salmonella

Zijn herhaalde milde Salmonella-infecties gerelateerd aan het risico op darmkanker? Deze studie wordt uitgevoerd door het RIVM.

Programma Infectieziektebestrijding

Preventie van infectieziekten in de openbare gezondheidszorg is de focus in het programma Infectieziektebestrijding 2014-2017. Onderzoek moet bijdragen aan het verminderen van het aantal zieke mensen door infectieziekten. Recent zijn 9 subsidieaanvragen gehonoreerd:

  • 4 korte projecten van 18 tot 24 maanden
  • 5 langer lopende projecten van 36 tot 48 maanden

Voor deze ronde waren 58 projectideeën ingediend. Deze hebben geleid tot 19 volledige subsidieaanvragen, waarvoor nu 9 zijn gehonoreerd. De 1e resultaten verwachten we in 2020.

Aan deze 2e subsidieronde ging een eerdere ronde vooraf. De 6 gehonoreerde projecten van  die 1e ronde zijn in 2014 gestart.

Waarom moeten we infectieziekten bestrijden?

Infectieziekten vormen een blijvend risico voor de volksgezondheid. Zij veroorzaken soms een ernstige ziektelast bij voorheen gezonde mensen. Mensen met een verminderde weerstand hebben een grotere kans op infectieziekten. De actualiteit leert dat infectieziekten onze voortdurende aandacht verdienen omdat opduikende pathogenen de volksgezondheid blijven bedreigen. Deze kunnen een nieuwe epidemie veroorzaken.

Gezondheidsbescherming

Het programma Infectieziektebestrijding maakt, samen met de programma’s Non-alimentaire zoönosen, Antibioticaresistentie en Lyme, deel uit van het cluster Gezondheidsbescherming bij ZonMw.

Meer informatie

]]>
news-2172 Tue, 13 Feb 2018 16:06:05 +0100 Griepvaccinatie leidt niet tot minder huisartsbezoeken bij kinderen met medisch risico https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/griepvaccinatie-leidt-niet-tot-minder-huisartsbezoeken-bij-kinderen-met-medisch-risico/ Uit onderzoek blijkt dat de jaarlijkse griepvaccinatie voor kinderen met een medisch risico niet leidt tot een vermindering van huisartsbezoeken voor luchtwegklachten tijdens het griepseizoen. Gevaccineerd of niet: even vaak naar de huisarts

Onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) hebben  onderzocht of, en hoe, de effectiviteit van de griepvaccinatie bij kinderen met een hoogrisico-aandoening verandert bij herhaalde griepvaccinatie. Voorbeelden van hoogrisico-aandoeningen zijn astma, COPD, hart- en vaatziekten en nierziekten. Er waren namelijk aanwijzingen dat bij herhaaldelijk jaarlijkse griepvaccinatie de effectiviteit op langere termijn afneemt. Herhaalde griepvaccinatie bleek geen negatief effect te hebben op effectiviteit. Griepvaccinatie leidde ook niet tot een vermindering van huisartsbezoeken voor luchtwegklachten tijdens het griepseizoen.

Kosteneffectiviteit niet aangetoond

Daarnaast hebben de onderzoekers een kosteneffectiviteitsanalyse gedaan voor het huidige griepvaccinatieprogramma bij kinderen met een hoogrisico-aandoening. Ze hebben aangenomen dat griepvaccinatie niet beschermt tegen milde tot matige griepinfecties. Op basis van onderzoek uit andere landen beschermt het wel tegen ernstige griepinfecties die leiden tot ziekenhuisopname en sterfte. Met deze aannames bleek dat het griepvaccinatieprogramma zeer waarschijnlijk niet kosteneffectief is.

Nader onderzoek nodig

Er is veel onzekerheid over het aantal door griep veroorzaakte ziekenhuisopnames en sterfgevallen onder hoogrisicokinderen. Daarnaast is het onduidelijk hoe groot het aantal verloren levensjaren is bij sterfte door influenza (griep) aangezien het veelal kinderen betreft met een beperkte levensverwachting. Op dit moment is er onvoldoende bewijs om het huidige beleid te kunnen verdedigen. Betere cijfers zijn nodig over de door griep veroorzaakte ziekenhuisopnames en sterfte onder hoogrisicokinderen. Daarnaast is nader onderzoek nodig om te achterhalen hoe het effect van griepvaccinatie afhangt van ziekte-ernst en welke mechanismen hiervoor verantwoordelijk zijn.

Het griepvaccinatieprogramma

Influenza (griep) is een belangrijke oorzaak van luchtweginfecties en complicaties. De Nederlandse richtlijn adviseert jaarlijkse influenzavaccinatie voor mensen van alle leeftijden met een hoogrisico-aandoening zoals chronische luchtweginfecties, hart- en vaatziekten, stofwisseling- en nierziekten. Ook voor de bijna 10% kinderen met een hoogrisico-aandoening wordt jaarlijkse griepvaccinatie volgens de Nederlandse richtlijn geadviseerd.

Infectieziektebestrijding

Dit project wordt gefinancierd vanuit het programma Infectieziektebestrijding 2014-2017. Preventie van infectieziekten in de openbare gezondheidszorg is de focus in dit programma. Onderzoek moet bijdragen aan het verminderen van het aantal zieke mensen door infectieziekten. Dit programma maakt samen met de programma’s Non-alimentaire zoönosen, Antibioticaresistentie en Lyme deel uit van het cluster Gezondheidsbescherming bij ZonMw.

Meer informatie


]]>
news-2119 Fri, 02 Feb 2018 13:37:50 +0100 Jongvolwassenen met een LVB aan zet https://publicaties.zonmw.nl/aanzet/ Drie projecten waarin jonge mensen met een licht verstandelijke beperking of problemen met leren ‘aan zet’ zijn, presenteerden in januari 2018 hun resultaten op een bijeenkomst bij Pluryn in Nijmegen.  

Lees het sfeerverslag van de bijeenkomst.

]]>
news-2118 Thu, 01 Feb 2018 16:25:47 +0100 Nieuwe implementatiemedewerker GCZ stelt zich voor https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-implementatiemedewerker-gcz-stelt-zich-voor/ Mijn naam is Marie-José van Rooy en sinds begin 2018 vervul ik de rol van implementatiemedewerker bij het cluster Gehandicapten en Chronisch Zieken (GCZ) van ZonMw. Voordat ik 12,5 jaar geleden bij ZonMw kwam werken, was ik onderzoeker en manager in de ggz gezondheidszorg. De rode draad in mijn werk is altijd innovatie en kwaliteitsverbetering van de zorg geweest. Daar loop ik warm voor, ook in mijn nieuwe functie! Impact creëren 

Binnen ons team denk ik mee over hoe we zoveel mogelijk impact kunnen creëren met onze programma’s en projecten. Daarmee bedoel ik dat onze programma’s zichtbaar het verschil moeten maken in de praktijk, beleid, onderwijs en onderzoek. Dat betekent dat ik pas tevreden ben als ik constateer dat er écht iets verbeterd is voor chronische zieke en gehandicapte mensen. Om impact te creëren is het nodig dat ZonMw precies díe kennis laat ontwikkelen waaraan behoefte is bij de gebruiker van die kennis; zorg- en onderwijsprofessionals, beleidsmedewerkers, onderzoekers en natuurlijk de mensen met een chronische ziekte of handicap zelf. Daarom is het belangrijk dat onderzoekers samenwerken met hen. En concrete eindproducten opleveren, zoals een draaiboek of een checklist. Hiermee kunnen zorgprofessionals en beleidsmakers écht aan de slag.  Zodat we met z’n allen échte verbeteringen tot stand kunnen brengen.

Ervaringsdeskundigen doen mee aan onderzoek

In onze programma’s creëren we ruimte voor de participatie van ervaringsdeskundigen. Mensen met een chronische ziekte of handicap zijn in mijn optiek een vanzelfsprekende samenwerkingspartij bij onderzoek. We weten immers dat samenwerking van onderzoekers met de eindgebruiker de kans op daadwerkelijk gebruik van de ontwikkelde kennis vergroot. Ook hiervoor maak ik me graag sterk in mijn nieuwe rol. 

Kennis voor gemeenten

Mijn speciale aandacht hebben de lokale ontwikkelingen zoals de integrale wijze van werken, maatwerk bieden, eigen netwerk gebruiken, inzetten op preventie en stimuleren van zelfredzaamheid. Dit alles heeft te maken met de transformatie van het sociaal domein binnen gemeenten. Sinds de transities in 2015 heb ik diverse programma’s van ZonMw ondersteund bij hoe zij beter aan kunnen sluiten bij de behoeften en de cultuur van gemeenten. Om hier achter te komen en hoe we kunnen aansluiten bij de cultuur van de gemeentelijke organisatie, organiseer ik bijvoorbeeld werkbezoeken voor mijn collega’s bij gemeenten. Op die manier hoop ik de zorg en ondersteuning voor mensen met een handicap of chronische ziekte te helpen verbeteren.

Passend onderzoek

De gemeenten en de organisaties waarmee zij samenwerken hebben een enorme uitdaging gekregen om het anders en beter te organiseren, faciliteren en uitvoeren. Daar hoort passend onderzoek bij dat ondersteunend is voor de lerende uitvoeringspraktijk. Om gemeenten daarbij te ondersteunen verdiep ik me in kwalitatieve onderzoeksmethoden zoals actie-onderzoek. Deze vorm van onderzoek kan al tijdens het proces snelle en praktische resultaten opleveren ter ondersteuning van de vernieuwing van het gemeentebeleid en de professionele praktijk. Ik heb een klein prettig leesbaar boekje laten maken waarin drie mooie voorbeelden van vernieuwingen met passend onderzoek staan beschreven. Deze zullen u zeker inspireren!   

Meer informatie

]]>
news-2103 Tue, 30 Jan 2018 15:44:38 +0100 Erkenning PINQ zorgprogramma's voor slachtoffers van loverboys https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/erkenning-pinq-zorgprogrammas-voor-slachtoffers-van-loverboys/ Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) werkte samen met Spirit aan de theoretische onderbouwing van de zorgprogramma’s 'PINQ crisis' en 'PINQ gesloten' voor de behandeling van meisjes die slachtoffer werden van loverboys. Beide zijn nu erkend en gepubliceerd in de Databank Effectieve interventie.

Het aantal slachtoffers van loverboys en mensenhandelaren neemt al jaren toe in Nederland. Onderdeel van de Rijksbrede aanpak loverboyproblematiek is verbetering van de hulp aan slachtoffers, onder andere door betere opvang en behandeling. Slachtoffers van loverboys lopen een grote kans na behandeling opnieuw slachtoffer te worden. 

Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft daarom met financiering van ZonMw behandelmethoden voor slachtoffers van loverboys en mensenhandel doorontwikkeld, theoretische onderbouwd en beschreven. Dit om veelbelovende methoden voor opvang en behandeling van slachtoffers van loverboys boven tafel te krijgen. Het NJi ondersteunde 6 instellingen om de (expliciete en impliciete) kennis over hun zorgprogramma op een systematische manier te beschrijven en te onderbouwen. De eerste 2 zorgprogramma’s zijn nu erkend als theoretisch goed onderbouwd. 

PINQ Crisisopvang

'PINQ - crisisopvang' biedt opvang en crisisinterventie aan slachtoffers van loverboys gedurende een periode van 4 tot 8 weken. De opvang wordt geboden vanuit een beschermd adres. De slachtoffers van mensenhandel zijn een deel van de meisjes die hier worden geholpen. De naam van de crisisopvang is Meisa. In de periode dat het meisje hier verblijft, wordt nagegaan of er sprake is van mensenhandel, wordt haar situatie in kaart gebracht en wordt er aan de hand hiervan een advies gegeven of, en zo ja, welke  vervolghulp nodig is. Zowel het meisje als haar ouders krijgen intensieve begeleiding. Belangrijke doelen in de aanpak zijn de afname van de crisis, het herstellen van de veiligheid en het creëren van een situatie waarin behandeling mogelijk is. Lees verder.

PINQ gesloten jeugdzorg

'PINQ - gesloten jeugdzorg' is een integraal zorgprogramma met een behandelaanbod van jeugdhulp, onderwijs en GGZ-behandeling in gesloten setting voor meisjes die slachtoffer zijn geworden van een loverboy, en haar ouders. De interventie heeft in de eerste plaats als doel het meisje veilig te stellen en te beschermen tegen verdere traumatisering. De problematiek van deze meisjes is dermate ernstig en de risico’s zo groot, dat behandeling in een gesloten setting als laatste redmiddel wordt gezien. De meisjes verblijven in een meisjesspecifieke groep en gaan naar een meisjesklas in de interne school. De behandelduur bedraagt 6 tot 9 maanden. Veiligheid, stabilisatie en traumaverwerking, versterken van de eigenwaarde en het zelfbeeld, samenwerking met gezin en netwerk, versterken van algemene- en seksuele interactievaardigheden zijn de belangrijkste thema’s. Lees verder. 

Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.

Meer informatie

]]>
news-2018 Fri, 12 Jan 2018 11:07:55 +0100 Meer kennis over sociaaleconomische gezondheidsverschillen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/meer-kennis-over-sociaaleconomische-gezondheidsverschillen/ We weten dat het zo is, maar hoe werkt het en welke relatie bestaat er tussen de sociaaleconomische positie van mensen en hun gezondheid? Met welke methoden kunnen we lokale netwerken ontwikkelen en zo gezondheidsachterstanden beperken? Dat weten we nog niet. Deze vragen staan centraal in onderzoek dat kennis moet opleveren ter voorkoming en vermindering van sociaaleconomische gezondheidsverschillen (SEGV). Lokale netwerken

Begin 2018 starten, verspreid over Nederland, 6 onderzoeksgroepen met hun lokale partners. Zij ontwikkelen netwerken voor een effectieve, integrale aanpak. Die aanpak is lokaal en gericht op sociale factoren die van invloed zijn op gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan de relatie tussen financiële problemen en gezondheid. Die lokale aanpak bestrijkt dus meer beleidssectoren dan alleen de gezondheidszorg. Met het onderzoek naar de werkzaamheid van hun methoden willen de onderzoeksgroepen bijdragen aan kennis over de onderlinge samenhang tussen al die sectoren en effectieve integrale aanpakken.

Verklarend multidisciplinair onderzoek

Daarnaast starten medio 2018 wetenschappers met 5 verklarende onderzoeken. Zij werken hiervoor nauw samen vanuit hun eigen vakgebied met onderzoekers vanuit andere relevante disciplines en sectoren. Zij onderzoeken de mechanismen, dynamiek en interacties die een rol spelen in de relatie tussen sociaaleconomische positie en gezondheid. Het doel is om op termijn aangrijpingspunten voor beleid te formuleren zodat sociaaleconomische gezondheidsverschillen kunnen worden teruggedrongen.

Aanpak van gezondheidsverschillen

Hoe komt het dat mensen met een zwakkere sociaaleconomische positie een slechtere gezondheid en kortere (gezonde) levensverwachting hebben? In onze samenleving hebben mensen in kwetsbare groepen minder goede vooruitzichten op een lang en gezond leven. Ook hebben zij vaak problemen op andere gebieden (financiën, werk, wonen, relaties). Er wordt gezocht naar een win-winsituatie. Er is samenhang tussen sociale problemen en gezondheid; hoe kunnen we die in positieve zin beïnvloeden en mensen ondersteunen bij een gezonde leefstijl? Dit type onderzoek is nieuw omdat  tot nu toe vooral binnen de sector gezondheidszorg werd gezocht naar oorzaken van gezondheid en ziekten. De integrale aanpak van gezondheidsachterstanden in brede zin is zeer gewenst.

Programma Preventie

De onderzoeken voor lokale netwerken en het verklaren van gezondheidsverschillen passen binnen het 5e programma Preventie. Vertegenwoordigers van gemeenten, academische werkplaatsen Publieke Gezondheid, samenwerkingsverbanden en lokale netwerken hebben 16 subsidieaanvragen ingediend waarvan er 11 gehonoreerd zijn.

Meer informatie

]]>