ZonMw tijdlijn Maatschappelijke impact https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Maatschappelijke impact nl-nl Mon, 21 Oct 2019 12:10:48 +0200 Mon, 21 Oct 2019 12:10:48 +0200 TYPO3 news-4655 Sun, 06 Oct 2019 15:49:06 +0200 ZonMw en Health~Holland ontvangen kennisagenda 'Onderzoek voor en door patiënten' https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/zonmw-en-healthholland-ontvangen-kennisagenda-onderzoek-voor-en-door-patienten/ Tijdens het Weekend van de Wetenschap op 6 oktober overhandigden verschillende patiëntenorganisaties de nieuwe kennisagenda ‘Onderzoek voor en door patiënten’ aan Henk Smid directeur ZonMw en Nico van Meeteren directeur Topsector Life Sciences & Health (Health Holland). Deze kennisagenda richt zich op het herkennen, benutten en oppakken van de creativiteit van patiënten rondom het optimaliseren van hun gezondheid en de thema’s die patiënten belangrijk vinden. Dit draagt bij aan het vergroten van de maatschappelijke participatie en kwaliteit van leven van patiënten.

“ZonMw is al vele jaren bezig met het stimuleren van patiëntenperspectief. De kennisagenda luidt een volgende fase in en roept onze beide organisaties op tot vooruitkijken. Wij gaan ermee ‘de boer op’, om de komende jaren steun en financiën te verkrijgen zodat we nieuwe stappen kunnen zetten”, reageert Henk Smid.

In het kader van het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat het maatschappelijk thema gezondheid en zorg aangewezen als een van de vier mondiale uitdagingen voor de komende jaren. Voor dit thema zijn vijf missies opgesteld. In deze missies gaan de economische kansen hand in hand met de gewenste en noodzakelijke maatschappelijke veranderingen. Goede maatschappelijk inbedding van technologische innovaties is daarbij bepalend voor succes. De burger als coalitiepartner in het innovatiebeleid gezondheid en zorg mag dus niet ontbreken.

ZonMw heeft daarom opdracht gegeven tot het ontwikkelen van de kennisagenda ‘Onderzoek voor en door de patiënt’. De totstandkoming van de kennisagenda is gerealiseerd in een samenwerking tussen Patiëntenfederatie Nederland, MIND, PGO-Support, Stichting hersenletsel.nl, Stichting Mijn Data Onze Gezondheid en individuele patiënt/cliënt-experts op het gebied van Patient Public Involvement (PPI). Hierin zijn de belangrijkste thema’s geïdentificeerd waar kennisbehoefte aan is volgens verschillende patiënten en patiëntenorganisaties met ook het advies om patiëntgedreven onderzoek mogelijk te maken en innovaties van patiënten te stimuleren.

De Kennisagenda past goed bij de gezamenlijke ambitie van Health~Holland en ZonMw om Citizen Science verder te stimuleren. De betrokkenheid van de (patiënten)organisaties geeft goed de urgentie weer om deze ambitie verder te ontwikkelen. Nico van Meeteren: “De nieuwe kennisagenda biedt Health~Holland en ZonMw de handvatten om een samenhangend programma rondom Zelfonderzoek voor Positieve Gezondheid op te zetten, waarin de diversiteit en betekenis van onderzoek voor en door patiënten voor kwaliteit van leven wordt blootgelegd en aangejaagd.”

Meer informatie

]]>
news-4545 Mon, 16 Sep 2019 16:30:00 +0200 Preventie van SOA: nieuw onderzoek naar hiv en chlamydia https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/preventie-van-soa-nieuw-onderzoek-naar-hiv-en-chlamydia/ Nieuwe onderzoeken naar hiv en chlamydia zijn gestart. De kennis die dit oplevert over deze seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA) geeft beleids- en zorgprofessionals meer inzicht in de transmissie, het ziekteverloop en de preventie ervan. Kenmerken van langetermijngevolgen van chlamydia

Welke kenmerken vergroten het risico op langetermijngevolgen van chlamydia bij vrouwen? Het RIVM zet onderzoek de Nederlandse Chlamydia Cohort Studie (NECCST) voort. In dit aanvullende onderzoek wordt bijvoorbeeld gekeken naar gedrags- en genetische kenmerken die het risico op langetermijngevolgen vergroten. Maatregelen om chlamydia-infecties te voorkómen, kunnen vervolgens worden gericht op vrouwen die deze kenmerken hebben.

Inzicht in effectieve chlamydiabestrijding

Onderzoekers van de Universiteit Maastricht samen met GGD Zuid Limburg, GGD Rotterdam-Rijnmond en GGD Amsterdam, willen inzicht krijgen in de rol die orale chlamydia speelt in de overdracht van chlamydia. Ook gaan zij onderzoeken welke varianten van chlamydia (genotype) betrokken zijn bij de overdracht. Met deze nieuwe inzichten kan chlamydia straks nog effectiever bestreden worden. Dit onderzoek is een aanvulling op het eerdere onderzoeksproject FemCure.

Dagelijkse of periodieke dosis PrEP?

Onderzoekers van GGD Amsterdam onderzoeken waarom mannen die seks hebben met mannen (MSM) en transgender personen kiezen voor een dagelijkse of periodieke dosis pre-expositie profylaxe (PrEP). Binnen dit onderzoek worden onderzoeksgegevens over PrEP gebruik uit Nederland en Belgie samengevoegd. Met PrEP kan een hiv-infectie worden voorkomen. Deze pil is bedoeld voor mensen die geen hiv hebben, maar die wel een verhoogd risico lopen om geïnfecteerd te raken.

Impact van PrEP op risicogedrag

Hoe varieert het aantal nieuwe hiv-infecties en andere soa over groepen MSM die verschillen in hun mate van seksueel risicogedrag? Met ongelijkheidsmaten uit de economie kijken onderzoekers van Universitair Medisch Centrum Utrecht naar de invloed van PrEP op de verspreiding van hiv onder verschillende groepen MSM.

Gedrag belangrijke factor bij chlamydia en hiv

Chlamydia is de meest voorkomende bacteriële seksueel overdraagbare aandoening in Nederland. Een chlamydia-infectie bij vrouwen verloopt vaak zonder klachten. Toch kan de infectie soms ernstige langetermijngevolgen hebben zoals eileiderontsteking, buitenbaarmoederlijke zwangerschap en verminderde vruchtbaarheid. Hiv is een infectieziekte waarvan de belangrijkste risicogroep in Nederland bestaat uit mannen die seks hebben met mannen. PrEP wordt beschikbaar gesteld voor de mannen uit deze groep die veel seksueel risicogedrag hebben. Het doel hiervan is het aantal nieuwe hiv-infecties in Nederland terug te dringen.

Onderzoek naar SOA

Vroege opsporing en tijdige behandeling van SOA zoals chlamydia en hiv zijn belangrijk om complicaties te voorkomen én verdere overdracht tegen te gaan. ZonMw ondersteunt onderzoek om beter inzicht te krijgen in de transmissie, ziekteverloop en preventie van deze infectieziekten. De genoemde onderzoeken worden gefinancierd vanuit het programma Infectieziektebestrijding.

Meer informatie

 

 

 

]]>
news-4495 Tue, 03 Sep 2019 00:00:00 +0200 Citizen Science: Hoe laat je burgers participeren in onderzoek? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/citizen-science-hoe-laat-je-burgers-participeren-in-onderzoek/ Citizen science is een beweging die burgers zo breed mogelijk toegang wil bieden tot de wereld van onderzoek. Hiermee kan dat onderzoek beter inspelen op de vragen en behoeften van bijvoorbeeld patiënten in gezondheidsonderzoek. Hoe geef je dat uitgangspunt vorm in gezondheidsonderzoek en zorginnovatie, en welke concrete vervolgstappen zijn daarvoor nodig? Dat was het onderwerp van een door ZonMw en de topsector Health~Holland georganiseerde bijeenkomst eind juni. Lees meer hierover in het digitale verslag van deze middag.

De komende maanden inventariseren Health~Holland en ZonMw de mogelijkheden voor gezamenlijk ‘leren en experimenteren’ met Citizen Science. Wilt u meedenken hoe en met wie dit vorm kan krijgen? We horen het graag van u!

Meer informatie

 

]]>
news-4520 Mon, 02 Sep 2019 10:31:00 +0200 Mensen zelf voornaamste bron van ESBL-antibioticaresistentie https://www.uu.nl/nieuws/mensen-zelf-voornaamste-bron-van-esbl-antibioticaresistentie Onderzoekers van het RIVM, Universiteit Utrecht, Universitair Medisch Centrum Utrecht, de Gezondheidsdienst voor Dieren en Wageningen Bioveterinary Research hebben ontdekt dat de mens zelf de belangrijkste bron van ESBL-antibioticaresistentie is. De ESBL-problematiek heeft een OneHealth-karakter want ESBL-antibioticaresistentie komt voor bij mensen, dieren in de veehouderij en gezelschapsdieren, voedsel van dierlijke oorsprong en het milieu. news-4234 Tue, 25 Jun 2019 00:10:00 +0200 Subsidieoproep over antibioticaresistentie en hergebruik data opengesteld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-over-antibioticaresistentie-en-hergebruik-data-opengesteld/ Heeft u nog data in uw la liggen en zou u daar nog meer onderzoek naar antibioticaresistentie mee willen doen? Dien dan voor 10 september 2019 een projectidee in om antibioticaresistentie aan te pakken en uw data te hergebruiken. Antibioticaresistentie

Resistente bacteriën komen voor in mensen, dieren en de omgeving. Vanuit de disciplines betrokken bij humane gezondheid, veterinaire gezondheid en het milieu is kennis nodig om een effectieve aanpak van antibioticaresistentie te realiseren. Deze benadering staat bekend onder de noemer ‘One Health’. Het programma Antibiotica Resistentie stimuleert samenwerking tussen onderzoekers in deze verschillende disciplines.

FAIR-data

Het delen en hergebruiken van bestaande data binnen wetenschap en samenleving versnelt kennisontwikkeling en innovatie. Dit is een uitdaging voor onderzoekers, zorgprofessionals, technici en juristen. ZonMw heeft hierin een faciliterende rol. Op het gebied van antibioticaresistentie gaan we de uitdaging aan om bestaande data te laten hergebruiken en zo te verbeteren dat deze gemakkelijker is te delen en te implementeren.

Informatiebijeenkomst

Op 17 juli 2019 organiseerden we een informatiebijeenkomst voor potentiële indieners van projectvoorstellen. Meer informatie over de bijeenkomst en de vragen die tijdens de bijeenkomst zijn gesteld vind u hier. De subsidieoproep is opengesteld op 24 juni om 00.00 uur.

Survey

Voorafgaand aan deze subsidieoproep hebben we een survey uitgezet. Onderzoekers en zorgprofessionals hebben in de survey suggesties gedaan over de looptijd en de benodigde capaciteit voor potentiële onderzoeksprojecten. De vele reacties hebben ons geholpen bij het vormgeven van de subsidieoproep en het organiseren van de laatste subsidieronde van het programma Antibiotica Resistentie.

Meer informatie

 

]]>
news-4355 Fri, 21 Jun 2019 16:09:00 +0200 Ministeriële conferentie: mondiale strijd tegen antibioticaresistentie versnelling hoger https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/06/19/ministeriele-conferentie-mondiale-strijd-tegen-antibioticaresistentie-versnelling-hoger Nederland stimuleert landen om de komende jaren intensiever samen te werken in het bestrijden van antibioticaresistentie. Op 19 en 20 juni was Nederland gastheer van een internationale ministeriële conferentie over antibioticaresistentie met ruim 200 vertegenwoordigers uit circa 40 landen en vertegenwoordigers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), Werelddierenwelzijnsorganisatie (OIE), Wereldvoedselorganisatie (FAO), EU, OESO en de Wereldbank. Afgesproken is om de bestrijding van antibioticaresistentie wereldwijd meer prioriteit te geven. news-4187 Mon, 17 Jun 2019 13:05:15 +0200 Vrijwilligerswerk doen is beter voor mensen met dementie én hun mantelzorgers https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2289329-na-diagnose-dementie-blijf-actief-vrijwilligerswerk-heeft-positief-effect.html Minder emotionele problemen zoals angst, apathie, depressie en agitatie. Dat zijn de effecten wanneer mensen met dementie vrijwilligerswerk doen. Bovendien heeft het een positief effect op de algehele stemming van mensen met dementie én voelen mantelzorgers zich minder emotioneel belast. Nieuwsuur maakte een item over de resultaten van dit ZonMw-project. news-4169 Thu, 13 Jun 2019 11:16:01 +0200 Kennisagenda Klimaatverandering en Gezondheid: Nederland geconfronteerd met groot aantal gezondheidsrisico’s https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kennisagenda-klimaatverandering-en-gezondheid-nederland-geconfronteerd-met-groot-aantal-gezondheids/ Niet eerder was er zo’n compleet overzicht van hoe klimaatverandering onze gezondheid beïnvloedt. De kennisagenda toont de invloed op hittestress, allergieën, infectieziekten, voedselgebonden ziekten, luchtkwaliteit en UV-straling. Ook maatregelen gericht op het voorkomen van of aanpassen aan klimaatverandering beïnvloeden onze gezondheid. De kennisagenda identificeert allerlei oplossingen. Nederlanders worden steeds meer geconfronteerd met mogelijke gezondheidsrisico’s gerelateerd aan klimaatverandering: hittegolven die leiden tot extra sterfte, hooikoortsklachten met kerst, tijgermuggen die zich steeds dichterbij Nederland vestigen en in Zuid-Europa regelmatig tropische ziekten overbrengen, toenemende overlast door eikenprocessierupsen, slechte waterkwaliteit door overstromende riolen na zware regenbuien, afsluiten van zwemwater door blauwalg, een sterk toenemend aantal gevallen van huidkanker door blootstelling aan UV-straling en nieuwe gezondheidsrisico’s door toename van warmteminnende tekensoorten. Naast klimaatverandering spelen andere factoren ook een rol en de mate waarin gezondheidseffecten zich voordoen is niet voor iedereen hetzelfde.

Vergroening van steden: Kansen en risico’s voor gezondheid

De verwachte verdere verandering van het klimaat zal bovengenoemde en andere gezondheidsrisico’s nog veel verder vergroten. De gevolgen voor de gezondheid van klimaatverandering in Nederland en van klimaatmitigatie- en adaptatiemaatregelen zijn echter vaak niet goed te kwantificeren of krijgen weinig aandacht. Actuele kennis is nodig over klimaatrisico’s om nu en in de toekomst de juiste beslissingen te kunnen nemen over in te zetten maatregelen. De klimaatmitigatiemaatregelen die uitgewerkt worden in het Klimaatakkoord richten zich vooral op reductie van CO2-uitstoot en niet op de mogelijke nevengevolgen voor de volksgezondheid. Klimaatadaptatiemaatregelen (zoals meer groen en water in de stad, klimaatbestendige bouw) bieden grote kansen voor het bevorderen van de gezondheid maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. Zo kunnen er door meer groen ook meer teken, en dus tekenoverdraagbare ziekten voorkomen. Nederland kan zich hier op voorbereiden door samen met beleid en praktijk kennis te ontwikkelen. Alleen zo kunnen we de leefomgeving verbeteren en de volksgezondheid bevorderen.

Prioriteiten

Het RIVM, de Universiteit Maastricht en Wageningen University & Research hebben in opdracht van ZonMw een kennisagenda opgesteld. Redenen hiervoor waren het ontbreken van inzicht in de actuele kennis en kennishiaten over de effecten van klimaat op de gezondheid; en inzicht geven in welke kennis de maatschappij nodig heeft om de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering en maatregelen te beperken.

Ruim 100 experts hebben input geleverd. De kennisagenda pleit voor een integrale benadering van klimaatonderzoek, door samenwerking van verschillende beleidssectoren en de praktijk. De volgende activiteiten moeten prioriteit krijgen in een mogelijk toekomstig onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid:

  • Analyseer de huidige en toekomstige gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in samenhang met elkaar
  • Ontwikkel maatregelen om huidige en toekomstige gezondheidseffecten van klimaatverandering aan te pakken. Bepaal de meest effectieve mix van maatregelen om gezondheid te bevorderen en klimaatrisico’s te minimaliseren en de maatregelen die op korte termijn genomen kunnen worden
  • Ontwikkel een systeem om gezondheidseffecten van klimaatverandering tijdig te herkennen en effecten van klimaat- en gezondheidsmaatregelen te evalueren
  • Neem gezondheid standaard mee bij de evaluatie van klimaatmaatregelen (bijvoorbeeld in het kader van de Nationale Adaptatie Strategie en Klimaatwet), om ongewenste neveneffecten op de gezondheid te voorkomen en positieve neveneffecten te versterken

Direct in actie

Het gaat nog wel even duren voordat op alle geïdentificeerde onderzoeksvragen antwoorden gevonden zijn. De bijeengebrachte kennis in de kennisagenda zelf biedt echter direct al aan uiteenlopende betrokkenen gedetailleerd inzicht in de uitdagingen waar we voor staan en biedt allerlei oplossingsrichtingen waar we samen direct mee aan de slag kunnen. Tijdens het congres van de Nationale Adaptatie Strategie op 13 juni 2019 wordt daar een begin mee gemaakt, onder andere door netwerken te versterken en kennis te delen. Verdere kennisontwikkeling binnen een nationaal onderzoeksprogramma is echter noodzakelijk om dit proces nu en in de toekomst verder optimaal te ondersteunen.

Onderzoeksprogramma

De kennisagenda levert tevens een belangrijk fundament voor een mogelijk ZonMw meerjarig onderzoeksprogramma op het gebied van klimaatverandering en gezondheid. Door een coherent onderzoeksprogramma kunnen risico’s en maatregelen vergeleken en geprioriteerd worden. De resultaten van het onderzoeksprogramma kunnen leiden tot concrete klimaatmaatregelen die (tevens) leiden tot gezondheidsbevordering. Een brede, transdisciplinaire, systemische aanpak is nodig.

Meer informatie

 

 

 

 

]]>
news-4093 Mon, 27 May 2019 16:00:00 +0200 Kennisagenda onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kennisagenda-onderzoeksprogramma-klimaat-en-gezondheid/ Het klimaat verandert wereldwijd en ook in Nederland. Het veranderende klimaat in Nederland heeft al allerlei zichtbare gezondheidsgevolgen. Maatregelen om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan, bieden kansen voor het bevorderen van de gezondheid, maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. In opdracht van ZonMw hebben het RIVM, de Universiteit Maastricht en Wageningen University & Research een kennisagenda opgesteld. Hierin staat welk onderzoek uitgevoerd moet worden om de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering te beperken. Een samenhangende kennisagenda met brede focus is van belang om inzicht te krijgen in de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in Nederland, op korte en lange termijn. De kennisagenda klimaat en gezondheid pleit voor een integrale benadering van klimaatonderzoek, door samenwerking van verschillende beleidssectoren en de praktijk. Het toekomstige klimaatonderzoek moet ook helpen bij het prioriteren van maatregelen.

Prioriteiten kennisagenda

In de kennisagenda wordt voorgesteld om de volgende activiteiten te prioriteren in een toekomstig onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid:

  • Analyseer de huidige en toekomstige gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in samenhang met elkaar
  • Ontwikkel maatregelen om huidige en toekomstige gezondheidseffecten van klimaatverandering aan te pakken. Bepaal de meest effectieve mix van maatregelen om gezondheid te bevorderen en risico’s te minimaliseren en de maatregelen die op korte termijn genomen kunnen worden
  • Ontwikkel een systeem om gezondheidseffecten van klimaatverandering tijdig te herkennen en effecten van maatregelen te evalueren
  • Neem gezondheid standaard mee bij de evaluatie van klimaatmaatregelen (bijvoorbeeld in het kader van de Nationale Adaptatie Strategie en Klimaatwet), om ongewenste neveneffecten op de gezondheid te voorkomen en positieve neveneffecten te versterken

Klimaat en gezondheid

Klimaat en gezondheid zijn bekeken in samenhang met duurzaamheid, milieu en voeding. De gevolgen van klimaatverandering, zoals overstromingen, temperatuurveranderingen, droogte en waterbeschikbaarheid, hebben grote impact op de volksgezondheid, maatschappij en economie, zoals beschreven in de ‘Lancet Countdown on health and climate change’. Ook in Nederland treden een aantal verwachte ontwikkelingen nu al op, zoals een toename van allergieën en hittestress. Actie is nodig om de uitstoot van broeikasgassen te minimaliseren en de gevolgen voor de gezondheid en gezondheidssector te beperken.

Maatregelen

De gevolgen voor de gezondheid van klimaatverandering in Nederland en van klimaatmitigatie- en adaptatiemaatregelen zijn echter vaak niet goed te kwantificeren of krijgen weinig aandacht. Actuele kennis is nodig over klimaatrisico’s om nu en in de toekomst de juiste beslissingen te kunnen nemen over in te zetten maatregelen. De klimaatmitigatiemaatregelen die uitgewerkt worden in het Klimaatakkoord richten zich vooral op reductie van CO2-uitstoot en niet op de mogelijke nevengevolgen voor de volksgezondheid. Klimaatadaptatiemaatregelen (zoals meer groen en water in de stad, klimaatbestendige bouw) bieden grote kansen voor het bevorderen van de gezondheid maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. Nederland kan zich hier op voorbereiden door samen met beleid en praktijk kennis te ontwikkelen. Alleen zo kunnen we de leefomgeving verbeteren en de volksgezondheid bevorderen.

Meer informatie

 

 

]]>
news-4074 Tue, 21 May 2019 19:15:00 +0200 Implementatie in de volle breedte van antimicrobiële resistentie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/implementatie-in-de-volle-breedte-van-antimicrobiele-resistentie/ Twee afgeronde projecten over antimicrobiële resistentie kunnen met extra financiering de toepassing van hun onderzoeksresultaten in de praktijk bevorderen. Een extra stimulans voor implementatie! Eén project gaat over resistentie als gevolg van therapiefalen bij mensen geïnfecteerd met hiv. Het andere project gaat over verantwoord antibioticagebruik binnen gezelschapsdierenpraktijken. ITREMA-project: therapiefalen, hiv en antimicrobiële resistentie

Het ITREMA-project is een samenwerkingsverband van onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), Radboudumc, de Universiteit van de Witwatersrand in Johannesburg, Zuid-Afrika (WITS) en een grote hiv-kliniek in Zuid-Afrika (Ndlovu Care Group). In een gerandomiseerde klinische trial is de huidige Zuid-Afrikaanse zorgstandaard over monitoring van hiv-infectie tijdens antiretrovirale therapie vergeleken met een intensievere monitoringstrategie. De onderzoekers hebben een nieuwe werkwijze voor monitoring van hiv-therapie in ontwikkelingslanden ontwikkeld. In samenwerking met de Zuidelijk Afrikaanse beroepsorganisatie van hiv-zorgverleners (SAHIVCS) krijgen verpleegkundigen en patiëntenvoorlichters training en is er een online platform opgezet. Door deze samenwerking is draagvlak gerealiseerd en heeft het project een groot bereik.

Onderzoekresultaten

In ontwikkelingslanden ontvangen meer dan 10 miljoen mensen die zijn geïnfecteerd met hiv, antiretrovirale therapie. Hiv kan ongevoelig worden voor therapie, door bijvoorbeeld onvoldoende therapietrouw. Om therapiefalen vroegtijdig te signaleren, luidt de aanbeveling de virale lading (hoeveelheid virus in het bloed) regelmatig te controleren. In ontwikkelingslanden vindt deze controle minder frequent plaats. Dit vertraagt de signalering van therapiefalen, met als mogelijke gevolgen: toenemende medicatieresistentie, ziekteprogressie en verdere hiv-verspreiding.
Het project had als resultaat dat een intensieve controlestrategie met zelf ontwikkelde innovatieve technologie therapiefalen vroeger opspoort en leidt tot kostenbesparing. Ook is inzicht gekregen in hoe sociaaleconomische factoren bijdragen aan therapiefalen.

Impuls voor verspreiding

Met de verspreidings- en implementatie-impuls (VIMP) krijgt dit project een extra impuls om een betere patiëntenzorg te realiseren en om de verspreiding van hiv onder de bevolking te verminderen. De vertaling van theorie naar praktijk zal plaatsvinden via een combinatie van fysieke trainingen over de nieuwe werkwijze aan verpleegkundigen en patiëntenvoorlichters en het opzetten van een online platform.

VASAP-project: meer verantwoord antibioticagebruik in gezelschapsdierenpraktijken

Onderzoekers van Universiteit Utrecht bevorderen met een VIMP de landelijke implementatie van het Antimicrobial Stewardship and Pets (ASAP)-project. Het resultaat van hun onderzoek was dat een gerichte aanpak binnen gezelschapsdierenpraktijken leidt tot meer verantwoord gebruik van antibiotica.

Implementatie

Het Antimicrobial Stewardship Programma (ASP) is ontwikkeld binnen het ASAP-project en is uitgerold in 44 Nederlandse gezelschapsdierenpraktijken. Het ASP bestond onder andere uit nascholing voor gezelschapsdierenartsen, een informatiefolder voor diereigenaren en individuele feedback per praktijk. Dit leidde tot een significante daling van het antibioticumgebruik. Deze daling kwam bovenop de daling in antibioticumgebruik, die onder invloed van andere maatregelen en factoren al was ingezet in de jaren voorafgaand aan het project. De deelnemers aan het project gaven aan bewuster om te gaan met antibiotica en konden individueel verschillende verbeterpunten noemen uit de praktijk over antibioticumgebruik.

In het VASAP-project ligt de focus op verdere verspreiding en implementatie van het ASP van de onderzoeksresultaten in gezelschapsdierenpraktijken. Met de VIMP wordt een online training gemaakt (small private online cursus) gebaseerd op onderdelen uit het ASP van het ASAP-project waarin verschillende interactieve onderwijsvormen aan bod komen. De training wordt ook opgenomen in het curriculum van master Gezelschapsdieren voor studenten Diergeneeskunde.

Onderzoeksprogrammering antimicrobiële resistentie

In 2018 is het programma Priority Medicines Antimicrobiële resistentie (AMR) geëvalueerd. Van het programma Antibiotica Resistentie stellen we later dit jaar de 3e en laatste subsidieronde open.

Meer informatie

 

 

 

 

 

 

 

]]>
news-4014 Wed, 08 May 2019 15:15:00 +0200 Kennisbenutting: begin al vóór de start van het project https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kennisbenutting-begin-al-voor-de-start-van-het-project/ Hoe zorg je ervoor dat onderzoeksresultaten niet liggen te verstoffen op de plank, maar daadwerkelijk gebruikt worden in de praktijk? Op 4 april organiseerden ZonMw, Vilans en Movisie een projectleidersbijeenkomst om tips en kennis hierover uit te wisselen. Wat hebben de onderzoekers hieraan gehad? Voor deze bijeenkomst nodigden we projectleiders uit die aan de start van hun project staan. Zo kunnen zij de opgedane tips en kennis direct toepassen gedurende de hele loop van hun project.

Ervaringen

Sharissa Corporaal is manager onderzoek en innovatie bij Avoord, een lokale zorginstelling voor ouderen in de gemeente Etten-Leur, Zundert en Rijsbergen. ‘We zitten bijna allemaal in de startfase, wat veel administratief werk met zich meebrengt. Zeker omdat we allemaal samenwerken met meerdere partijen binnen onze projecten. Het is nuttig om ervaringen uit te wisselen hoe je hier praktisch mee om kunt gaan.’

Mandy Los (programmaleider Stichting Transmurale zorg, netwerk dementie Haaglanden) vond het vooral leuk om de ideeën van de deelnemers te vergelijken. Ook vond zij het contact met de andere deelnemers heel waardevol: ‘Er zijn veel dingen die bij ons vanuit het meerjarenplan geïnitieerd worden, die veel overlap hebben met aspecten uit de projecten die hier zijn gepresenteerd vandaag. Ik ga dus zeker contact onderhouden om op de hoogte te blijven van wat die andere projecten aan het ontwikkelen zijn, zo hoeven wij niet opnieuw het wiel uit te vinden.’

Isolde Verburgt en Betty Boomsma zijn beide projectcoördinator bij Superdivers den Haag. Verburgt: ‘Ik vond het leuk om hier te zijn, om de mensen van ZonMw te leren kennen en om verbinding te zoeken met onder andere een vergelijkbaar project uit Rotterdam.’

Boomsma: ‘Vanmiddag hebben we vooral een bevestiging gekregen dat we een goed plan hebben. We hebben in korte tijd een goede aanvraag neergezet: het betrekken van de praktijk, ouderen zelf, mantelzorgers, sociaal werkers; het zit er allemaal in.’

Lastig, maar niet onmogelijk

In het tweede deel van de middag gingen de deelnemers in groepjes uiteen om een collage te maken van hun ideale projectresultaat.

Boomsma: ‘Het was een zinvolle middag, en het is fijn dat er aan het begin van de projecten al contacten worden gelegd. Ook doe je heel veel verschillende kennis op op zo’n middag. Door samen in kleine groepjes aan een opdracht te werken ontstaat interactie en maak je een verdiepingsslag. Dat maakt het contact met anderen makkelijker, en dat is natuurlijk waar je voor komt.’

Is het haalbaar om vanaf het begin bezig te zijn met kennisbenutting in de praktijk?

Corporaal: ‘De nadruk lag vandaag op kennisbenutting aan het einde van je project. Dat is lastig om van tevoren vorm te geven. Je weet tenslotte nog niet wat de opbrengsten van je project gaan zijn, of in welke vorm je die moet aanbieden aan je doelgroep. Maar: lastig is niet onmogelijk. Wat ik nuttig vond was dat Vilans al profielen heeft opgesteld van de verschillende doelgroepen en welke informatievormen bij hen aansluiten. Al met al dus goed om al aan het begin van je project na te denken hoe je het eindproduct moet realiseren.’

Tips&Tricks

Jacomine de Lange, Hogeschool Rotterdam en projectleider van VitaDem:

  • Ontwerp en evalueer binnen een lerend netwerk van praktijk, ervaringsdeskundigen, onderzoek, onderwijs, (en schep ruimte voor innovatie).
  • Houd het management betrokken.
  • Wees duidelijk over ieders rol en eigenaarschap.

Lisa Delmee en Annemieke Hoogland, Vilans:

  • Denk in een vroeg stadium van het onderzoek goed na over wie er baat heeft bij de resultaten, houd dit goed voor ogen. Denk vervolgens na hoe die personen bereikt kunnen worden en schakel daarbij hulp in van een communicatieafdeling of kenniscentrum. Vraag gedurende het onderzoek ook aan de doelgroep (de eindgebruiker van de resultaten) op welke manier zij de kennis het liefste tot zich zouden nemen.
  • Voor (zorg)professionals is het verwarrend als er rondom hetzelfde onderwerp verschillende vergelijkbare kennis(producten) worden verspreid. Werk daarom samen met andere onderzoeken die dezelfde doelgroep willen bereiken en bundel de resultaten, indien mogelijk, in een deelbaar product.
  • Maak gebruik van bestaande kanalen om de kennis te verspreiden. Waar komt de doelgroep? Zorg dat daar de resultaten in een passende vorm worden aangeboden.

Bent u tijdens de sessie over kennisdelen geïnspireerd geraakt en wilt u uw idee toetsen? Of hebt u juist vragen over wat mogelijkheden zouden kunnen zijn voor het verspreiden van de resultaten van uw onderzoek? Maak dan een afspraak met Lisa en/of Annemieke van Vilans. Zij kunnen een uur met u meedenken, u op ideeën brengen of helpen een richting te kiezen. Mail naar a.hoogland@vilans.nl of l.delmee@vilans.nl 

Meer informatie

  • Lees meer over implementatie
  • Lees meer over maatschappelijke impact
  • Infographic veerkracht: Een mooi voorbeeld hoe de uitkomsten van verschillende onderzoeken samenkomen in één publicatie, waarbij een heel praktische vertaling van de onderzoeksresultaten in een stappenplan is gemaakt. 
  • Boekje 'Een goed leven met dementie'. Over samenwerken vanuit verschillende perspectieven: kenniscentrum, onderwijs, praktijk. 
  • Samen Beslissen: Een mooi voorbeeld hoe je de resultaten van je onderzoek in verschillende vormen voor verschillende doelgroepen kunt gieten. Denk aan een quiz, een infographic, een gesprekshandleiding, een filmpje. Praktisch en toepasbaar.

 

 

]]>
news-3970 Thu, 25 Apr 2019 11:58:02 +0200 Praat mee over de wetenschapper in 2030 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/praat-mee-over-de-wetenschapper-in-2030/ Het erkennen en waarderen van de wetenschapper in de toekomst dat is waarover we in gesprek gaan met (jonge) wetenschappers, universiteiten, financiers en maatschappelijke partners. Tijd voor nieuwe set competenties

Is de wetenschap toe aan vernieuwing? De maatschappij kijkt kritisch naar de waarde en het functioneren van de wetenschap. De erkenning en waardering van wetenschappers leunt zwaar op citaties en impactfactoren en wetenschappers ervaren grote tijds- en prestatiedruk op het gebied van onderzoek en onderwijs. Maar wat zegt het huidige systeem over hun bijdrage aan de wetenschap of aan de samenleving? Is het tijd voor een nieuwe set competenties voor de wetenschappers van morgen?

Praat mee

ZonMw en NWO organiseren op donderdag 23 mei 2019 in de Fokker Terminal in Den Haag de conferentie 'Evolutie of revolutie? Praat mee over de wetenschapper van 2030'. Wij nodigen u van harte uit, meld u aan en deel uw visie.

Praat ook mee online: #wetenschapper2030

 

]]>
news-3962 Wed, 24 Apr 2019 08:43:29 +0200 Zelf aan je herstel werken in respijthuis Frits https://publicaties.zonmw.nl/respijthuis-frits/ In Respijthuis Frits is iedereen welkom die aan zijn herstel wil werken. Ook mensen zonder diagnose of indicatie voor zorg. Juist deze groep valt vaak tussen wal en schip. Leden van de projectgroep én een gast delen hun verhaal over de totstandkoming van het respijthuis en de ervaringen tot nu toe. news-3753 Wed, 13 Mar 2019 09:31:11 +0100 4 miljoen euro voor onderzoek naar behandeling ziekte van Parkinson https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/4-miljoen-euro-voor-onderzoek-naar-behandeling-ziekte-van-parkinson/ Het Parkinson Personalized Therapeutics Initiative (PPTI) consortium ontvangt fianciering voor een grootschalig onderzoek onder parkinsonpatiënten. Onder leiding van LUMC-neuroloog prof. Bob van Hilten, in samenwerking met dr. Wilma van de Berg (Amsterdam UMC) en prof. Marcel Reinders (TU Delft), willen de onderzoekers inzicht krijgen in de individuele verschillen in het ziekteproces en de gevoeligheid voor het ontwikkelen van bijwerkingen van parkinson-medicatie.

De studie van het PPTI is één van de grootste onderzoeken onder parkinsonpatiënten in Europa en wordt voor een groot deel gefinancierd door ZonMw (1,5 miljoen euro). De overige 2,5 miljoen komt van commerciële en niet-commerciële partners.

Ruim 50.000 Nederlanders hebben de ziekte van Parkinson en dit aantal neemt jaarlijks toe. Deze ingrijpende ziekte heeft een grote impact op het leven van deze patiënten en van hun naasten.
Een behandeling die de ziekte stopt of vertraagt is niet beschikbaar. De huidige medicatie richt zich voornamelijk op het verminderen van de motorische klachten. Er zijn grote verschillen tussen patiënten in de werkzaamheid van medicatie en de kans op bijwerkingen.

Gepersonaliseerd onderzoek

Het onderzoek richt zich op de rol van erfelijke factoren en samenstelling van de ontlasting op het ziekteproces. Ook wordt gekeken naar de bijwerkingen van  de huidige medicijnen. In de eerste drie jaar van het project worden 1250 parkinsonpatiënten geworven. De helft heeft de afgelopen 5 jaar  de diagnose gekregen, de andere helft 5 tot 10 jaar geleden. Geleidelijk wordt dit cohort samengevoegd met het ‘Personalized Parkinson Project’-cohort van prof. Bas Bloem van het Radboudumc dat bestaat uit ongeveer 650 patiënten.

De patiënten van PPTI ondergaan jaarlijkse tests. Met  vragenlijsten worden de klachten van de ziekte van Parkinson en eventuele bijwerkingen van de medicatie in kaart gebracht. In de thuissituatie worden gegevens verzameld aan de hand van korte testen op een smartphone en het dragen van bewegingsmeters. Daarnaast worden bloed, ontlasting en een huidbiopt verzameld.

Grootste Parkinsoncohort

Het nationaal cohort wordt de komende vijf jaar opgezet door commerciële en niet-commerciële partners. Betrokken partijen zijn: het LUMC, het Amsterdam UMC, Radboudumc, Erasmus MC en de TU Delft in samenwerking met commerciële partners (F. Hoffman- La Roche Ltd., AbbVie en H. Lundbeck A/S) en niet-commerciële partners (ParkinsonNet, de Parkinson Vereniging, het Parelsnoer Instituut, stichting Centre for Human Drug Research, het PHARMO Instituut, de Hersenstichting, Stichting Alkemade-Keuls).

Meer informatie

  • Parkinson programmapagina
  • Meer informatie over het project? Mail dan naar ppti@lumc.nl
]]>
news-3726 Thu, 07 Mar 2019 13:03:00 +0100 Winnaar Medische Inspirator prijs bekend! https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/winnaar-medische-inspirator-prijs-bekend/ Na een intensieve publiekscampagne waarin er volop campagne is gevoerd door de genomineerde projectteams om de meeste stemmen binnen te halen voor de Medische Inspirator prijs, is eindelijk bekend wie de winnaar is. Op donderdag 7 maart is tijdens de Life Sciences & Health Publiek-private samenwerking dag door Henk Smid de Medische Inspirator prijs uitgereikt. De eerste prijs gaat naarhet project ‘Lyme legt levens lam’! Dit project ontvangt €100.000 om te besteden aan onderzoek. Met de geldprijs gaan de initiatiefnemers, onderzoeker Bart-Jan Kulberg (Radboud UMC) en patiënt en patiëntvertegenwoordiger Kees Niks (Lymevereniging), onderzoek doen naar de langetermijneffecten van chronische Lymeziekte op dekwaliteit van leven, deelname aan de maatschappij en op arbeid.

Op de tweede plek is geëindigd ‘De online vriendschapscursus’ met een prijs van €50.000. Met de prijs gaan onderzoeker Tamara Bouwman (VU Amsterdam) en cliëntvertegenwoordiger Liesbeth Gaasbeek (Gouden Dagen) de online vriendschapscursus verder ontwikkelen om deze aan te kunnen bieden aan ouderen. De praktische cursus leert ouderen onder andere om contact te zoeken met hun sociaal netwerk en sociaal actief te worden.

Wat is de Medische Inspirator prijs?

De Medische Inspirator is een aanmoedigingsprijs voor de meest inspirerende samenwerking tussen onderzoeker en patiënt(vertegenwoordigers) om onderzoek te doen naar medische producten waar patiënten behoefte aan hebben. Uit de inzendingen worden door een onafhankelijke vakjury projecten genomineerd. De genomineerdenkrijgen een professionele videoover hun onderzoeksproject. Vervolgens vindt er een stem- en campagneperiode van een maand plaats waarin de achterban en het algemeen publiek stemt op de meest inspirerende samenwerking en project.

De nieuwe ronde van de Medische Inspirator prijs is inmiddels geopend. Heeft u nog vragen of opmerkingen dan kunt u ons mailen.

Meer informatie

]]>
news-3725 Wed, 06 Mar 2019 20:33:02 +0100 Microplastics & Health: vijftien gehonoreerde projecten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/microplastics-health-vijftien-gehonoreerde-projecten/ Op 21 februari hebben vijftien unieke onderzoeksprojecten groen licht gekregen. Zij mogen starten met hun onderzoek naar de gezondheidseffecten van micro- en nanoplastics op onze gezondheid. Een kleine maand eerder, om precies te zijn op 25 januari, vergaderde de internationale Microplastics & Health Programma Commissie over de – in totaal – 22 ingediende onderzoeksvoorstellen. Bij de beoordeling werd gelet op zowel kwaliteit als relevantie. De Commissie was zeer te spreken over de inzendingen waardoor het beschikbare budget volledig kan worden besteed aan vijftien projecten. Het onderzoek is mogelijk gemaakt door financiering van NWO gesteund door de topsector Life Sciences & Health en topsector Water, het Gieskes-Strijbis Fonds, en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Onderwerpen

In de gehonoreerde onderzoeken staan belangrijke vragen centraal als:

  • Hoe kunnen plastic deeltjes het lichaam binnen komen?
  • Welke rol spelen de grootte, vorm en samenstelling van de deeltjes?
  • Waar zouden gezondheidseffecten kunnen optreden, denk aan longen, darmen en het immuunsysteem, en hebben micro-organismen die op de plastics voorkomen een effect?

Pas het begin

De internationale beoordelingscommissie benadrukt dat de honorering van deze vijftien projecten pas het begin is. Een jaar is niet lang genoeg om alle antwoorden te verkrijgen. De Commissie ziet grote potentie in de onderzoeken en hoopt daarom ook dat structureel vervolgonderzoek mogelijk zal zijn. Nederland heeft wereldwijd een toonaangevende positie in het wetenschappelijk onderzoek naar microplastics en dit moet volgens de Commissie verder uitgebouwd worden.

Plastic Health Coalition

ZonMw werkt voor de communicatie over dit onderzoek samen met de Plastic Soup Foundation omdat zij een groter en breder publiek bereiken. Over de verschillende pilotprojecten en (tussen)resultaten zal door de Plastic Health Coalition -  een initiatief van de Plastic Soup Foundation – gecommuniceerd worden. In deze Coalitie werken verschillende nationale en internationale milieu- en onderzoekorganisaties samen die zich zorgen maken over of bezig houden met de effecten van (micro)plastic op onze gezondheid.

Meer informatie

Contactpersoon:

Wilt u met iemand in contact komen over het ZonMw programma Microplastics & Health? Stuur dan een e-mail naar Frank Pierik, programma manager Microplastics & Health.

]]>
news-3562 Sun, 03 Feb 2019 16:55:50 +0100 Innovatiecafé Implementatie op 7 februari https://www.zorgvoorinnoveren.nl/bijeenkomsten/detail/innovatiecafe-implementatie/ Heb jij vragen over het implementeren van jouw innovatie in de zorg? Op donderdagmiddag 7 februari a.s. staat een team van implementatie experts van ZonMw en Zorg voor innoveren klaar om jou te helpen. Geef je snel op voor het Innovatiecafé Implementatie. news-3493 Wed, 23 Jan 2019 09:46:26 +0100 Subsidieoproep ‘Hart voor Duurzame zorg’ voor nieuwe medische technologie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-hart-voor-duurzame-zorg-voor-nieuwe-medische-technologie/ Medische technologie voor het eerder opsporen, monitoren en beter behandelen van hart- en vaatziekten is hard nodig om de toegankelijkheid van de zorg en voldoende personeel aan het bed te waarborgen. Daarom investeren de Hartstichting, ZonMw en NWO in Hart voor duurzame zorg, de gezamenlijke subsidieoproep van de DCVA en IMDI. Technologische innovatie levert een belangrijke bijdrage aan een betere gezondheid. Deze innovaties zorgen voor kosteneffectiviteit en maken een persoonlijkere zorg mogelijk. Een zorg die is toegespitst op de wensen en mogelijkheden van het individu.

Met behulp van nieuwe medische technologie kunnen risicofactoren en signalen van het ontstaan of verergeren van hart- en vaatziekten eerder worden herkend, beter gemonitord, en sneller behandeld worden met als doel schade en achteruitgang te voorkomen. Hiermee gaat de ziektelast door hart- en vaatziekten naar beneden en blijft de zorg voor mensen met hart- en vaatziekten ook in de toekomst bemensbaar.

Gezamenlijke subsidieronde

De Dutch CardioVascular Alliance (DCVA) en het Innovative Medical Devices Initiative (IMDI) starten samen deze nieuwe subsidieronde met middelen van de Hartstichting, ZonMw, NWO-TTW en NWO-MVI. De totale omvang van deze oproep is vijf miljoen euro, waarvan de helft gefinancierd wordt door de Hartstichting. De subsidieoproep wordt uitgevoerd door ZonMw.

Uw briljante idee

Heeft u een briljant idee voor nieuwe medische technologie? Of brengt u bestaande experimentele technologie naar de kliniek? Dien dan uiterlijk 9 april uw voorstel in.
Meer informatie en de mogelijkheid om in te dienen vindt u in de subsidieoproep.

Informatie en netwerkbijeenkomst

Overweegt u een aanvraag in te dienen en/of heeft u behoefte aan nieuwe contacten? Kom naar de informatie en netwerkbijeenkomst op vrijdag 15 februari 2019 van 13.30 tot 16.00 in het Holland Heart House te Utrecht. Klik hier om u aan te melden voor deze bijeenkomst.

]]>
news-3382 Wed, 19 Dec 2018 11:59:12 +0100 De (on)mogelijkheden van proefdiervrije innovaties https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/de-onmogelijkheden-van-proefdiervrije-innovaties/ Wat is de stand van zaken van de transitie naar proefdiervrij onderzoek en welke innovaties hebben we nodig in de toekomst? Op die vraag zochten onderzoekers en andere belanghebbenden antwoorden tijdens de eerste editie van Meer Kennis met Minder Dieren on Tour van ZonMw op donderdag 13 december jongstleden. Er zijn al veel stappen gezet en er zijn nog veel uitdagingen over, bleek uit de presentaties. De uitdagingen zijn per onderzoeksterrein - hart of huid bijvoorbeeld – verschillend maar onderzoekers kunnen veel leren van elkaars ervaringen en inzichten bleek uit de slotdiscussie. Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI)

In het O|2 Labgebouw van de Amsterdam UMC opende Anke Sikkema van het ministerie van LNV deze middag die ZonMw organiseerde in samenwerking met het Amsterdam UMC en de Nederlandse Brandwondenstichting. De Nederlandse overheid heeft de ambitie om Nederland voorloper te maken in het versnellen van de transitie naar proefdiervrije innovatie. De urgentie daarvoor is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden doordat de ontwikkelingen in de wetenschap steeds sneller gaan. Ook maatschappelijke ontwikkelingen laten zien dat mensen steeds meer risicomijdend zijn en er minder acceptatie is voor het inzetten van proefdieren voor onderzoek. Met het platform Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI), een landelijk initiatief, stimuleert het ministerie van LNV samen met de partners multidisciplinaire netwerken waar debat en experimenteren mogelijk gemaakt worden. Ook worden kaders verkend en opgerekt, en nieuwe concepten ontwikkeld. In deze netwerken werken onderzoekers samen met publieke en private partners.

De Helpathon: zoeken naar alternatieven voor dierproeven

Die samenwerking is essentieel zoals bleek uit het tweegesprek tussen professor Sue Gibbs van het Amsterdam UMC, locatie VUmc en Carine van Schie van de Nederlandse Brandwondenstichting. Om onderzoek zonder proefdieren mogelijk te maken, stimuleert de Brandwondenstichting innovaties die inzet van proefdieren overbodig maakt en de kwaliteit van het onderzoek verbeteren. Eén van de initiatieven hiervoor was een Helpathon. Dit is een soort hackaton waarbij een onderzoeksvoorstel waarin dierproeven waren opgenomen, kritisch werd bekeken en daar waar mogelijk de dierproeven werden vervangen door alternatieven of werd gewezen op kennis die al opgedaan was in andere onderzoeksprojecten. Deze succesvolle aanpak zou vaker toegepast kunnen worden, was de conclusie van de discussie met de zaal.

Modellen van hart en hersenen, nog een lange weg te gaan

Dat de praktijk weerbarstig is bleek uit de presentaties van vier onderzoekers op uiteenlopende medische terreinen. Zij konden successen melden maar waarschuwden tegelijkertijd dat er nog veel obstakels zijn. Die zijn onder andere afhankelijk van de complexiteit van de organen. De mate waarin er alternatieven mogelijk zijn voor de huid, is heel anders voor complexe organen zoals hart en hersenen, of op het terrein van de virologie. Zo liet Jolanda van der Velden, fysiologe, zien dat het modelleren van hartspierweefsel vooruitgang laat zien maar dat onderzoekers nu geen grootse beloftes kunnen doen vanwege de complexiteit van hart en hartzieken. Een vergelijkbare boodschap had Wiep Scheper die onderzoek doet naar de oorzaken en behandeling van dementie en Alzheimer. Medicijnen die ontwikkeld worden met behulp van muizen als proefdieren, falen bij de toepassing op mensen. Stamceltechnologie lijkt nu een mogelijkheid om menselijke neuronen te kweken maar dat is pas een eerste stap naar een hersenmodel. En dat model is nodig om succesvolle behandelingen te kunnen ontwikkelen tegen Alzheimer.

De uitdaging van een mens- of diermodel

Voor virologe Katja Wolthers staat in haar onderzoek niet één orgaan centraal, maar het hele systeem van het menselijk lichaam. Want hoe komen virussen in het menselijk lichaam terecht, hoe verspreiden ze zich. En waarom wordt de ene patiënt zo ziek en blijvend gehandicapt van het Poliovirus terwijl een ander er alleen milde ziekteverschijnselen bij ervaart? Orgaan-op een-chip of liever een koppeling van verschillende organen-op-een-chip zou hier uitkomst kunnen bieden. Maar de zogenoemde organoids zijn gesloten en geen open systemen zoals het menselijk lichaam. Toch worden ook op dit terrein successen geboekt. Om deze ontwikkelingen te versnellen is veel nodig. Niet alleen geld maar ook samenwerking, standaardisatie en validatie, ethische richtlijnen en aanpassingen in wet- en regelgeving. En zoals Katja zei: “guts and brains”. Als laatste gaf Theo Smit, ingenieur zoals hij zelf zegt, inzicht in de mogelijk- en onmogelijkheden van ‘tissue engineering’ in bioreactoren. Ook op dat terrein zijn belangrijke stappen gezet zoals de versnelling van het maken van weefsels. De keerzijde is dat het proces heel arbeidsintensief is en er obstakels zijn, o.a. op het terrein van immunologie.

Geld, kennis en samenwerking

Dat er vooruitgang geboekt wordt in de transitie naar proefdiervrije innovaties was een mooie conclusie van de afsluitende paneldiscussie van deze Meer Kennis met Minder Dieren on Tour. Dat er nog een lange weg te gaan is werd tegelijkertijd ook onderstreept door de sprekers. Om de ambitie van proefdiervrij onderzoek mogelijk te maken is meer geld en meer kennis nodig, en ook meer samenwerking en kennisdeling. Op die manier kunnen ervaringen en inzichten gedeeld worden en successen op het ene terrein wellicht een oplossing bieden voor een probleem in het andere onderzoeksveld.

Meer informatie

Meer Kennis met Minder Dieren on Tour is een initiatief van het ZonMw-onderzoeksprogramma Meer Kennis met Minder Dieren. Bent u geïnteresseerd om samen met ZonMw één de vier geplande MKMD on Tour bijeenkomsten in 2019 te organiseren, kunt u contact opnemen met Erica van Oort.

]]>
news-3370 Mon, 17 Dec 2018 14:38:06 +0100 Aankondiging subsidieronde zeldzame ziekten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/aankondiging-subsidieronde-zeldzame-ziekten-1/ Op 14 december 2018 opende het nieuwe European Joint Programme on Rare Diseases (EJP RD) de Joint Transnational Call (JTC) 2019. Het doel van deze ronde is om wetenschappers uit verschillende landen effectief te laten samenwerken op een interdisciplinair onderzoeksproject ten gunste van patiënten met een zeldzame ziekte. Om deelname voor Nederlandse onderzoeksgroepen mogelijk te maken heeft ZonMw een budget van 1,8 miljoen euro beschikbaar gesteld. Nederlandse onderzoeksgroepen kunnen maximaal 250.000 euro aanvragen per project.
De uiterste datum om projectideeën in te dienen bij het Duitse EJP RD JTC 2019 Call secretariaat is 15 februari 2019 om 17:00 uur.  

De titel van de subsidieronde EJP RD JTC 2019 luidt: "Transnational research projects to accelerate diagnosis and/or explore disease progression and mechanisms of rare diseases”.

De transnationale onderzoeksvoorstellen dienen betrekking te hebben op ten minste een van de volgende gebieden, die voor deze oproep even belangrijk zijn:

  • Onderzoek om diagnose te versnellen
  • Onderzoek naar ziekteprogressie en mechanismen

Meer informatie over de onderwerpen, exclusie criteria en voorwaarden in de subsidieronde EJP RD JTC 2019 vindt u op www.ejprarediseases.org.

Het EJP RD omvat onder meer de voortzetting van deze subsidieronden voor zeldzame ziekten, die eerder binnen E-Rare, het Europese ERA-Net project voor onderzoek aan zeldzame ziekten, werden georganiseerd. Aan deze gezamenlijke subsidieronde werken 32 onderzoekfinancieringsorganisaties uit 23 landen mee.

Zoekt u partners met specifieke expertise in binnen- of buitenland?

E-Rare heeft een instrument ontwikkeld om onderzoekers met specifieke expertise rond zeldzame aandoeningen te vinden en samenwerking te stimuleren. Dit instrument “Looking for collaboration” vindt u op de website 

]]>
news-3347 Thu, 13 Dec 2018 11:01:15 +0100 Internationale programma commissie Microplastics & Health rond https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/internationale-programma-commissie-microplastics-health-rond/ ZonMw presenteert met trots de internationale programma commissie van Microplastics & Health. De commissie zal de 22 onderzoeksvoorstellen die bij de huidige subsidieoproep zijn binnen komen evalueren op basis van de onafhankelijke referent oordelen en het wederhoor van de aanvragers. Het algemene doel van de subsidieoproep is om inzicht te krijgen in de mogelijke gezondheidsrisico’s en de biologische mechanismen die mogelijk betrokken zijn wanneer mensen worden blootgesteld aan kleine plastic deeltjes via orale of inhalatieroutes. Om dit te bereiken hebben de deelnemers binnen de onderzoeksgroepen hun krachten gebundeld en willen ze samenwerken in multidisciplinaire, vaak internationale groepen.

De commissie

De Microplastics & Health subsidieoproep beslaat een nieuw onderzoeksgebied en heeft het overgrote deel van de Nederlandse onderzoekers op dit gebied weten te bereiken. Mede hierom moest de programma commissie voornamelijk gebaseerd worden op buitenlandse experts. Slechts twee van de in totaal negen leden zijn gestationeerd in Nederland. De andere zeven leden zijn afkomstig uit Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, België en Duitsland. De voorzitter van de commissie is Aalt Bast, decaan Campus Venlo (Maastricht University). De focus van de commissie is voornamelijk toxicologie en deels milieu inclusief microplastics en microbiologie. Meer informatie over de leden en hun expertise leest u hier.

Meer informatie

Bron afbeelding: Chesapeake Bay Program - Will Parson

]]>
news-3344 Thu, 13 Dec 2018 09:17:03 +0100 Een nieuw Europees programma voor onderzoek aan zeldzame ziekten start in 2019 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/een-nieuw-europees-programma-voor-onderzoek-aan-zeldzame-ziekten-start-in-2019/ ZonMw is een van de partners in het nieuwe European Joint Programme on Rare Diseases (EJP RD) dat start vanaf 1 januari 2019. De EC heeft op 6 december 2018 dit nieuwe programma aangekondigd: Dit programma omvat een nieuw onderzoekconsortium dat bestaat uit meer dan 130 onderzoekfinancieringsorganisaties, universiteiten, onderzoekorganisaties, Europese onderzoek infrastructuren, ziekenhuizen en patiëntenorganisaties uit 35 landen (27 EU lidstaten, zeven geassocieerde landen en Canada). Het programma duurt vijf jaar en heeft een budget van 100 miljoen euro, waarvan 55 miljoen uit het Horizon 2020 programma van de Europese Commissie komt.

Het doel van het EJP RD is om nieuwe behandelingen en diagnostische tools te ontwikkelen die patiënten met een zeldzame aandoening bereiken. Het EJP RD ondersteunt de doelstellingen van het International Rare Diseases Research Consortium (IRDiRC). Het EJP RD is deels een opvolger van het Europese ERA-Net onderzoekprogramma  E-Rare, maar omvat ook andere activiteiten. Een voorbeeld hiervan is het opzetten van een virtueel platform om toegang tot  informatie over zeldzame ziekten en onderzoekgegevens te geven. Een ander voorbeeld is het opzetten van diensten om uitwisseling te optimaliseren van informatie en kennis tussen onderzoek en klinische praktijk. De Europese Reference Networks nemen deel aan de EJP RD zodat er verbindingen zijn met de expertise centra voor zeldzame ziekten in meer dan 300 ziekenhuizen in Europa.

Het Franse instituut INSERM coördineert dit nieuwe programma. Verschillende Nederlandse partners nemen deel aan het EJP RD. Naast ZonMw ook de universitair medische centra uit Amsterdam, Groningen, Leiden, Nijmegen, Rotterdam en de Universiteit van Maastricht.
 

Eerste call geopend

Op 14 december 2018 opende het nieuwe European Joint Programme on Rare Diseases (EJP RD) de Joint Transnational Call (JTC) 2019. Het EJP RD omvat onder meer de voortzetting van deze subsidieronden voor zeldzame ziekten, die eerder binnen E-Rare, het Europese ERA-Net project voor onderzoek aan zeldzame ziekten, werden georganiseerd. Aan deze gezamenlijke subsidieronde werken 32 onderzoekfinancieringsorganisaties uit 23 landen mee. Het doel van deze ronde is om wetenschappers uit verschillende landen effectief te laten samenwerken op een interdisciplinair onderzoeksproject ten gunste van patiënten met een zeldzame ziekte.  

De titel van de subsidieronde EJP RD JTC 2019 luidt: 'Transnational research projects to accelerate diagnosis and/or explore disease progression and mechanisms of rare diseases'.

De transnationale onderzoeksvoorstellen dienen betrekking te hebben op ten minste een van de volgende gebieden, die voor deze oproep even belangrijk zijn:
a.    Onderzoek om diagnose te versnellen;
b.    Onderzoek naar ziekteprogressie en mechanismen.

Om deelname voor Nederlandse onderzoeksgroepen mogelijk te maken heeft ZonMw een budget van 1,8 miljoen euro beschikbaar gesteld. Nederlandse onderzoeksgroepen kunnen maximaal 250.000 euro aanvragen per project.
De uiterste datum om projectideeën in te dienen bij het Duitse EJP RD JTC 2019 Call secretariaat is 15 februari 2019 om 17:00 uur.  

Meer informatie over de onderwerpen, exclusie criteria en voorwaarden in de subsidieronde EJP RD JTC 2019 vindt u op www.ejprarediseases.org.

Zoekt u partners met specifieke expertise in binnen- of buitenland?
E-Rare heeft een instrument ontwikkeld om onderzoekers met specifieke expertise rond zeldzame aandoeningen te vinden en samenwerking te stimuleren. Dit instrument “Looking for collaboration” vindt u op de website www.e-rare.eu (zie rechter panel); http://www.erare.eu/user/register
 

Meer informatie

]]>
news-3222 Thu, 15 Nov 2018 14:40:43 +0100 Professionals zetten zich samen in tegen antibioticaresistentie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/professionals-zetten-zich-samen-in-tegen-antibioticaresistentie/ Het RIVM, ZonMw en het ministerie van VWS organiseerden op 14 november een conferentie over antibioticaresistentie. Onderzoekers, beleidsmakers en praktijkprofessionals praatten over het thema ‘Van onderzoek naar praktijk en beleid. Wat kan jij er mee?!’. Bewustzijn vergroten

De week van 12 tot 19 november staat in het teken van het vergroten van het bewustzijn van antibioticaresistentie. Nederland doet het goed als het gaat om antibioticaresistentie. Niet elk land doet het even goed in Europa; er zijn tussen de landen verschillen gemeten. Om te voorkomen dat mensen overlijden aan een nu nog onschuldige infectie is het bijvoorbeeld nodig dat antibiotica alleen worden voorgeschreven als het ook echt nodig is. Daarnaast is handhygiëne belangrijk om de verspreiding van resistente bacteriën te voorkomen. Voorgaande werd benadrukt door Bruno Bruins, de minister voor Medische Zorg en Sport, die de conferentie met een videoboodschap opende. 
De conferentie stond  in het teken om het nóg beter met elkaar te doen. Want antimicrobiële resistentie is een urgent, groeiend en wereldwijd probleem dat vraagt om een multidisciplinaire aanpak vanuit onderzoek, beleid en praktijk. Betrokkenen uit heel Nederland kwamen daarom deze middag bij elkaar.

Onderzoek

Jeroen Geurts, voorzitter van ZonMw, overhandigde tijdens de bijeenkomst de evaluatie van het ZonMw-programma Priority Medicines Antimicrobiële Resistentie aan VWS. Het vanuit dit programma gefinancierde onderzoek leverde veel kennis op. Deze kennis wordt verder gebracht, in de praktijk en in vervolgonderzoek. Deze kennis draagt bij aan het zorgvuldig gebruik van bestaande middelen, aan de ontwikkeling van nieuwe middelen en methoden, richtlijnen en beleid en het in kaart brengen van potentiële risico’s van antimicrobiële resistentie. Nederland is een internationale voortrekker op dit onderwerp: vasthouden en uitbouwen!

Beleid en praktijk

Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM , gaf een overzicht over resistente bacteriën in Nederland. Waar komen ze voor en wat is de impact daarvan?. Mariken van der Lubben, programmamanager Antibioticaresistentie van het RIVM, ging in op de nationale aanpak tegen antibioticaresistentie in Nederland. Verder stonden tijdens de conferentie 3 thema’s centraal: Welke resultaten zijn er? Hoe komen we nu van data naar implementatie? Wie moet nu waarmee aan de slag? De onderwerpen van de overige sprekers en interactieve sessies gingen dan ook over deze thema's.


Zo praatte Marlies Hulscher, hoogleraar Kwaliteit van Zorg voor infectie- en ontstekingsziekten en werkzaam bij Raboudumc en IQ healthcare, de deelnemers bij over de laatste stand van zaken over implementatie(onderzoek). Zij sprak over de kloof tussen weten wat we moeten doen en wat we daadwerkelijk doen in de dagelijkse praktijk. Het beïnvloeden van gedrag is complexer dan veelal wordt aangenomen. Soms werkt iets en soms niet. Daarom is het zo belangrijk dat gedragswetenschappers betrokken worden de bij implementatie van onderzoeksresultaten uit het bèta-veld. Daarbij is het essentieel dat we gedrag zowel top-down als bottum-up proberen te beïnvloeden. Bijvoorbeeld het gedrag bij handhygiëne; een voorbeeld dat vandaag veelvoudig werd genoemd vanwege zijn relatie met antibioticaresistentie.

Open science is een manier om de kennis over antibioticaresistente goed te kunnen verspreiden. Maar open science kent nog uitdagingen. Pieter van Boheemen, onderzoeker bij het Rathenau Instituut, vertelde de aanwezigen of je voor Open Science moed nodig hebt of dat je het gewoon moet doen. Hij nam ons mee in de nationale en internationale wereld waarin het toegankelijk zijn van onderzoeksdata steeds belangrijker wordt. En waar de uitdagingen liggen voor beleid, onderzoek en praktijk.

Aan de slag

Gezien de opkomst en de reacties was het een geslaagde conferentie. Het gaf professionals uit onderzoek, beleid en praktijk handvatten om binnen en buiten hun organisaties de beheersing van antimicrobiële resistentie te continueren en hierover met elkaar van gedachten te wisselen. Binnenkort is een verslag van de conferentie beschikbaar via de websites van RIVM en ZonMw.

Meer informatie

 

]]>
news-3211 Tue, 13 Nov 2018 14:11:19 +0100 Wat kunt u met ons antimicrobiële resistentie-onderzoek in beleid en praktijk? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/wat-kunt-u-met-ons-antimicrobiele-resistentie-onderzoek-in-beleid-en-praktijk/ Door ons gefinancierd onderzoek heeft veel wetenschappelijk bewezen kennis opgeleverd op het gebied van antimicrobiële resistentie. Dit blijkt uit de evaluatie van het ZonMw-programma Priority Medicines Antimicrobiële Resistentie (AMR). Deze kennis draagt bij aan het zorgvuldig gebruik van bestaande middelen, aan de ontwikkeling van nieuwe middelen en methoden, richtlijnen en beleid en het in kaart brengen van potentiële risico’s. Evaluatie en pas op de plaats

Midden in de World Antibiotic Awareness Week 2018 organiseren we samen met RIVM en VWS de conferentie ‘Antibioticaresistentie; Van onderzoek naar praktijk en beleid. Wat kan jij er mee?!’ Aan VWS bieden we de zelfevaluatie en externe evaluatie aan. De conclusies en aanbevelingen uit deze evaluaties zijn niet compleet zonder een pas op de plaats van het ZonMw-programma Antibioticaresistentie (ABR) en de Joint Programming Initiative on Antimicrobial Resistance (JPIAMR). In dit internationale verband voor wetenschappelijke samenwerking en onderzoekscapaciteit participeren we namens Nederland.

Antibioticateams (A-teams) in ziekenhuizen

Een afgerond AMR-project van Amsterdam UMC (locatie AMC) heeft ertoe bijgedragen dat antibioticateams (A-teams) landelijk in ziekenhuizen worden ingezet. Deze zetten in op zorgvuldige beleidsvorming rond antibioticagebruik in ziekenhuizen. Dit project heeft grote maatschappelijke impact.

Varkensneus remt MRSA

In een lopend multidisciplinair ABR-project van de Universiteit Utrecht wordt met hightech moleculaire technieken gekeken of de overdracht van MRSA via varkensneuzen naar mensen beperkt kan worden. Een veelbelovend project dat mogelijk ingangen biedt om in de toekomst mensen te beschermen tegen MRSA.

Mestverwerking en antibioticaresistentie

RIVM onderzoekt samen met internationale partners wat de risico’s van de uitstoot van antibioticaresistentie uit mest zijn voor de bevolking. En in hoeverre mestverwerkingstechnieken de verspreiding van antibioticaresistentie kunnen verminderen.

Urgentie

We pakken antimicrobiële resistentie aan om te voorkomen dat mensen overlijden aan een nu nog onschuldige infectieziekte zoals een blaasontsteking of darminfectie. Antimicrobiële resistentie is een urgent, groeiend en wereldwijd probleem dat vraagt om een snelle, internationale en multidisciplinaire aanpak vanuit onderzoek, beleid en praktijk.

Toekomst

De externe-evaluatiecommissie raadt ZonMw aan het brede karakter van onderzoek naar antimicrobiële resistentie voort te zetten waarbij internationale samenwerking wordt gestimuleerd. Nederland kan als koploper op het gebied van resistentieproblematiek over de grenzen heen veel bieden en ophalen. Met onderzoek en implementatie dragen we bij aan een One-Health-aanpak voor het ontstaan en de verspreiding van antimicrobiële resistentie bij mens, dier en in het milieu. Het continueren van onderzoek over alle aspecten naar antimicrobiële resistentie is daarbij essentieel.

Continuering onderzoek

Het is onzeker hoe de financiering van onderzoek naar antimicrobiële resistentie nationaal en internationaal op efficiënte wijze gecontinueerd wordt. Met de huidige kwaliteit en beschikbaarheid van onderzoekers kunnen we meer betekenen voor het ontwikkelen en verspreiden van kennis over antimicrobiële resistentie. We zetten ons daarvoor in door de met dit programma versterkte samenwerking tussen de veterinaire en humane geneeskunde continueren. De toepassing van kennis bevorderen we door de samenwerking met onder andere ABR-zorgnetwerken en A-teams te intensiveren.

Meer informatie

 

 

 

 

]]>
news-3166 Mon, 29 Oct 2018 13:15:15 +0100 Nieuwe epilepsiemelder herkent overgrote deel van ernstige nachtelijke aanvallen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-epilepsiemelder-herkent-overgrote-deel-van-ernstige-nachtelijke-aanvallen/ Een hightech armband, ontwikkeld door wetenschappers samenwerkend in het Nederlandse ‘Tele-epilepsie Consortium’, ontdekt 85 procent van alle ernstige nachtelijke epilepsieaanvallen. Dat is een veel betere score dan elke andere nu beschikbare technologie. De betrokken onderzoekers denken dan ook dat het aantal onverwachte nachtelijke sterfgevallen bij epilepsiepatiënten kan afnemen dankzij hun armband. Ze publiceren hun resultaten deze week in het wetenschappelijke journal Neurology. SUDEP, sudden unexpected death in epilepsy, is een belangrijke doodsoorzaak bij epilepsiepatiënten. Bij patiënten met een verstandelijke beperking en onbehandelbare epilepsie, zo’n 10.000 van de 120.000 epilepsiepatiënten in Nederland, is de kans zelfs 20 procent dat ze ooit hieraan overlijden. Alhoewel er meerdere technieken zijn om patiënten ’s nachts te monitoren, worden veel aanvallen nu nog over het hoofd gezien.

Onderzoekers van het consortium hebben daarom een armbandje ontwikkeld, dat twee essentiële kenmerken van ernstige aanvallen herkent: een afwijkende hartslag, en schokkende bewegingen van de patiënt. Het armbandje stuurt in die gevallen draadloos een alarmsignaal aan verzorgers of verplegenden.

Nightwatch

Het onderzoeksteam beproefde de armband, met de naam Nightwatch, bij 28 epilepsiepatiënten met een verstandelijke beperking, over gemiddeld 65 nachten per patiënt. De armband mocht alleen een alarmsignaal afgeven bij ernstige aanvallen. De patiënten werden ook gefilmd, om te controleren of er mogelijk aanvallen waren die de Nightwatch over het hoofd zag. Uit die vergelijking blijkt dat het armbandje 85 procent van alle ernstige aanvallen signaleerde, wat een bijzonder hoge score is.

Ter vergelijking werd tegelijkertijd getest met de huidige detectiestandaard, een bedsensor die reageert op trillingen. Deze signaleerde slechts 21 procent van de ernstige aanvallen. Gemiddeld bleef de bedsensor dan ook eens per 4 nachten per patiënt onterecht stil. De Nightwatch daarentegen miste gemiddeld maar eens in de 25 nachten een ernstige aanval per patiënt. Verder bleken de patiënten weinig hinder van de armband te ondervinden en ook het verzorgend personeel was positief over het gebruik ervan.

Deze resultaten laten zien dat de armband goed werkt, vertelt onderzoeksleider prof.dr. Johan Arends, neuroloog bij Kempenhaeghe en hoogleraar aan de TU Eindhoven. De Nightwatch kan nu breed ingezet gaan worden bij volwassenen, zowel in instellingen als in de thuissituatie. Arends verwacht dat het aantal gevallen van SUDEP hierdoor met 2/3 kan afnemen, met de kanttekening dat dit ook afhangt van hoe snel en adequaat zorgverleners of mantelzorgers reageren op de alarmeringen. Bij wereldwijde toepassing kan het tienduizenden levens redden.

Samenwerking

Arends hoopt dat de goede resultaten ertoe leiden dat de Nightwatch wordt opgenomen in het basispakket van de Nederlandse zorgverzekering. In het Tele-epilepsie Consortium werken de volgende partijen samen: Expertisecentrum Kempenhaeghe, Technische Universiteit Eindhoven, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland (SEIN), UMC Utrecht, het Epilepsiefonds, patiëntvertegenwoordigers en Livassured. Dit bedrijf is opgericht om de Nightwatch op de markt te brengen en werkt sinds 2014 mee aan het onderzoek.

De Nightwatch is een initiatief van Kempenhaeghe en de TU Eindhoven. Aan de ontwikkeling ervan is een kleine twintig jaar gewerkt. Het principe ervan is gebaseerd op een idee van Johan Arends en enkele collega’s.

Waar de Nightwatch nu nog aparte alarmen genereert op basis van de twee sensoren (hartslagsensor en bewegingssensor), is het Tele-epilepsie Consortium al aan het onderzoeken hoe die twee intelligent samenwerken kunnen om tot nog betere alarmering te komen. Ook werkt het consortium aan verbetering van alarmering op basis van geluid en video, wat in de toekomst gecombineerd kan worden met alarmering via de armband. Verder wil men in de toekomst de interpretatie van de signalen patiëntspecifiek maken.

Bron artikel: TU/e

Meer informatie

Dit project is medegefinancierd door het ZonMw Programma Translationeel onderzoek, de topsector Life Sciences & Health (LSH) en het Epilepsiefonds.

]]>
news-3155 Fri, 26 Oct 2018 10:07:35 +0200 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) versterkt onderzoeksprogramma Microplastics & Health https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/ministerie-van-infrastructuur-en-waterstaat-iw-versterkt-onderzoeksprogramma-microplastics-heal/ Het ministerie van I&W levert een financiële bijdrage aan het net opgestarte onderzoeksprogramma Microplastics & Health. Dit programma is geïnitieerd vanuit ZonMw in samenwerking met de Topsector Water, Topsector Life Sciences & Health en het Gieskes-Strijbis Fonds. In dit programma worden projecten gefinancierd naar gezondheidsrisico’s van micro- en nanoplastics. Er is steeds meer bekend over het voorkomen van kleine plastic deeltjes in de oceanen, rivieren, bodem en lucht. De herkomst van deze kleine plastic deeltjes is variabel. Bronnen van kleine plastic deeltjes komen bijvoorbeeld door het verval en verwering van plastic zwerfafval, of door microplastics aan cosmetica toe te voegen, door microvezels die loskomen bij het wassen van synthetische kleding of door slijtage van autobanden. De effecten op het zeeleven (mariene milieu) worden al enigszins duidelijk uit wetenschappelijk onderzoek. Op basis van dit onderzoek worden door wetenschappers zorgen geuit over mogelijke gezondheidseffecten op de mens als micro- en nanoplastics terechtkomen in ons eten, drinken en de lucht.

Doorbraakprojecten

Het ZonMw onderzoeksprogramma Microplastics & Health gaat door middel van het financieren van kortlopende doorbraakprojecten hier meer duidelijkheid over geven. Dit is een nieuw onderzoeksterrein waarin projecten de mogelijk toxische effecten van kleine plastic deeltjes op cel- en orgaanniveau bij mensen bestuderen. Een deel van de kennis die nodig is voor dit nieuwe onderzoeksterrein bevindt zich in het buitenland. Daarom wordt vanuit het subsidieprogramma internationale samenwerking met verschillende disciplines gestimuleerd.

De subsidieoproep is net gesloten en alle aanvragen worden behandeld. Naar verwachting zal begin 2019 door een internationale commissie besloten worden welke projecten gehonoreerd worden. Met de aanvullende bijdrage van het ministerie van I&W kunnen vier extra projecten starten, waardoor er nu maximaal 14 projecten in totaal gefinancierd kunnen worden. De impact van het programma wordt hiermee aanzienlijk vergroot.

Meer informatie:

Programmapagina Microplastics & Health
 

]]>
news-3125 Thu, 18 Oct 2018 12:01:23 +0200 Multidisciplinair onderzoek nodig voor beheersing gevolgen klimaatverandering https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/multidisciplinair-onderzoek-nodig-voor-beheersing-gevolgen-klimaatverandering/ Klimaatverandering heeft op veel verschillende terreinen gevolgen voor onze samenleving: van landbouw tot gezondheid, van watervoorziening en -veiligheid tot migratie en openbaar bestuur. Het veranderende klimaat betekent ook voor de wetenschap een grote uitdaging, waarbij onderlinge samenhang en samenwerking van partijen binnen en buiten de wetenschap essentieel is. Dat bleek tijdens de Climate Challenge Workshop van NWO en ZonMw op woensdag 10 oktober, waarbij wetenschappers en beleidsmakers uit verschillende vakgebieden met elkaar in gesprek gingen over deze grote uitdagingen voor de toekomst.

Urgentie van aandacht voor klimaat

Toevallig bleek de conferentie gepland in de week waarin de Verenigde Naties het nieuwste IPCC-rapport over klimaatverandering publiceerden, waarin de Nederlandse rechter oordeelde dat de overheid meer moet doen om klimaatverandering terug te dringen en waarin de Nobelprijs voor de economie onder meer werd toegekend aan prof. dr. William Nordhaus, die economische modellen voor oorzaken en aanpak van klimaatverandering ontwikkelde. Het belang en de urgentie van het klimaat stonden dan ook niet ter discussie.

Samenwerken over de grenzen van disciplines

NWO-voorzitter prof. dr. Stan Gielen besprak in zijn openingswoord het belang van samenhang. De aanpak van klimaatverandering en de gevolgen ervan is niet een kwestie van een NWO en ZonMw-subsidie meer of minder, maar vraagt om brede aandacht van vrijwel alle wetenschapsgebieden. Universiteiten en andere kennisinstellingen, overheden en bedrijven moeten volgens hem over de grenzen van disciplines heen gaan samenwerken. Ook voor de financiering is volgens Stan Gielen de inbreng van diverse partijen nodig. De Nederlandse Klimaatgezant Marcel Beukeboom verzekerde de aanwezigen dat er inmiddels goed geluisterd wordt naar de aanbevelingen van wetenschappers en waarschuwde voor de gevaren van verkokering. Hij verwees ook naar de Sustainable Development Goals en de inspanningen die hiervoor in Nederland en in mondiaal perspectief voor nodig zijn.

Creatieve oplossingen nodig

De nadruk van de workshop lag op het uitwisselen van ideeën, aan de hand van een aantal thema's. In deze levendige discussies werd duidelijk hoe complex het probleem is maar ook hoe vergelijkbaar processen, oplossingen en effecten daarvan in verschillende gebieden zoals Spitsbergen en Afrika kunnen zijn. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat steden vergroenen, maar daardoor kan wel de kans op allergieën (bijvoorbeeld hooikoorts) groter worden. De vertaalslag van wetenschap naar beleid van landelijke en lokale overheden vraagt om creatieve oplossingen. En op veel terreinen zijn er nog onvoldoende betrouwbare gegevens, bijvoorbeeld over zeespiegelstijging, de effecten van hittestress op de volksgezondheid en de gevolgen van extreme weersomstandigheden. Kortom, het veranderende klimaat betekent ook voor de wetenschap een grote uitdaging, waarbij onderlinge samenhang en samenwerking van partijen binnen en buiten de wetenschap essentieel is.

(bron: NWO)

]]>
news-3104 Fri, 12 Oct 2018 11:31:24 +0200 Miniscule vuurtoren brengt niertumor in beeld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/miniscule-vuurtoren-brengt-niertumor-in-beeld/ Regelmatig worden kleine niertumoren operatief verwijderd, terwijl achteraf blijkt dat ze goedaardig zijn. Met een nieuwe techniek, gebaseerd op laserlicht, is het mogelijk dat onderscheid direct te maken. Ook bij sommige andere tumorsoorten lijkt dit een adequate vorm van diagnostiek. Steeds vaker worden kleine niertumoren bij toeval ontdekt tijdens een CT- of MRI-scan van de buik. De vraag is dan of zo’n tumor goed- of kwaadaardig is, om te weten of een operatie of bevriezing via cryoablatie noodzakelijk is. De bestaande diagnostiek is echter niet afdoende, vertelt Martijn de Bruin. Hij werkt als onderzoeker op de afdelingen urologie en Biomecial Engineering and Physics van het Amsterdam UMC. `Met een lange naald wordt dan een stukje weefsel uit de tumor gehaald voor analyse door de patholoog. Maar als je tijdens het nemen van zo’n biopt de tumor mist of in het centrum raakt, waarbij je voornamelijk met dode cellen te maken hebt, dan weet je nog steeds niet wat voor soort tumor het is. Dit komt toch in 20 procent van de gevallen voor.’

OCT

De Bruin heeft samen met collega’s een nieuwe techniek ontwikkeld, die direct uitsluitsel geeft zonder tussenkomst van een patholoog. Dit werd mede mogelijk gemaakt door subsidie van ZonMw vanuit het Programma Translationeel Onderzoek. De techniek is gebaseerd op de zogenaamde Optische Coherentie Tomografie (OCT), legt De Bruin uit. `De patiënt moet op zijn of haar zij liggen, zodat de nier tegen de onderkant van de huid wordt gedrukt. De interventieradioloog en de uroloog brengen dan onder geleiding van echo een holle naald in de tumor. Door die naald voeren ze een optische fiber in, die beelden maakt van de tumor. Blijkt deze kwaadaardig, dan kan in de toekomst via andere naalden de tumor meteen worden bevroren.’

De Amsterdamse onderzoeker vergelijkt de fiber met een vuurtoren. Op de tip zit een spiegeltje dat het laserlicht in een hoek van 90 graden afbuigt. Doordat de fiber 1600 omwentelingen per minuut maakt en gecontroleerd met een motortje 10 millimeter per seconde naar buiten wordt getrokken, ontstaat er een 3D-afbeelding van het omliggende weefsel. De Bruin: `We gebruiken infrarood laserlicht. Dat dringt een beetje het weefsel in. Natuurlijk wil je ook weten waar de reflectie vandaan komt. Vanwege de hoge snelheid van licht kun je geen tijdsmetingen doen zoals bij echogeluid. Daarom splitsen we het laserlicht in twee bundels: een reflecteert via het spiegeltje en de andere vanuit het weefsel. Door het verschil in reflectie te meten, kunnen we de diepte bepalen.’

Chaotische reflectie

Het mooie van laserlicht is volgens De Bruin dat het niet alleen een beeld geeft van het tumorweefsel, maar ook of het goed- of kwaadaardig is. `Bij gezond weefsel kaatst het licht in een regelmatig patroon terug. Kankercellen hebben veel meer celkernen en organellen omdat ze veel actiever zijn. Die onderdelen verstrooien het licht in een chaotische structuur.’ Door nog meer patiënten te onderzoeken, wil De Bruin kijken of het mogelijk is te bepalen hoe agressief een tumor is, wat belangrijk is voor het bepalen van de behandeling. `Bovendien kijken we of we OCT kunnen inzetten bij prostaat- en longkanker. Normaal moet je bij deze tumoren eveneens biopten nemen. Het zou natuurlijk fantastisch zijn als je ook hierbij op een veel minder invasieve en effectievere manier een diagnose kunt stellen.’

Tekst: John Ekkelboom

Meer informatie

  • ZonMw, SGF en de gezondheidfondsen vinden dat translationeel onderzoek noodzakelijk is om veelbelovende behandelmethoden bij de patiënt te krijgen. Door de krachten te bundelen kunnen beschikbare middelen efficiënter worden ingezet. Dit project is medegefinancierd door het KWF.
  • ZonMw thema Translationeel onderzoek
  • ZonMw Programma Translationeel Onderzoek

 

 

]]>
news-3100 Thu, 11 Oct 2018 11:04:49 +0200 Onderzoek griepprik en nieuw vaccin https://nos.nl/artikel/2254238-blokhuis-kijkt-naar-verplichte-griepprik-voor-zorgpersoneel.html Op advies van deskundigen wil staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid onderzoek naar het verplicht stellen van de jaarlijkse griepprik voor medewerkers in de zorg. Ook neemt hij het advies over voor een nieuw vaccin. Deze nieuwe griepprik heeft naar verwachting een „hogere effectiviteit" omdat het is opgebouwd uit meerdere griepstammen, dan het huidige vaccin. news-3064 Tue, 02 Oct 2018 08:53:46 +0200 Nieuwe test spoort ziekmakende darmbacteriën razendsnel op https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-test-spoort-ziekmakende-darmbacterien-razendsnel-op/ Een nieuwe non-invasieve test, ontwikkeld door Nederlandse onderzoekers, kan binnen vijf uur de samenstelling van de gehele darmflora in kaart brengen. Daarmee wordt het mogelijk iedere patiënt met een inflammatoire darmziekte persoonsgericht te behandelen en het effect ervan in de tijd te volgen. Patiënten met de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa hebben een genetische aanleg voor deze veelvoorkomende inflammatoire darmziekten. Waardoor zo’n ziekte wordt uitgelokt, is nog steeds niet bekend, vertelt Paul Savelkoul. Hij is hoogleraar medische microbiologie aan zowel de Universiteit Maastricht als het VU medisch centrum. `Wat wel duidelijk is, is dat bij een opflakkering van de ziekte bacteriën een essentiële rol spelen. De darmflora raakt dan helemaal van slag. Bepaalde bacteriën krijgen de overhand, waardoor er een ontsteking ontstaat in de darmwand. Die ontsteking wordt dan bijvoorbeeld bestreden met antibiotica. In ernstige gevallen is het zelfs noodzakelijk een stuk darmwand operatief te verwijderen.’

Lengte DNA-fragment

Groot probleem volgens Savelkoul is dat er nooit adequate microbiologische diagnostiek voorhanden is geweest om inzicht te krijgen in die ontspoorde darmflora. `Microbiologische diagnostiek, zoals bij veel andere infecties gebeurt, is voor de darmflora niet mogelijk. Van veel darmbacteriën weten we niet eens hoe we die moeten kweken. We zijn daarom op zoek gegaan naar een effectievere vorm van DNA-diagnostiek.’ Eind jaren negentig van de vorige eeuw leidde deze speurtocht naar een interessante ontdekking. Het viel de hoogleraar op dat de lengte van een bepaald stukje DNA in het genoom van bacteriën bij iedere soort verschillend is. Dat maakte de weg open om aan de hand van die DNA-stukjes bacteriën te identificeren.

Mede dankzij subsidie vanuit het Programma Translationeel Onderzoek van ZonMw hebben Savelkoul en zijn collega medisch microbioloog Dries Budding op basis van die vondst de zogenaamde ISpro-test ontwikkeld. Hierbij worden via PCR – polymerasekettingreactie – specifiek de DNA-fragmenten, die zo kenmerkend zijn voor iedere bacteriesoort, vermenigvuldigd. Daarna is het mogelijk die stukjes te analyseren. Savelkoul: `Zo kunnen we alle darmbacteriën van een patiënt via lengtescheiding identificeren. Binnen vijf uur weet je welke bacteriën in het darmmonster aanwezig zijn. De piekjes op het beeldscherm geven tevens de relatieve hoeveelheden ervan aan. Hoe hoger een piek, hoe meer van die soort in de darmen zit.’

Open systeem

Met deze test, die nu verder wordt geperfectioneerd en waarschijnlijk binnen enkele jaren beschikbaar komt voor de kliniek, is het volgens Savelkoul mogelijk alle ongeveer duizend bekende darmbacteriesoorten tegelijkertijd in beeld te brengen. `Deze test is uniek in de wereld. Het bijzondere is dat het een open systeem is. We vinden zo ook soorten die we nog niet kennen omdat we ze niet kunnen kweken.’ Voor de patiënt zijn er grote voordelen, vervolgt de onderzoeker. `Het is niet meer nodig om een stukje darmweefsel af te nemen. Een beetje ontlasting is voldoende. Tijdens controles kun je bij iedere patiënt de ideale individuele darmflora bepalen op het moment dat de ziekte rustig is. Dreigt de ontsteking op te flakkeren, dan kun je vroegtijdig ingrijpen en kijken of een gerichte behandeling aanslaat en de ideale darmflora terugkeert.’

tekst: John Ekkelboom

Meer informatie

 

]]>