Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project bracht in kaart hoe zorgnetwerken van kwetsbare thuiswonende ouderen zijn samengesteld, in hoeverre er sprake was van overleg over de zorg tussen de professionele hulpverleners en de mantelzorgers, en in hoeverre de organisatie van de thuiszorginstelling hier een rol in had. In 2011-2012 zijn interviews gehouden met 75 kwetsbare thuiswonende ouderen in de regio Amsterdam en met 196 informele en formele hulpverleners. De zorgnetwerken van de ouderen bestonden gemiddeld uit 10 personen, waarvan 70% uit professionals. Er bleek weinig contact te zijn tussen professionele zorgverleners en uitwonende mantelzorgers, en dat vooral inwonende mantelzorgers geacht worden de brug te slaan tussen het informele en het formele zorgnetwerk. Uit de interviews met (team)managers van de zorgorganisaties bleek dat er vaak wel een expliciete en positieve visie op samenwerken met mantelzorgers bestond, maar dat deze nog niet in werkprocessen en -procedures was vertaald. De ervaren kwaliteit van zorg bij de oudere was groter naarmate er meer informele helpers waren en er meer contact was met de professionele hulpverleners. Ervaren kwaliteit van leven van de oudere hing niet samen met kenmerken van het zorgnetwerk of de zorgverlening.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

• De zorgnetwerken van kwetsbare thuiswonende ouderen variëren in omvang en samenstelling. We vinden verschillende type zorgnetwerken: een klein zorgnetwerk met louter particulier betaalde huishoudelijke hulp, een klein zorgnetwerk met partner en formele helpers, een groter zorgnetwerk met veel informele helpers en formele helpers, en een groot zorgnetwerk met veel formele helpers en enkele informele helpers.

• De zorgbehoefte, partnerstatus, de nabijheid van kinderen, het aanwezige sociale netwerk en de mate van ervaren regie over de zorg bepalen welk type zorgnetwerk de oudere beschikt.

• De omvang en samenstelling van zorgnetwerken van thuiswonende ouderen veranderen weinig in een jaar tijd, zelfs niet als er sprake is van ziekenhuisopname. Transities als verweduwing die aanleiding geven tot aanpassingen van het zorgnetwerk, kwamen in deze onderzoekspopulatie niet voor.

• Overleg over de zorg tussen mantelzorgers en zorgprofessionals bestaat vooral in relaties waarbij de mantelzorger inwonend is, veel verschillende zorgtaken verleent en de regie over de zorg voert (eventueel met de oudere samen), en de professionele hulpverleners meerdere taken doet, zoals verzorgende of verpleegkundige taken.

• Samenwerking tussen de hulpverleners in het zorgnetwerk is niet van belang voor de ervaren kwaliteit van leven van de oudere. De aanwezigheid van veel mantelzorgers, en een goede samenwerking tussen de zorgverleners verhoogt wel de ervaren kwaliteit van de zorg van de oudere.

• Aansturen op samenwerking met mantelzorgers vereist visie en organisatie van werkprocessen in de thuiszorgorganisatie. Maar ook als expliciet visie en praktijk gericht is op samenwerking, is contact niet continu nodig. Als er op momenten dat het nodig is, bij transities in gezondheid en zorg, men elkaar maar weet te vinden. Afstemming van rollen is zeer belangrijk in deze tijd waarin de professionals minder mag en kan zorgen dan voorheen.

• Samenwerking met mantelzorgers is lastig voor thuiszorgorganisaties zolang tijd voor communicatie met mantelzorgers niet vergoed wordt. Er zijn verschillen tussen organisaties zichtbaar in visie en aansturing werkprocessen en teams, maar in de praktijk blijkt in alle organisaties vrij weinig contact tussen thuiszorgmedewerkers en mantelzorgers.

• Vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties spelen slechts een geringe rol in de zorgnetwerken van kwetsbare ouderen.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project heeft tot doel inzicht te krijgen in de samenwerking tussen formele en informele helpers in de zorgnetwerken van kwetsbare ouderen. In het voorjaar 2011 is de dataverzameling, in overleg met de klankbordgroep, voorbereid. In de periode september 2011 - juni 2012 zijn 18 zorgorganisaties in Amsterdam benaderd met het verzoek ouderen aan te leveren die zowel een informele (mantelzorger of vrijwilliger) als een formele helper (thuiszorgmedewerker) hadden. Ten tijde van het verslag hebben 75 ouderen, 81 mantelzorgers, 11 vrijwilligers, en 93 formele helpers aan een semi-gestructureerd interview deelgenomen. In het interview met de oudere zijn alle beschikbare hulpverleners geidentificeerd teneinde de omvang, samenstelling en taakverdeling van het gemengde zorgnetwerk te kunnen bepalen. Vervolgens zijn voor elke oudere minstens een informele helper en minstens een formele helper geinterviewd. Eind juni zal dit deel van de dataverzameling voltooid zijn. Eerste analyses richten zich op de beschrijving van de zorgnetwerken en kenmerken van de dyades tussen formele en informele hulpverleners. Abstracts voor presentaties op twee congressen zijn ingediend. Ondertussen wordt ook het tweede deel van het onderzoek voorbereid, dat zich richt op hoe zorgorganisaties zich intern en onderling richten op samenwerking tussen formele en informele helpers. Het onderzoeksproject heeft een eigen website waar informatie over het project te vinden is: www.fsw.vu.nl/zorgnetwerk.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ten tijde van het verslag zijn de gegevens van 47 ouderen voor analyses beschikbaar. Dit betreft dus maar een deel van het uiteindelijke onderzoeksbestand, dat waarschijnlijk uit ongeveer 75 ouderen en hun helpers zal bestaan. Bij deze 47 ouderen is een gemengd zorgnetwerk geidentificeerd door te vragen naar van wie men hulp krijgt bij vijf verschillende soorten taken: huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging, begeleiding, transport en organisatie van de zorg. Gemiddeld noemden de ouderen 10 helpers, waarvan 3,0 informele helpers en 7,1 formele helpers. Binnen elk zorgnetwerk is nagegaan welke informele en formele helpers met elkaar in contact staan. In totaal bestaat er in de 221 potentiele dyades tussen informele en formele helpers maar in 30% van de gevallen contact met elkaar. De kans dat men elkaar ook met enige regelmaat spreekt, hangt samen met hoe lang en hoe intensief de informele zorger hulp verleent, en of hij of zij bij de hulpbehoevende in huis woont. Veel informele en formele helpers komen elkaar dus niet eens tegen, maar het lijkt erop dat de belangrijkste mantelzorgers het contact met de professionals onderhouden. Het beleidvoornemen om samenwerking tussen formele en informele helpers te versterken lijkt dus maar voor een deel van het zorgnetwerk gerealiseerd te worden.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met Ouderennet VUmc en partners en sluit aan bij het transitie-experiment ‘De oudere centraal in samenhangende zorg’. In dit project ligt, net als in het transitie-experiment, de nadruk op het verbeteren van de afstemming en coördinatie van de zorgverlening en in samenhang daarmee de kwaliteit van leven van hulpbehoevende ouderen. Daarmee richt dit project zich, in navolging van de doelstelling van het NPO, op de samenhang tussen cure, care en welzijn. Het project levert kennis over de afstemming van zorg zowel binnen het netwerk van individuele hulpverleners als het netwerk van zorgorganisaties achter deze hulpverleners. Deze kennis wordt op termijn geïntegreerd in de zorg(projecten) van het geriatrisch netwerk. Tevens zal deze kennis leiden tot concrete aanbevelingen voor ouderen en hulpverleners inzake het optimaliseren van de samenwerking in de zorgverlening.

Het onderzoek wordt uitgevoerd onder ouderen in de regio Amsterdam, hun informele en professionele hulpverleners en de zorgorganisaties achter deze hulpverleners. Op basis van de informatie van deze actoren, zal worden vastgesteld a) hoe zorgnetwerken van hulpbehoevende ouderen zijn samengesteld, b) in hoeverre er sprake is van samenwerking en afstemming in de zorgverlening tussen de hulpverleners in dit zorgnetwerk en wat oorzaken zijn van mogelijke knelpunten, c) in hoeverre er sprake is van coördinatie tussen verschillende zorginstellingen achter de professionele hulpverleners, d) hoe zorgnetwerken veranderen onder invloed van veranderingen in de gezondheid en sociale omgeving van de hulpbehoevende, en e) in hoeverre zorgnetwerken bijdragen aan de kwaliteit van leven van de oudere.

In twee deelprojecten worden transities in zorgverlening in verschillende delen van het zorgnetwerk bestudeerd: 1) het zorgnetwerk rondom de hulpbehoevende oudere met aandacht voor de taakverdeling en afstemming tussen de verschillende hulpverleners; 2) het netwerk van professionele organisaties, met aandacht voor de afstemming van zorgverlening met andere organisaties, de oudere en de mantelzorger. De oudere staat centraal in beide projecten. Omdat de afstemming tussen hulpverleners het meest onder druk staat in tijden van een transitie in het zorggebruik, zullen de zorgnetwerken diepgaand worden bestudeerd bij ouderen die recent een belangrijke transitie hebben meegemaakt, zoals bijvoorbeeld een opname in een ziekenhuis, en zorg ontvangen van meerdere typen hulpverleners.

Opdat overbelasting van de respondenten uit het transitie-experiment van het Ouderennet Vumc en partners wordt vermeden, en een uitstekend alternatief beschikbaar is, worden de ouderen betrokken uit de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA), een langlopende nationaal onderzoek naar het functioneren van ouderen. In het eerste jaar van het onderhavig project wordt via mondelinge interviews bij 200 ouderen in de regio Amsterdam het zorgnetwerk in kaart gebracht. Deze meting wordt in het tweede jaar herhaald om veranderingen in zorgnetwerken en kwaliteit van leven te kunnen vaststellen. Op beide metingen wordt gevraagd of ouderen recent een belangrijke transitie in zorggebruik hebben meegemaakt. Voor alle ouderen met een recente transitie (naar verwachting 60 in totaal) worden vervolgens meerdere individuele hulpverleners en de betrokken zorgorganisaties ondervraagd. Middels mondelinge semi-gestructureerde interviews met mantelzorgers, professionele hulpverleners en managers van zorgorganisaties wordt de afstemming in zorgverlening op beide niveaus in kaart gebracht. Op deze manier worden 60 zorgnetwerken intensief bestudeerd.

Het project heeft een positief oordeel gekregen van de klankbordgroep ouderen van het Ouderennet Vumc en partners. Het project wordt opgezet en uitgevoerd in nauw overleg met een begeleidingsgroep waarin ouderen van patientenverenigingen en leden van organisaties voor mantelzorgers en zorgverleners vertegenwoordigd zijn. In overleg met deze begeleidingsgroep worden de resultaten van het onderzoek beschikbaar gesteld voor de praktijk. Eindproducten van het project zijn een factsheet over zorgnetwerken bij ouderen, een handleiding voor professionele hulpverleners, vrijwilligers en mantelzorgers over de knelpunten en oplossingen in de samenwerking, en een handleiding voor zorginstellingen met aanbevelingen voor beleid inzake samenwerking in de zorgverlening. Daarnaast zal dit project twee wetenschappelijke proefschriften opleveren en publicaties in vakbladen voor de zorg.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website