Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van dit onderzoeksproject was om inzicht te krijgen in factoren die bijdragen aan functiebehoud, om zodoende in een vroeg stadium oudere mensen te kunnen identificeren die het risico lopen op functieverlies en interventies te ontwikkelen die functieverlies voorkomen of vertragen, zodat ouderen in staat zijn zelfredzaam te blijven.

Wij hebben een longitudinale studie uitgevoerd in de algemene bevolking onder 625 oudere vrouwen en mannen. Deelnemers aan twee onderzoeken die waren uitgevoerd in 1999-2000 en 2001-2002 onder 402 oudere vrouwen en 400 oudere mannen werden uitgenodigd voor een vervolgmeting ongeveer 10 jaar later. In de oorspronkelijke studies was al uitgebreide informatie verzameld over medische geschiedenis inclusief geneesmiddelengebruik, leefstijlfactoren (roken, alcohol, voeding, lichamelijke activiteit). Somatische, functionele, cognitieve en psychosociale status zijn opnieuw uitgebreid gekarakteriseerd in het kader van de huidige studie.

We hebben gevonden dat zowel somatische, functionele, cognitieve als psychosociale factoren van belang zijn bij het bepalen van het behoud van onafhankelijkheid, en spierkracht en longfunctie zijn met name bepalende factoren daarin. We hebben een voorspelmodel ontwikkeld waarmee mensen van middelbare en oudere leeftijd opgespoord kunnen worden die een hoog risico hebben op toekomstig ADL-functieverlies. Dit model moet omgezet worden in een praktisch hanteerbare scorekaart, en gevalideerd in andere populaties. Er kan een multifactoriële interventie ontwikkeld worden, waarin spierkracht wel een belangrijk element is. Daarna zou deze interventie in een met de scorekaart geïdentificeerde hoog-risicogroep geëvalueerd kunnen worden op klinische effectiviteit en kosten-effectiviteit in een gerandomiseerde, gecontroleerde studie.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

We hebben onderzocht welke factoren van belang zijn voor het huidige zelfstandig functioneren Omdat we veel factoren hebben onderzocht via testen en vragenlijsten, hebben we de afzonderlijke testen/vragenlijsten gegroepeerd volgens de domeinen van het ICF-model (International Classification of Functioning, Disability and Health, World Health Organization). De mini-mental state examination, de lichamelijk functioneren score, lichamelijke activiteit, 'body mass index', intra-abdominaal vet (domein Functies), en geslacht, opleiding, roken, kwaliteit van leven, depressieve symptomen (domein persoonlijke Factoren) waren significante voorspellers van huidig zelfstandig functioneren. Zevenenvijftig procent van de variantie in ADL functioneren werd door deze domeinen bepaald. Dit geeft een indicatie dat preventieve interventies waarschijnlijk beter multifactorieel ontworpen kunnen worden, dan specifiek gefocust op 1 determinant.

Eerder hadden we al gevonden dat een betere beenspierkracht en een betere longfunctie onafhankelijke determinanten zijn van goed lichamelijk functioneren en ADL-onafhankelijkheid, terwijl subklinische atherosclerose geen belangrijke rol speelt in het ontwikkelen van ADL-afhankelijkheid. Dit is in lijn met bovenstaande bevindingen.

We hebben ook onderzocht of we een model konden ontwikkelen bij mensen tussen 40 en 80 jaar om te voorspellen wie binnen 10 jaar ADL-afhankelijkheid gaat ontwikkelen. Het totaal aantal chronische ziekten, spierkracht (combinatie van handknijpkracht en kniestrekkracht), leeftijd, geslacht en sociaal-economische status waren de belangrijkste voorspellers van het ontwikkelen van ADL-afhankelijkheid binnen 10 jaar. Van de somatische kenmerken blijken botdichtheid en subklinische atherosclerose geen rol te spelen in het bepalen van huidige zelfstandigheid en het voorspellen van toekomstig ADL-functiebehoud.

Van de functionele kenmerken zijn dus spierkracht en longfunctie van belang bij het voorspellen van het huidig zelfstandig functioneren, het zijn onafhankelijke risicofactoren, en spierkracht is ook een voorspeller van toekomstig ADL-functioneren.

Van de cognitieve kenmerken is het globaal cognitief functioneren wel van belang bij de huidige ADL-zelfstandigheid, maar cognitie bleek geen parameter te zijn met toegevoegde waarde voor het voorspellen van toekomstig ADL-functiebehoud.

Van de psychosociale kenmerken zijn kwaliteit van leven en depressieve symptomen wel van belang bij de huidige ADL-zelfstandigheid, maar geen factoren die van belang zijn voor het voorspellen van toekomstig ADL-functiebehoud.

Concluderend hebben we een model ontwikkeld waarmee mensen van middelbare en oudere leeftijd opgespoord kunnen worden met een hoog risico op toekomstig ADL-functieverlies. Dit model moet omgezet worden in een praktisch hanteerbare scorekaart, en gevalideerd in andere populaties. Er kan een multifactoriële preventieve interventie ontwikkeld worden, waarin spierkracht wel een belangrijk element is. Daarna zou deze preventieve interventie in een met de scorekaart geïdentificeerde hoog-risicogroep geëvalueerd kunnen worden op klinische effectiviteit en kosten-effectiviteit in een gerandomiseerde, gecontroleerde studie.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De meeste ouderen vinden goede lichamelijke gezondheid belangrijk in hun leven. Tweederde van hen heeft echter één of meerdere chronische aandoeningen, waardoor ze zich in het dagelijks leven minder goed kunnen redden en hun vitaliteit afneemt. Kleine verstoringen in de dagelijkse handelingen kunnen hen snel uit balans brengen. Deze ouderen balanceren tussen willen en kunnen, draagkracht en draaglast, belasting en belastbaarheid.

Preventieve maatregelen moeten ertoe leiden dat mensen, ook op leeftijd en met eventuele chronische aandoeningen, zelfstandig, zelfredzaam en in goede psychische conditie kunnen blijven en daarmee in staat zijn de balans in het dagelijks leven te behouden en zelf vorm te blijven geven aan hun leven.

Het doel van het PROFIEL onderzoek is om factoren te vinden die belangrijk zijn bij het zelfredzaamheid in het dagelijks leven. Tien jaar geleden zijn bij 800 ouderen gegevens over lichamelijk, psychisch en cognitief functioneren, en de vasculaire, spier- en botstatus gemeten en deze ouderen worden opnieuw benaderd om deel te nemen aan de PROFIEL studies, waarbij dezelfde gegevens nogmaals zullen worden verzameld. Hierdoor is het mogelijk om een vergelijking te maken tussen de gegevens van 10 jaar geleden en de gegevens van nu om zo te bepalen welke factoren belangrijk kunnen zijn bij het uitvoeren van activiteiten van het dagelijks leven.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project is op 1 september 2009 gestart. Er is begonnen met het ontwikkelen van het werkprotocol, de manual of procedures voor alle metingen, en het verkrijgen van toestemming van de METC. Op 23 februari 2010 is gestart met het afnemen van de metingen. De deelnemers ondergaan verschillende onderzoeken, zoals bijvoorbeeld het meten van de botdichtheid, aderverkalking, cognitietesten en lichamelijke testen (spierkracht, balans en uithoudingsvermogen). Tot op heden zijn ongeveer 430 deelnemers (leeftijd van 45 tot 90 jaar) gemeten. Inmiddels is ook gestart met het afnemen van huisbezoeken, bij de deelnemers die niet in staat zijn om naar het onderzoekscentrum te komen. We verwachten dat we bij 80% van de oorspronkelijke deelnemers een follow-up meting kunnen doen, en dat deze uiterlijk september 2011 worden afgerond. Vervolgens kunnen de verkregen data worden geanalyseerd.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond: Voor de meerderheid van de oudere mensen is behoud van lichamelijk en psychosociaal functioneren bijzonder belangrijk. Tweederde van de ouderen hebben echter te maken met een of meerdere chronische aandoeningen; het gemiddelde aantal aandoeningen per persoon is 2,5. Voor oudere mensen worden deze aandoeningen problematisch als zij activiteiten van het dagelijks leven en hun vitaliteit bedreigen. Functionele achteruitgang en verlies van vitaliteit kunnen de balans in het dagelijks leven in negatieve zin veranderen, met de risico’s van dien: afhankelijkheid van anderen en eventueel institutionalisering. Deze groep ouderen is kwetsbaar, en deze kwetsbaarheid wordt ook vaak ‘frailty’ genoemd.

Leeftijd, ziekte, verlies van spiermassa en botmineraaldichtheid worden beschouwd als belangrijkste factoren in het proces van frailty. Het ontstaansproces van frailty is echter nog steeds grotendeels onduidelijk. Hierdoor ontbreekt de mogelijkheid om gerichte preventieve maatregelen te ontwikkelen, die ertoe kunnen leiden dat mensen, ook op leeftijd en met eventuele chronische aandoeningen, zelfstandig, zelfredzaam en in goede psychische conditie blijven. Hart- en vaatziekten zoals coronaire ischemische aandoeningen, hartfalen en beroertes zijn de belangrijkste chronische aandoeningen die leiden tot functiebeperkingen en invaliditeit. Als gevolg van de vergrijzing van de populatie zal het aantal mensen van functionele beperkingen en invaliditeit alleen maar toenemen.

 

Doel: Het doel van dit onderzoeksproject is om inzicht te krijgen in de somatische, functionele, cognitieve en psychosociale factoren die bijdragen aan functiebehoud, om zodoende in een vroeg stadium oudere mensen te kunnen identificeren die het risico lopen op functieverlies en interventies te ontwikkelen die functieverlies voorkomen of vertragen, zodat ouderen in staat zijn zelfredzaam te blijven.

 

Methoden: Om de onderzoeksvragen te beantwoorden zullen wij een longitudinale studie uitvoeren in de algemene bevolking onder ongeveer 600 oudere vrouwen en mannen. Voor dit doel kunnen wij gebruik maken van gegevens die zijn verzameld in het kader van twee onderzoeken die zijn uitgevoerd in 1999-2000 en 2001-2002 onder 402 oudere vrouwen en 400 oudere mannen. Beide studies waren dwarsdoorsnede studies, en het doel van beide was om determinanten van veroudering en kwetsbaarheid te zoeken. In deze studies is uitgebreide informatie verzameld over medische geschiedenis inclusief geneesmiddelengebruik, leefstijlfactoren (roken, alcohol, voeding, lichamelijke activiteit). Somatische, functionele, cognitieve en psychosociale status zijn uitgebreid gekarakteriseerd. De oorspronkelijke deelnemers aan deze studies zullen worden uitgenodigd voor een vervolgbezoek.

The belangrijkste uitkomstparameter zal functionele status zijn (in staat zijn om zelfstandig te functioneren). Deze zal worden gemeten met het instrument dat voorgeschreven wordt in de minimale dataset, KATZ-15, en de lichamelijk functioneren score van Guralnik. Gebruik van zorg buiten kantooruren zal ook een belangrijke uitkomstparameter zijn.

Kenmerken van somatische, functionele, cognitieve en psychosociale status zullen worden gemeten als potentiële determinanten. Somatische status zal worden gekarakteriseerd met de vasculaire status (stijfheid grote lichaamsslagader en vaatwanddikte van de halsslagader) en bot- en lichaamsvetstatus (botmineraaldichtheid, vetvrije en vetmassa, intra-abdominaal en perifeer buikvet). Functionele status zal verder worden gekarakteriseerd met handknijpkracht, VO2max en lichamelijke activiteit. Cognitieve status zal worden vastgesteld in de domeinen geheugen, snelheid en capaciteit van informatieverwerking en executieve functies. Psychosociale status zal worden gekarakteriseerd met behulp van vragenlijsten over kwaliteit van leven, depressie, angst- en paniekstoornissen en zelf management vaardigheden.

Zoveel mogelijk zal vastgesteld worden wat mensen daadwerkelijk doen, en niet alleen maar waar ze toe in staat zijn. Waar mogelijk zullen dezelfde testen en instrumenten gebruikt worden als bji de baseline metingen, om de mogelijkheid te maximaliseren om veranderingen over de tijd te bestuderen, en niet alleen huidige status.

 

Data analyse: Verbanden tussen determinant en uitkomst (functiebehoud) zullen worden geanalyseerd met regressiemodellen met correctie voor confounders in multivariate modellen.

 

Haalbaarheid: De project groep heeft uitgebreide ervaring met studies bij oudere mensen, en deze ervaring leert dat ouderen juist heel enthousiast en bereidwillig zijn om deel te nemen. Minder dan 10% van de oorspronkelijke deelnemers is overleden gedurende de follow-up tijd. Naasten van deze mensen zullen worden uitgenodigd om beperkte, relevante informatie te geven over de overledene (functionele status, zorggebruik).

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website