Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In Nederland zijn er tal van initiatieven die verschillende vormen van ‘onderlinge hulpverlening’, ofwel ‘buurthulp’ organiseren. Buurthulp is een vorm van georganiseerde ‘burenhulp’ of ‘nabuurschap’. Alhoewel er veel initiatieven zijn in Nederland, blijken deze regelmatig kort te bestaan, niet de gehele gemeente te dekken en bovendien lang niet altijd onder ouderen bekend te zijn. Het aanbod Lang Leve Thuis van WonenPlus Noord Holland is hierop een positieve uitzondering. Het biedt voor kwetsbare ouderen (ouderen met chronische gezondheidsproblemen, een laag inkomen en geen of beperkt contact in de buurt) een lokaal aanbod van praktische diensten (zoals klusjes en boodschappen) en persoonlijke ondersteuning (ontmoeting en contact), uitgevoerd door vrijwilligers en ondersteund door consulenten. Het succes ervan zit in een lokale infrastructuur waarin het aanbod ingebed is.

 

Het doel van dit implementatievoorstel is een opschaling van het project Lang Leve Thuis naar ten minste zes regio’s om daarmee ten minste 6.000 kwetsbare ouderen te bereiken. Het effect is dat:

- Eenzaamheid onder kwetsbare ouderen is verminderd doordat een netwerk om hen heen is gevormd dat zorgdraagt voor ondersteuning en hulp

- De veiligheidsbeleving van kwetsbare ouderen is toegenomen, doordat een netwerk om hen heen is gevormd, waardoor de oudere zich veilig (geborgen) voelt

- Zelfredzaamheid en het gevoel van eigen regie onder de deelnemers is toegenomen, waardoor zwaardere zorgvragen zijn voorkomen (preventie)

- Zichtbaarheid van (bestaande en nieuwe) buurthulpdiensten is verbeterd (in zes regio’s/provincies)

 

Met het ouder worden stapelen de beperkingen zich vaak geleidelijk op, waardoor het steeds moeilijker is om actief te blijven participeren in samenleving. De relevantie van dit project (en de gewenste landelijke implementatie) is te vinden in de toename van het aantal (kwetsbare) ouderen en in het feit dat steeds meer ouderen langer thuis blijven wonen. Op het moment dat oudere mensen, door ziekte of een opeenstapeling van ouderdomsverschijnselen, afhankelijk worden van ondersteuning of zorg is het belangrijk dat zij daarvoor terug kunnen vallen op een sociale netwerk.

 

Voor de bredere implementatie van Lang Leve Thuis wordt uitgegaan van:

- Het evaluatierapport van Lang Leve Thuis (november 2013) waarin methode, evaluatie en resultaten zijn uitgewerkt

- Het inzetten op bestaande hulpdiensten

- Het vormgeven van lokale infrastructuren om aan de hulp- en ondersteuningsvraag van ouderen tegemoet te kunnen komen

- Outreachend werken

- Het gegeven dat de dienst in stand gehouden blijft en groeit door het succes ervan en de relatief lage kosten door de gezondheidswinst die ermee behaald wordt.

 

De implementatie van Lang Leve Thuis volgt een gefaseerd proces. In de eerste fase (á twee maanden) staat het tot een gezamenlijk uitvoeringsvoorstel komen met partners (w.o. WonenPlus Noord Holland) centraal. In deze fase vindt ook een verkenning plaats waarin duidelijk moet worden welke inzichten van andere projecten binnen het Nationaal Programma Ouderenzorg bruikbaar zijn.

 

Het Ouderenfonds vervult vanuit haar doelstelling, nationale karakter en werkwijze een makelaarsrol in dit project. Het consortium Vilans, Movisie en CBO vervult een rol in het verbinden van andere NPO-opbrengsten die ook gericht zijn op buurthulp en netwerkontwikkeling, maar biedt ook advies. Organisaties die vergelijkbaar zijn met WonenPlus NH worden als lokale projectcoördinatoren benaderd. Verspreid over Nederland zijn er tal van vrijwilligersorganisaties en – initiatieven: de aanwezigheid en betrokkenheid van hen is een minimale voorwaarde. Andere belangrijke partners binnen dit project zijn (centrum)gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren, welzijnsorganisaties, woningcorporaties en lokale dienstaanbieders.

 

Na de eerste fase kan gestart worden met implementatie in één of meerdere andere regio’s/provincies in Nederland. Idealiter breidt elk samenwerkingsverband zich als een olievlek uit: zijn er meer organisaties die (na verloop van tijd) aanhaken, verspreid het netwerk zich over een bredere regio en worden er meer ouderen bereikt. In elke nieuwe maand kan er een start worden gemaakt in een nieuwe regio, maar de voorkeur kan ook uitgaan naar gelijktijdige implementatie van meerdere regio’s in één kwartaal. De voortgang per locatie hangt samen met de lokale/regionale infrastructuur. In de eerste plaats wordt ingezet op het bereiken van 1.000 kwetsbare ouderen per regio.

 

Onderdeel van de implementatie omvat ook onderzoek naar een systeem waarin totale zorgkosten door samenwerkende inkooppartners te bekostigen zijn. Dit aanbod moet door een business model in stand kunnen worden gehouden. Het Ouderenfonds kan niet alleen zo’n model ontwikkelen, maar is ook in staat om hiermee voor nog bredere implementatie/opschaling te zorgen.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website