Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Samenvatting PRECURO Patiëntervaringen

De doelstelling van PRECURO: patiëntervaringen was tweeledig: 1) Het vanuit het patiëntenperspectief van de oudere in kaart brengen van de samenstelling en het functioneren van diens zorg- en welzijnsnetwerk en 2) Het exploreren van de invloed van het terugbrengen van dit patiëntenperspectief naar de professionals in het praktijknetwerk.

Om deze doelstelling te bereiken hebben we in vier eerstelijns praktijknetwerken een actiebegeleidend onderzoek uitgevoerd. In deze vier netwerken zijn in totaal 44 kwetsbare ouderen geïnterviewd over de samenstelling en het functioneren van hun zorgnetwerk. De professionals hebben diverse vragenlijsten ingevuld, bijeenkomsten bijgewoond en spiegelgesprekken gevolgd met een aantal van deze ouderen.

De harde kanten van samenwerking (wie zitten er in het zorgnetwerk van ouderen, wie werkt met wie samen) konden met succes in kaart worden gebracht. Met behulp van sociale netwerkkaartjes die wij aan de hand van de interviews hebben gemaakt, werd in één oogopslag duidelijk hoe het door de oudere waargenomen netwerk in elkaar zit. De kaartjes en achtergrondgegevens laten zien dat kwetsbaarheid bij ouderen in diverse gedaanten komt: fysiek, mentaal en/of sociaal kunnen mensen kwetsbaar zijn en daarom multidisciplinaire, integrale zorg nodig hebben. De ervaren continuïteit van zorg, gemeten met de NCQ, werd positief beoordeeld.Over de zachte kanten van samenwerking (cultuur, leiderschap, samenwerking) konden ouderen tot op zekere hoogte iets vertellen. Vaak ging het om een indruk of een vermoeden. Professionals overschatten dit inzicht vaak. Mantelzorgers kunnen meer informatie geven over de harde en zachte kanten van samenwerking.

Het organiseren van patiëntenfeedback door middel van spiegelgesprekken was zeer leerzaam. Het ontwerp en de organisatie van de spiegelgesprekken hebben veel tijd en inspanning gekost. Ons onderzoek kan gezien worden als een pilot voor het gebruik van deze methode, in het bijzonder voor het spiegelen van ervaringen van kwetsbare groepen. Naar aanleiding van dit onderzoek zullen wij de handleiding voor spiegelgesprekken in de eerstelijn herschrijven en beschikbaar maken voor een breed publiek.

Om iets te kunnen zeggen over het teamklimaat en de impact van de spiegelgesprekken op multidisciplinaire teams hebben we op twee momenten de TCI afgenomen. In ons onderzoek zijn geen significante verschillen gevonden. Tijdens telefonische follow-up bleek dat de spiegelgesprekken wel degelijk impact hadden gehad op de vier praktijknetwerken. Allen haalden zij in de gesprekken drie hoofdthema’s aan: verbetering van de communicatie met de oudere over de zorg, meer aandacht voor contact met mantelzorgers en het belang van aandacht voor de (levens)doelen van de oudere zelf als focus voor het zorgplan.

Generaliseerbaarheid van de data die gaan over de zorgnetwerken van de ouderen uit ons onderzoek is niet aan de orde; het gebruik van de methodiek van dit onderzoek wel. Een groot deel van de ouderen was in staat wat te vertellen over het persoonlijke zorgnetwerk. De methode van het vergaren van informatie over het professionele netwerken van kwetsbare ouderen zou herhaald kunnen worden in andere situaties. De samenstelling, werkwijze etc. van praktijknetwerken speelt hierbij geen rol. De manier waarop de multidisciplinaire teams omgingen met de spiegelinformatie was verschillend (enthousiast aanpakken, kritisch positief, afwachten) en afhankelijk van de leider van het praktijknetwerk. De uitkomsten waren echter vergelijkbaar zodra de gesprekken en de uitkomsten ervan wat langer waren bezonken.

Het uiteindelijke doel van dit explorerende onderzoek was om een nieuwe werkwijze uit te proberen die mogelijk resulteert in een betere aansluiting van zorg, welzijn en ondersteuning -als geleverd door het praktijknetwerk- op de behoeften en percepties van ouderen in de wijk. Door spiegelbijeenkomsten te organiseren wilden we de patiëntgerichtheid bij de professionals uit het netwerk vergroten door hen bewust te maken van het patiëntenperspectief, in dit geval de manier waarop ouderen naar het netwerk van betrokken professionals en mantelzorgers kijken. Op basis van ons onderzoek kunnen we zeggen dat deze werkwijze hier voor geschikt is.

Tot slot: levert de terugkoppeling van het patiëntenperspectief aan multidisciplinaire teams de kwetsbare oudere wat op? De ouderen zijn over het algemeen tevreden over de zorg die zij ontvangen. Tijdens de spiegelgesprekken hebben de professionals ervaren dat ouderen veel ontgaat als het gaat om de organisatie van de zorg, de taakverdeling en de samenwerking. Maar is dit erg? Om echt iets te kunnen zeggen over de impact van verbeterde samenhang in de zorg op de kwaliteit van zorg is verder onderzoek nodig. De praktijknetwerken van PRECURO zouden hierbij als referentie kunnen dienen ten opzichte van praktijknetwerken die minder ver zijn in het ontwikkelen van integrale zorg voor kwetsbare ouderen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Resultaten PRECURO Patiëntervaringen

De doelstelling van PRECURO: patiëntervaringen was tweeledig: 1) Het vanuit het patiëntenperspectief van de oudere in kaart brengen van de samenstelling en het functioneren van diens zorg- en welzijnsnetwerk en 2) Het exploreren van de invloed van het terugbrengen van dit patiëntenperspectief naar de professionals in het praktijknetwerk.

De harde kanten van samenwerking (wie zitten er in het professionele netwerk van ouderen, wie werkt met wie samen) konden met succes in kaart worden gebracht. De gekozen methode - mondelinge interviews en het gezamenlijk invullen van netwerkkaarten – werkte naar behoren. De ervaren continuïteit hebben we gemeten met de NCQ, een gevalideerde vragenlijst, en resulteerde in een positieve beoordeling van de continuïteit van zorg.

Met behulp van sociale netwerkkaartjes die wij aan de hand van de interviews hebben gemaakt, werd in één oogopslag duidelijk hoe het door de oudere waargenomen netwerk in elkaar zit. De kaartjes en achtergrondgegevens laten zien dat kwetsbaarheid bij ouderen in diverse gedaanten komt: fysiek, mentaal en/of sociaal kunnen mensen kwetsbaar zijn en daarom multidisciplinaire, integrale zorg nodig hebben.

Over de zachte kanten van samenwerking (cultuur in teams, kwaliteit van de samenwerking) konden ouderen tot op zekere hoogte iets vertellen. Vaak ging het om een indruk of een vermoeden. De geïnterviewden betrof een zeer kwetsbare groep die in wisselende mate inzicht had in het hulpverleningsnetwerk. Professionals overschatten dit inzicht vaak. Mantelzorgers kunnen meer informatie geven over de samenstelling van het netwerk en de samenwerking tussen de betrokken hulpverleners; het belang, de juistheid en de volledigheid van deze aanvullende informatie verschilt echter per geval en moet dus zorgvuldig worden afgewogen.

Het organiseren van patiëntenfeedback door middel van spiegelgesprekken is zeer leerzaam gebleken. Het ontwerp en de organisatie van de spiegelgesprekken hebben veel tijd en inspanning gekost. Ons onderzoek kan gezien worden als een pilot voor het gebruik van deze methode, in het bijzonder voor het spiegelen van ervaringen van kwetsbare groepen. Naar aanleiding van dit onderzoek zullen wij de handleiding voor spiegelgesprekken in de eerstelijn herschrijven en beschikbaar maken voor een breed publiek.

We hebben de TCI op twee momenten afgenomen om iets te kunnen zeggen over het teamklimaat en de impact van de spiegelgesprekken op multidisciplinaire teams. In ons onderzoek zijn geen significante verschillen gevonden. Tijdens telefonische follow-up bleek dat de spiegelgesprekken wel impact hadden gehad op de vier praktijknetwerken. Allen haalden zij in de gesprekken drie hoofdthema’s aan: verbetering van de communicatie met de oudere over haar/zijn zorg, meer aandacht voor contact met de mantelzorgers en het belang van aandacht voor de (levens-)doelen van de oudere zelf als focus voor het zorgplan.

Generaliseerbaarheid van de data die gaan over de professionele netwerken van de ouderen uit ons onderzoek is niet aan de orde; het gebruik van de methodiek van dit onderzoek wel. Een groot percentage van de oudere patiënten was in staat wat te vertellen over het professionele netwerk. De methode van het vergaren van informatie over het professionele netwerken van kwetsbare ouderen zou herhaald kunnen worden in andere situaties. De samenstelling, werkwijze etc. van praktijknetwerken speelt hierbij geen rol. Verder is het zo dat het bij PRECURO gaat om de rijkdom aan kwalitatieve data over kwetsbare ouderen, de ervaringen met het zorgnetwerk, data over het zorgnetwerk zelf en de ontwikkeling van de multidisciplinaire teams. Dit maakte het mogelijk de verschillen tussen de cases te exploreren en informatie te verkrijgen over mechanismen die ten grondslag liggen aan (de ontwikkeling van) multidisciplinaire samenwerking en de uitwerking hiervan op de beleving van kwetsbare ouderen. De manier waarop de multidisciplinaire teams omgingen met de spiegelinformatie was verschillend (enthousiast aanpakken, kritisch positief, afwachten) en afhankelijk van de leider van het praktijknetwerk. De uitkomsten waren echter vergelijkbaar zodra de gesprekken en de uitkomsten ervan wat langer waren bezonken.

Tot slot: levert de terugkoppeling van het patiëntenperspectief aan multidisciplinaire teams de kwetsbare oudere wat op? De ouderen zijn over het algemeen tevreden over de zorg die zij ontvangen. Tijdens de spiegelgesprekken hebben de professionals ervaren dat ouderen veel ontgaat als het gaat om de organisatie van de zorg, de taakverdeling en de samenwerking. Maar is dit erg? Om echt iets te kunnen zeggen over de impact van verbeterde samenhang in de zorg op de kwaliteit van zorg is verder onderzoek nodig. De praktijknetwerken van PRECURO zouden hierbij als referentie kunnen dienen ten opzichte van praktijknetwerken die minder ver zijn in het ontwikkelen van integrale zorg voor ouderen.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond

Multidisciplinaire samenwerking in de eerstelijn is divers georganiseerd en concentreert zich veelal op de complexe ouderenzorg. Vaak zien we in de Nederlandse ouderenzorg informele en open netwerkstructuren. Ondanks het open karakter van de netwerken en het feit dat patiëntenparticipatie hoog op de agenda staan, leert de ervaring dat professionele netwerken en teams nog vooral naar binnen zijn gericht. Het patiëntenperspectief is zelden verankerd in samenstelling en werkwijze.

 

Het focus van de huidige aanvraag is daarom;

1. Het vanuit het patiëntenperspectief van de oudere in kaart brengen van de samenstelling en het functioneren van diens zorg- en welzijnsnetwerk.

 

2. Het exploreren van de invloed van het terugbrengen van dit patiëntenperspectief naar de professionals in het praktijknetwerk. In een pilotonderzoek kijken we naar het effect van deze spiegelinformatie op het teamklimaat en het functioneren van de praktijknetwerken.

 

Inbedding:

Dit onderzoeksproject is een vervolg op, en sluit aan bij het door de academische werkplaats AMPHI-Integraal Gezondheidsbeleid uitgevoerde ZON-MW project PRECURO (no 50-50405-98-218) en bouwt tevens voort op kennis die verzameld is in het ZON-MW project Ateliers in de Eerstelijn, de kunst van het geïntegreerd samenwerken (no 154012109).

In het ZON MW project PRECURO beschrijven we structuur, proces en uitkomst van vier innovatieve, lokale samenwerkingsverbanden op het gebied van ouderenzorg in de regio Nijmegen – en Rivierenland.

 

Doelstelling/ Vraagstelling

Het perspectief van de patiënt blijft in bovenstaande onderzoeken sterk onderbelicht, maar het blijkt regelmatig wel een thema in de samenwerkingsverbanden. De partners denken verschillend over de wenselijkheid en de mogelijkheid om patiënten meer te laten participeren in het netwerk.

 

Een belangrijke vraag is in hoeverre de patiënt gebruik maakt van het netwerk, wat hij merkt van de samenwerking tussen de professionals en hoe hij de kwaliteit ervaart. Welke zachte kanten van het praktijknetwerk, zoals betrokkenheid, leiderschap en vakmanschap zijn zichtbaar voor patiënten?

 

Inzicht hierin is relevant omdat deze vorm van patiëntparticipatie een positieve invloed zou kunnen hebben op de samenstelling en het functioneren van teams. Mogelijk is het terugbrengen van het perspectief van de patiënt een manier om de zachte kanten van de samenwerking te beïnvloeden, en worden cultuur en vakmanschap er positief door beïnvloed. In het Ateliers-project hebben we daarvan –exemplarisch- interessante voorbeelden gezien. Uit de literatuur zijn hierover slechts weinig bekend.

 

Het uiteindelijke doel van dit onderzoek is om een nieuwe werkwijze te exploreren die resulteert in een betere aansluiting van zorg, welzijn en ondersteuning -als geleverd door het praktijknetwerk- op de behoeften en percepties van ouderen in de wijk.

 

Werkwijze

We hanteren het mixed methods model waarin we zowel gebruik maken van bestaande en gevalideerde vragenlijsten, alsook van kwalitatieve interviews met patiënten.

 

Wij zullen in totaal 60 ouderen recruteren uit de 4 eerstelijnscentra. Van deze 60 ouderen zullen we het professionele zorg- en welzijnsnetwerk in kaart brengen.

Door middel van een vragenlijstonderzoek worden de contacten met zorg en welzijn van het afgelopen jaar nauwkeurig en gekwantificeerd in beeld gebracht (vragenlijst IQ Healthcare) en wordt geïnventariseerd hoe patiënten het bestaande netwerk hebben ervaren (semigestructureerde interviews) In de teams zal de Team Climate Inventory (TCI; gevalideerde vragenlijst voor teamklimaat) worden afgenomen. De ouderen wordt de gemodificeerde Nijmegen Continuity Questionnaire subschaal 3 (gevalideerde vragenlijst voor ervaren teamcontinuïteit, 4 items) afgenomen (afstemming, coördinatie en samenwerking).

 

Na analyse van deze gegevens met behulp van netwerk analysis (UCINET 6), zullen we deze eerst op het niveau van de individuele patiënt analyseren en tot een netwerkfiguur construeren. Vervolgens clusteren en categoriseren we deze patiëntnetwerken per samenwerkingsverband (4x).

 

De analyses brengen we vervolgens terug in de vier samenwerkingsverbanden in de vorm van spiegelinformatie over het netwerk in relatie tot de andere netwerken. Hierbij hanteren we de “AMC-methode” van Mul en Witman.

 

Vervolgens meten we wat het geven van deze spiegelinformatie betekent voor de netwerken, door

1. Het inventariseren en analyseren van de reacties van het praktijknetwerk tijdens de spiegelbijeenkomsten (audio-opname).

2. Nametingen a. opnieuw afnemen van de TCI en b. het meten van waardering voor de werkwijze met behulp van een korte zelf te construeren vragenlijst.

 

De uitkomsten van het onderzoek zullen verwerkt worden tot een rapport, en leiden tot twee wetenschappelijke (inter)nationale publicaties. Bij positieve uitkomsten zal uiteraard gestreefd worden naar verbreding van onderzoeksresultaten.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website