Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Van de 65-jarigen die in het ziekenhuis worden opgenomen functioneert ongeveer 35% na ontslag slechter dan vóór de opname. Een groot deel van deze functieproblematiek hangt niet samen met de primaire reden van opname, maar wordt veroorzaakt door de ziekenhuisopname zelf, bv. door gebrek aan fysieke activiteit, of depressieve gevoelens. Het Zorgprogramma voor Preventie en Herstel (ZPH) is een interventie die ontwikkeld is om dit functieverlies tegen te gaan, een snelle terugkeer naar de thuissituatie te bevorderen en de belasting van de mantelzorger te verminderen. Het ZPH kenmerkt zich door de start van reactiverende behandeling binnen 48 uur na opname in het ziekenhuis, een intensieve nabehandeling (eventueel via het Centrum voor Preventie en Herstel (CPH)) en een intensieve nazorg in de eerstelijn m.b.v. een casemanager met geriatrische deskundigheid.

 

Evaluatie

De hoofdvraag is of het ZPH voor kwetsbare ouderen, opgenomen in het ziekenhuis, leidt tot

kwalitatief betere zorg die kosteneffectief is in vergelijking met in Nederland gebruikelijke

geriatrische zorg .

De effecten van ZPH op het functioneren en kwaliteit van leven van ouderen worden geëvalueerd door de zorg voor ouderen in 3 ziekenhuizen te vergelijken:

1) ziekenhuis zonder klinische geriatrie, zonder ziekenhuis verplaatste zorg, zonder nazorg eerstelijn (controle ziekenhuis);

2) ziekenhuis met klinische geriatrie, met ziekenhuis verplaatste zorg, zonder nazorg eerstelijn (controle ziekenhuis);

3) ziekenhuis met klinische geriatrie en een ZPH tot in de eerstelijn (interventie ziekenhuis).

 

Per ziekenhuis worden 900 kwetsbare ouderen met een verhoogd risico op functieverlies in het onderzoek gesloten. Op de interventielocatie worden daarnaast 400 kwetsbare ouderen geïdentificeerd die in aanmerking komen voor het CPH. Deze groep wordt gerandomiseerd over ZPH in- of exclusief verblijf in het CPH.

Bij elke patiënt worden gegevens verzameld bij opname, 3 en 12 maanden na opname over de primaire uitkomstmaten voor ouderen en de mantelzorger.

 

Stand van zaken

Het ZPH en de evaluatiemethode zijn op haalbaarheid getoetst in een pilotstudie, waarin bij ruim 500 patiënten en hun mantelzorgers in het interventie ziekenhuis gegevens werden verzameld over het functioneren. Drie maanden na de ziekenhuisopname zijn van 296 ouderen en hun mantelzorgers middels een persoonlijk interview nogmaals gegevens verzameld. Op basis van de resultaten van de pilotstudie is de ZPH interventie verder ontwikkeld en is bepaald dat de ISAR-HP vragenlijst gevoelig genoeg is voor identificatie van de doelgroep. Daarnaast is bepaald dat de identificatie van ouderen die in aanmerking komen voor een verblijf in het CPH uitgevoerd kan worden met de MMSE, NPI en ISAR-HP vragenlijsten.

In februari 2011 is de inclusie van oudere patiënten in de hoofdstudie gestart in de drie deelnemende ziekenhuizen. Tot oktober 2011 zijn in totaal 1220 oudere patiënten en hun mantelzorger in het hoofdonderzoek gestroomd en is een baseline interview bij patiënt en hun mantelzorger afgenomen. Tot nu toe is bij 502 oudere patiënten een vervolgmeting drie maanden na de ziekenhuisopname uitgevoerd. In alle deelnemende ziekenhuizen is de zorg voor ouderen gedetailleerd in kaart gebracht en zijn voorbereidingen getroffen om de kwaliteit van de geleverde zorg te toetsen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Interventie

Het ZPH-programma is geprotocolleerd volgens richtlijnen uit de British Medical Journal (Perera 2007). Voor de uitvoering van de interventie is het ‘Herstelzorg Team, Zorgprogramma Preventie en Herstel’ opgericht. Dit transmurale team bestaat uit de volgende professionals:

• Casemanager ZPH (verpleegkundige)

• Behandelaren (uit het ziekenhuis, eerste lijn en uit de V&V-sector)

• Somatisch: fysiotherapeut, ergotherapeut, logopediste, diëtist

• Psychiatrisch: psycholoog, gedragsconsulent

• Sociaal Pedagogisch Werker

 

Voor de ondersteuning van het opstellen van persoonlijke behandelplannen en monitoren van de patiënt is een computerprogramma ontwikkeld. Dit programma werkt volgens de Goal Attainment Scaling methode.

In een testfase is de interventie uitgevoerd in het Vlietland ziekenhuis. Casemanagers en geriatrie verpleegkundigen zijn opgeleid voor het aanbieden van ZPH.

Sinds de start van het ZPH-programma in februari 2011 zijn ruim 850 patiënten op drie afdelingen van het Vlietland ziekenhuis (Geriatrie, Cardiologie en Interne Geneeskunde) behandeld volgens het ZPH programma. In het DrieMaasStede Verpleeghuis is het centrum voor Preventie en Herstel (CPH) opgezet, met in totaal 62 bedden. Inmiddels hebben zijn 75 patiënten opgenomen en behandeld in het CPH.

 

Onderzoek

Adviesraden

Voor het project is een adviescommissie en een Implementatie Taskforce opgericht, waarin diverse (vak)gebieden vertegenwoordigd zijn (geriatrie, verpleeghuisgeneeskunde, wetenschap, thuiszorg, ouderen en mantelzorg). Gedurende het project wordt het GENERO ouderen- en mantelzorgforum als klankbordgroep voor het projectteam gebruikt.

 

Meetinstrumenten

Op basis van de ervaringen in de pilotstudie zijn vragenlijsten en (semi)gestructureerde interviews samengesteld en geprotocolleerd. Vier onderzoeksverpleegkundigen zijn getraind voor coördinatie van de dataverzameling in de ziekenhuizen. Ruim dertig onderzoeksmedewerkers zijn getraind in het afnemen van de interviews en het verwerken van de gegevens.

Op basis van de resultaten van de pilotstudie is bepaald dat de ISAR-HP vragenlijst voldoet voor identificatie van de doelgroep. Daarnaast is bepaald dat indicatie voor een verblijf in het CPH uitgevoerd kan worden met de MMSE, NPI en ISAR-HP vragenlijsten.

 

Pilotstudie

Het ZPH en de evaluatiemethode zijn op haalbaarheid getoetst in een pilotstudie, waarin bij ruim 500 patiënten en hun mantelzorgers in het interventie ziekenhuis gegevens werden verzameld over het functioneren. Drie maanden na de ziekenhuisopname zijn van 296 ouderen en hun mantelzorgers nogmaals gegevens verzameld. Op basis van de resultaten van de pilotstudie is de ZPH interventie verder ontwikkeld en zijn de triage-instrumenten ontwikkeld voor de identificatie van ouderen met een verhoogd risico. Daarnaast is de pilotstudie benut om de belasting voor het Vlietland ziekenhuis en de oudere deelnemers tot een minimum te beperken. Onder ruim 100 zorgprofessionals van in het Vlietland ziekenhuis is een enquête over de ervaring met de geleverde zorg voor ouderen te toetsten.

 

Hoofdstudie

In februari 2011 is de inclusie van oudere patiënten in de hoofdstudie gestart in het Vlietland ziekenhuis, het Sint Franciscus Gasthuis en het Ruwaard van Putten ziekenhuis. Tot oktober 2011 zijn in totaal 1220 oudere patiënten en hun mantelzorger in het onderzoek gestroomd en is een baseline interview bij patiënt en hun mantelzorger afgenomen. Tot nu toe is bij 502 oudere patiënten is een vervolgmeting drie maanden na de ziekenhuisopname uitgevoerd.

In alle deelnemende ziekenhuizen is de zorg voor ouderen gedetailleerd in kaart gebracht en zijn voorbereidingen getroffen om de auditstudie te starten. Door middel van interviews met zorgverleners en documentanalyse is de organisatie van de zorg voor ouderen in de betrokken zorginstellingen beschreven.

 

Publicaties

Asmus-Szepesi KJ, de Vreede PL, Nieboer AP, et al. Evaluation design of a reactivation care program to prevent functional loss in hospitalised elderly: a cohort study including a randomised controlled trial. BMC Geriatr. 2011 Aug 3;11:36.

 

Cramm JM, Hartgerink JM, de Vreede PL, et al. The role of self-management abilities in the achievement and maintenance of well-being, prevention of depression and successful ageing. Submitted European Journal of Ageing.

 

Cramm JM, Strating MMH, de Vreede PL, et al. Validation of the Self-Management Ability Scale (SMAS) and development and validation of a shorter scale (SMAS-S). Submitted Journal of the American Geriatrics Society

 

De Vos AJBM, Asmus-Szepesi KJ, de Vreede PL, et al. Integrated approach to prevent functional decline in hospitalized elderly: the Prevention and Reactivation Care Program (PReCaP). To be submitted

 

Cramm JM, Hartgerink JM, Nieboer AP, et al. Understanding the at-risk elderly’s self-management abilities: Do functional losses affect self-management and are such abilities mediators of well-being? To be submitted

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Van de 65-jarigen die in het ziekenhuis worden opgenomen functioneert ongeveer 35% na ontslag slechter dan vóór de opname. Opvallend is, dat een groot deel van deze functieproblematiek niet samenhangt met de primaire reden van opname. De ziekenhuisopname zelf leidt kennelijk in veel gevallen tot functieverlies, bv. door gebrek aan fysieke activiteit, of depressieve gevoelens. Functiestoornissen spelen een grote rol bij de ervaren kwaliteit van leven, bij de noodzaak tot permanente intramurale opname (ook in het ‘verkeerde bed’), en bij de ervaren belasting van de mantelzorger. Het Zorgprogramma voor Preventie en Herstel (ZPH) is een interventie die ontwikkeld is om dit ziekenhuis-gerelateerde functieverlies tegen te gaan. Het doel van het ZPH is om risicofactoren voor onnodig functieverlies vroegtijdig te onderkennen, door preventieve interventies verder

functieverlies te voorkomen, een snelle terugkeer naar de thuissituatie te bevorderen en daar het functieherstel te behouden. Daarnaast heeft het ZPH het doel om de belasting van de mantelzorger te verminderen en de kwaliteit van de zorg zowel zorginhoudelijk als procesmatig te verbeteren.

Het ZPH kent 3 onderdelen:

1. Vroeg beginnen: reactiverende behandeling start binnen 48 uur na opname in het ziekenhuis;

2. Intensieve nabehandeling (via het Centrum voor Preventie en Herstel (CPH) voor een deel van de kwetsbare ouderen);

3. Intensieve nazorg in de eerstelijn gericht op reactivering en functiebehoud in de thuissituatie mbv een casemanager met geriatrische deskundigheid.

Daarbij gebruikmakend van een integrale, multidisciplinaire benadering en een doelgerichte, methodische aanpak (Goal Attainment Scaling). Hiermee bevat het ZPH elementen die met de huidige stand van de wetenschap en consensus onder zorgverleners essentieel worden geacht voor succesvolle reactivering van ouderen. De meerwaarde van het ZPH berust op de combinatie van effectieve onderdelen in een samenhangend programma. De hoofdvraag is of het ZPH voor kwetsbare ouderen, opgenomen in het ziekenhuis, leidt tot kwalitatief betere zorg die kosten-effectief is in vergelijking met in Nederland gebruikelijke geriatrische zorg. In de evaluatie van het ZPH wordt gebruik gemaakt van kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden in een quasi-experimenteel onderzoeksdesign. De effecten op functioneren en kwaliteit van leven van ouderen worden in een prospectieve cohortstudie worden gemeten, en het CPH wordt geëvalueerd door middel van een RCT. Er worden 3 settings vergeleken:

1. ziekenhuis zonder klinische geriatrie, zonder ziekenhuis verplaatste zorg, zonder nazorg eerstelijn;

2. ziekenhuis met klinische geriatrie, met ziekenhuis verplaatste zorg, zonder nazorg eerstelijn;

3. ziekenhuis met klinische geriatrie en een ZPH tot in de eerstelijn.

Gedurende 1 jaar worden via een triage met de ISAR bij de totale instroom van 65-plussers (7000 per locatie) kwetsbare ouderen geïdentificeerd (4500 per locatie). Uit deze groep wordt een aselecte steekproef van 900 kwetsbare ouderen per locatie samengesteld. Op de interventielocatie worden daarnaast 400 kwetsbare ouderen geïdentificeerd die in aanmerking komen voor het CPH. Deze groep wordt gerandomiseerd over ZPH in- of exclusief verblijf in het CPH. Er worden gegevens verzameld bij opname, 3 en 12 maanden na opname over de primaire uitkomstmaten voor ouderen en de mantelzorger (fysiek functioneren, kwaliteit van leven, en ervaren belasting), risicofactoren van functieverlies, en indicatoren van het zorgproces. Voor een goede beoordeling van de effecten van het ZPH worden kwantitatieve procesindicatoren gemeten, die betrekking hebben op de behandelintegriteit van het ZPH (bv welke disciplines waren bij de behandeling betrokken). Daarnaast wordt via een audit de kwaliteit van de geleverde zorg en het zorgtraject in de 3 settings gedetailleerd in kaart gebracht. De uitkomsten op 3 en 12 maanden worden vergeleken tussen de 3 locaties met statistische correctie voor verschillen in casemix en behandelregimes (‘confounders’). Naar verwachting zal het ZPH leiden tot verbeteringen in structuur- en proceskwaliteit van de zorg voor kwetsbare ouderen tijdens en na ziekenhuisopname; een beter functioneren en betere kwaliteit van leven van kwetsbare ouderen; een lagere belasting van de mantelzorgers; een kortere duur van intramuraal verblijf na ziekenhuisopname, vermindering van heropnames, vermindering van verpleeghuisopnames, en vermindering van de verkeerde-bed problematiek; en een betere kosten-effectiviteit van de zorg voor kwetsbare ouderen tijdens en na ziekenhuisopname.

Op grond van de uitgebreide informatie over het zorgproces in de drie settings en de succes- en beperkende factoren die uit de kwalitatieve analyses naarvoren komen, zal na afloop van het experiment voor de controlelocaties een programma ontworpen worden dat functieverlies kan voorkomen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de evaluatie-resultaten op de interventielocatie.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website