Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vallen is een groot probleem bij ouderen. Het aantal valincidenten zal met de vergrijzing toenemen. Letsels en valangst verminderen de mobiliteit. Dit heeft gevolgen voor het sociale verkeer en de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van ouderen.

In reactie op deze ontwikkelingen heeft de afdeling Geriatrie van het Radboudumc de Senior Stap Studie uitgevoerd: “ hoe ouderen zichzelf maximaal vooruit helpen”. Deze studie richtte zich op zelfmanagement en vermindering van valincidenten bij ouderen. Onder begeleiding van onderzoekers ging de oudere zelf, in zijn eigen leefomgeving, zijn mobiliteit en valrisico meten én verbeteren. Zo kon de oudere zelf bijdragen aan de eigen zelfstandigheid en welbevinden waar de mantelzorger ook baat bij heeft.

Nu zijn er onvoldoende mogelijkheden voor ouderen om zelf hun valrisico te beoordelen en te verminderen. De Senior Stap Studie wilde kennis verzamelen over hoe ouderen zelf het voortbewegen kunnen bevorderen. Daartoe is een ‘loopmeter’ ontwikkeld voor mobiliteit en stabiliteit.

Voor de studie zijn testen gebruikt die de oudere of mantelzorger zelf uitvoert, te weten de maximale staplengte, loopsnelheid en stoeltest. In twee deelonderzoeken is bij ruim 500 thuiswonende ouderen en bij 56 thuiswonende ouderen bekeken of herhaald zelftesten geschikt is om mobiliteit, kwetsbaarheid en valrisico te monitoren. Daarnaast zijn ouderen uit het tweede deelonderzoek gevraagd naar hun tevredenheid over en motivatie voor zelftesten als methode om meer grip te krijgen op hun mobiliteit, kwetsbaarheid en/of valprobleem.

De laatste stap van de studie heeft in drie verschillende omgevingen plaatsgevonden – thuis, verzorgingshuis en buurthuis – bij ruim 100 vallende ouderen. In deze fase is het effect van zelftesten bepaald op welbevinden en zelfmanagement van valrisico.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de eerste twee delen van de Senior Stap Studie is bekeken welke test geschikt is om doorontwikkeld te worden tot ‘loopmeter’ waarmee ouderen hun eigen valrisico kunnen meten. 56 thuiswonende ouderen hebben hiervoor gedurende zes maanden wekelijks de maximale staplengte-, loopsnelheid- en stoeltest uitgevoerd. Naast dat er natuurlijk naar de meetresultaten is gekeken, zijn ook de ervaringen die ouderen hadden met het gebruik van deze drie testen uitgevraagd. Tevens is gekeken of ouderen in staat zijn om deze testen zelfstandig, eventueel met hulp van een mantelzorger, uit te voeren. Uit de eerste twee delen van de studie bleek dat ouderen dit prima zelfstandig kunnen doen. Daarnaast waren hun ervaringen met de testen erg goed, waarbij de loopsnelheidtest als makkelijkste werd ervaren. Ook bij de analyse van de meetresultaten kwam de loopsnelheidtest als beste uit de bus.

De loopsnelheidtest is vervolgens verder doorontwikkeld tot een automatisch meetsysteem, de loopmeter. Deze loopmeter is in combinatie met een oefenboek met kleine alledaagse oefeningen in het derde deel van de Senior Stap Studie onderzocht in drie verschillende settings: thuis, buurthuis en verzorgingshuis. Het bleek dat de huidige opzet van de studie stigmatiserend werkte in de buurthuissetting. Met name in de verzorgingshuissetting lijkt het gebruik van de loopmeter en het oefenboek een positieve gedragsverandering teweeg te brengen. Mensen ervaren hun gezondheid als minder slecht en ook dalen hun zelfmanagementcapaciteiten niet.

Samenvattend heeft de Senior Stap Studie laten zien dat ouderen zelf hun mobiliteit en daaraan gekoppelde vitaliteit en valrisico, kunnen monitoren op een veilige en betrouwbare manier. Tevens heeft de studie laten zien dat ouderen hier ook voor open staan. De wijze waarop de zelfmanagementtool wordt geïntroduceerd in een setting, bepaald in hoeverre ouderen hiermee willen werken. De Senior Stap Studie heeft als een van de eerste gekeken naar zelfmanagement van mobiliteit en valrisico door ouderen en de veelbelovende eerste resultaten laten zien dat op het gebied van zelfmanagement en daarmee empowerment van ouderen nog veel te bereiken is.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vallen is een groot probleem bij ouderen. Het aantal valincidenten zal met de vergrijzing toenemen. Letsels en valangst verminderen de mobiliteit. Dit heeft gevolgen voor het sociale verkeer en de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van ouderen.

In reactie op deze ontwikkelingen werkt het UMC St Radboud aan de Senior Stap Studie: hoe ouderen zichzelf maximaal vooruit helpen. Deze studie richt zich op vermindering van valincidenten bij ouderen. Onder begeleiding van onderzoekers gaat de oudere zelf, in zijn eigen leefomgeving, zijn mobiliteit en valrisico meten én verbeteren. Zo draagt de oudere bij aan de eigen zelfstandigheid en welbevinden waar de mantelzorger ook baat bij heeft.

Nu zijn er onvoldoende mogelijkheden voor ouderen om zelf hun valrisico te beoordelen en te verminderen. De Senior Stap Studie wil kennis verzamelen over hoe ouderen zelf het voortbewegen kunnen bevorderen. Daartoe wordt een ‘loopmeter’ ontwikkeld voor mobiliteit en stabiliteit.

Voor de studie worden testen gebruikt die de oudere of mantelzorger zelf uitvoert. Ook wordt bekeken of herhaald zelftesten geschikt is om valrisico te monitoren. Daarnaast worden ouderen gevraagd naar hun tevredenheid over en motivatie voor zelftesten als methode om meer grip te krijgen op hun valprobleem.

De laatste stap van de studie vindt in drie verschillende omgevingen plaats – thuis, verzorgingshuis en buurthuis – bij 150 vallende ouderen. In deze fase wordt het effect van zelftesten bepaald op welbevinden en zelfmanagement van valrisico.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het eerste deel van de Senior Stap Studie is bekeken welke test geschikt is om doorontwikkeld te worden tot ‘loopmeter’ waarmee ouderen hun eigen valrisico kunnen meten. 50 thuiswonende ouderen hebben hiervoor gedurende zes maanden wekelijks de maximale staplengte-, loopsnelheids- en stoeltest uitgevoerd. Naast dat er natuurlijk naar de meetresultaten is gekeken, zijn ook de ervaringen die ouderen hadden met het gebruik van deze drie testen uitgevraagd. Tevens is gekeken of ouderen in staat zijn om deze testen zelfstandig, eventueel met hulp van een mantelzorger, uit te voeren. Uit het eerste deel van de studie bleek dat ouderen dit prima zelfstandig kunnen doen. Daarnaast waren hun ervaringen met de testen erg goed, waarbij de loopsnelheidstest als makkelijkste werd ervaren. Ook bij de analyse van de meetresultaten kwam de loopsnelheidstest als beste uit de bus.

De loopsnelheidstest wordt nu verder doorontwikkeld tot een automatisch meetsysteem, de loopmeter. Deze loopmeter zal in het tweede deel van de Senior Stap Studie worden onderzocht in drie verschillende settings: thuis, buurthuis en verzorgingshuis.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond: Vallen is een groot probleem bij thuiswonende ouderen. Het aantal valincidenten en de kosten van de zorg zullen met de vergrijzing toenemen. Letsels en valangst verminderen mobiliteit en actieradius met gevolgen voor het sociale verkeer, de stemming, het welzijn en de autonomie van ouderen. Vanuit medisch perspectief is met name valonderzoek naar casefinding en valpreventie verricht. Er zijn echter nog onvoldoende mogelijkheden voor ouderen en mantelzorgers om hun mobiliteit en het valrisico zelf te beoordelen en te verbeteren. De Senior-Stap Studie heeft tot doel kennis te verzamelen over hoe ouderen zichzelf maximaal vooruit kunnen helpen bij het lopen op leeftijd, door een eenvoudig thuis toe te passen ‘kompas’ voor mobiliteit en stabiliteit.

 

Doelen:

1. Bepalen van de concurrente en predictieve validiteit en betrouwbaarheid van de loopsnelheid, maximale staplengte en stoeltest, uitgevoerd door oudere of mantelzorger, als monitor van het valrisico.

2. Nagaan van de uitvoerbaarheid van herhaalde zelftesten als monitor van het valrisico en of hierdoor de autonomie wordt bevorderd. Om de bruikbaarheid als monitor te bepalen wordt de gevoeligheid voor verandering van de 3 testen gemeten voor objectieve veranderingen in de valincidentie.

3. Op basis van de testkarakteristieken en ervaringen van ouderen met de uitvoering, wordt de meest geschikte van de 3 testen geselecteerd en ontwikkeld tot een ‘loopmeter’. Door middel van een gerandomiseerde studie wordt het effect van zelfstandig gebruik hiervan bepaald op welbevinden en zelfmanagement van het valrisico. De kosteneffectiviteit van deze strategie wordt vergeleken met de reguliere zorg na een val.

 

Methoden: De studie bestaat uit 3 delen analoog aan de doelen:

1. De loopsnelheid, maximale staplengte en stoeltest zullen in 6 maanden wekelijks worden gemeten door 250 thuiswonende ouderen van 70 jaar en ouder of hun mantelzorgers. Concurrente validering vindt plaats versus gevalideerde maten voor mobiliteit (o.a. actieradius), stabiliteit, valrisico en welbevinden. Predictieve validering vindt plaats door vergelijking van de zelftesten met wekelijkse registratie van de valincidentie met de valtelefoon. De intra-individuele betrouwbaarheid wordt bepaald door het herhalen van de metingen bij 50 ouderen.

2. De gevoeligheid voor verandering wordt onderzocht door per maand de veranderingen in deze 3 zelftesten te vergelijken met daadwerkelijke veranderingen in het aantal valincidenten. Het cohort zal hierin verandering laten zien door het natuurlijk beloop en toename van kwetsbaarheid enerzijds en de verhoogde aandacht voor en training in balans en mobiliteit anderzijds. Middels semigestructureerde interviews vindt een kwalitatieve analyse plaats van de uitvoerbaarheid, de tevredenheid over en de motivatie van ouderen voor de zelftesten als methode om meer grip te krijgen op de mobiliteit.

3. Uit deel 1 en 2 volgen de testkarakteristieken voor validiteit, uitvoerbaarheid, betrouwbaarheid, patiënttevredenheid en zelfmanagement. Na selectie door ouderen en professionals wordt één test ontwikkeld tot een praktisch optimaal bruikbare ‘loopmeter’. Met dit prototype wordt een gerandomiseerde studie uitgevoerd in 3 settings (thuis, verzorgingshuis en buurthuis met welzijnsactiviteiten) bij 150 kwetsbare ouderen van 70 jaar en ouder, die het laatste jaar minstens éénmaal gevallen zijn. De 3 maanden durende interventie (n=75), bestaande uit zelfmanagement middels de ‘loopmeter’, die wordt geïntroduceerd met een passende instructie, wordt vergeleken met reguliere zorg (n=75). Effecten zullen primair worden bepaald op valincidentie en welbevinden, maar ook op zelfmanagement, actieradius, valangst, valgerelateerd letsel en kosteneffectiviteit.

 

Produkten:

1. Een eenvoudige en gevalideerde test die in het kader van zelfmanagement door ouderen kan worden gebruikt om een inschatting te maken van hun eigen mobiliteit en valrisico.

2. Een doe-het-zelf uitvoering van deze test als ‘loopmeter’ met een instructie voor kwetsbare ouderen die meer grip geeft op valrisico en valangst en daarom bijdraagt aan behoud van activiteiten en welbevinden.

3. Kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van de toepasbaarheid van, de tevredenheid over en de effectiviteit van herhaalde toepassing van dit instrument voor zelfmanagement in de eigen woning, het verzorgingshuis en het buurthuis.

4. Inzicht in de kosten in relatie tot effecten van versterking van zelfmanagement versus gebruik van reguliere dienstverlening in de zorg en welzijn voor valincidenten bij kwetsbare ouderen.

 

Relevantie en kennisverspreiding: De Senior-Stap Studie is uniek in zijn aanpak: de oudere wordt voor het eerst in staat gesteld om in zijn eigen leefomgeving zelf de mobiliteit en het valrisico te meten en te verbeteren. Het zelfmanagement van de mobiliteit en het valrisico draagt waarschijnlijk bij aan de autonomie en het welbevinden van zowel de oudere zelf als diens mantelzorger.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website