Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Steeds meer mensen willen graag thuis sterven. Daarbij komt dat patiënten vaker met complexe ziektebeelden uit het ziekenhuis ontslagen worden. Dit vraagt om intensivering van de samenwerking tussen huisartsen en wijkverpleging en gerichte ondersteuning door consulenten palliatieve zorg. In Rotterdam zijn daarom PaTz(Palliatieve Thuiszorg)-groepen ontstaan waarin deze zorgverleners regelmatig bij elkaar komen voor overleg.

 

Om de samenwerking in de PaTz-groepen te optimaliseren worden in dit project instrumenten ontwikkeld en toegepast, gericht op het:

• structureel verbeteren van de onderlinge werkrelaties;

• samen reflecteren en borgen: groepsleden door intervisie stimuleren op een adequate wijze om te gaan met spanningen èn mogelijkheden die kunnen ontstaan door verschil in werkwijze, werkpatronen, meningen en posities;

•bouwen aan vertrouwen: steeds meer plezier ontdekken in complementair samenwerken;

• daardoor verlenen van meer samenhangende zorg voor de patiënt en diens naasten.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Na het ontwikkelen van een meetinstrument om de samenwerking binnen de PaTz-groep in kaart te brengen zijn de volgende inhoudelijke instrumenten zijn ontwikkeld en toegepast:

• Het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van een gezamenlijk huisbezoek van hulpverleners bij de patiënt (en diens naasten).

• Het gebruik van het Utrecht Symptoom Dagboek, Rotterdamse versie waarin 4 vragen zijn toegevoegd.

• De ‘After Death Analysis’ na overlijden van de patiënt. Er is een gesprekslijn ontwikkeld hoe het zorgproces met de patiënt en naasten, alsmede tussen de betrokken hulpverleners, geëvalueerd kan worden.

• Het betrekken van ‘nieuwe’ disciplines op basis van de behoeften van zorgverleners en patiënten zoals de geestelijk verzorger, ergotherapeut, apotheker, specialist ouderengeneeskunde etc.

 

Daarnaast zijn er vier procesondersteunende interventies ontwikkeld en geïmplementeerd:

• De PaTz Portal: een vergadertool die de bijeenkomsten gestructureerd en efficiënt laat verlopen en functioneert als een onderwijsmodule voor o.a. het toepassen van alle interventies

• De SBARR-palliatieve zorg om effectief en efficiënt een vraagstuk in te brengen in de PaTz-bijeenkomst. De SBARR-palliatieve zorg is tegelijkertijd heel bruikbaar in het contact buiten de PaTz-bijeenkomsten

• Zelf-evaluatie team ‘workshop rollen en teamproces’. Met de metafoor van een voetbalveld zicht krijgen op ‘Waar staan wij als team'

• Aanbevelingen voor situaties waarin onvoldoende wordt doorgevraagd over een casus (door angst, ongemak, onwennigheid etc): welke patronen zijn er en hoe kunnen moeilijke thema’s vervolgens wel bespreekbaar gemaakt kunnen worden.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project ‘Samen bouwen aan vertrouwen is gericht op het de doorontwikkeling van PaTz (Palliatieve Thuiszorg) ter bevordering van de onderlinge samenwerking. Het streven is om van ad hoc samenwerking te komen tot een structurele verbetering en verdieping van de onderlinge samenwerking en het vertrouwen, en daardoor het verlenen van meer samenhangende zorg.

Om tot een representatief eerste beeld van de samenwerking tussen PaTz-deelnemers heeft Vilans interviews afgenomen bij verschillende stakeholders, te weten: voorzitters (tevens huisarts), medisch consulenten, verpleegkundig consulenten, huisartsen en wijkverpleegkundigen. Op basis van deze resultaten en het Ontwikkelingsmodel voor Ketenzorg (OMK, Minkman 2012) is een meetinstrument ontwikkeld voor alle PaTz-groepen. Het doel van deze meting was om per PaTz-groep zicht te krijgen op hoe de samenwerking op dit moment verloopt en waar de samenwerking verbeterd kan worden. De vragen gingen over onderling vertrouwen en contact, zowel binnen de PaTz-groep, als daarbuiten: in de directe patiëntenzorg.

De resultaten uit het eerste beeld en de uitkomsten van de meting onder alle PaTz-groepen worden nu gebruikt in het uitwerken van 8 interventies. Twee interventies, te weten: de PaTz Portal (een digitale tool) en een richtlijn voor het gezamenlijk huisbezoek, worden nu geïmplementeerd resp. geïntroduceerd. De overige 6 interventies zijn vastgesteld en worden de komende tijd uitgewerkt en geïmplementeerd.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project heeft de volgende resultaten opgeleverd:

- een rapportage van het eerste beeld m.b.t. de onderlinge samenwerking in de PaTz-groepen

- het meetinstrument voor het evalueren van de samenwerking binnen Palliatieve Thuiszorg-groepen

- een rapportage van de nulmeting 'samenwerking binnen palliatieve thuiszorgteams'

- een presentatie gegeven op het congres ‘Palliatieve Zorg in de Thuissituatie’ (d.d. 24-11-2015)

- een format voor de interventiebeschrijvingen

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aanleiding

Binnen de gefragmenteerde grootstedelijke context van Rotterdam, met een groot aantal huisartsen, ziekenhuizen, thuiszorgorganisaties en hospicevoorzieningen, is het van groot belang om onderlinge samenwerking tussen zorgprofessionals zowel inhoudelijk als procesmatig te bevorderen. Steeds meer mensen willen immers thuis sterven. Daarbij komt dat patiënten vaker met complexe ziektebeelden uit het ziekenhuis ontslagen worden. Dit vraagt om intensivering van de samenwerking tussen huisartsen en wijkverpleging en gerichte ondersteuning door consulenten palliatieve zorg. Met de opstart van 12 zogenaamde Palliatieve Thuiszorg (PaTz-) groepen is hiervoor een belangrijke stap gezet.

 

Uit een eerste analyse van de PaTz-groepen door het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam & omstreken blijkt dat er verschillende effecten van PaTz zijn. Zo is er een toename van vroegtijdige consulten en wordt (het enthousiasme over) samenwerking in de eerstelijn versterkt. Tegelijkertijd worden huisartsen en wijkverpleging zich bewust van het veelal grote ad-hoc karakter van de samenwerking, geven ze aan elkaar nog onvoldoende te “kennen”, wordt er nog beperkt gebruik gemaakt van elkaars mogelijkheden/krachten en ontstaan er soms spanningen in de samenwerking.

 

Doel

Doel van dit project is om het succesvolle concept PaTz te versterken door de onderlinge samenwerking tussen wijkverpleegkundigen, huisartsen en consulenten te optimaliseren.

Het reeds bestaande PaTz (Palliatieve Thuiszorg)-project wordt doorontwikkeld door middel van de ontwikkeling en toepassing van binnen de PaTz passende instrumenten en interventies gericht op het:

- structureel verbeteren van de onderlinge werkrelaties;

- samen reflecteren en borgen: groepsleden door intervisie stimuleren op een adequate wijze om te gaan met spanningen èn mogelijkheden die kunnen ontstaan door verschil in werkwijze, werkpatronen, meningen en posities;

- bouwen aan vertrouwen: steeds meer plezier ontdekken in complementair samenwerken;

- daardoor verlenen van meer samenhangende zorg voor de patiënt en diens naasten.

 

Aanpak

Het project start met het creëren van een ‘eerste beeld’ van de interprofessionele samenwerking en het teamfunctioneren van de PaTz-groepen evenals van de ervaren samenhang in de zorgverlening. Dit wordt bezien vanuit het perspectief van de patiënten/naasten en de betrokken hulpverleners door middel van interviews, observaties en data-analyse.

Door Vilans wordt daarnaast een reeds bestaand meetinstrument, gebaseerd op het Ontwikkelingsmodel voor Ketenzorg (OMK), doorontwikkeld voor het meten van de ‘zachte factoren van de samenwerking’ in de PaTz-groepen. Hiermee vindt een meting plaats bij aanvang en bij afronding van het project in 4 bestaande PaTz-groepen, zodat hulpverleners zicht hebben op de tussentijdse bevindingen en direct actie ondernemen op knel- en verbeterpunten.

 

Vervolgens worden in 4 PaTz-groepen inhoudelijke en/of procesmatige interventies vastgesteld en uitgevoerd. Voorbeelden zijn: het systematisch gezamenlijk op visite gaan bij complexe patiënten, het gezamenlijk bespreken van dilemma’s thuis rond het bed met de patiënt en diens naasten, het reflecteren op eigen en elkaars handelen, delen van niet uitgesproken beelden en ervaringen, bespreken van kansen en bedreigingen in de samenwerking. De interventies en leereffecten worden geobserveerd, beschreven en gevisualiseerd. Op basis van deze resultaten wordt een Leercyclus (voor voorzitters en deelnemers) opgezet om interventies te kunnen doen op de belangrijkste succes- en faalfactoren. Hiervoor wordt de SPARC methode ingezet (See, Plan, Act, Refine, Communicate), om zo zichtbaar te maken op welke manier de interventies leiden tot daadwerkelijke verbeteringen in een groep; dit wordt gedurende het hele project gedaan zodra er tussentijdse resultaten behaald zijn. Alle resultaten worden zowel binnen als buiten het project gedeeld met als doel te leren van elkaars bevindingen.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website