Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Hartfalen is een complex ziektebeeld en een toenemend probleem bij ouderen. In dit project is onderzocht hoe vaak hartfalen bij verpleeghuisbewoners voorkomt en zijn ook het diagnostisch proces en de behandeling van hartfalen in kaart gebracht. Daarnaast is gekeken naar de zelfredzaamheid en de ervaren kwaliteit van leven van verpleeghuisbewoners met hartfalen. Verpleeghuisbewoners van 5 grote zorgorganisaties in Zuid-Limburg werden benaderd om deel te nemen aan het onderzoek. Het betrof bewoners verblijvend op een psychogeriatrische of een chronisch somatische afdeling. De dataverzameling heeft plaatsgevonden in de periode januari 2011 tot december 2012. Bij iedere deelnemer werd naar klachten gevraagd, een lichamelijk onderzoek verricht, een hartfilmpje gemaakt, bloed geprikt en een echo van het hart gemaakt. Daarnaast werden gegevens uit het medisch dossier verzameld en vragenlijsten ingevuld over de kwaliteit van leven en de zorgafhankelijkheid. Alle onderzoeken vonden in het verpleeghuis zelf plaats.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er werden 513 verpleeghuisbewoners geïncludeerd in het onderzoek en uiteindelijk konden van 501 deelnemers de data geanalyseerd worden.

Het blijkt dat hartfalen bij 33% van de verpleeghuisbewoners voorkomt, wat de relevantie van deze aandoening voor deze populatie sterk benadrukt.

De gemiddelde leeftijd van de deelnemende verpleeghuisbewoners was 84 jaar. Ook bleek dat hoge bloeddruk, hartinfarct, hartritmestoornis en diabetes mellitus vaker voorkomen bij verpleeghuisbewoners met hartfalen.

Er is eveneens gekeken naar de behandeling van hartfalen. Het blijkt dat slecht 19% van de verpleeghuisbewoners met hartfalen in de onderzochte populatie medicamenteus behandeld wordt volgens de geldende richtlijnen (CBO chronisch hartfalen, Europese richtlijn chronisch hartfalen).

De verwachting van de onderzoekers was dat bij verpleeghuisbewoners met hartfalen, in tegenstelling tot verpleeghuisbewoners zonder hartfalen, de zelfredzaamheid sterker verminderd zou zijn en ook de kwaliteit van leven als minder ervaren zou worden. Voor zover op dit moment te beoordelen, is er echter geen verschil ten aanzien van de zelfredzaamheid tussen deze twee groepen. Voor de kwaliteit van leven geldt dat bij somatische verpleeghuisbewoners met hartfalen de kwaliteit van leven iets lager wordt ervaren dan bij somatische verpleeghuisbewoners zonder hartfalen. Dit geldt niet voor de psychogeriatrische verpleeghuisbewoners.

De resultaten van het onderzoek bieden verder inzicht in de kenmerken van verpleeghuisbewoners met hartfalen en aanknopingspunten voor optimalisatie van de diagnostiek en behandeling in het verpleeghuis zelf.

De resultaten van het onderzoek kunnen opgenomen worden in doelgroep specifieke richtlijnen.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoek naar hartfalen bij verpleeghuisbewoners in het kader van het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO) is per 1 juli 2010 van start gegaan. Alvorens van start te kunnen gaan met de data verzameling zoals beschreven in de onderzoeksopzet, is het onderzoeksprotocol getoetst door de METC van het Academisch ziekenhuis Maastricht/ universiteit Maastricht. Het motiveren en verantwoorden naar de METC om ook wilsonbekwame verpleeghuisbewoners te betrekken in het onderzoek heeft nogal wat tijd in beslag genomen. Eind december 2010 heeft de METC een positief besluit afgegeven ten aanzien van de start van het onderzoek. Vanaf januari 2011 is gestart met de dataverzameling zoals beschreven in de subsidie aanvraag . In de praktijk blijkt dat het protocol goed uitvoerbaar is en door de verpleeghuisbewoners (somatisch en psychogeriatrisch) niet als belastend wordt ervaren. Ten aanzien van onderzoeksvraag 1, het vaststellen van de prevalentie van hartfalen, heeft er een wijziging plaatsgevonden. In de subsidieaanvraag staat vermeld dat er een echocardiogram gemaakt zal worden bij verpleeghuisbewoners met een afwijkend ECG en/of een NT-pro BNP van > 400 pg/l. In samenwerking met de afdeling cardiologie van het MUMC+ is er echter voor gekozen om bij alle verpleeghuisbewoners die in het onderzoek geïncludeerd worden een echocardiogram te maken. ( binnen het vastgestelde budget; extra kosten worden door de universiteit Maastricht/ MUMC+ gedragen).

De enige tegenvaller betreft het aantal geïncludeerde verpleeghuisbewoners afgezet tegen de tijdsplanning. In de praktijk blijkt helaas dat er toch weinig bereidheid tot deelname is van de psychogeriatrische bewoners. De toestemming voor deelname wordt gevraagd aan de vertegenwoordigers. Veelal vinden vertegenwoordigers het lastig om de beslissing tot deelname voor iemand anders te moeten nemen.

Recent hebben we de strategie ter optimalisatie van de inclusie derhalve aangepast. We hopen nu door het betrekken van de eerstverantwoordelijken van zorg en de specialisten ouderengeneeskunde bij de benadering van contactpersonen en ook door het houden van extra informatieavonden in elke deelnemende verpleeghuislocatie het aantal inclusies te verhogen. Dit heeft tot nu toe geleid tot een toename van het aantal inclusies. (op 1 locatie een inclusie percentage van 40% en op andere locatie waar inclusie nog loopt nu reeds 25% afgezet tegen de 10-15% op de eerdere locaties). Ook zijn we gestart met het uitvoeren van het onderzoek in meerdere verpleeghuisorganisatie tegelijkertijd en niet opeenvolgend. Dit biedt eventueel de mogelijkheid om ook nog meer organisaties in het traject te betrekken.

Wel ziet het ernaar uit dat een te verwachtte inclusie van 500 verpleeghuisbewoners reëler is dan een inclusieaantal van 1000, ook al wordt alles in het werk gesteld om een hoger inclusieaantal te bereiken.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Op dit moment, 6 maanden na start dataverzameling, zijn er 185 verpleeghuisbewoners geïncludeerd in het onderzoek.

Het onderzoeksproject is complex van opzet daar er met veel verschillende partijen afspraken gemaakt moeten worden en afstemming gezocht moet worden. We kunnen constateren dat de uitvoering van het onderzoek naar tevredenheid verloopt, hetgeen ons overtuigt van het feit dat we de beoogde einddoelstellingen kunnen behalen en verder ook sterkt in onze gedachte dat de resultaten straks goed implementeerbaar zullen zijn in de dagelijkse praktijk.

Daarnaast is het relevant om te vermelden dat inmiddels ook enkele 6e jaars medisch studenten van de universiteit Maastricht in het onderzoek participeren en ons daarmee in staat stellen enkele extra deelonderzoeken uit te voeren. Deze extra deelonderzoeken hebben betrekking op de mogelijke onderdiagnostiek van hartfalen bij verpleeghuisbewoners, de waarde van het ECG bij hartfalen en de huidige behandeling van hartfalen. De uitkomsten van deze deelonderzoeken zullen ook aanvullend gebruikt worden om tot implementatievoorstellen te komen voor optimalisatie van de diagnostiek en behandeling van HF in het verpleeghuis.

Tot slot is er in de afgelopen periode gewerkt aan de opzet van een goed hanteerbare database, waarmee de gegevens die nodig zijn voor het expertpanel digitaal aangeleverd kunnen worden en waarbij de gegevens tegelijkertijd beschikbaar zijn voor de statistische analyses.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit onderzoeksproject wordt uitgevoerd binnen het NPO- netwerk ACZIO en heeft duidelijke verbindingen met zowel het eerste als tweede transtieproject zoals uitgevoerd door het netwerk, met een nadruk op het tweede transitieproject.

Het onderzoeksproject richt zich op de prevalentie en de huidige diagnostiek en behandeling van chronisch hartfalen (verder aangeduid met ´hartfalen´) in verpleeghuizen en ook nadrukkelijk op de wenselijke verbetering van de zorg voor verpleeghuisbewoners met hartfalen.

Hartfalen is een toenemend probleem bij ouderen, dat gepaard gaat met veel negatieve gevolgen voor de getroffen patiënten en ook met hoge zorgkosten, o.a. door de frequent terugkerende ziekenhuisopnames bij exacerbaties. Hoewel de verwachting is dat hartfalen ook veel in verpleeghuizen voorkomt, ontbreken betrouwbare gegevens omdat verpleeghuisbewoners jammer genoeg meestal worden uitgesloten van klinische en epidemiologische studies.

De in het kader van het NPO plaatsvindende transitieprojecten experimenteren met toekomstige transformaties in de ouderenzorg en ouderengeneeskunde die zeer waarschijnlijk zullen leiden tot een meer ketengerichte benadering van chronische aandoeningen zoals hartfalen, waarbij gestreefd wordt om de ziekenhuisopnameduur van fragiele ouderen zoveel mogelijk te verkorten. Deze ontwikkeling zal verder bijdragen aan een toenemend aantal oudere verpleeghuispatiënten met hartfalen en vraagt om specifieke aandacht, m.n. in het belang van de patiënten.

Belangrijk bijkomend probleem is dat het stellen van de diagnose hartfalen bij verpleeghuisbewoners erg complex is vanwege de atypische presentatie van klinische symptomen en de veelal aanwezige interfererende comorbiditeit, die het stellen van de diagnose en het instellen van een adequate behandeling erg bemoeilijken. Alleen daarom al wordt aangenomen dat een groot aantal bewoners met hartfalen in verpleeghuizen niet is gediagnosticeerd. Een recent uitgevoerde review van de literatuur bevestigt dit beeld en benadrukt het belang van wetenschappelijk onderzoek naar de prevalentie, diagnostiek en behandeling van hartfalen bij deze kwetsbare doelgroep.

Dat is extra belangrijk omdat de morbiditeit en mortaliteit t.g.v. hartfalen kunnen worden verminderd door het instellen van een adequate (non)farmacologische therapie. Vroege diagnostiek en behandeling kunnen voorts bijdragen aan het verminderen van hinderlijke symptomen en zorgafhankelijkheid en het verbeteren van zelfredzaamheid en functiebehoud. Naar verwachting zal het adequaat en tijdig diagnosticeren en behandelen van hartfalen bij verpleeghuispatiënten dan ook leiden tot een verbetering van hun kwaliteit van leven, misschien wel de belangrijkste uitkomstparameter in de zorg voor verpleeghuisbewoners.

De voorgestane kwalitatieve optimalisatie van de hartfalenzorg in verpleeghuizen past ook goed bij de wensen van de Limburgse ouderenbonden zelf, zoals verwoord in hun nota ‘Een voorstel voor een zorginnovatie bij ouderen in een kwetsbare positie’, waarin sterk gepleit wordt voor extra aandacht voor relevante medische en zorgproblemen van kwetsbare ouderen in de hele zorgketen en voor verbetering van de zorg in verpleeghuizen.

Optimalisatie van de kwaliteit van de verpleeghuiszorg is bovendien een landelijk issue.

Goede hartfalenzorg in verpleeghuizen zal naar verwachting ook tot minder ziekenhuisopnames leiden vanuit de derde lijn en derhalve ook bijdragen aan de kosteneffectiviteit. De versterking van de herstelzorg in verpleeghuizen, na kortdurende ziekenhuisopname, zal in verpleeghuizen eerder zelfs kunnen leiden tot een toenemend aantal oudere patiënten met chronisch orgaanfalen, w.o. hartfalen, die na een exacerbatie kunnen herstellen in een setting waarin multidisciplinair aan hun herstel gewerkt wordt. Dat adequaat hartfalenmanagement in verpleeghuizen daarvoor dan een noodzaak is, is een conditio sine qua non.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website