Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Een belangrijk doel van de hervorming van de langdurige zorg is ouderen langer thuis te laten wonen

zodat zij in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. Daarnaast vinden er ook bezuinigingen plaats

op het budget voor de zorg. Daarom zal bij een extramurale zorgaanvraag voortaan eerst gekeken

worden naar wat een oudere nog zelf kan en of de sociale omgeving van de oudere (familie, vrienden

of buren) ondersteuning kan bieden. Er vindt een transitie plaats van de voormalige compensatieplicht

(waarbij de gemeente verplicht was ouderen met een beperking te compenseren) naar een

maatwerkvoorziening (waarbij alleen aanvullende zorg geboden wordt als de hulp die door de sociale

omgeving biedt niet voldoende is).

De indicatiestelling voor de extramurale zorg wordt sinds de hervorming dus uitgevoerd door

wijkverpleegkundigen en WMO-consulenten en niet meer door het CIZ. Omdat hiermee het

oorspronkelijke doel van het ‘passen en meten’ niet meer actueel is, hebben wij geprobeerd

handvatten aan te leveren die kunnen helpen bij het indiceren van de extramurale zorg. Daarom

hebben wij gekeken of de ALDS een voorspellende waarde heeft ten opzichte van zorgbehoefte in het

algemeen en zorgbehoefte die valt onder de WMO-2015.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit onderzoek toont veelbelovende resultaten met betrekking tot de voorspellende waarde van de

ALDS en de Katz ADL index score op de subjectieve respectievelijk objectieve voorspelling van meer

zorgbehoefte van ouderen. De ALDS bleek een significant voorspellende predictor voor een toename

in (WMO-)zorgbehoefte gebaseerd op de subjectieve beoordeling van de oudere zelf. Daarnaast blijkt

de Katz ADL index score significant voorspellend te zijn voor de [objectieve] passendheid van zorg,

gemeten op basis van heropnames binnen 3 maanden na index opname. Mogelijk kunnen deze

resultaten door-ontwikkeld worden om een tool te ontwikkelen die in de huidige situatie de (WMO-)

zorgbehoefte nog beter kan voorspellen.

De resultaten met betrekking tot de zorg die mantelzorgers bieden laat zien dat ouderen na een

ziekenhuisopname minder zorg krijgen van hun mantelzorger en juist meer van de professionele

zorgverlening. Dit zou er ook op kunnen duiden dat mantelzorgers vlak voor de opname meer zorg

moeten geven dan dat ze willen of aankunnen. Doordat de mantelzorg niet goed aansluit op de

zorgbehoefte van de oudere ontstaan mogelijk [vermijdbare] acute ziekenhuisopnames. Na ontslag uit

het ziekenhuis wordt de zorgindicatie opnieuw uitgevoerd en wordt er vaak meer professionele zorg

ingezet. In deze situaties moet dus eerst een ziekenhuisopname plaatsvinden voordat de zorg wordt

aangepast. Door regelmatig te controleren of de zorg die iemand heeft nog passend is zouden

opnames in het ziekenhuis mogelijk ook voorkomen kunnen worden. Een makkelijke en nauwkeurige

tool, gebaseerd op de ALDS, zou in de toekomst mogelijk kunnen helpen bij een regelmatige controle

van passendheid van zorg en zo zouden vermijdbare ziekenhuisopnames vaker voorkomen komen

worden.

 

Gezien de problemen die gemeenten ondervinden bij de indicatiestelling van WMO-zorg en de

positieve resultaten die dit onderzoek heeft opgeleverd met betrekking tot de voorspellende kracht van

de ALDS op meer behoefte aan WMO-zorg, zou het door-ontwikkelen van het in dit onderzoek

opgestelde model erg relevant kunnen zijn voor gemeenten. Om een goede tool te kunnen maken,

zullen echter nog meer data verzameld moeten worden die specifiek op de WMO-zorg-2015 zijn

gericht.

De resultaten met betrekking tot de mantelzorgers toonden een afname van mantelzorg en een

toename van professionele hulp na een ziekenhuisopname, mogelijk omdat een mantelzorger voor de

ziekenhuisopname te zwaar werd belast en hierdoor geen passende zorg meer kon bieden. Deze

gegevens zijn verzameld voor de hervormingen van de zorg. In de nieuwe situatie wordt een nog

groter beroep gedaan op de mantelzorger, wat zou kunnen leiden een toenemende belasting van de

mantelzorger en minder goed passende zorg voor de oudere. Dit kan wederom resulteren in een

toename van het aantal ziekenhuisopnames die gepaard gaan met hogere kosten dan inzet van meer

thuiszorg. Het zou dus interessant zijn om te onderzoeken of het aantal ziekenhuisopnames na de

WMO-hervormingen is toegenomen ten opzichte van ervoor. Mocht dit daadwerkelijk het geval zijn,

kan men zich afvragen of de doorgevoerde bezuinigingen geen averechts effect hebben door de

hogere kosten van een ziekenhuisopname. Daarnaast zou het interessant zijn om te onderzoeken of

het inderdaad zo is, dat door het regelmatig controleren van de passendheid van zorg, dure

ziekenhuisopnames voorkomen kunnen worden.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoeksproject ‘Passen en meten’ valt binnen het thema ‘Acute zorgvraag’ en wordt uitgevoerd binnen het netwerk van Kring OuderenZorg AMC en partners (KOZ). Het onderzoeksproject sluit nauw aan bij het transitie-experiment Transmurale Zorgbrug, waarin het opsporen en begeleiden centraal staat van kwetsbare ouderen in het ziekenhuis na een acute opname. Doel van het transitie-experiment is behoud van functie, niet alleen tijdens opname, maar ook na ontslag naar de eerste lijn. Het huidige onderzoeksproject is ook gericht op de periode na ontslag en heeft tot doel de indicatiestelling voor AWBZ-zorg c.q.maatschappelijk ondersteuning te optimaliseren voor de kwetsbare ouderen met een acute zorgvraag. Indicaties lijken immers niet altijd goed aan te sluiten op de zorgbehoefte en dat kan voor een deel te wijten zijn aan de wijze waarop tijdens de procedure voor indicatiestelling de ernst van fysieke en cognitieve beperkingen wordt bepaald. De bestaande instrumenten meten de ernst op ordinaal, non-parametrisch niveau, terwijl daarvoor alternatieven beschikbaar zijn zoals de AMC Linear Disability Score (ALDS), waarmee gemeten kan worden op interval, parametrisch niveau en die objectiever, preciezer en ook praktischer in de uitvoering is. De ALDS is gebaseerd op de Itern Respons Theorie (IRT) die veel in de psychometrie en onderwijskunde wordt toegepast, zoals ook bij de vaardigheidstoetsen van het CITO in het lager onderwijs. De vraag luidt nu of preciezer meten van de ernst van beperkingen nodig is en in praktijk daadwerkelijk kan bijdragen aan optimalisatie van de indicatiestelling. In dit onderzoek wordt die vraag beantwoord door na te gaan of de ALDS kan voorspellen of de uiteindelijke indicatie die de oudere na ontslag gesteld krijgt, passend is of niet. In het onderzoek worden kwetsbare ouderen tot 6 maanden na ontslag gevolgd, waarbij halverwege en op het eind wordt vastgesteld of de aangeboden zorg van dat moment passend is. Al bij ontslag en ook 6 weken na ontslag wordt met de ALDS het fysieke en zo nodig ook het cognitief functioneren gemeten. In de analyse wordt nagegaan of op grond van die metingen al ouderen zouden kunnen worden geïdentificeerd met een verhoogd risico op zorg- en ondersteuningsaanbod dat uiteindelijk niet passend zal blijken. Er zal een verkenning van economische implicaties vanuit het zorgaanbieders perspectief plaatsvinden, indien de ALDS op grond van voorspellende waarde in de procedure van de indicatiestelling zou worden opgenomen.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website