Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Polyfarmacie (het gebruik van 5 of meer geneesmiddelen) komt veel voor bij mensen met een verstandelijke beperking en vaak al vanaf jonge leeftijd. In de loop van hun leven komen er steeds meer medicijnen bij en leidt dit tot ongewenste effecten en bijwerkingen. Het toepassen van de systematische multidisciplinaire medicatiebeoordeling uit de richtlijn ‘polyfarmacie bij ouderen’ (de STRIP methodiek) zou heel nuttig zijn om medicatiegebruik te optimaliseren. Huisartsen passen dit echter nog niet vaak toe bij deze doelgroep en zeker niet met actieve betrokkenheid van de patiënt. Verklaringen hiervoor zijn de kleine patiëntengroep binnen een praktijk, de tijdsinvestering, het ontbreken van vergoedingsafspraken en zich onvoldoende bekwaam achten m.b.t. communicatie en specifieke problematiek bij de doelgroep en de medicatie die binnen deze doelgroep veel wordt gebruikt, zoals antipsychotica en anti-epileptica.

Onderzoeksvraag: Welke randvoorwaarden zijn nodig om de STRIP methodiek door de huisarts, in samenwerking met apotheker en Arts voor Verstandelijk Gehandicapten (AVG), bij ouderen met een verstandelijke beperking en polyfarmacie toe te passen en wat levert het nu op?

Methode: Door middel van een proefimplementatie van de STRIP methodiek in de regio Zuid-West Nederland door huisartsen, apothekers en AVGs tesamen bij ouderen met een verstandelijke beperking, wordt getracht antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvraag.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

9 huisartsen hebben samen met apotheker en AVG, na een eendaagse scholing, de STRIP methodiek toegepast bij 28 patiënten met een verstandelijk beperking en polyfarmacie, ouder dan 35 jaar. Er zijn gemiddeld voor elke patiënt 5 farmacotherapie gerelateerde problemen vastgesteld met een range van 1-11, wat heeft geresulteerd in totaal 144 aanbevelingen voor interventies. Het meest voorkomende farmacotherapie gerelateerd probleem was het ontbreken van een indicatie. Kwalitatieve gegevens over knelpunten zijn verkregen via telefonische interviews met 7 huisartsen, 9 apothekers en 5 AVGs. De meest gesignaleerde knelpunten betroffen de logistiek, de tijdsinvestering en de vergoeding. Echter, de onverwacht grote opbrengst en de eveneens onverwachte positief ervaren inbreng van de patiënten zelf was voor de deelnemende professionals een belangrijke uitkomst. Uit interviews met 9 patiënten en een begeleider bleek dat geen van hen ooit eerder direct betrokken was geweest bij een medicatiereview terwijl dit wel als zeer belangrijk werd ervaren. De input van de AVG werd met name belangrijk ervaren wanneer de patiënt antipsychotica en/of anti-epileptica gebruikte.

Conclusie: deze proefimplementatie laat zien dat het nut van de STRIP-mehodiek erkend wordt door zowel de zorgprofessional als de patient. Het aantal gevonden farmacotherapie gerelateerde problemen per patient is behoorlijk en verdient aandacht. Doel is nu om deze resultaten te verspreiden voor bredere bewustwording, om vervolgens een vergelijkbaar project op grotere schaal te kunnen uitvoeren.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Polyfarmacie (het gebruik van 5 of meer geneesmiddelen) komt veel voor bij mensen met een verstandelijke beperking en vaak al vanaf jonge leeftijd. In de loop van hun leven komen er steeds meer medicijnen bij en leidt dit tot ongewenste effecten en bijwerkingen. Het toepassen van de systematische multidisciplinaire medicatiebeoordeling uit de richtlijn ‘polyfarmacie bij ouderen’ (de STRIP methodiek) zou heel nuttig zijn om medicatiegebruik te optimaliseren. Huisartsen passen dit echter nog niet vaak toe bij deze doelgroep en zeker niet met actieve betrokkenheid van de patiënt. Verklaringen hiervoor zijn de kleine patiëntengroep binnen een praktijk, de tijdsinvestering, het ontbreken van vergoedingsafspraken en zich onvoldoende bekwaam achten m.b.t. communicatie en specifieke problematiek bij de doelgroep en de medicatie die binnen deze doelgroep veel wordt gebruikt, zoals antipsychotica en anti-epileptica. Onderzoeksvraag: Welke randvoorwaarden zijn nodig om de STRIP methodiek door de huisarts, in samenwerking met apotheker en Arts voor Verstandelijk Gehandicapten (AVG), bij ouderen met een verstandelijke beperking en polyfarmacie toe te passen en wat levert het nu op?

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

10 huisartsen hebben samen met apotheker en AVG, na een eendaagse scholing, de STRIP methodiek toegepast bij 28 patiënten met een verstandelijk beperking en polyfarmacie, ouder dan 35 jaar. Er zijn gemiddeld voor elke patiënt 5 farmacotherapie gerelateerde problemen vastgesteld met een range van 1-11, wat heeft geresulteerd in totaal 144 aanbevelingen voor interventies. Het meest voorkomende farmacotherapie gerelateerd probleem was het ontbreken van een indicatie. Kwalitatieve gegevens over knelpunten zijn verkregen via telefonische interviews met 7 huisartsen, 9 apothekers en 5 AVGs. De meest gesignaleerde knelpunten betroffen de logistiek, de tijdsinvestering en de vergoeding. Echter, de onverwacht grote opbrengst en de eveneens onverwachte positief ervaren inbreng van de patiënten zelf was voor de deelnemende professionals een belangrijke uitkomst. Uit interviews met 9 patiënten en een begeleider bleek dat geen van hen ooit eerder direct betrokken was geweest bij een medicatiereview terwijl dit wel als zeer belangrijk werd ervaren. De input van de AVG werd met name belangrijk ervaren wanneer de patiënt antipsychotica en/of anti-epileptica gebruikte. De resultaten en discussie zullen in het eindverslag uitgebreid aan bod komen.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Probleem:

Veel mensen met een verstandelijke beperking gebruiken meerdere medicijnen, vaak al sinds jonge leeftijd, bijvoorbeeld voor psychiatrische en gedragsproblemen of epilepsie. Later komen daar nog andere medicijnen bij, en samen kan dat leiden tot ongewenste effecten. Dit is één van de redenen dat deze mensen vaak al vroeg achteruitgaan in vitaliteit, gezondheid en zelfstandigheid, waardoor vaak ten onrechte gedacht wordt dat ze vroeg oud worden. Zo leidt het langdurig gebruik van zware gedragsmedicijnen vaak tot obesitas, hoge bloeddruk en diabetes; na staken of verminderen kan dat zich herstellen, terwijl de gedragsproblemen meestal niet verergeren en soms zelfs verbeteren. Tijdige toepassing van de richtlijn 'Polyfarmacie voor ouderen' zou dus heel nuttig zijn om ook bij deze mensen de medicatie terug te brengen en optimaal te maken. Volgens deze richtlijn wordt gecompliceerde medicatie in een aantal systematische stappen door de huisarts en de apotheker beoordeeld en zo nodig gewijzigd. Drie gespecialiseerde artsen voor verstandelijk gehandicapten (AVG) hebben onlangs samen met de betrokken apothekers uitgeprobeerd, of zo'n systematische medicatiebeoordeling ook in de verstandelijk gehandicaptenzorg kan worden toegepast. Het bleek heel goed toepasbaar en veel op te leveren, terwijl de cliënten en hun familie de aanpak enorm waardeerden. Daardoor werden zelfs ingrijpende medicatieveranderingen goed geaccepteerd. Maar de meeste mensen met verstandelijke beperkingen wonen gewoon in een huis in de wijk en hebben geen AVG, maar een huisarts.

Veel huisartsen en apothekers hebben al een cursus gevolgd om de richtlijn bij hun oudere patiënten toe te passen, en zijn overtuigd van het belang. Toch passen zij de richtlijn meestal nog niet toe bij hun patiënten met een verstandelijke beperking. Waarom niet?

Omdat zij meestal maar weinig van deze patiënten in hun praktijk hebben, omdat het veel tijd kost die niet door alle verzekeraars vergoed wordt, en omdat zij zich vaak onvoldoende deskundig voelen bij de speciale medicijnen die deze mensen gebruiken. Dat geldt zowel voor de huisartsen als voor de apothekers.

 

Doel:

Het hoofddoel van dit project is om te bepalen wat precies geregeld moet worden (randvoorwaarden) om zonder barrières goede systematische medicatiebeoordelingen uit te kunnen voeren bij oudere patiënten met een verstandelijke beperking in de huisartspraktijk. Wij denken daarbij speciaal aan scholing, samenwerking met de AVG en de vorm van die samenwerking, beschikbaarheid van AVGs, de tijdsinvestering en de vergoeding daarvan.

Andere doelen zijn het terugbrengen en optimaliseren van het medicijngebruik in de deelnemersgroep, een bijdrage aan betere vergoedingsafspraken voor systematische medicatiebeoordeling, en voorstellen voor brede invoering in de praktijk.

 

Aanpak

Na een zorgvuldige voorbereiding zal in de regio Zuidwest Nederland een systematische medicatiebeoordeling worden uitgevoerd bij 50 35-plussers met een verstandelijke beperking, die 5 of meer medicijnen gebruiken. Maar dan met enkele aanpassingen: de samenwerking van huisarts en apotheker wordt uitgebreid met een AVG, en het gesprek met de patiënt wordt uitgebreid met zijn familie en eventueel een andere begeleider. AVGs zijn te vinden in ongeveer 70 AVG-poliklinieken in het hele land.

Hoe die samenwerking precies vorm moet krijgen, zal worden vastgesteld door een klankbordgroep, die bestaat uit vertegenwoordigers van alle betrokken partijen: patiënten, familie, huisartsen, apothekers, en AVGs. In verband met toekomstige financieringsafspraken neemt daaraan ook een vertegenwoordiger van het Zorginstituut deel.

Verder worden de bekende belemmeringen (deskundigheid, tijd) voor dit project zo goed mogelijk weggenomen: de deelnemende koppels van huisarts, apotheker en AVG krijgen samen een scholing van een dag, en tijd die door de zorgverzekeraars niet vergoed wordt, wordt gecompenseerd uit de subsidie.

Om uiteindelijk tot goede voorstellen voor randvoorwaarden te komen, worden de volgende gegevens na elke medicatiebeoordeling anoniem vastgelegd: 1. Hoe is de samenwerking precies vormgegeven, 2. Patiëntkenmerken, 3. Gebruikte medicatiegroepen en waarvoor voorgeschreven, eventuele problemen, 4. Geadviseerde medicatiewijziging en op grond waarvan, 5. Acceptatie door patiënt en familie en afspraken, 6. Tijdsinvestering, 7. Wordt de geadviseerde medicatie na 3 maanden inderdaad gebruikt, eventuele problemen, 8. Andere informatie die van belang kan zijn voor het uiteindelijk advies. Aan het eind worden alle betrokkenen geïnterviewd over hun ervaringen, problemen, tips, tevredenheid.

Tenslotte wordt samen met de klankbordgroep een advies opgesteld voor noodzakelijke randvoorwaarden en worden voorstellen geformuleerd voor brede invoering in huisarts- en apothekerspraktijken en AVG-poli's.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website