Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het vroegtijdig opsporen en adequaat begeleiden van ouderen in een kwetsbare positie is cruciaal om onnodig functieverlies, inefficiënt gebruik van voorzieningen, afname van kwaliteit van leven, en zelfs sterfte te voorkomen. De afstemming, continuiteit en samenhang tussen de verschillende betrokken disciplines van diverse echelons zal moeten verbeteren.

Het transitieexperiment beoogt samenhang en continuïteit in het totale zorgtraject te waarborgen vanaf het moment van vroegopsporing tot en met behandeling en nazorg.

Om de zorg voor ouderen in een kwetsbare positie te verbeteren, zijn in 3 regio’s in Limburg diverse zorginitiatieven gestart. Uitvoerders in de zorg, ouderenvertegenwoordigers en onderzoekers werken samen aan het ontwikkelen en evalueren van een cliëntvriendelijke keten van zorgvoorzieningen.

In 2009 zijn de deel-experimenten van het transitie-experiment gestart. In 2010 is behalve aan vroegopsporing ook veel aandacht besteed aan afstemming van de zorg met andere betrokken zorgverleners/organisaties in de ouderenzorg. Na enige vertraging bij de start van de experimenten in 2009, lopen de experimenten nu conform planning. Het onderzoeksgedeelte behelst conform de projectaanvraag zowel een effect- als een procesevaluatie. Kenmerkend voor beide typen onderzoek is dat het onderzoek de zorginitiatieven in de praktijk ‘volgt’. Dit heeft echter consequenties voor de planning van het onderzoek. Om die reden wordt de evaluatieperiode met 12 maanden verlengd.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Transitie van zorgprocessen is ingewikkeld: er moet een veranderingsplan worden opgesteld en besproken, zorgverleners moeten dit adopteren en worden getraind en de verandering moet in praktijk worden gebracht. Bovendien moesten hier ook de evaluaties van het transitieproject en het onderzoek op elkaar worden afgestemd. De gevolgen voor de evaluatie van de transitie is een vertraging van zo’n 15 maanden.

Stand van zaken:

De twee deelprojecten in de subregio Maastricht-Heuvelland verlopen naar verwachting. In het (G)OUD-project wordt vanaf maart 2010 het (G)OUD-experiment in de deelnemende praktijken uitgevoerd. In 2010 zijn een aantal scholingsbijeenkomsten voor de praktijkondersteuners georganiseerd. Daarnaast is in 2010 een nurse practitioner aangesteld om de POH’s tijdens de uitvoer van hun werkzaamheden op maat te scholen. Voor het deelproject Diagnostisch Onderzoeks Centrum is een DOC-coördinator aangesteld. Hierdoor vinden veel verwijzingen tussen de 1e en 2e lijn gerichter plaats en is duidelijker wat de vragen van de huisarts zijn. Uitvoering van adviezen vindt sneller en adequater plaats. Daarnaast zijn verwijsprotocollen opgesteld.

In de Westelijke Mijnstreek wordt het deelproject Zorg uit Voorzorg zowel in de eerste als in de tweede lijn uitgevoerd. Het project verloopt conform planning. Alleen het onderdeel Transmuraal Dossier verloopt niet zoals verwacht. Het conceptueel concept is gerealiseerd, maar het inbouwen van dit concept in de reguliere systemen blijkt een zeer moeizaam proces.

In de subregio Parkstad worden drie deelprojecten uitgevoerd. IN het (G)OUD-Parkstad project wordt, net als het (G)OUD-project in Maastricht, vanaf maart 2010 het (G)OUD-experiment in de deelnemende praktijken uitgevoerd. Ook de scholing en coaching van de POH’s verloopt op dezelfde wijze als bij het experiment (G)OUD in de regio Maastricht-Heuvelland.

In het Atrium wordt het ORIGINE-project uitgevoerd (Ouderen Raadpleging voor Innovatie in Geneeskunde en Inrichting en NEtwerk van de zorg). Hierdoor wordt inhoudelijk inzicht verkregen in hetgeen ouderen in concreto van het ziekenhuis willen.

De monitoring van het project vanuit cliëntenperspectief verloopt via het Huis voor de Zorg. De monitoring wordt op diverse niveaus worden vormgegeven, waaronder het doelgroeppanel waarin ca 12 leden vanuit hun betrokkenheid en feeling met ouderen in een kwetsbare positie het transitieproject zullen monitoren. Er zijn inmiddels kwaliteitscriteria vanuit ouderenperspectief opgesteld en gepubliceerd en er is een start gemaakt de methodiekbeschrijving van cliëntenmonitoring.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De huidige gezondheidszorg is slecht voorbereid op de vergrijzing. Het meest in het oog springend punt hierin is de inadequate zorg voor ouderen met meerdere, al dan niet aan elkaar gerelateerde, aandoeningen en problemen. Bij deze ouderen is sprake van een verhoogde kwetsbaarheid waardoor op zichzelf kleine incidenten al snel leiden tot meer klachten en verdere verstoring van de zelfredzaamheid. Het vroegtijdig opsporen en adequaat begeleiden van deze ouderen is dan ook cruciaal, om onnodig functieverlies, inefficiënt gebruik van voorzieningen, afname van kwaliteit van leven, en zelfs sterfte te voorkomen.

Om dit te bewerkstelligen is expliciete aandacht voor zorgvernieuwing en ‘redesign’ van het zorgproces nodig. Nu is er onvoldoende afstemming, continuïteit en samenhang tussen de verschillende betrokken disciplines van diverse echelons. Bovendien ontbreekt het zorgverleners veelal aan deskundigheid en instrumentarium om een eventuele hulpvraag te detecteren en adequaat zorgaanbod hierop af te stemmen. Niet zelden worden behoeften om gezond en zelfstandig te kunnen blijven wonen niet tijdig onderkend of is er sprake van onderdiagnostiek, reactief handelen en verkeerd medicijngebruik.

Hier brengt het Academisch Centrum ZorgInnovatie Ouderen (ACZIO) verandering in door middel van dit transitieproject. Uitvoerders in de zorg, ouderenvertegenwoordigers en onderzoekers werken samen aan het ontwikkelen en evalueren van een cliëntvriendelijke keten van zorgvoorzieningen. In deze keten bestaat duidelijkheid over kernactiviteiten, taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen. Beoogd wordt samenhang en continuïteit in het totale zorgtraject te waarborgen vanaf het moment van vroegopsporing tot en met behandeling en nazorg.

Om dit doel te bereiken wordt de methodiek van het circulair ketenzorgmodel toegepast. De centrale positie in dit model wordt ingenomen door de kwetsbare oudere en de mantelzorger. Daaromheen bevinden zich de eerste- en de tweede lijn, in onderlinge afstemming en wisselwerking. Zorgstructuren in 3 subregio’s (Parkstad e.o., Westelijke Mijnstreek e.o., Maastricht e.o.) in Zuid-Limburg worden in het licht van dit model gesystematiseerd en geoptimaliseerd. Door het uitvoeren van een proces- en effectevaluatie en instellen van een ‘lerend netwerk’ vindt regionale vergelijking en uitwisseling van succeselementen en best-practices plaats. Dit om te komen tot verdere aanscherping van een geïntegreerd ketenzorgmodel.

ACZIO heeft als netwerk van ouderen, onderzoekers en uitvoerders in de zorg, ruime expertise in de opzet en ontwikkeling van ketenzorg, praktijkgericht evaluatieonderzoek en samenwerking met zorginstanties bij innovaties. Daarom vormt het een uitstekende basis om dit transitieproject succesvol uit te voeren.

De resultaten van dit transitieproject zullen resulteren in een beproefd ketenzorgmodel voor vroegopsporing en begeleiding van kwetsbare ouderen. Dit komt direct ten goede aan de verdere optimalisering van ketenzorg in de diverse subregio’s. Daarnaast wordt geïnvesteerd in supraregionale en (inter)nationale disseminatie in de vorm van een lerend netwerk c.q. wetenschappelijke publicaties.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website