Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

ISCOPE is een clustergerandomiseerde zorginnovatietrial met als doel de (kosten)effectiviteit te testen van een screeningsvragenlijst voor het opsporen van ouderen met complexe problematiek met aansluitend het opstellen van een zorgactieplan voor ouderen met complexe problematiek. Huisartsen en praktijkondersteuners werden getraind in het leveren van horizontale zorg, d.w.z. zorg gericht op het behoud van functie, i.t.t. verticale zorg welke ziekte-georiënteerd is. In totaal hebben 59 huisartsenpraktijken deelgenomen. In alle praktijken zijn ouderen gescreend op complexe problematiek door middel van een eenvoudige schriftelijke vragenlijst. De vragenlijst bestaat uit 4 domeinen: het functionele, somatische, psychische en sociale domein. Deelnemers met een score op 3 of 4 domeinen werden ingedeeld in de groep met complexe problematiek. Aan de huisartsenpraktijken in de interventiegroep (30 praktijken) werd de uitslag van de screeningsvragenlijst teruggekoppeld. Per praktijk kregen de huisartsen een lijstje met 10 random geselecteerde deelnemers met complexe problematiek om een zorgplan voor te maken. De uitslag van de vragenlijst werd niet teruggekoppeld aan de huisartsenpraktijken in de controlegroep (29 praktijken). De huisartsen in de controlegroep leverden zorg als gebruikelijk. Voor de primaire analyses zijn de deelnemers met complexe problematiek waarvoor in de interventiegroep een zorgplan gemaakt diende te worden vergeleken met de deelnemers met complexe problematiek in de controlegroep. De huisartsen zijn in focusgroepen bevraagd over hun mening over deze manier van werken. Resultaten in het kort: De huisartsen zijn er goed in geslaagd deze manier van werken in de praktijk te brengen. Dit bleek uit het feit dat 78% van de zorgplannen gemaakt is en de huisartsen erin geslaagd zijn problemen op een functionele manier te benaderen. Huisartsen vinden dat ze met deze manier van werken meer grip op de zorgsituatie van de oudere krijgen en meer oog voor het functioneren van de oudere hebben. Sreening brengt vooral sociale en psychische problematiek aan het licht die eerder onbekend was. Ook ouderen gaven in de vragenlijst aan meer tevreden te zijn met deze manier van werken. Er was echter geen effect op zelfredzaamheid en kwaliteit van leven van de oudere en op zorggebruik en zorgkosten.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

59 Praktijken namen deel, 30 in de interventiegroep en 29 in de controlegroep. Per praktijk waren gemiddeld 200 ouderen van 75 jaar en ouder geregistreerd. Van de 12066 geregistreerde ouderen kwamen 11476 ouderen in aanmerking om deel te nemen. Na een uitnodigingsbrief deden 7285 daadwerkelijk mee (respons 63%). Screening: De mediane leeftijd van de 7285 deelnemers was 81 jaar (IQR 77,8-85,3). 39% was man en 61% was vrouw. Van de 7285 deelnemers was er bij 1921 (26,4%) (830 in interventiepraktijken en 1091 in controlepraktijken) sprake van complexe problematiek. 3811 deelnemers hadden problemen op 0 of 1 domein (51,1%) en 1554 (20,8%) op 2 domeinen. Er waren 1797 mensen (24,5%) met functionele problematiek, 3772 mensen (51,8%) met somatische problematiek, 3317 mensen (45,5%) met psychische problematiek en 3317 mensen (45,5%) met problemen op sociaal domein. Metingen uitkomstmaten: Er is bij 78.2% van de deelnemers met complexe problematiek een eerste bezoek gebracht (n=1502) en bij 60.0% een tweede bezoek (n=1153) (incomplete metingen door uitval ivm verpleeghuisverwijzing, overlijden, niet meer in staat om deel te nemen etc.). Bij de mensen met problemen op 0,1 of 2 domeinen hebben wij een steekproef genomen voor de bezoeken: 15% van de mensen met problemen op 0 of 1 domeinen zijn bezocht en 60% van de mensen met problemen op 2 domeinen (totaal n=1197 eerste bezoek en 1019 tweede bezoek). In de interventiegroep is voor 225 van de 288 (78%) random geselecteerde deelnemers met complexe problematiek een zorgplan gemaakt. Voor 69% van de gevallen waarvoor dat niet gelukt is (n=63), kwam dit door gebrek aan tijd en middelen van de huisarts. Effect van de interventie: De mate van functioneren (Groningen Restriction Activity Scale (BADL)) en kwaliteit van leven (Cantril’s ladder) waren als primaire uitkomstmaat gedefinieerd. Daarnaast is gekeken naar andere uitkomsten: functioneren (Groningen Restriction Activity Scale (IADL)), somatiek (voorkomende ziekten en gezondheidszorggebruik), psyche (Minimal Mental State Examination, Geriatric Depression Scale) en sociaal (De Jong-Gierveld vragenlijst) functioneren. Met behulp van een combinatie-uitkomstmaat is gekeken naar de mate van complexiteit. Uitkomsten over zorggebruik zijn meegenomen om een economische evaluatie te verrichten. De deelnemers met complexe problematiek in de interventiegroep die random geselecteerd zijn voor een zorgplan en de deelnemers met complexe problematiek in de controlegroep zijn met elkaar vergeleken. Deze hele groep ging op alle uitkomstmaten over de gezondheid iets achteruit gedurende het jaar van de studie. Er was hierbij geen verschil tussen de interventie- en controlegroep. Het zelfde geldt voor de mate van complexiteit. Ook wat betreft zorggebruik waren er geen verschillen. Tevredenheid met zorg: Op 12 maanden is het verschil in tevredenheid met de huisarts groter in de interventie groep dan in de controle groep. Tussen de groepen was er geen verschil in vertrouwen in de huisarts. Er was geen verschil in tevredenheid met en vertrouwen in de andere zorgaanbieders. Informele zorgverleners: Er waren 41 (14%) interventie deelnemers en 143 (13%) controle deelnemers met een deelnemende mantelzorger. Er was geen verschil in ervaren gezondheid, ervaren last van zorg, kwaliteit van leven en uren van zorg verleend aan de oudere, tussen de mantelzorgers in de interventie- en de controlegroep. Kosteneffectiviteitsanalyse: De kosten van het gebruik van zorg in beide groepen waren gelijk over de tijd van de studie. Hierin zat geen verschil, en daarmee ook geen verschil in Quality Adjusted Life Years (QALY). Focusgroepen met de huisartsen uit de interventiegroep leverden de volgende bevorderende en belemmerende factoren voor het ontwikkelen van zorgplannen op. Bevorderend: grip op situatie, oog voor functioneren ouderen, wens ouderen zelf in beeld. Belemmerende factoren: tijdsinvestering, financiering/ondersteuning, planmatig werken, vormgeven multidisciplinair overleg. Een zorgplan voor de ouderen met complexe problematiek geeft voor zowel de oudere als de huisarts meer helderheid en rust over prioriteiten in de zorgsituatie van de oudere. Implicaties: We hebben geen effect kunnen laten zien op functioneren van ouderen of op zorgkosten met deze proactieve, integrerende interventie voor ouderen met complexe problemen in de eerste lijn. In Nederland is een verandering in zorgorganisatie voor ouderen in de eerste lijn echter al in gang gezet. Huisartsen zijn meer en meer geïnteresseerd en gemotiveerd om proactieve zorg in te zetten om functionele achteruitgang bij kwetsbare ouderen te voorkomen. Deze studie laat zien dat huisartsen voordelen zien in het werken met een zorgplan. Ouderen prefereren deze manier van werken van de huisarts. Werken met een zorgplan kan een waardevol instrument zijn in de eerste lijn.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

ISCOPE is een clustergerandomiseerde zorginnovatietrial met als doel de (kosten)effectiviteit te testen van een screeningsvragenlijst voor het opsporen van ouderen met complexe problematiek met aansluitend het opstellen van een

zorgactieplan voor ouderen met complexe problematiek. In totaal nemen 59 huisartsenpraktijken deel. In alle praktijken

zijn ouderen gescreend op complexe problematiek door middel van een eenvoudige schriftelijke vragenlijst. De vragenlijst bestaat uit 4 domeinen: het functionele, somatische, psychische en sociale domein. Aan de huisartsenpraktijken in de interventiegroep (30 praktijken) wordt de uitslag van de screeningsvragenlijst teruggekoppeld. Voor de ouderen die problemen hebben op 3 of 4 domeinen maken de huisartsen in de interventiegroep een zorgactieplan. Gemiddeld per praktijk vallen ongeveer 32 deelnemers in deze kwetsbare groep. Per praktijk worden 10 zorgactieplannen gemaakt in het kader van de studie. De uitslag van de vragenlijst wordt niet teruggekoppeld aan de huisartsenpraktijken in de controlegroep (29 praktijken). De huisartsen in de controlegroep leveren zorg als gebruikelijk.

Stand van zaken:

Screening:

Vanaf oktober 2009 is begonnen met het screenen van de 75-plussers in de deelnemende praktijken. In het najaar 2011 is de laatste praktijk gescreend. December 2010 is begonnen met de 12-maanden metingen.

Zorg-actieplannen:

Alle interventiehuisartsen hebben de resultaten teruggekoppeld gekregen. Hierbij hebben ze een scholing (cyclus van 2 trainingen) doorlopen waarin probleeminventarisatie en de ontwikkeling van een zorgplan werd getraind. In december 2010 hebben 13 praktijken (lees:clusters) het opstellen van de 10 zorgactieplannen afgerond. 11 praktijken zijn nog bezig (6 bijna klaar). Bij 6 praktijken is het om praktische redenen niet gelukt 10 zorgplannen te maken.

 

Tussentijdse evaluatie:

Ontwikkelen software voor registratie:

Een deel van de interventiehuisartsen registreert de zorgplannen in een speciale module van Medicom, een van de meest gebruikte huisartsinformatiesystemen. Binnen het ISCOPE-project wordt ook momenteel een start gemaakt voor de ontwikkeling van software wat meer tegemoet komt aan de behoeften van huisartsen met betrekking tot de zorg voor ouderen volgens het ISCOPE-model. Deze module dient ter registratie en ondersteuning van de zorg voor de oudere (Zilverdraad). Items die thuishoren in de zorg voor de oudere, zoals MDO, zorgplan, etc kunnen hier geregistreerd worden. Communicatie tussen zorgverleners is ook mogelijk via deze module.

 

Start analyses:

De bezoeken voor eindmeting zullen afgerond zijn in november 2011. Daarna is het wetenschappelijk personeel nog een jaar aangesteld voor analyse van de resultaten.

 

Verschillende analyses zijn al gestart, zoals

• analyses van de ISCOPE-vragenlijst: reproduceerbaarheid, content validity, factor analyse.

• binnen 2 deelnemende universitaire huisartspraktijken is een uitgebreide non-respons analyse verricht, gebruikmakend van gegevens uit het huisartsinformatiesysteem.

• in overleg met de belangrijkste zorgverzekeraar is een begin gemaakt met het exploreren van de (financiële) consequenties van de zorgplannen voor de geleverde zorg.

• in een aantal praktijken zijn tevens metingen verricht volgens de Fried-criteria voor frailty. De uitkomsten hiervan worden vergeleken met de uitkomsten van de ISCOPE screeningsvragenlijst.

 

Mantelzorgers:

Het includeren van mantelzorgers stuitte soms op problemen. Voor deelnemende ouderen was het begrip mantelzorger vaak niet goed te begrijpen. Daarnaast wensten partners of kinderen van zorgbehoevende ouderen zichzelf niet altijd als mantelzorger te zien. Tot december 2010 is de MDS mantelzorger vragenlijst verstuurd naar 540 mantelzorgers, 67% (n=361) van de benaderde mantelzorgers doet mee aan de studie.

 

Extra scholing:

De huisartsen en praktijkondersteuners waren erg enthousiast over de scholing die ze aan het begin van het onderzoek kregen. Voor deze interventiehuisartsen is in januari 2011 een extra scholing georganiseerd over de sociale kaart en de rol van de ergotherapeut/geriatrisch fysiotherapeut bij ouderen die vallen. Deze scholing werd druk bezocht.

 

Regelmatig wordt de voortgang gerapporteerd en besproken in het geriatrisch netwerk en ouderenberaad Zuid-Holland Noord.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

59 Praktijken nemen deel, 30 in de interventiegroep en 29 in de controlegroep. Per praktijk zijn gemiddeld 200 ouderen van 75 jaar en ouder. Alle praktijken zijn gescreend. Er zijn 7464 deelnemers van de 12067 potentiële deelnemers (respons 62%). Bij alle praktijken is de baseline meting afgerond. Deze baselinemeting heeft plaatsgevonden bij een steekproef van de deelnemers. Er hebben 3131 bezoeken plaatsgevonden. Alle interventiehuisartsen hebben de scholing afgerond. Voor 17 van de 31 praktijken deed (ook) de praktijkondersteuner mee met de training. Deze huisartsen en praktijkondersteuners zijn gestart met het opstellen van zorgplannen voor ouderen met complexe problematiek uit hun praktijk, waarbij zij meer een functionele dan medische invalshoek hanteren. Deze invalshoek stelt de huisartsen in staat een betere communicatie met de oudere deelnemer op gang te brengen over de zorg. De scholing is zeer goed ontvangen. Huisartsen en praktijkondersteuner waren enthousiast. Deelnemende huisartsen geven aan een duidelijker beeld te hebben hoe verder te gaan met de zorg voor hun oudere patiënten. Een aantal praktijken (6) is het niet gelukt de zorgplannen te maken ondanks aanvankelijk enthousiasme. Redenen hiervoor zijn zeer uiteenlopend: tijdsgebrek, reorganisatie in de praktijk, uitvallen van huisarts of POH.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ouderen met meerdere problemen op somatisch, functioneel, psychisch en sociaal gebied zijn momenteel niet goed in beeld bij zorgverleners. Huisartsen hebben soms wel vermoedens of signalen dat zaken niet optimaal verlopen, maar zij werken van oudsher vraag-gericht en er wordt pas gereageerd als de patiënt zich meldt met problemen. Bij kwetsbare ouderen dient men daarom signalerend en proactief te werk te gaan. Signaleringen en daarop volgende actieplannen en afspraken dienen te worden vastgelegd in een zorg-actieplan waarin de wensen van de oudere en diens omgeving ook worden meegenomen.

 

Doel: Het invoeren van een eenvoudig, structureel signaleringssysteem voor problemen in fysiek, psychisch en sociaal functioneren bij ouderen van 75-plus met aansluitend het opstellen en uitvoeren van een zorg-actieplan bij diegenen die op signaleringsvragenlijst een combinatie van somatische, functionele, psychische en sociale problemen blijken te hebben.

 

Doelgroep: Voor vroegtijdige signalering: alle 75-plus ouderen in de huisartspraktijk. Voor maken en uitvoeren zorgactieplan: 75-plus ouderen die in signalering problemen aangeven op 3 van de 4 domeinen, te weten somatisch, functioneel, psychisch, sociaal (complexe problematiek).

 

Procedure: Tijdige signalering vindt plaats door het met regelmaat afnemen van een korte vragenlijst bij alle ouderen ≥ 75 jaar. Uitkomsten worden geregistreerd in het Elektronisch Medisch Dossier (EMD). Doel is het in beeld brengen van het functioneren van ouderen, zodat huisartsen dit kunnen betrekken bij hun zorg voor ouderen. Het betreft zowel beginnende problemen niet bekend zijn de huisarts of andere zorgverleners, alsook grotere problematiek die acuut ingrijpen vereist. Het zorg-actieplan wordt door de huisarts en praktijkondersteuner (POH) gemaakt in overleg met de oudere en diens mantelzorgers. Doel van het zorg-actieplan is herstel en functiebehoud van zowel fysiek, psychisch en sociaal functioneren, en hoogst haalbare kwaliteit van leven behouden, uitgaand van mogelijkheden en wensen van de ouderen. Waar van toepassing zal de huisarts belanghebbende zorgpartners betrekken. In dit zorg-actieplan worden doelen en vervolgafspraken vastgesteld.

 

Methode: cluster gerandomiseerd interventieonderzoek waarbij in 70 huisartspraktijken aan alle ouderen van 75 jaar en ouder een korte vragenlijst wordt gestuurd met vragen over somatische, functionele, psychische en sociale problematiek van de oudere. Controlegroep:geen feedback over de vragenlijst. Interventiegroep:vragenlijst dient als eerste “geriatrische zeef” waarmee wordt beoogd eventuele kwetsbaarheid vroegtijdig te signaleren. Daarnaast worden gegevens uit het EMD meegenomen: medicatielijst, chronische morbiditeit en al bestaande zorgverlening. Aan de hand van de uitkomsten zal de huisarts met de POH ouderen selecteren met problemen in minimaal 3 van de 4 domeinen, en voor hen een individueel actieplan maken, waarbij de eerste stap een inventariserend gesprek is met de oudere en de mantelzorgers. Afhankelijk van de ernst en aard van kwetsbaarheid kan het actieplan inhouden geïndiceerde diagnostiek, geïndiceerde interventies, medicatiesanering, aanvragen van thuiszorg, contact met welzijnswerk of samenroepen van multidisciplinair overleg. De spil in dit proces van signaleren, maken en uitvoeren van actieplannen is de POH. Huisartsen en POHs krijgen hiervoor een training.

 

Uitkomstmaten (voor alle ouderen die de vragenlijst invullen): tevredenheid over de zorg bij ouderen, mantelzorgers en zorgpartners, kwaliteit van leven ouderen. Procesmaten (zoals % huisartspraktijken dat meedoet, patiënten dat regelmatig wordt gemeten, % huisartsen dat doorgaat na afronding project), indicatoren voor proactieve samenhangende zorg (zoals continuïteit en coördinatie van zorg, % ongeplande opnames in ziekenhuis/verpleeghuis en avond, nacht, weekend-visites, gebruik van programmatische interventies, gevoel van ’in de hand hebben’), minimale dataset Nationaal Programma Ouderenzorg.

 

Power / data-analyse: Totaal zullen 35 huisartspraktijken per groep geïncludeerd worden. Per normpraktijk zijn gemiddeld 150 ouderen van 75 en ouder geregistreerd. Van de participerende ouderen (verwachting 75% vragenlijst) zal 8 % in de categorie “kwetsbaar” vallen. Hiermee kan een verschil in contactfrequentie met de huisarts per oudere per jaar van 15-20% aangetoond worden.

 

Kosten evaluatie: De kostprijs van de interventie wordt geschat (ontwikkel- en scholingskosten, screenen en zorg-actieplannen). Daarnaast zullen de verschuivingen worden geschat in huisartscontacten, doorverwijzingen (huisartsregistratie), medicatiegebruik (EMD), opnames, thuiszorg, mantelzorg (patiëntvragenlijsten).

 

Tijdsplanning: M1-6 voorbereiding (definitief vaststellen vragenlijst en selectiecriteria zorgplannen, validatie vragenlijst, ontwikkelen scholing, huisartsen en deelnemers uitnodigen, pilot in 5 praktijken), M7-30 uitvoering, M31-36 evaluatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website