Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Partner-mantelzorgers leveren langdurig intensieve zorg en ervaren een hoge zorgbelasting, vrouwen meer dan mannen. Dit onderzoek richt zich op de ontwikkeling van de zorgbelasting over de tijd en de sekse verschillen daarin. Met behulp van de TOPICS-MDS data worden de veranderingen in zorgbelasting van partner-mantelzorgers over een periode van 12 maanden geanalyseerd. Uit de resultaten blijkt dat 1) voor zowel vrouwen (N=463) als mannen (N=293) de ervaren zorgbelasting toeneemt als gecontroleerd wordt voor bekende predictoren van het stress proces model. 2) Een slechter lichamelijk functioneren van de partner (in sterkere mate voor mannen), meer uren zorgverlening en het ervaren van problemen in het combineren van de zorgtaken leiden tot hogere zorgbelasting. Daarnaast leiden relatieproblemen tot een hogere zorgbelasting voor vrouwen en voldoening met de zorgtaken tot een lagere zorgbelasting voor mannen. 3) De zorgsituatie voor vrouwen verandert over de tijd: het hebben van een partner met dementie en het aantal uren zorg hebben een sterker effect na een jaar, terwijl het bufferende effect van de voldoening met de zorgtaken is verdwenen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

1. Voor partner-mantelzorgers neemt de ervaren zorgbelasting toe in de tijd. Dit geldt in sterkere mate voor de vrouwen. De consequentie hiervan is dat na een jaar het gender-verschil in ervaren zorgbelasting groter is. Dit suggereert dat de gender gap toeneemt naarmate de zorgsituatie langer duurt.

 

2. Dit onderzoek laat opnieuw zien wat belangrijke predictoren zijn van ervaren zorgbelasting. Op basis van multilevel multivariate analyses zien we een significante samenhang tussen zorgbehoefte, totale uren zorg en secundaire stressoren met ervaren zorgbelasting. Voor beide seksen neemt de ervaren zorgbelasting toe met de zorgbehoefte (lichamelijke functioneren van de partner), het totaal aantal uren zorg die gegeven wordt, en het ervaren van problemen in het combineren van zorgtaken met andere taken. Wel verschillen mannen en vrouwen in de mate van samenhang bij enkele predictoren. Voor mannen hangt de mate van lichamelijk functioneren van de partner sterker samen met de ervaren zorgbelasting dan voor vrouwen. Voor vrouwen verhogen ook relatieproblemen de ervaren zorgbelasting, voor mannen niet. Tot slot, voor mannen verlaagt de ervaren voldoening met de zorgverlening de zorgbelasting, voor vrouwen niet. De hulp van anderen hangt niet samen met zorgbelasting, voor mannen noch voor vrouwen, in deze studie.

 

3: Voor mannen zijn er geen veranderingen in de impact van de factoren over tijd. Voor vrouwen is dit wel het geval. Er zijn een drietal bevindingen die ondersteuning bieden voor het ‘wear-and-tear model’ bij vrouwen: 1) de impact van het hebben van een partner met dementie op ervaren zorgbelasting is na een jaar toegenomen, 2) op het eerst gemeten tijdstip verlaagt het ervaren van voldoening met de zorgverlening wel de ervaren zorgbelasting, maar niet meer na een jaar, en 3) een negatief verband tussen het psychisch welbevinden van de partner en de ervaren zorgbelasting wordt alleen op het eerste tijdstip gevonden, en niet meer na een jaar. Er is één effect gevonden dat het ‘adaptatie model’ ondersteunt: het ervaren van problemen in het combineren van de zorgtaken met andere activiteiten is minder groot na een jaar zorg verlenen.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Met de vergrijzing van de populatie worden echtparen en ongehuwde stellen steeds vaker samen oud en krijgen daarmee vaker te maken met gezondheidsproblemen en bijbehorende zorgbehoefte van een of beide partners. Daarbij zal een zorgsituatie steeds langer kunnen duren dan voorheen. Partners zijn de eerste in de rij om mantelzorg te leveren en, in vergelijking met andere zorgverleners, leveren ze meer uren zorg in meerdere domeinen voor een langere periode. Partners verlenen de intensieve zorg vaak voor vele jaren en hebben dan ook, meer dan andere typen mantelzorgers, een hoog risico op overbelasting. Dit roept de vraag op hoe de zorgverlening door oude partner-mantelzorgers in de tijd verloopt en in hoeverre dat bijdraagt tot een verandering in de ervaren zorgbelasting.De zorgliteratuur is duidelijk over het feit dat langdurig zorg dragen voor een partner een zware wissel trekt op de mantelzorger. Een eerste mogelijkheid is dan ook dat de zorgbelasting in het algemeen over de tijd bezien eerder toe dan af zal nemen. Dit is het zogenaamde ‘wear and tear model’. De aanname bij dit model is dat met het groter worden van de zorgbehoefte, de belasting voor de zorggever ook groter wordt. Daar tegenover staat het ‘aanpassingsmodel’, hierin wordt verondersteld dat de mantelzorger zich aanpast aan de situatie en zijn of haar toestand zelfs kan verbeteren ook als de zorgbehoefte toeneemt. Uit voorgaande onderzoeken weten we dat vrouwen meer overbelasting ervaren met mantelzorg voor hun partner dan mannen. Dit roept de vraag op of het verloop van het zorgtraject hetzelfde is voor mannen als voor vrouwen, en of dit traject bijdraagt tot een afname dan wel een toename van de eerder aangetoonde sekseverschillen in ervaren zorgbelasting. Een ander belangrijk aspect om te betrekken bij een onderzoek naar de ervaren zorgbelasting over de tijd, is de aard van de ziekte van de partner. Mantelzorgers van hulpbehoevende met dementie of psychische problemen, rapporteren een hogere ervaren zorgbelasting dan mantelzorgers van hulpbehoevenden met alleen lichamelijke aandoeningen. Dit suggereert dat over de tijd bezien, de toename in de ervaren zorgbelasting voor de eerste groep mantelzorgers groter zal zijn dan voor de laatste groep mantelzorgers. Onderhavig onderzoek heeft als eerste doel het in kaart brengen van welke ontwikkelingen in zorgverlening en ervaren zorgbelasting in een periode van 12 maanden optreden bij partner-mantelzorgers. Dit wijst uit of de samenhangen uit cross-sectioneel onderzoek bevestigd worden in een longitudinaal design. Bovendien geeft het een beeld van de variatie in veranderingen in een zorgtraject in 12 maanden tijd. Een tweede doel is na te gaan in hoeverre deze longitudinale zorgtrajecten verschillen voor mannen en vrouwen en voor mantelzorgers van partners met cognitieve dan wel lichamelijke aandoeningen. We gebruiken uit de TOPICS-MDS dataset de gegevens van mantelzorgers die zorg leveren aan hun partner en waarvan de gegevens zowel van de zorgontvanger als van de (partner) mantelzorger beschikbaar zijn, en waarvan er in ieder geval een vervolgmeting na 12 maanden beschikbaar is (N=800 bij benadering).

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website