Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de afgelopen jaren heeft het Netwerk Ouderenzorg Regio Noord -onvervulde- behoeften, kwetsbaarheid en welbevinden van ouderen in een grootschalig project op gestructureerde wijze in kaart gebracht. Binnen dit project – het transitie-experiment – werd hiertoe gebruik gemaakt van een ‘triage-instrument’ bestaande uit zelf invul vragenlijsten die kwetsbaarheid (GFI - Groningen Frailty Indicator), zorgcomplexiteit (INTERMED ouderen) en welbevinden (GWI Groningen Wellbeing Indicator) meten. Gebruik werd gemaakt van versies die ouderen zelf kunnen invullen. Deze vragenlijsten geven inzicht in wat belangrijk is voor een individuele oudere en in de vraagpatronen van groepen ouderen. In dit kader is het relevant hier te vermelden dat ouderen veel verschillende combinaties van problemen kunnen ervaren met een verhoogd risico op nieuwe problemen, hoge zorgconsumptie of verminderde zelfredzaamheid. We kijken met deze instrumenten ook naar trajecten van ouderen in de tijd. In aanvulling op bovenstaand project werden in onderhavig onderzoek de afzonderlijke vragenlijsten (GFI, INTERMED en Welbevindenlijst) geëvalueerd. De GFI en Intermed zijn langer bestaande vragenlijsten die in deze setting verdere validatie behoefden. De GWI is een nieuw ontwikkelde vragenlijst voor het meten van welbevinden. Dit onderzoek bestond uit meerdere substudies. De eerste substudie werd uitgevoerd onder een naar setting gestratificeerde groep van 350 ouderen die zelfstandig woonden of in een instelling (verzorgings- of verpleeghuis) verbleven. Van de drie vragenlijsten werd de bruikbaarheid onderzocht van de zelfinvulversie. Daarnaast keken we naar de inhoudsvaliditeit van de drie concepten kwetsbaarheid, behoeftes en welbevinden gemeten met de GFI, Intermed en GWI. We hebben onderzocht hoe de antwoorden op deze lijsten samenhangen met andere variabelen. Zowel gelijkaardige concepten als contrasterende concepten maar ook met dingen als leeftijd, geslacht, woonvorm. Vervolgens hebben we in een tweede substudie in een groep van bijna 6000 thuiswonende ouderen uit het Life Lines cohort wederom de GFI en de Intermed geëvalueerd. Hierbij hebben we met name onderzocht of op verwachte wijze de scores samenhangen met bijvoorbeeld leeftijd en andere demografische kenmerken, zoals opleidingniveau en inkomen. Ook is gekeken of kwetsbaarheid samenhangt met biometrische kenmerken (o.a. body mass index, taille omvang) en zorgconsumptie (o.a. visite naar huisarts of specialist). Omdat een belangrijk kenmerk van de GFI is dat het een ongewenste uitkomst (zoals een ziekenhuisopname of overlijden) beoogt te voorspellen, hebben we ook twee substudies gedaan waarbij de score op de GFI in verband is gebracht met gegevens, die (veel) later werden verzameld. De vierde substudie werd zodoende uitgevoerd onder 400 thuiswonende of een instelling verblijvende ouderen van het Leiden 85+ cohort die op 86 jarige leeftijd de GFI vragen beantwoordden. De jaren daarna werd gekeken wie (1) was overleden, (2) in een ziekenhuis opgenomen was geweest of (3) lichamelijk aanzienlijk achteruit was gegaan. Met deze gegevens konden we onderzoeken of de GFI een goede voorspeller is van overlijden, ziekenhuisopname en lichamelijke achteruitgang. In de vijfde substudie onder 1100 wederom thuiswonende en in een instelling verblijvende ouderen hebben we onderzocht of de GFI en Intermed score zoals vastgesteld in 2010 voorspellend is voor de totale zorgkosten in 2011 en 2012 en afzonderlijk de kosten voor medische behandeling (Zorgverzekeringswet) en de kosten voor zorg (AWBZ).

Met het onderzoek naar welbevinden hebben we een eenvoudige vragenlijst ontwikkeld die duidelijk iets anders meet dan Health-related QOL. Deze laatste vragenlijsten kijken hoofdzakelijk naar problemen en narigheid vanuit een normatief kader en ziektemodel. De GWI kijkt naar wat mensen belangrijk vinden in hun leven en of ze er leefplezier aan ontlenen. Deze vragenlijsten worden op grote schaal in Nederland gebruikt, zowel in studieverband als in de praktijk. We hebben de vragenlijsten vrij beschikbaar gesteld zodat we geen sluitend overzicht hebben maar er zijn zeker 10.000 ouderen bereikt met dit instrumentarium. We hebben daar ook een geanonimiseerde research database over opgebouwd. De vragenlijsten voldoen in allerlei varianten ook aan de betaaltitels ouderenzorg die de zorgverzekeraars voor de eerste lijn hanteren. We zien geen belangrijke knelpunten in het verder gebruik van deze vragenlijstsystematiek. Aan de kant van het meten van positief en negatief welbevinden staat de systematiek echter nog in de kinderschoenen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Kort samengevat laten de resultaten van onderhavig onderzoek zien dat de zelfinvul versies van de GFI (kwetsbaarheid) de INTERMED (zorgcomplexiteit) en de GWI (welbevinden) in psychometrische zin bruikbare en valide vragenlijsten zijn. De onderzoeksresultaten die betrekking hebben op de mate waarin de GFI ook daadwerkelijk ongewenste uitkomsten kan voorspellen, zoals overlijden, ziekenhuisopname en zorgkosten, zijn op groepsniveau positief. Inmiddels maken we uit de combinatie GFI en Intermed segmentaties die op populatieniveau zinvol zijn in het wonen-welzijns-zorg domein.

Substudie 1 liet zien dat ouderen relatief makkelijk de GFI zelf kunnen invullen; 84% beantwoordde alle 15 GFI-vragen en slechts 2% had 11 of minder vragen beantwoord. Wel bleek dat ouderen die 1 of meer vragen onbeantwoord lieten, gemiddeld een hogere leeftijd hadden, minder goed cognitief functioneerden en vaker in een verzorgings- of verpleeghuis woonden. Ook bleek de betrouwbaarheid van de GFI voldoende te zijn: alle 15 GFI-vragen bleken daadwerkelijk één concept te meten en niet bv ook zorgtevredenheid. Tot slot hing de GFI totaalscore op verwachte wijze samen met andere gegevens. Ouderen die bijvoorbeeld het meest kwetsbaar waren, hadden vaker een hogere leeftijd hadden, verbleven vaker in een instelling, hadden meerdere aandoeningen, hadden een hogere zorgcomplexiteit of scoorden lager op kwaliteit van leven. Ook de resultaten in substudie 2 – onder bijna 6000 thuiswonende ouderen – ondersteunen de kwaliteit van de GFI. De evaluatie van de INTERMED zelfinvul versie in substudie 3 ondersteunt de kwaliteiten van deze zelfinvul vragenlijst. Verreweg de meeste ouderen hadden geen moeite de vragen te beantwoorden: het percentage ontbrekende antwoorden per INTERMED-vraag varieerde van 0-5%. Men had het meeste moeite om die vragen te beantwoorden die betrekking hadden op de toekomst. Ook bleek de INTERMED zelfinvul versie daadwerkelijk één concept te meten en de totaalscore daarop sterk samen te hangen met de score op de INTERMED die door een getrainde onderzoeksverpleegkundige was ingevuld. Evenals bij de GFI hingen ook de INTERMED score op verwachte wijze samen met andere informatie die we van de ouderen hadden. Ouderen die zorgcomplex waren woonden vaker in een zorginstelling en hadden vaker meerdere aandoeningen.

Substudies 4 en 5 betroffen onderzoek waarbij ouderen de GFI invulden en we in de jaren daarna keken hoe het deze mensen vergaan was in termen van overlijden, ziekenhuisopname, functionele achteruitgang en uitgaven aan ziekte/zorgkosten. We onderzochten in hoeverre de GFI in staat was daadwerkelijk deze ongewenste uitkomsten te voorspellen. Op groepsniveau blijkt de GFI een significante voorspeller van het beloop te zijn in alle studies. Dat neemt niet weg dat in bijzondere settings zoals bij 85+ personen er betere voorspellers met minder variabelen te maken zijn. Wij vinden echter dat het ondoenlijk is om in de praktijk van de zorg voor iedere specifieke vraag een andere kwetsbaarheidspredictor te bouwen. Met de itempool uit de GFI en de Intermed als kerniformatie kunnen we zinvolle modellen genereren voor het organiseren van wonen-welzijn-zorg zoals we dat in ons transitie-experiment hebben laten zien. De non-respons op de GWI was 5,3%. In psychometrische zin is de KR20 0,75, dus een goed einterne consistentie. We vinden zoals verwacht negatieve correlaties met GFI en Intermed van resp-0,42 en -0,51. De correlaties met Life satisfaction en Cantril's Ladder zijn 0,46. Zowel psychosociale problemen als lichamelijke beperkingen zijn geassocieerd met het gerealiseerde welbevinden. De meest frekwente bronnen van positief welbevinden in de GWI zijn plezierig wonen, relaties en contacten, jezelf zijn en genieten van eten en drinken. De GWI laat duidelijk zien dat leefplezier over andere dingen gaat dan ziektelast en dat er een onderscheid is tussen positief en negatief welbevinden. Deze belangrijke conceptuele bevinding werd ook aangetoond met de GWI in een andere studie over niet-maligne huidaandoeningen bij ouderen. We zijn in staat om op groepsniveau zinvolle verschillen te laten zien en in een andere studie werd de GWI met succes gebruikt om veranderingen te initiëren en te meten na een op welbevinden gerichte interventie in een verpleeghuis. De GWI is individueel ook een bruikbaar instrument in het gesprek tussen hulpverlener en de oudere.

Over deze validatiestudies verschijnen twee proefschriften.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het Netwerk Ouderenzorg Regio Noord wil -onvervulde- behoeften en kwetsbaarheid van ouderen beter en eerder signaleren. Veel ouderen ervaren namelijk verschillende combinaties van problemen, zoals psychosociale en medische problemen, waardoor deze kwetsbare ouderen een verhoogd risico hebben op nieuwe problemen, zoals vallen.

Het Netwerk heeft daarom een triage-instrument gebruikt met vragenlijsten over kwetsbaarheid (GFI), zorgcomplexiteit (INTERMED) en welbevinden die ouderen zelf kunnen invullen. Onderhavig project bestaat uit meerdere substudies naar de kwaliteit van deze lijsten. Zo is in een substudie onder 350 ouderen, die thuis of in verpleeghuis verbleven, ondermeer de bruikbaarheid van de GFI onderzocht. In toekomstige studies willen we bijvoorbeeld onderzoeken of ouderen die kwetsbaar zijn volgens de GFI in de toekomst daadwerkelijk meer problemen krijgen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er zijn nog veel deelanalyses te gaan maar de eerste resultaten van het project zijn veelbelovend. De eerste analyses van de GFI ondersteunen de kwaliteit. De bruikbaarheid is goed want 84% van de ouderen had de vragenlijst volledig ingevuld. Ook andere aspecten van de kwaliteit, zoals de betrouwbaarheid en de validiteit, zijn ruim voldoende. Zo verschilden subgroepen van ouderen zoals verwacht: personen hadden een hogere score op de GFI als ze een hogere leeftijd hadden, in een verpleeghuis woonden of meer dan twee aandoeningen hadden.

Nieuwe informatie over de evaluatie van de GFI, INTERMED en Welbevindenlijst volgt zodra die bekend is.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In Nederland zal het aantal 65+ers van 2.4 miljoen in 2007 toenemen tot 3.9 miljoen in 2050. In de Noordelijke Regio is het percentage ouderen hoger dan gemiddeld in Nederland. Veel van deze ouderen ervaren verschillende combinaties van problemen zoals psychosociale en medische problemen. Deze zogenaamde kwetsbare ouderen hebben een verhoogd risico op een slechtere gezondheidsuitkomst, bijvoorbeeld een verminderd welbevinden. Vanwege hun heterogeniteit is de zorg voor deze kwetsbare ouderen vaak complex. In plaats van het centraal stellen van ziekte, is de focus binnen de Noordelijke Regio juist gericht op het bevorderen van welbevinden vanuit het perspectief van de oudere zelf.

Om een slechte gezondheidsuitkomst te voorkomen en voor het vaststellen van de benodigde zorg hebben we een triage-instrument ontwikkeld om zodoende vroegtijdig te beoordelen of ouderen kwetsbaar zijn (of hierop een verhoogd risico hebben); of ze onvervulde zorgbehoeften hebben of andere problemen; en hoe het met hun welbevinden is. Het instrument bestaat uit de volgende vragenlijsten die de ouderen zelf kunnen invullen: (1) de Groninger Frailty Indicator (GFI) - dat kwetsbaarheid meet, (2) de INTERMED lijst cliënt versie - dat complexiteit van de (zorg)situatie meet (waaronder biologische, psychologische en sociale problemen en zorgbehoeften) en (3) de Welbevinden lijst.

Alhoewel van de GFI bekend is dat het goede klinimetrische kwaliteiten heeft, zijn de bruikbaarheid-, betrouwbaarheid- en validiteitkenmerken onbekend van de INTERMED cliënt versie (in tegenstelling tot de gevalideerde versie die door een zorgverlener wordt ingevuld) en de Welbevinden lijst.

Dit onderzoek bestaat uit twee substudies. In de cross-sectionele substudie I zullen we in 350-400 ouderen de klinimetrische eigenschappen (i.e. bruikbaarheid, betrouwbaarheid en validiteit, zie paragraaf ‘Plan van aanpak’) bepalen van de INTERMED cliënt versie en de Welbevinden lijst. In de longitudinale substudie II (add-on studie bij de cohort studie LIFELINES; www.lifelines.nl) zullen ongeveer 165.000 mensen worden geïncludeerd. De inclusie van ouderen (65+ers) start in 2009. Onder de ouderen die gerekruteerd worden in 2009 (5.500-6.500 ouderen) zullen we de predictieve validiteit van de GFI, de INTERMED en de Welbevinden lijst vaststellen op gezondheidsuitkomsten, zoals welbevinden en opname op langdurige zorg, op 12 maanden na inclusie. In de laatste substudie II (LIFELINES) zullen we ook de prevalentie van kwetsbaarheid bepalen in verschillende subgroepen van thuisverblijvende en langdurig opgenomen ouderen.

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website