Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Woonservicegebieden belangrijk voor zelfstandig wonende oudere

Woonservicegebieden zijn gewone wijken of dorpen waar extra geïnvesteerd is in aanpassing van woningen voor ouderen. Diensten op het gebied van zorg, welzijn en wonen worden binnen de wijk op elkaar afgestemd, en voorzieningen (zoals een wijksteunpunt of gezondheidscentrum) zijn er goed bereikbaar. Het doel van deze gebieden is dat kwetsbare ouderen en mensen met een beperking langer zelfstandig kunnen wonen. Hoewel er meer dan 100 woonservicegebieden in Nederland zijn, en sommige daarvan al meer dan 10 jaar draaien, is nu voor het eerst onderzocht wat de effecten van deze gebieden zijn voor het dagelijks leven van ouderen die er wonen.

In 10 woonservicegebieden hebben 150 zelfstandig wonende ouderen van 70 jaar en ouder een uitgebreide vragenlijst ingevuld, en in ieder gebied is ook met 35 van hen een interview gehouden over hun ervaringen in de wijk of het dorp. Deze 10 woonservicegebieden kunnen als ‘koplopers’ worden beschouwd, en liggen verspreid over heel Nederland.

Woonservicegebieden blijken aan te sluiten bij wat ouderen zelf willen, en dragen er ook aan bij dat zij langer zelfstandig kunnen wonen. Erg belangrijk is dat woonservicegebieden er voor zorgen dat ouderen minder snel achteruit gaan als zij te maken krijgen met toenemende beperkingen. Dat komt onder andere doordat bij een wijkgerichte aanpak de signalen over het welbevinden en de gezondheid van ouderen beter worden opgepakt, en door de betere afstemming van ondersteuning en zorg in een netwerk van professionals en vrijwilligers. Ook is gebleken dat ouderen in woonservicegebieden minder vaak in het ziekenhuis hoeven te worden opgenomen, en dat het aanpassen van woningen in deze gebieden er aan bijdraagt dat minder beroep hoeft te worden gedaan op thuiszorg. Dat is belangrijk voor de kwaliteit van leven van ouderen, maar draagt ook bij aan de doelmatigheid van de zorg.

Het onderzoek is uitgevoerd door een team van de Radboud Universiteit Nijmegen, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en het UMCG in Groningen. De uitkomsten zijn in september 2012 gepubliceerd op de website van het project www.wonenouderen.nl

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De belangrijkste resultaten van het onderzoek zijn:

• Woonservicegebieden sluiten aan bij wensen en behoeften van ouderen met betrekking tot zelfstandig (blijven) wonen, met als belangrijkste bestanddelen aangepaste woningen, voorzieningen in de nabijheid, en een gecoördineerd aanbod van diensten, ondersteuning en zorg

• Woonservicegebieden dragen er aan bij dat ouderen langer zelfstandig wonen, en dat meer ouderen dat doen dan in gewone woonwijken

• In woonservicegebieden gaan ouderen bij het toenemen van beperkingen minder snel achteruit en zij kunnen er beter met hun problemen omgaan

• Ouderen in woonservicegebieden hoeven minder vaak naar het ziekenhuis, en door aanpassing van woningen vermindert het beroep op thuiszorg

Op basis van de uitkomsten zijn allerlei aanbevelingen opgesteld voor lokaal beleid. De belangrijkste zijn:

- Luister beter naar ouderen en maak beter gebruik van hun eigen mogelijkheden en initiatieven

- Zorg voor voldoende aangepaste woningen, ook in de particuliere woningvoorraad

- Versterk het wijkgerichte netwerk rond ouderen: dat stimuleert hun eigen inzet, maar zorgt er ook voor dat signalen over welbevinden en gezondheid tijdig kunnen worden opgepakt en worden vertaald in gecoördineerde inzet van professionals en vrijwilligers

De resultaten van het onderzoek zijn te vinden in:

- Het rapport Kwetsbaar en Zelfstandig (met bijlagenrapport)

- 10 rapporten voor de afzonderlijke proeftuinen met aanbevelingen voor lokaal beleid

- Het advies van de SEV (nu Platform31) Woonservicegebieden, klaar voor de volgende ronde

- Een onderwijsmodule voor de aanpak van narratief onderzoek onder ouderen

- Al deze informatie is te vinden op www.wonenouderen.nl

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoek verloopt volgens plan. Meer informatie over het project is te vinden op www.wonenouderen.nl.

In ieder van de tien proeftuinen zijn 150 (kwetsbare) ouderen geselecteerd die bereid zijn om een vragenlijst in te vullen over hoe zij hun gezondheid en welbevinden ervaren, en aan te geven welke betekenis de voorzieningen in het woonservicegebied voor hen hebben. Nog eens 35 ouderen uit deze groep nemen vervolgens deel aan een diepteinterview waarmee de onderzoekers meer te weten willen komen over hun vragen en behoeften. Ook de mantelzorgers worden vervolgens in het onderzoek betrokken.

Het grootste deel van het veldwerk is inmiddels afgerond, naar verwachten zullen eind september alle gegevens over de ouderen zelf binnen zijn, zodat de analyse van de uitkomsten kan beginnen. Door de uitkomsten te vergelijken met die voor zelfstandig wonende ouderen in wijken die minder speciale voorzieningen hebben dan een woonservicegebied, willen we er achter komen of (en hoe precies) woonservicegebieden 'werken'. Ook proberen we inzicht te krijgen in de vraag of de arrangementen die in woonservicegebieden worden aangeboden per saldo doelmatiger zijn dan het aanbod in gewone woonwijken, waar we veronderstellen dat ouderen vaak eerder naar een verzorgings- of verpleeghuis verhuizen omdat er te weinig voorzieningen zijn om zelfstandig te kunnen blijven wonen - ook als hun kwetsbaarheid toeneemt.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Resultaten van het onderzoek zijn op dit moment nog niet beschikbaar. We verwachten in maart 2012 met een publicatie te komen waaruit duidelijk zal worden of er aantoonbare positieve effecten zijn bij de onderzochte proeftuinen, en wat de 'werkzame bestanddelen' zijn die deze effecten te weeg brengen. Daarop aansluitend worden de uitkomsten besproken met de initiatiefnemers en de ouderen in de proeftuinen, zodat die hun voordeel kunnen doen met de resultaten en het aanbod in de wijk zo goed mogelijk kunnen afstemmen op de vragen en behoeften van kwetsbare ouderen.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zijn in Nederland meer dan 100 woonzorgzones of woonservicegebieden ontwikkeld. Onder woonservicegebieden verstaan we gewone wijken of dorpen met een gecoördineerd dienstenaanbod op het gebied van zorg, welzijn en wonen en een aantal aanpassingen binnen de woningen en de woonomgeving. Het doel van woonservicegebieden is om het mogelijk te maken dat kwetsbare ouderen (waaronder ouderen met een complexe problematiek) en mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Het woonservicegebied levert op deze manier een belangrijke bijdrage aan de transitie van een stelsel waarin de zorg en ondersteuning voor de genoemde groepen voornamelijk intramuraal werd geleverd (in verzorgings- en verpleeghuizen en instellingen) naar een stelsel waarin zo lang mogelijk thuis wonen een aantrekkelijk en realistisch alternatief is. Het wonen in een woonservicegebied kan bijdragen aan grotere maatschappelijke participatie, een betere benutting van informele zorg, en een hogere kwaliteit van leven.

 

In de achter ons liggende periode van twintig jaar heeft de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) de totstandkoming van woonservicegebieden ondersteund en op vele manieren gestimuleerd. Vorig jaar is in samenwerking met 10 provincies het initiatief genomen om voortbouwend op die ervaringen het concept van het woonservicegebied verder te ontwikkelen en te evalueren in een 10-tal zogenaamde proeftuinen. Daartoe is het SEV netwerk Proeftuinen Woonservicegebieden opgericht, een 3-jarig landelijk samenwerkingsverband van 10 lokale netwerken in woonservicegebieden.

 

Het SEV– netwerk heeft ten doel het verder ontwikkelen en evalueren van het concept woonservicegebied bij een groep lokale voorhoedespelers die zich kenmerken door een goede samenwerking tussen betrokken partijen, een heldere visie en het bereikt hebben van de realiseringsfase. In het kader van het SEV netwerk worden in 2010-2011 acht gezamenlijke ontwikkelingsmodules uitgevoerd, wordt een onderlinge kenniscommunity onderhouden en wordt gezamenlijke kennisoverdracht naar andere woonservicegebieden tot stand gebracht.

Het proeftuinenproject wordt begeleid door een commissie waarin vertegenwoordigd de betrokken 10 provincies en 4 landelijke organisaties van bewoners/cliënten.

 

De 10 lokale netwerken hebben tot doel het ontwikkelen en realiseren van een woonservicegebied met als voornaamste beoogde effect het langer zelfstandig wonen van kwetsbare ouderen en gehandicapten in hun vertrouwde woonomgeving. Daarbij behoort het beoogde effect van een hogere kwaliteit van leven en een hogere mate van zelfregie over het dagelijks leven. Afgeleide doelstelling is een doelmatiger organisatie van schaarse zorg.

De netwerken bestaan uit de in het gebied (een wijk of dorp van 5000 tot 10000 inwoners) werkzame zorgaanbieders, welzijnsaanbieders, woningcorporaties plus de gemeente als regisseur. In een aantal lokale netwerken zijn ook de eerstelijns gezondheidszorg en lokale organisaties van bewoners/cliënten participant. Een aantal proeftuinen onderhoudt contacten met regionale netwerken gericht op onderzoek, zorg en gezondheidsvraagstukken.

 

Naast het realiseren van de ontwikkelingsmodules is ook het meten van de effecten van de woonservicegebieden (in termen van (behoud van) gezondheid, welbevinden en doelmatigheid) een doel van het proeftuinenproject.

Deze subsidieaanvraag bestaat uit de beschrijving van de opzet van deze effectmeting, en een onderbouwing van het subsidiebedrag dat hiervoor wordt gevraagd.

 

Het onderzoek start met een inventarisatie van de veranderingstheorieën die ten grondslag liggen aan de verwachtingen dat het inrichten van woonservicegebieden een positief effect heeft voor de personen (met name ook kwetsbare ouderen) die in deze gebieden wonen. De kern van de effectmeting bestaat vervolgens uit een systematische vergelijking van indicatoren voor gezondheid, welbevinden en doelmatigheid van de levering van zorg en ondersteuning, waarop wij op grond van de veranderingstheorieën een positief verschil zouden mogen verwachten voor (overigens vergelijkbare) personen die binnen dan wel buiten een woonservicegebied wonen. Het onderzoek combineert hierbij de uitkomsten van twee principieel verschillende onderzoeksmethoden. Een kwantitatieve analyse sluit aan bij het in het NPO-Netwerk Ouderenzorg Regio Noord door het UMCG ontwikkelde triage-instrument, en voegt hier gebieds- en woningkenmerken aan toe. Daarnaast een kwalitatieve analyse die aansluit bij de door de HAN ontwikkelde methodiek voor narratief onderzoek naar vraagpatronen. Nadat de mogelijke effecten van woonservicegebieden op deze wijze in kaart zijn gebracht, zal ook worden geanalyseerd of er verschillen tussen woonservicegebieden onderling te constateren zijn, en of deze verschillen te herleiden zijn tot specifieke kenmerken van het woonservicegebied.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website