Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Communicatie tussen zorg en welzijn over thuiswonende ouderen: vat op de Babylonische spraakverwarring met de SBAR

 

Bij thuiswonende kwetsbare ouderen zijn vaak verschillende hulpverleners uit zorg- en welzijnssector betrokken. Communicatie en afstemming tussen hulpverleners vindt echter weinig plaats of verloopt stroef. Hulpverleners spreken een andere taal. In de zorg spreekt men over een ‘patiënt’ en diens problemen. Welzijnswerkers spreken van ‘cliënt’ en wat de oudere nog goed kan. Daarnaast zijn hulpverleners niet gewend zijn om buiten hun aandachtsgebied te kijken. Communicatieproblemen worden mogelijk opgelost door SBAR, een instrument dat richtlijnen geeft voor gestructureerde communicatie én tegelijkertijd hulpverleners ruimte geeft voor hun eigen werkwijze.

In dit project werd een training voor eerstelijns verpleegkundigen en welzijnswerkers ontwikkeld met als doel het implementeren van het gebruik van SBAR in de zorg voor thuiswonende kwetsbare ouderen. De verwachting was dat het gebruik van SBAR de communicatie en de tevredenheid erover verbetert. Uiteindelijk draagt verbeterde afstemming bij aan betere en doelmatigere zorg.

 

In het project hebben we de volgende stappen/fases doorlopen:

 

Stap 1: Randvoorwaarden creëren voor de implementatie van de SBAR in de eerstelijns ouderenzorg. In deze fase werd kennis over bestaande SBAR toepassingen en trainingen verzameld en betrokken hulpverleners en ouderen werden geïnterviewd over hun wensen wat betreft onderlinge communicatie. Onderling vertrouwen en het elkaar kennen bleken essentiële voorwaarden voor goede communicatie onder hulpverleners. Ouderen vonden het moeilijk iets te zeggen over communicatie tussen hun hulpverleners. Een opnameprotocol voor telefonische gesprekken tussen hulpverleners werd ontwikkeld en getest. 26 verschillende hulpverleners namen 39 gesprekken voordat zij getraind werden.

 

Stap 2: Ontwikkeling van een training over interdisciplinaire communicatie waarin de SBAR centraal staat. De training werd op basis van de informatie uit stap 1 ontwikkeld als een module van twee workshops waarin theorie werd afgewisseld met rollenspelen. Later werd ook een module van een workshop ontwikkeld. In 7 maanden vonden 15 trainingen plaats waaraan 97 zorgprofessionals (mn verpleegkundigen en verzorgenden) en 55 welzijnsprofessionals (mn casemanagers en maatschappelijk werkenden) deelnamen. Zij namen via het opnameprotocol 22 gesprekken op die input vormen voor de evaluatie. Van de geplande coaching on the job op basis van deze gesprekken werd door 4 hulpverleners gebruik gemaakt.

 

Stap 3: Evaluatie gebruik en effect SBAR. Hierbij wordt gekeken naar de haalbaarheid

De SBAR training werd heel positief beoordeeld, over het algemeen met een 8 of een 9 (op een schaal van 1 tot 10). Men was tevreden (4-5 op Likert scale) met de inhoudsdeskundigheid van trainers, het behalen van de trainingsdoelen, de variatie in de werkvormen, de aansluiting bij de eigen leervragen en de toepasbaarheid in de praktijk. Ook de haalbaarheid van het gebruik van SBAR in de praktijk werd positief beoordeeld, al was het aantal ontvangen reacties (N=14) ondanks herhaaldelijke herinneringen zes weken na de trainingen beperkt (Tabel 2).

 

Daarnaast wordt bij een beperkte groep (verpleegkundige) deelnemers duidelijk dat geen significant verschil was tussen de gesprekken voor en na de training wat betreft structuur en tevredenheid van de ontvanger. Er lijkt wel een trend te zijn richting een positief effect van de training. Een evaluatie met grotere aantallen gesprekken is daarom nodig. Om een dergelijke evaluatie op te kunnen zetten zullen eerst enkele praktische en logistieke barrières moeten worden overwonnen. Daarnaast vonden we dat de structuur van de gesprekken in deze evaluatie geen correlatie heeft met de tevredenheid van de ontvanger. Dit lijkt te maken te hebben met het feit dat de ontvanger de tevredenheid over het gevoerde gesprek in zijn algemeenheid als hoog ervaart (plafond effect). Het is dus bij een vervolgproject belangrijk om na te denken over welke intermediaire uitkomsten anders dan de structuur van het gesprek uiteindelijk kunnen leiden tot verbetering van uitkomsten op patiënt/cliënt niveau en meer doelmatige zorg. (Tabel 3)

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bij thuiswonende kwetsbare ouderen zijn vaak verschillende hulpverleners uit zorg- en welzijnssector betrokken. Communicatie en afstemming tussen hulpverleners vindt echter weinig plaats of verloopt stroef. In dit project werd een training voor eerstelijns verpleegkundigen en welzijnswerkers ontwikkeld. Deze had als doel het implementeren van het gebruik van het communicatie instrument SBAR. De verwachting was dat het gebruik van SBAR de structuur van de communicatie en de tevredenheid erover verbetert. Uiteindelijk draagt verbeterde afstemming bij aan betere en doelmatigere zorg. De training werd ontwikkeld op basis van interviews met betrokken hulpverleners en ouderen.

In 7 maanden vonden 15 trainingen plaats waaraan 97 zorgprofessionals (mn verpleegkundigen en verzorgenden) en 55 welzijnsprofessionals (mn casemanagers en maatschappelijk werkenden) deelnamen. De SBAR training werd heel positief beoordeeld: 8 of 9 (op een schaal van 1 tot 10) evenals de haalbaarheid van het gebruik van SBAR in de praktijk. Een kleine groep (verpleegkundige) deelnemers nam gesprekken met andere hulpverleners op. Hieruit werd duidelijk dat de training geen effect had op de structuur van de gesprekken en tevredenheid van de ontvanger. Omdat de groep klein was, kan een evaluatie met een groter aantal gesprekken mogelijk wel effecten laten zien.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bij thuiswonende kwetsbare ouderen, en bij patiënten met dementie in het bijzonder, zijn vaak verschillende hulpverleners uit de zorg- en de welzijnssector betrokken. Communicatie en afstemming over behandeldoelen en -acties tussen hulpverleners vindt echter weinig plaats en verloopt veelal stroef.

Dit heeft te maken met het feit dat betreffende hulpverleners niet gewend zijn om over de grenzen van hun eigen vak- of aandachtsgebied heen te kijken. Geheugenproblemen en incontinentie zijn blinde vlekken voor welzijnswerkers en zorgprofessionals hebben weinig aandacht voor financiën en wonen. Daarnaast spreken hulpverleners letterlijk en figuurlijk een andere taal. In de zorg spreekt men over een ‘patiënt’ en diens problemen. Welzijnswerkers spreken van ‘cliënt’ en wat de oudere nog wel goed kan. In de zorg maakt men vaak gebruik van vragenlijsten; welzijnswerkers voeren liever een goed gesprek. Zelfs zorgprofessionals onderling blijken ten dele een andere taal te spreken. De communicatie tussen wijkverpleegkundige en huisarts verloopt hierdoor vaak moeizaam.

Als hulpverleners elkaar kennen, loopt de communicatie over het algemeen goed. Door de manier waarop de gezondheidszorg in Nederland georganiseerd is en het feit dat steeds meer hulpverleners parttime werken, is het niet mogelijk om met elke hulpverlener een relatie op te bouwen. Standaardisering van taal zou hiervoor een oplossing kunnen zijn. Dit leidde in Nijmegen tot de introductie van uniforme wijze van assessment met behulp van het Easycare instrument in de sociale wijkteams. Het gebruik hiervan was beperkt. Een reden hiervoor is dat deze werkwijze afwijkt van de eigen werkwijze van de verschillende professionals. Communicatieproblemen kunnen mogelijk wel worden opgelost met een instrument dat richtlijnen geeft voor de manier van communicatie én tegelijkertijd de hulpverleners de ruimte geeft voor hun eigen werkwijze. Een dergelijk instrument, SBAR, werd ontwikkeld door de US Navy. SBAR staat voor ‘Situation’, ‘Background’, ’Assessment’ en ‘Recommendation’ Het gestructureerd beschrijven van een probleem aan de hand van deze vier punten is de leidraad voor communicatie met een andere professional. In de acute ziekenhuiszorg wordt het instrument al veelvuldig toegepast en ook in verpleeghuizen was implementatie succesvol.

 

Het doel van dit project is het verbeteren van de communicatie tussen hulpverleners uit de zorg- en welzijnssector over thuiswonende kwetsbare ouderen met behulp van de SBAR. Inhoudelijk gaat het hierbij zowel om de communicatie bij verslechtering van functioneren als de meer structurele afstemming van (behandel)plannen. De setting kan daarmee variëren van ad hoc (telefonisch) contact tot structureel (multidisciplinair) overleg. De verwachting is dat het gebruik van de SBAR de structuur en inhoud van de communicatie verbetert en tevredenheid over de communicatie doet toenemen. Uiteindelijk draagt de verbeterde afstemming in belangrijke mate bij aan betere en doelmatigere zorg.

 

Hiertoe worden de volgende stappen gevolgd:

 

Stap 1: Randvoorwaarden operationaliseren voor de implementatie van de SBAR in de eerstelijns ouderenzorg. In deze fase wordt kennis over bestaande SBAR trainingen verzameld en betrokken hulpverleners en ouderen worden geïnterviewd over hun wensen wat betreft onderlinge communicatie. Zorgprofessionals en welzijnwerkers nemen telefonische gesprekken met andere hulpverleners via voice recorder op voor verdere probleemanalyse.

 

Stap 2: Ontwikkeling van een training over interdisciplinaire communicatie waarin de SBAR centraal staat. De informatie verzameld in stap 1 is hiervoor de basis. Wijkverpleegkundigen, casemanagers, ouderenadviseurs en algemeen maatschappelijk werkenden volgen een interdisciplinaire workshop, en leren daarna in de praktijk, nemen via voice recorder gesprekken op die input vormen voor coaching on the job en groepsintervisie.

 

Stap 3: Evaluatie gebruik en effect SBAR. Hierbij wordt gekeken naar:

- de haalbaarheid van het gebruik van de SBAR methode.

- het effect van de SBAR training door beoordeling van de structuur en inhoud van de opgenomen gesprekken.

- het effect van de SBAR methode op de tevredenheid van zenders en ontvanger en op de ervaringen van ouderen.

 

Dit project is een succes als:

- na training 80% van de deelnemers de SBAR gebruikt in communicatie met andere hulpverleners.

- per gesprek drie van de vier onderdelen van de SBAR inhoudelijk goed aan de orde zijn geweest.

- de gemiddelde tevredenheid over de communicatie is gestegen met 20%

- patiënt ervaringen kwalitatief verbeterd zijn

 

Dit project wordt uitgevoerd onder de vlag van Netwerk '100' waarin 17 zorg- en welzijnsorganisaties uit de regio Zuid-Gelderland zijn vertegenwoordigd. Dit faciliteert verspreiding van de SBAR na het project. Hoge School Arnhem Nijmegen staat (mede) garant voor de borging van het gebruik van de SBAR in de eerstelijns ouderenzorg na afloop het project in de basis- en post-HBO opleidingen.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website