Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit transitieproject richt zich op de problemen met de toeleiding van oudere niet-westerse migranten naar bestaande zorg, wonen en welzijn voorzieningen. Ondanks een aantal succesvolle initiatieven op dit vlak, signaleren de ouderen zelf, zorgprofessionals en beleidsmedewerkers nog steeds problemen op dit terrein. Mogelijke oorzaken zijn het feit dat het aanbod onvoldoende is afgestemd op de cultuurspecifieke specifieke wensen en behoeften van oudere migranten. De voorzieningen zijn volgens de oudere migranten daardoor vaak moeilijk toegankelijk, en de doelgroep wordt nauwelijks betrokken bij de ontwikkeling van het zorgaanbod. Door onderutilisatie van voorzieningen en hulpmiddelen verslechtert de lichamelijke en geestelijke gezondheid en kwaliteit van leven van oudere migranten.

 

In dit transitieproject wordt getracht door de inzet van sleutelfiguren uit de eigen gemeenschap de toeleiding naar de bestaande zorg, wonen en welzijn voorzieningen te verbeteren.

 

 

 

De kern van de beoogde transitie is het gestructureerd inzetten van sleutelfiguren uit de lokale gemeenschap van de migranten in het contact met het bestaande lokale zorg- en welzijnsnetwerk. Zij hebben een vertrouwensband met de oudere migranten en zijn in staat om bruggen te slaan naar vertegenwoordigers van betrokken instellingen. Zij vormen een intermediair voor de belangen en wensen van de oudere migranten op het gebeid van zorg, wonen en welzijn en proberen deze samen met hen te verwezenlijken.

 

 

 

De sleutelfiguur inventariseert de wensen en behoeften via individuele huisbezoeken en algemene voorlichtingsbijeenkomsten. Hij vormt rond een bepaald thema een gespreksgroep van oudere migranten en inventariseert samen met hen de ervaren problemen in het bestaande aanbod. De themagroep zoekt contact met de betrokken instellingen en maakt afspraken, die uitmonden in verbeterprojecten.

 

 

 

Effecten van de transitie worden gemeten door het afnemen van een vragenlijstenpakket bij zowel de nog zelfstandig wonende 55+ oudere migrant en primaire mantelzorger. Deze vragenlijsten worden afgenomen kort na het inventariserende huisbezoek door de sleutelfiguur en een effectmeting na anderhalf jaar (wanneer de eerste verbeterprojecten zijn afgerond of in uitvoering zijn).

 

 

 

Dit project wordt uitgevoerd in drie lokaties binnen de NUZO regio. In Harderwijk richt het project zich op de oudere Turkse migranten, in Tiel op de Molukse en in Utrecht (Kanaleneiland) op de Marokkaanse oudere migrant.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In januari 2011 is dit project van start gegaan. Het project komt voort uit de NUZO Themagroep Stem van de Oudere Migrant. De eerste fase was het opzetten van een lokaal netwerk van betrokken professionals, organisaties en instellingen en uiteraard de doelgroep per lokatie.

 

 

 

Per netwerk is een lokale projectleider aangesteld die onder andere het opzetten en onderhouden van dit netwerk tot taak heeft.

 

 

 

Per lokatie staat 1 specifieke oudere migranten groep centraal. Voor Tiel is dat de Molukse ouderen, voor Harderwijk de Turkse ouderen en voor Utrecht (Kanaleneiland) de Marokkaanse oudere migrant.

 

 

 

Per lokatie heeft de projectleider sleutelfiguren aangesteld passend bij het functieprofiel wat door de projectgroep hiervoor is opgesteld. Het gaat om 3 sleutelfiguren per lokatie, die gemiddeld 10 uur werken per week in deze functie.

 

In de tweede fase van het project start ‘’de inzet van de sleutelfiguur’’.

De rol van de sleutelfiguur is in deze fase veel omvattend. Ten eerste inventariseert de sleutelfiguur bij de oudere migranten de individuele gezondheidsproblemen, de behoeften aan zorg- en welzijnsvoorzieningen en de persoonlijke ervaringen met zorg- en welzijnsinstanties. De sleutelfiguur legt daartoe individuele huisbezoeken af bij oudere migranten en hun mantelzorgers. In aanvulling op deze inventarisatie organiseert de sleutelfiguur, in samenwerking met lokale migrantenzelforganisaties en sociaal-culturele instellingen uit de wijk (bijvoorbeeld moskee, buurthuis) algemene informatiebijeenkomsten rond gezondheidsproblematiek; rekening houdend met hun geringe kennis van het Nederlandse zorgstelsel. Deelnemers aan deze bijeenkomsten zijn de oudere migranten en/of hun familie/mantelzorger, vertegenwoordiger(s) van zorg- en/of welzijnsinstellingen en de sleutelfiguur. Vervolgens zijn na grondige probleemanalyse verschillende op elke locatie verschillende ‘’verbeterprojecten’’ uitgezet. De sleutelfiguur heeft een belangrijke rol bij het monitoren van de implementatie van deze ‘’verbeterprojecten’’ in de wijk in samenspraak met de doelgroep.

 

In de laatste stap en derde fase worden deze ‘’verbeterprojecten’’ geïmplementeerd en geborgd bij de lokale aanbieders van zorg en welzijn in hun bestaande aanbod. Dit alles in samenwerking met de ouderen. De lokale projectleider onderzoekt hoe de ‘’verbeterprojecten’’ geïntegreerd kunnen worden in bestaande financiële structuren. Ook worden in deze fase binnen het lokale netwerk van zorg- en welzijnsprofessionals afspraken gemaakt over de continuering van de ‘’verbeterprojecten’’.

 

Voorbeelden van deze ''verbeterprojecten'' zijn Spiegelgesprekken met de doelgroep en de huisarts over de communicatie; voorlichtingsavonden over bij de doelgroep veel voorkomende gezondheidsproblemen; Tuinenproject waarin tuinen van oudere migranten werden opgeknapt; Dagopvang projecten waarin een ontmoetingsplek voor de ouderen werd gecreeerd.

 

Uit de effectmeting blijkt dat het gebruik van de curatieve zorg niet toeneemt in de interventiegroep en wel een significante toename in de controle groep laat zien. Dat lijkt in eerste instantie een negatieve uitkomst, omdat we juist een betere toeleiding beoogden, met als gevolg een hoger gebruik van zorgvoorzieningen. Echter, in onze ogen is een zeer voor de hand liggende verklaring dat door een verhoogd kennisniveau over ziekte en gezondheid (als gevolg van de voorlichtingsbijeenkomsten binnen dit project) in de interventiegroep zelfzorg en zelfmanagement is toegenomen en dat daardoor sprake is van een relatieve afname van zorgconsumptie t.o.v. de stijging in de controle groep.

 

Daarnaast hadden wij ook een effect verwacht op het gebruik van zorgvoorzieningen zoals thuiszorg, dagopvang en opname in het verpleeghuis. We vonden hierin geen verschil tussen interventie en controlegroep. Dat hangt mogelijk toch samen met het feit dat in deze groepen de cultuur is om deze typen van zorg binnen het eigen netwerk van naasten te voorzien. De interventie heeft dat niet zichtbaar kunnen veranderen. Mogelijk heeft ook de korte looptijd van de interventie

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit transitieproject richt zich op de problemen met de toeleiding van oudere niet-westerse migranten naar bestaande zorg, wonen en welzijn voorzieningen. Ondanks een aantal succesvolle initiatieven op dit vlak, signaleren de ouderen zelf, zorgprofessionals en beleidsmedewerkers nog steeds problemen op dit terrein. Mogelijke oorzaken zijn het feit dat het aanbod onvoldoende is afgestemd op de cultuurspecifieke specifieke wensen en behoeften van oudere migranten. De voorzieningen zijn volgens de oudere migranten daardoor vaak moeilijk toegankelijk, en de doelgroep wordt nauwelijks betrokken bij de ontwikkeling van het zorgaanbod. Door onderutilisatie van voorzieningen en hulpmiddelen verslechtert de lichamelijke en geestelijke gezondheid en kwaliteit van leven van oudere migranten.

In dit transitieproject wordt getracht door de inzet van sleutelfiguren uit de eigen gemeenschap de toeleiding naar de bestaande zorg, wonen en welzijn voorzieningen te verbeteren.

 

De kern van de beoogde transitie is het gestructureerd inzetten van sleutelfiguren uit de lokale gemeenschap van de migranten in het contact met het bestaande lokale zorg- en welzijnsnetwerk. Zij hebben een vertrouwensband met de oudere migranten en zijn in staat om bruggen te slaan naar vertegenwoordigers van betrokken instellingen. Zij vormen een intermediair voor de belangen en wensen van de oudere migranten op het gebeid van zorg, wonen en welzijn en proberen deze samen met hen te verwezenlijken.

 

De sleutelfiguur inventariseert de wensen en behoeften via individuele huisbezoeken en algemene voorlichtingsbijeenkomsten. Hij vormt rond een bepaald thema een gespreksgroep van oudere migranten en inventariseert samen met hen de ervaren problemen in het bestaande aanbod. De themagroep zoekt contact met de betrokken instellingen en maakt afspraken, die uitmonden in verbeterprojecten.

 

Effecten van de transitie worden gemeten door het afnemen van een vragenlijstenpakket bij zowel de nog zelfstandig wonende 55+ oudere migrant en primaire mantelzorger. Deze vragenlijsten worden afgenomen kort na het inventariserende huisbezoek door de sleutelfiguur en een effectmeting na anderhalf jaar (wanneer de eerste verbeterprojecten zijn afgerond of in uitvoering zijn).

 

Dit project wordt uitgevoerd in drie lokaties binnen de NUZO regio. In Harderwijk richt het project zich op de oudere Turkse migranten, in Tiel op de Molukse en in Utrecht (Kanaleneiland) op de Marokkaanse oudere migrant.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In januari 2011 is dit project van start gegaan. Het project komt voort uit de NUZO Themagroep Stem van de Oudere Migrant. De eerste stap was het opzetten van een lokaal netwerk van betrokken professionals, organisaties en instellingen en uiteraard de doelgroep per lokatie.

 

Per netwerk is een lokale projectleider aangesteld die onder andere het opzetten en onderhouden van dit netwerk tot taak heeft.

 

Per lokatie staat 1 specifieke oudere migranten groep centraal. Voor Tiel is dat de Molukse ouderen, voor Harderwijk de Turkse ouderen en voor Utrecht (Kanaleneiland) de Marokkaanse oudere migrant.

 

Per lokatie heeft de projectleider sleutelfiguren aangesteld passend bij het functieprofiel wat door de projectgroep hiervoor is opgesteld. Het gaat om 3 sleutelfiguren per lokatie, die gemiddeld 10 uur werken per week in deze functie.

 

Per lokatie dienen 120 ouderen (en dus ook per specifieke doelgroep) te worden geincludeerd. Deze ouderen worden voor een periode van 1,5 jaar gevolgd en op de tweede meting wordt het effect van de inzet van de sleutelfiguur, de verbeterprojecten en het netwerk geevalueerd en gekeken naar de effecten op onder mee kwaliteit van leven en zelfredzaamheid.

 

De sleutelfiguren worden begin september getraind aan de hand van een daarvoor ontwikkelde trainingsmodule en zullen per 1 oktober starten met hun werkzaamheden.

 

In maart 2011 is de promovenda op dit project gestart. Zij heeft zich gericht op het ontwikkelen van een logistiek onderzoeksplan, het vertalen van alle vragenlijsten en de Minimale Dataset. Op dit moment wordt daaraan de laatste hand gelegd zodat in oktober ook de eerste interviews kunnen worden afgenomen.

 

De interviews worden afgenomen door getrainde en ervaren onderzoeksassistenten die zowel Nederlands als de taal van de oudere migrant spreken. De vragenlijsten worden ook uitgedeeld aan de primaire mantelzorgers.

 

Ook is er een het projectondersteunende organisatiestructuur, waarin onder andere een adviesraad, een projectgroep en een onderzoeksgroep, gestart die tot doel heeft het project zo goed mogelijk te laten verlopen, teneinde de doelstellingen binnen de gestelde tijd te halen.

 

Kortom, klaar om te starten!

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond

Oudere niet-westerse migranten zijn een kwetsbare groep met een slechtere leefstijl, meer taalproblemen en analfabetisme, en een sociaal economische achterstand. Ook op gezondheidsgebied zijn oudere migranten kwetsbaar: ze hebben een slechtere algemene gezondheid, hogere prevalentie van angst en depressie, vaker zelfzorgproblemen en het eigen sociaal netwerk voor zorgtaken is zwaar belast. Op grond hiervan ligt het voor de hand dat oudere migranten ook meer gebruik maken van zorg- en welzijnsvoorzieningen. Echter, de toeleiding van oudere migranten naar deze instellingen stagneert. Zij hebben vaak weinig kennis over eigen lichaam en ziekte en over de zorg- en welzijnsvoorzieningen in Nederland, en maken er vaak minder gebruik van. Door verscheidene initiatieven is geprobeerd deze toeleiding te verbeteren, maar tot nu toe met weinig succes. Deze initiatieven waren vaak van tijdelijke aard en gericht op een domein (zorg, welzijn of wonen), terwijl de problemen van de oudere migrant vaak een samenspel zijn van kwetsbaarheid op meerdere vlakken.

Anno 2009 signaleert het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM) nog steeds problemen met de toeleiding van oudere migranten naar bestaande zorg en welzijns voorzieningen. Mogelijke oorzaken zijn het feit dat het aanbod onvoldoende is afgestemd op de cultuurspecifieke specifieke wensen en behoeften van oudere migranten. De voorzieningen zijn volgens de oudere migranten daardoor vaak moeilijk toegankelijk, en de doelgroep wordt nauwelijks betrokken bij de ontwikkeling van het zorgaanbod. Door onderutilisatie van voorzieningen en hulpmiddelen verslechtert de lichamelijke en geestelijke gezondheid en kwaliteit van leven van oudere migranten.

In dit transitieproject wordt getracht door de inzet van sleutelfiguren uit de eigen gemeenschap de toeleiding naar de bestaande zorg en welzijns voorzieningen te verbeteren. Daarmee sluit de transitie nauw aan bij de belangrijkste aanbeveling van NOOM, namelijk dat bij initiatieven gericht op een betere gezondheid primair uitgegaan moet worden van het probleemoplossend vermogen van de oudere migranten zelf.

 

De vraagstellingen van dit transitieproject zijn: leidt het gestructureerd inzetten van sleutelfiguren uit de migrantenmeenschap

1) Tot een beter gebruik van lokale zorg- en welzijninstellingen door oudere migranten en hun mantelzorgers

2) Tot een betere aansluiting van het aanbod van lokale zorg- en welzijninstellingen op de wensen en behoeften van de doelgroep

3) Tot een hogere kwaliteit van leven en minder verlies van zelfredzaamheid bij oudere migranten,

 

Opzet

Niet gerandomiseerde interventie studie met controlegroep vergelijking.

 

Doelgroep

Oudere zelfstandig wonende migranten van 55 jaar en ouder uit vier wijken in gemeenten uit de NUZO regio (Ijsselstein, Tiel, Harderwijk en Utrecht),

 

Interventie

De kern van de beoogde transitie is het gestructureerd inzetten van sleutelfiguren uit de lokale gemeenschap van de migranten in het contact met het bestaande lokale zorg- en welzijnsnetwerk. Zij hebben een vertrouwensband met de oudere migranten, en zijn in staat om bruggen te slaan naar vertegenwoordigers van betrokken instellingen. Zij vormen een intermediair voor de belangen en wensen van de oudere migranten op het gebeid van zorg en welzijn, en proberen deze samen met hen te verwezenlijken.

De sleutelfiguur inventariseert de wensen en behoeften via individuele huisbezoeken en algemene voorlichtingsbijeenkomsten. Hij vormt rond een bepaald thema een gespreksgroep van oudere migranten, en inventariseert samen met hen de ervaren problemen in het bestaande aanbod. De themagroep zoekt contact met de betrokken instellingen en maakt afspraken, die uitmonden in verbeterprojecten.

 

Uitkomstmaten

Primaire uitkomstmaat is een verbetering in het gebruik van zorg en welzijns voorzieningen (gemeten aan de hand van de MDS vragenlijst)door oudere migranten , secundair de ervaren kwaliteit van leven (SF 12 en Euroqol) en functionele beperkingen (Katz 15).

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website