Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

ELZHA (Eerstelijns Zorggroep Haaglanden) heeft in 12 huisartsenpraktijken in de Haagse regio 3 zelfmanagementinterventies, Motivational Interviewing, DIEP en Conversation Maps, getest bij patiënten met diabetes mellitus type 2. Het doel was aanbevelingen te doen over welke interventie het beste ingezet kan worden bij welke patiëntenpopulatie, zodat de patiënt meer grip krijgt op zijn ziekte en de patiënt uiteindelijk ook minder complicaties krijgt.

De belangrijks conclusies die ELZHA na afloop van het project kan vaststellen zijn als volgt. Zelfmanagement was voor de meeste deelnemers aan dit project een abstract begrip. De praktijkondersteuners zijn primair gefocust op het overbrengen van praktische informatie, “zenden”, controleren van de gezondheidstoestand van de patiënt en het behandelen van klachten. De aanzet om patiënten te stimuleren tot zelfmanagement vraagt ander gedrag zowel van de hulpverlener als de patiënt. De rol van de hulpverlener is dan meer coachend en de patiënt heeft kennis van de chronische ziekte en realiseert zich dat hij zelf invloed heeft op het voorkomen van klachten en achteruitgang van de chronische aandoening( invloed op leefstijl). Deze “gewenste” verandering van gedrag van hulpverleners en patiënten is weerbarstig. Wij staan nog aan het begin van deze cultuuromslag om het denken en handelen van Ziekte en Zorg om te buigen naar Gezondheid en Gedrag. Dit is ons inziens de belangrijkste les bij het uittesten van de verschillende zelfmanagementinterventies. De uitdaging voor de zorggroep is nu om het gedachtegoed van zelfmanagement/diseasemanagement tussen de oren van de zorgverleners te krijgen. Welke interventie praktijkondersteuners ook inzetten, het motiveren van patiënten en het volhouden van gestelde doelen is een moeizaam proces. Praktijkondersteuners benadrukken dat alleen met hele kleine stappen het lukt om een positieve verandering bij patiënten te realiseren. Vooral wanneer patiënten geen opvolging geven aan de adviezen en afspraken, weten praktijkondersteuners vaak niet verder te komen met de patiënt.

De aanbeveling voor de zorggroep is om groepsinterventies die aansluiten bij de dagelijkse leefsituatie van de patiënten met een chronische ziekte, wijkgericht verder uit te bouwen zodat ingespeeld kan worden op de verschillende (benaderings-)behoeftes van de verschillende populaties in de Haagse regio. ELZHA heeft mede op basis van de ervaring met de interventie Conversation Maps een integrale aanpak van leefstijlbegeleiding als onderdeel van de pilot Cardiovasculair Risicio Management in de Wijk, verder uitgewerkt en zal dit voor de overige praktijken op het gebied van diabetes mellitus type 2 ook verder worden geïmplementeerd.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De taakstelling van het project is concreet gemaakt door het uittesten van drie zelfmanagementinterventies in 12 praktijken in de Haagse regio. De drie interventies die zijn geselecteerd zijn Motivational Interviewing, DIEP Diabetes Educatie Programma en Conversation Maps.

 

Motivational interviewing (MI)

Alle deelnemers, huisartsen en hun praktijkondersteuner (POH) en enkele diëtisten hebben de gesprekstraining MI gevolgd. De trainingssessie werd gezamenlijk gevolgd door de huisarts, POH en enkele diëtisten. De praktijken uit de achterstandswijken hebben geoefend met casuïstiek gebaseerd op een multiculturele context.

 

DIEP, Diabetes Educatie Programma

DIEP biedt POH’s de mogelijkheid om patiënten door te verwijzen naar een site met actuele betrouwbare informatie over diabetes, ervaringsverhalen van patiënten, veel visuele informatie en eenvoudige teksten. DIEP is een goed hulpmiddel voor patiënten bij wie recent diabetes is geconstateerd, of in een nieuwe fase van de ziekte terecht komen. Voor mensen die al langer diabetes hebben sluit DIEP niet aan, “informatie is vaak bekend”.

 

Conversation Maps (CM)

CM is een groepsinterventie. Het werken met groepen patiënten is nieuw voor alle huisartsen, POH’s en diëtisten. De POH’s vonden het spannend en zijn gestart met groepen bestaande uit autochtone patiënten die goed Nederlands spraken. De praktijken in achterstandswijken hebben een aantal keren gebruik gemaakt van de inzet van een consulent diversiteit om de taalbarrière te overbruggen. Patiënten krijgen meer inzicht door de plaatjes en zien dat alles met elkaar in verband staat.

Een uitdaging bij het inzetten van de interventies, zeker ook de groepsinterventie CM was om patiënten zover te krijgen dat ze deelnamen aan de interventie. Uiteindelijk kan van een redelijke opkomst worden gesproken.

 

Door het uitzetten van de drie verschillende interventies in de 12 praktijken met een verschillende populatie hebben we een aanzet gegeven om zelfmanagement concreet toe te passen in de praktijk. Een samenvatting van de belangrijkste geleerde lessen:

1.MI

De POH’s vinden het consequent toepassen en uitlokken van verandertaal moeilijk. Er blijft onzekerheid bestaan om nieuwe vaardigheden toe te passen en de oude werkwijze los te laten.

2. DIEP

POH's ervaren weinig voordelen van DIEP in de dagelijkse praktijk: Patiënten hebben aansporing nodig om zelf informatie te gaan lezen op DIEP. Hun reactie is dat Patiënten zeggen; ik kan het jou toch ook vragen". De reacties van patiënten over DIEP zijn positief. DIEP kan bijdragen aan zelfmanagement bij de patiëntengroep die beschikt over internet en het Nederlands vaardig is. Het zelfmanagement start bij een goed geïnformeerde patiënt met kennis van de ziekte, zich bewust is van de gevolgen van de ziekte en die genegen is om zelf actief op zoek te gaan naar informatie/kennis. DIEP is niet geschikt voor laaggeletterden.

3 CM

Door de interactie in de groep (3 tot 8 personen) krijgen de POH's terug of patiënten de informatie goed hebben begrepen. Praktisch gezien is de toepassing van CM lastig. De praktijkvoering is ingericht op consultverlening in een één op één relatie patiënt en hulpverlener. Bij het inzetten van CM is tijd nodig om te plannen, een ruimte regelen en mensen te motiveren die willen deelnemen.

Veel POH’s vinden dat de patiënt veel centraler staat dan in een consult. POH’s komen door de groepsdynamiek en de spelvorm meer te weten over hun patiënten. CM verandert de band tussen de patiënten en POH’s en patiënten zeggen zich meer gehoord en begrepen te voelen.

 

Conclusie

Zelfmanagement was voor de meeste deelnemers aan dit project een abstract begrip. De POH's zijn primair gefocust op het overbrengen van praktische informatie “zenden”, controleren van de gezondheidstoestand van de patiënt en het behandelen van klachten. De aanzet om patiënten te stimuleren tot zelfmanagement vraagt ander gedrag zowel van de hulpverlener als de patiënt. De rol van de hulpverlener is dan meer coachend en de patiënt heeft kennis van de chronische ziekte en realiseert zich dat hij zelf invloed heeft op het voorkomen van klachten en achteruitgang van de chronische aandoening(invloed op leefstijl). Deze “gewenste” verandering van gedrag van hulpverleners en patiënten is weerbarstig. Wij staan nog aan het begin van deze cultuuromslag om het denken en handelen van Ziekte en Zorg om te buigen naar Gezondheid en Gedrag. De uitdaging voor de zorggroep is nu om het gedachtegoed van zelfmanagement/diseasemanagement tussen de oren van de zorgverleners te krijgen.

Welke interventie POH’s ook inzetten, het motiveren van patiënten en het volhouden van gestelde doelen is een moeizaam proces. POH’s benadrukken dat alleen met hele kleine stappen het lukt om een positieve verandering bij patiënten te realiseren. Vooral wanneer patiënten geen opvolging geven aan de adviezen en afspraken, weten POH’s vaak niet verder te komen met de patiënt.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de oorspronkelijke subsidieaanvraag lag de focus van het project Diseasemanagement bij patienten met Diabetes type 2 met name op aanpassen van de ICT. Bij de honorering heeft ELZHA van ZonMw de opdracht meegekregen ook aandacht te geven aan zelfmanagement en preventie. Dit is vervolgens gedaan in een nieuw Plan van Aanpak. Het ICT vraagstuk wordt overigens ook binnen de lopende zaken van ELZHA verder uitgewerkt.

 

Voor het opstellen en uitvoeren van het nieuwe Plan van Aanpak is een projectgroep ingericht. Hierin zijn verschillende beroepsgroepen vertegenwoordigd, zoals huisartsen, praktijkondersteuners, diabetesverpleegkundigen en dietisten.

 

In het nieuwe Plan van Aanpak staat beschreven hoe ELZHA zelfmanagement gaat inzetten binnen de deelnemende huisartsenpraktijken. Hierbij wordt gekeken naar de behoefte van patiënten en hun mogelijkheden tot zelfzorg, zodat uiteindelijk kwalitatief betere diabeteszorg geleverd wordt.

Dit gebeurt in twee fases: eerst wordt in zes praktijken drie verschillende vormen van zelfmanagement uitgeprobeerd:

- Motivational Interviewing

- DIEP

- Conversation Maps

De deelnemende praktijken zijn/worden van juni t/m sept 2010 getraind om deze interventies (vormen van zelfmanagement) in te kunnen zetten bij de door hun geselecteerde patiënten. Vanaf de zomer 2010 worden de interventies ingezet.

Vervolgens doet ELZHA, naar aanleiding van de bevindingen hiervan aanbevelingen over welke interventie het beste ingezet kan worden bij welke patiënten in de Haagse regio. Daarna vindt bredere uitrol van Zelfmanagement binnen de praktijken van ELZHA plaats, dit betekent dat op termijn alle praktijken van ELZHA een vorm van zelfmanagement aan hun patienten kunnen aanbieden.

 

ELZHA zou de interventies in de pilotfase graag in meerdere praktijken uitproberen, met name ook in achterstandswijken. Het projectbudget is hiervoor echter niet voldoende. Bekeken is/wordt of er aanvullende financiering verkregen kan worden. Aangezien het project verschoven is richting het onderwerp zelfmanagement is de oorspronkelijk begroting sowieso hierop aangepast.

 

Onderdeel van het project is verder dat ELZHA meewerkt aan het evaluatieonderzoek dat uitgevoerd wordt door het iBMG. Hiervoor moeten de deelnemende huisartsen en praktijkondersteuners en de deelnemende patienten op verschillende momenten vragenlijsten invullen. Het is gebeleken dat deze vragenlijsten moeilijk zijn om in te vullen en dat ze niet zijn aangepast aan (allochtone) patienten die een andere cultuur hebben en de nederlandse taal slecht spreken en lezen.

 

Vanwege personeelstekort in 2009 en een fusie tussen Zorggroep Haaglanden en HAZEL eind 2009 heeft het project enige vertraging opgelopen. In het eerste half jaar van 2010 is deze achterstand ingelopen, o.a. doordat vanaf november 2009 een projectmedewerker bij ELZHA is komen werken.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

ELZHA verwacht, middels het project, de volgende resultaten te kunnen bereiken:

 

Alle praktijken aangesloten bij zorggroep ELZHA werken in 2011 volgens de NDF zorgstandaard en zijn zich dit ook bewust.

 

In 2011 is bij de deelnemende praktijken aan de pilot zelfmanagement bij 1/3 van de totale diabetespatiënten, indien mogelijk, een zelfmanagementinterventie ingezet.

 

In april 2011 zijn in 14 praktijken maximaal 3 zelfmanagementinterventies uitgeprobeerd waaraan per praktijk 1/3 van de totale diabetespatiënten heeft deelgenomen.

 

De definitie en missie en visie op zelfmanagement in de Haagse regio is beschreven. Hierbij komt

in ieder geval het volgende aan bod:

• Waarom zelfmanagement een goed middel is in de behandeling van de diabetespatiënt;

• De houding die de huisarts, POH en assistente nodig hebben om zelfmanagement tot een succes te kunnen brengen is omschreven.

 

Er is in 2011 een plan ontwikkeld voor de scholing van huisartsen en POH’s van de deelnemende praktijken. In de najaarsscholing van 2010 wordt ook aandacht besteed aan zelfmanagement. Deelnemers kunnen dan kort kennismaken met de 3 interventies die in het project ingezet worden.

 

Tijdens de pilot hebben alle deelnemende huisartsen en praktijkondersteuners binnen twee maanden na de start “motivational interviewing” gevolgd.

 

Na afloop van de pilot is er voor de zorggroep omschreven op welke wijze zelfmanagement voor de regio Haaglanden het beste ingezet kan worden, hierbij wordt rekening gehouden met de verschillende soorten praktijken en patiënten. Praktijken krijgen via de website van ELZHA inzicht in welke vormen van zelfmanagement(interventies) er zijn en hoe zij deze kunnen inzetten in hun praktijk.

 

Er zijn richtlijnen om zelfmanagement te organiseren in de praktijk.

 

De richtlijnen zijn helder omschreven en toetsbaar voor ELZHA tijdens visitatierondes.

 

Omschreven is welke professionals zelfmanagement interventies aanbieden/geven aan patiënten (huisarts/POH/assistente) en welke kennis hiervoor nodig is en hoe deze te verkrijgen is.

 

De praktijken die deel hebben genomen aan de pilot treden op als mentor voor de overige praktijken die hier mee ( willen) starten.

 

Voor aanvang van de pilot is onderzocht welke soorten zelfmanagementinterventies er zijn.

Er is in overleg met de pilotpraktijken een selectie gemaakt welke interventies ingezet (kunnen) worden in de regio Haaglanden in de deelnemende praktijken. Hierin is een specifieke uitwerking gegeven aan de mogelijkheden en toepassing van zelfmanagement bij achterstandspraktijken (bijvoorbeeld de schilderswijk) in samenwerking met het STIOM.

Zowel interventies op individueel- als groepsniveau worden geselecteerd. Daarbij is maatwerk, voor zowel de professional, als de patiënt, een belangrijk criterium.

 

Onderdeel van de pilot is het deelnemen aan het onderzoek van het iBMG. Binnen ELZHA zijn bij een aantal praktijken (inclusief deelnemende praktijken aan de pilot Zelfmanagement) patiëntenenquêtes (bijvoorbeeld cq index) uitgezet. Wanneer, op basis van de uitkomsten van deze enquêtes, blijkt dat hier behoefte aan is, worden onderdelen binnen de zorg aangepast.

 

Binnen de pilotfase is een zorgvuldige selectie van patiënten gemaakt waarop een interventie wordt toegepast die bij hen past, kortom maatwerk. Er is een indeling in verschillende groepen patiënten:

- Zelfmanagers;

- Lichte begeleiding;

- Intensieve begeleiding;

- Intensieve begeleiding bij patiënten met taal- en/of begripsachterstand en/of cultuurverschil

 

Alle praktijken aangesloten bij ELZHA zijn gedurende het hele project geïnformeerd over het doel en de stand van zaken van het project, o.a. middels de website, een nieuwsbrief, en tijdens de verplichte scholing.

 

De ambitie is om een pilot uit te voeren bij ongeveer 14 praktijken. Er is een start gemaakt met 6 praktijken( waarvan twee praktijken met meerdere huisartsen).De verbreding met deelnemende praktijken met achterstandproblematiek is afhankelijk van de toekenning van aanvullende subsidie. Praktijken die meedoen aan de pilot, zijn een motiverende en stimulerende factor voor de overige praktijken bij implementatie van zelfmanagement zorggroep breed. De huisarts en de praktijkondersteuner heeft in het geheel een actieve rol.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Zorggroep Haaglanden levert huisartsenzorg voor chronische patiënten conform de landelijke huisartsenrichtlijnen met een persoonsgerichte benadering, integraal en toegankelijk.

Op dit moment is het speerpunt van de Zorggroep de diabeteszorg.

 

Het garanderen van kwalitatief goede diabeteszorg blijkt lastig. De voornaamste oorzaken hiervan zijn enerzijds het veelal ontbreken van samenhang en coördinatie binnen de keten en anderzijds de verschillende manieren waarop zowel het leveren van de diabeteszorg als de vraag om deze zorg plaatsvindt. Om grote problemen in de nabije toekomst in bereikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van diabeteszorg te voorkomen, moet nu worden ingegrepen en moeten veranderingen in de organisatie van de zorg worden doorgevoerd. Een oplossing voor deze problematiek is het invoeren van een keten-dbc voor de diabeteszorg. Een keten-dbc diabetes beschrijft de geïntegreerde zorg aan diabetespatiënten en is een instrument voor structurele bekostiging van standaard diabeteszorg in de keten. De Zorggroep heeft als doel om met haar ketenpartners te werken aan een efficiënt lopende dbc-keten. Hierbij is het van groot belang dat alle partijen zich inspannen om gezamenlijk te werken aan navolging van de landelijk geldende zorgstandaard.

 

De ketenpartners worden tevens ingezet bij het overdragen van specifieke kennis over hun specialisme tijdens scholingsbijeenkomsten, aangezien het op- en uitbouwen van deskundigheid één van de diensten is die Zorggroep Haaglanden aanbiedt aan haar leden.

 

Bij het leveren van zorg aan diabetespatiënten wordt de NHG/NDF-standaard gevolgd. Het werken volgens de NHG/NDF-standaard levert voor de 106 huisartsen en de ketenpartners van de Zorggroep nog de nodige problemen op. Dit komt omdat de software van de registratiesystemen nog niet is aangepast. Hierdoor is het op Zorggroep niveau lastig om de juiste gegevens per kwartaal te generen ten behoeve scholing, visitatie en managementinformatie.

 

Om binnen de Zorggroep Haaglanden te kunnen sturen op kwantitatieve gegevens wordt er een managementtool ontwikkeld in Excel. De gegevens welke door de huisartsen vanuit de HIS-sen (Huisartsen Informatie Systemen) worden aangeleverd, worden handmatig in een Excelsheet per huisarts verwerkt. Op basis van de aangeleverde gegevens wordt de managementinformatie gegenereerd. Deze informatie per huisarts wordt vervolgens geaccumuleerd in een totaal sheet, waardoor het totaal per Zorggroep inzichtelijk wordt. Op Zorggroep niveau proberen we helder te krijgen wat de totale DM populatie is en wat de daadwerkelijke meetwaarden zijn, zodat wij dit kunnen gebruiken ten behoeve van kwaliteitsverbetering. Ons is echter gebleken dat huisartsen het zeer lastig vinden om de patiëntgegevens op een adequate manier in het systeem te registreren en daardoor is het moeilijk om de juiste output (indicatoren) te verkrijgen.

 

Indien de Zorggroep in 2009 direct zal gaan declareren bij de zorgverzekeraar, zal zij hiervoor gegevens moeten ontvangen van de huisartsen. Om de huisartsen naast de aanlevering van de kwantitatieve gegevens uit de HIS-sen niet extra te belasten met gegevensaanlevering, is binnen de werkgroep ICT gebrainstormd over het feit of het mogelijk is om deze gegevens te extraheren uit de kwantitatieve gegevens, welke reeds periodiek aangeleverd worden. Dit zou mogelijk zijn, echter er dient nader onderzocht te worden welke indicatoren hiervoor gebruikt kunnen worden in relatie tot de in 2009 geldende declaratiemethodiek.

 

Indien ervoor gekozen zou worden om de gegevens die periodiek reeds aangeleverd worden te gebruiken, zou het wenselijk zijn om een koppeling te bouwen tussen de managementinformatie en de financiële verwerking.

 

Daarnaast kunnen de gegevens die periodiek worden aangeleverd ook worden aangewend ten behoeve van scholing, visitatie en managementinformatie door middel van onder andere de juiste softwareapplicaties.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website