Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Mensen ervaren regelmatig bijwerkingen van medicijnen. Uit eerder onderzoek blijkt dat vrouwen vaker bijwerkingen ervaren dan mannen. Het doel van dit project was om de kennis over verschillen tussen mannen en vrouwen in bijwerkingen te vergroten.

 

Allereerst hebben we een overzicht gemaakt van mogelijke verschillen tussen mannen en vrouwen in bijwerkingen die gemeld zijn bij het Nederlands bijwerkingencentrum Lareb. Bij 15% van de gemelde bijwerkingen voor specifieke medicijnen zagen we mogelijke man-vrouw verschillen. In de meeste gevallen waren er meer meldingen voor vrouwen. Het gaat dan onder andere om bijwerkingen bij medicijnen, die voorgeschreven worden voor schildklieraandoeningen, gewrichtsontstekingen, depressie en ADHD. Voor vrouwen worden daarnaast vaak andere bijwerkingen gemeld dan voor mannen. Zo hadden vrouwen vaker last van misselijkheid, haaruitval, hoofdpijn, duizeligheid en hartkloppingen. Mannen hadden vaker last van agressie, seksuele problemen, koorts, pees problemen en oorsuizen.

 

Vervolgens hebben we nader gekeken naar verschillen tussen mannen en vrouwen in bijwerkingen van medicijnen, die veel door patiënten met type 2 diabetes worden gebruikt. Hieruit bleek dat de verschillen tussen mannen en vrouwen in het ervaren van bijwerkingen over de tijd kunnen afnemen. Mogelijk spelen hierbij verschillen in de aanpassing van doseringen een rol. Daarnaast kan het zijn dat vrouwen vaker overstappen naar andere middelen of stoppen met bepaalde medicijnen. Uit ons onderzoek bleek namelijk dat vrouwen vaker lagere doseringen van deze medicijnen voorgeschreven kregen. Daarnaast bleek dat ze deels ook minder en andere medicijnen voor diabetes, bloeddrukverlaging en cholesterolverlaging kregen voorgeschreven.

 

Tenslotte hebben we voor een selectie van 9 medicijnen onderzocht in hoeverre de door ons gevonden man-vrouw verschillen in bijwerkingen beschreven waren in officiële documenten. Dit zijn documenten die gebruikt worden bij de toelating en regulering van medicijnen in Nederland. Het bleek dat over deze medicijnen weinig informatie was te vinden over man-vrouw verschillen in deze documenten.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De belangrijke resultaten van dit project zijn:

- Bijwerkingen worden vaker gemeld voor vrouwen dan voor mannen bij het Nederlands bijwerkingencentrum Lareb in de periode 2003-2016. De meeste man-vrouw verschillen in bijwerkingen zijn gevonden voor de volgende medicijnen: statines, schildklierhormonen, TNF-alfa remmers, SSRIs/antidepressiva en centraal werkende sympaticomimetica. Bijwerkingen die bij diverse medicijnen vaker gemeld worden voor vrouwen zijn o.a. misselijkheid, haaruitval, hoofdpijn, duizeligheid en hartkloppingen. Bijwerkingen die bij diverse medicijnen vaker gemeld worden voor mannen zijn o.a. agressie, seksuele disfunctie, koorts, peesruptuur, tinnitus (oorsuizen) en overlijden. De gevonden man-vrouw verschillen in bijwerkingen blijken zowel uit meldingen van patiënten als uit meldingen van zorgverleners. Dit wijst erop dat de verschillen niet komen door man-vrouw verschillen in meldgedrag.

 

- In officiële regulatoire documenten van 9 geneesmiddelen die veel door mensen met diabetes worden gebruikt, wordt weinig genoemd over mogelijke man-vrouw verschillen in werking of bijwerkingen. In de literatuur zijn wel onderzoeken te vinden over man-vrouwen verschillen in bijwerkingen en mogelijke verklaringen hiervoor. De resultaten van die onderzoeken komen deels overeen met onze bevindingen op basis van de meldingen bij Lareb.

 

- Zelf-gerapporteerde bijwerkingen zijn gedurende het eerste jaar na de start met medicijnen voor diabetes gevolgd bij ruim 3.000 mensen. Vrouwen meldden bij vijf van de zes onderzochte medicijnen/groepen vaker een bijwerking dan mannen. Voor twee type medicijnen, metformine en sulfonylureumderivaten, daalde het aantal meldingen over de tijd en nam het verschil tussen mannen en vrouwen in bijwerkingen na drie maanden af. Mogelijk spelen hierbij verschillen in de aanpassing van doseringen een rol; bij mannen leek er sprake te zijn van een sterkere verhoging in de doseringen. Voor DPP-4 remmers nam het aantal meldingen en het gender verschil niet af over de tijd en andere medicijnen lieten een meer variabel patroon zien.

 

- Het voorschrijven van glucose-, bloeddruk- en cholesterolverlagende medicijnen in de huisartsenpraktijk is bij ruim 27.000 mensen met type 2 diabetes onderzocht. Hieruit bleek dat er –na correctie voor leeftijd en comorbiditeit – verschillen tussen mannen en vrouwen zijn in de keuze en dosering van deze medicijnen. Vrouwen kregen bijvoorbeeld minder vaak metformine, gliclazide, ACE-remmers, calciumblokkers en atorvastatine voorgeschreven, terwijl ze vaker insulines, angiotensine-II-antagonisten en diuretica voorgeschreven kregen dan mannen. Voor diverse medicijnen (metformine, glimepiride, enalapril, simvastatine en rosuvastatine) kregen vrouwen vaker lagere doseringen voorgeschreven dan mannen.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van het project is de kennis over verschillen tussen mannen en vrouwen in bijwerkingen van medicijnen te vergroten. Eerder onderzoek heeft laten zien dat vrouwen meer bijwerkingen melden dan mannen. Ook is bekend dat het aantal gebruikers van een specifiek medicijn verschilt tussen mannen en vrouwen. Tot nu toe was onduidelijk voor welke gemelde bijwerkingen er verschillen tussen mannen en vrouwen waren en welke medicijnen dit betrof. In het eerste deel van het project hebben wij deze verschillen duidelijker in kaart gebracht. Wij hebben hierbij gebruik gemaakt van bijwerkingen die gemeld zijn aan het Nederlands bijwerkingencentrum Lareb. Alle meldingen van patiënten, artsen en apothekers over medicijnen in de periode 2003-2016 zijn meegenomen. In deze meldingen is gekeken naar de genoemde medicijnen en gemelde klachten/symptomen (bijwerkingen). In de analyses hebben wij rekening gehouden met het verschil tussen mannen en vrouwen in het aantal gebruikers van een specifiek medicijn. Deze informatie is verkregen uit de databank van het Genees- en hulpmiddelen Informatie Project van Zorginstituut Nederland. In totaal hebben wij 2.698 verschillende combinaties van medicijnen en bijwerkingen geïdentificeerd. Voor 371 van deze combinaties (14%) zijn statistisch significante verschillen tussen mannen en vrouwen gevonden. Voor 324 combinaties was het risico groter voor vrouwen en voor 47 combinaties was het risico groter voor mannen. Voor bepaalde groepen medicijnen en type bijwerkingen blijken verschillen tussen mannen en vrouwen meer uitgesproken dan voor andere. Dit onderzoek biedt hiervan een overzicht en gaat in op mogelijke verklaringen hiervoor.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van het eerste deel van ons project was om een overzicht te geven van verschillen tussen mannen en vrouwen met betrekking tot het krijgen van bijwerkingen. Het gaat hierbij om combinaties van medicijnen en bijwerkingen (klachten/symptomen). Voor dit onderzoek hebben wij gebruik gemaakt van bijwerkingen die gemeld zijn aan het Nederlands bijwerkingencentrum Lareb. In de analyses hiervan hebben wij rekening gehouden met het aantal mannelijke en vrouwelijke gebruikers per medicijn. Deze informatie hebben wij verkregen uit de Genees- en hulpmiddelen Informatie Project databank van Zorginstituut Nederland. Ons onderzoek bevestigd allereerst eerdere studies die laten zien dat vrouwen meer bijwerkingen melden dan mannen. Aanvullend laat ons onderzoek zien waar verschillen tussen mannen en vrouwen in specifieke medicijnen en type bijwerkingen zichtbaar zijn. Medicijnen met een naar verhouding hoog aantal bijwerkingen voor vrouwen en weinig bijwerkingen voor mannen zijn bijvoorbeeld de schildklierhormonen. Bijwerkingen die in het algemeen meer voorkomen bij vrouwen zijn bijvoorbeeld misselijkheid, haaruitval en hartkloppingen terwijl bijvoorbeeld peesruptuur, verminderde eetlust en agressie meer voorkomen bij mannen. Op dit moment worden de resultaten gedetailleerd opgeschreven en zullen aanvullende analyses worden uitgevoerd waarbij de meldingen van patiënten en zorgverleners los van elkaar worden bekeken.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Adverse drug reactions (ADRs) are common in clinical practice, especially in patients with chronic diseases using multiple drugs. Patient characteristics, including gender, may influence the occurrence of ADRs. Gender differences can be due do to biological, physiological, social, behavioural and cultural aspects, which may influence experiencing as well as reporting of ADRs. In general, females appear to have a higher risk for ADRs than males, but current knowledge about gender differences is inconsistent and incomplete.

In this project, we aim to conduct a knowledge synthesis to identify gaps in evidence and improve our understanding of the inconsistencies in evidence. We will first conduct a systematic quantitative analysis of the spontaneously reported ADRs to the Netherlands pharmacovigilance centre Lareb to assess the extent of potential gender differences in drug-ADR associations in the Netherlands. Next, we will explore factors that may explain gender differences in ADRs (i.e. differences in pharmacokinetics/ pharmacodynamics/drug effects, differences in reporting/identifying ADRs, differences in drug exposure/use/dosing) in a case study, using oral blood glucose-lowering drugs as an example.

For this case study, we will use data from a number of sources. These include the clinical trial files available at the Dutch Medicines Evaluation Board (CBG-MEB) as well as the post-marketing data about ADRs from the spontaneously reported ADR database of Lareb and from Lareb Intensive Monitoring (LIM). LIM provides patient-reported data about ADRs for selected drugs, among which oral blood glucose-lowering drugs at several time points after initiation. Data about drug prescribing will be collected from the Genees- en hulpmiddelen Informatie Project (GIP), being made available to Lareb, and the Groningen Initiative to Analyse Type 2 diabetes Treatment (GIANTT) database.

 

This project will provide a summary of drug-ADR associations with potential relevant gender differences, and better insight in the factors that may explain such differences. The knowledge summary will be transferred to a wider audience with specific hypotheses and/or suggestions for further studies. The insight in the factors that may explain gender differences will be used to recommend specific types of pre- and post-marketing studies to increase our knowledge about gender differences in ADRs.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website