Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In veel Westerse landen leven vrouwen langer dan mannen, maar met meer ongezonde jaren. Dit wordt de ‘female disadvantage’ genoemd. De eerste stap in het project bestond uit het inzichtelijk maken of en hoe mannen en vrouwen verschillen in lichamelijk, emotioneel en cognitief functioneren bij het ouder worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van twee langlopende verouderingsstudies, de Longitudinal Aging Study Amsterdam en de Doetinchem Cohort Studie. Uit de resultaten blijkt dat de ‘female disadvantage’ het grootst is voor lichamelijk functioneren. Het is bekend dat een gezonde leefstijl in belangrijke mate bijdraagt aan gezond ouder worden en dat leefstijl verschilt tussen mannen en vrouwen. In de volgende stap van het project zal worden onderzocht in welke mate man/vrouw verschillen in blootstelling aan leefstijlfactoren, of verschillen in gevoeligheid voor de invloed van leefstijlfactoren, bijdragen aan de ‘female disadvantage’ in lichamelijk functioneren bij het ouder worden.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Longitudinale analyses laten zien dat vrouwen van 55 jaar en ouder consistent en significant slechter scoren op objectieve fysieke uitkomstmaten (zoals loopsnelheid) en meer depressie en angst-symptomen en een lagere algemene geestelijke gezondheid rapporteren vergeleken met mannen. Het man/vrouw verschil in fysiek functioneren verandert niet tijdens de veroudering. Echter, het man/vrouw verschil in mentale gezondheid wordt kleiner vanaf een leeftijd van 75 jaar, door een snellere daling in mentale gezondheid bij oudere mannen. Het man/vrouw verschil in zowel de fysieke als de mentale gezondheid verschilt niet tussen opleidingsniveaus, etnische groepen (Turks versus Marokkaans) en geboorte cohorten. Er is dus geen sprake van risicogroepen m.b.t. leeftijd, opleiding en etniciteit waar de “female disadvantage” het grootst is en het is een consistent fenomeen over verschillende generaties. Preventie en beleid om gezonde veroudering bij vrouwen te stimuleren is nodig en moet zich richten op alle (oudere) vrouwen. De volgende fase in dit onderzoek richt zich op het verklaren van het man/vrouw verschil in fysiek functioneren aan de hand van leefstijl-, sociale-, gezondheids-, en socio-demografische factoren.

In dit project zijn ook mogelijke verschillen in cognitieve achteruitgang tussen mannen en vrouwen vanaf middelbare leeftijd onderzocht. Om verschillen in cognitief functioneren tussen vrouwen en mannen te toetsen is gebruik gemaakt van longitudinale data analyses. Hierin hebben we niet alleen gekeken naar overall verschillen tussen vrouwen en mannen, maar ook naar vrouw-man verschillen binnen geboortecohorten en binnen strata van gelijk opleidingsniveau. We vonden dat vrouwen op alle leeftijden een significant beter geheugen, betere informatie verwerkingssnelheid, betere cognitieve flexibiliteit en daarmee betere globale cognitieve functie hebben dan mannen. Ter illustratie: de gemiddelde geheugen functie van 75-jarige vrouwen was vergelijkbaar met de gemiddelde geheugenfunctie van 68-jarige mannen. Voor informatieverwerkingssnelheid, flexibiliteit en globale cognitieve functie was dit verschil op 75-jarige leeftijd 1-2 jaar. Echter, vrouwen lieten met veroudering wel een snellere achteruitgang in geheugen en informatie verwerkingssnelheid zien ten opzichte van mannen: ongeveer 10% meer achteruitgang tussen 65-75 jaar. Op vloeibare intelligentie scoorden vrouwen juist slechter dan mannen, maar lieten een minder snelle achteruitgang zien. Voor de MMSE (een maat voor algehele cognitieve functie) vonden we geen overall vrouw-man verschillen. Wanneer we echter geboortecohorten en opleidingsniveaus apart bekeken, waren vrouw-man verschillen groter in latere geboortecohorten en tussen vrouwen en mannen met vergelijkbaar opleidingsniveau in het voordeel van de vrouwen. Daarnaast waren er nu geen duidelijke vrouw-man verschillen meer in cognitieve achteruitgang.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Gezond ouder worden en tot op hoge leeftijd een zelfstandig leven leiden is voor velen een streven. Gezond ouder worden is echter niet vanzelfsprekend en verloopt verschillend bij mannen en vrouwen. In veel Westerse landen leven vrouwen langer dan mannen, maar met meer ongezonde jaren. Dit wordt de ‘female disadvantage’ genoemd. Systematisch onderzoek naar de ‘female disadvantage’ bij veroudering ontbreekt, terwijl inzicht in de aard van de sekseverschillen en in de factoren die dit beïnvloeden, kan bijdragen aan het gezond(er) ouder worden van vrouwen.

 

Het is bekend dat een gezonde leefstijl in belangrijke mate bijdraagt aan gezond ouder worden en dat de leefstijl verschilt tussen mannen en vrouwen. Echter, hoe een man/vrouw verschil in blootstelling aan leefstijlfactoren, of een verschil in de gevoeligheid voor de invloed van leefstijlfactoren, precies bijdraagt aan de ‘female disadvantage’ is niet bekend. Het voorgestelde project zal deze vraag beantwoorden en onderzoekt bovendien hoe deze specifieke leefstijlfactoren het best verbeterd kunnen worden bij vrouwen. Met deze kennis kunnen interventie strategieën beter toegespitst worden op vrouwen. Nieuwe kennis uit dit project en de concrete aanbevelingen voor preventief beleid gericht op gezond ouder worden van vrouwen zullen verspreid worden onder relevante doelgroepen.

 

Het project is onderverdeeld in vijf stappen, waarbij in de eerste drie stappen gebruik gemaakt wordt van bestaande data van twee langlopende Nederlandse verouderingsstudies: de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) en de Doetinchem Cohort Study (DCS). In beide studies worden mannen en vrouwen, van verschillende leeftijdsgroepen en met verschillende sociaal-economische status (SES), reeds 25-30 jaar gevolgd op het gebied van gezondheid, functioneren en leefstijl. De leeftijd ranges van de twee studies zijn deels overlappend en vullen elkaar zodanig aan dat hiermee de volledige volwassen levensloop in beeld gebracht kan worden, en het verouderingsproces over een lange tijd bestudeerd kan worden. Een ander uniek aspect is dat LASA de eerste generatie Turkse en Marokkaanse ouderen omvat.

 

Stap 1 bestaat uit het karakteriseren van sekseverschillen in de trajecten van (on)gezond ouder worden, waarbij verschillende domeinen van veroudering worden bestudeerd: het fysieke domein, het cognitieve domein, het emotionele domein en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Hiermee maken we zichtbaar wanneer in het leven de ‘female disadvantage’ ontstaat, voor welke domeinen dit geldt (en voor welke niet), en of er verschillen zijn tussen subgroepen (SES, geboortecohort en etniciteit).

 

Voor de domeinen waar de ‘female disadvantage’ het grootst is, zal vervolgens worden nagegaan of en op welke wijze leefstijlfactoren daarbij een rol spelen op basis van de ‘exposure’ theorie (Stap 2) en/of de ‘vulnerability’ theorie (Stap 3). De exposure theorie zal worden getoetst door te onderzoeken of de ‘female disadvantage’ verklaard kan worden doordat vrouwen vaker worden blootgesteld aan bepaalde schadelijke leefstijlfactoren en/of minder aan beschermende leefstijlfactoren. De ’vulnerability’ theorie zal worden getoetst door te onderzoeken of de ‘female disadvantage’ verklaard kan worden doordat bij vrouwen de impact van bepaalde schadelijke leefstijlfactoren op de gezondheid groter is, of de impact van beschermende leefstijlfactoren kleiner is dan bij mannen.

 

Nadat scherper zicht is gekregen op de ‘female disadvantage’ en de rol van leefstijl hierin (stap 1-3), zal in samenspraak met vrouwen uit verschillende leeftijd en SES groepen worden nagegaan hoe deze informatie gebruikt kan worden om preventieve maatregelen optimaal in te zetten. Deze stap 4 is een ‘concept mapping’ studie. Tevens zal er speciale aandacht zijn voor deelname van vrouwen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond. De opvattingen over gezonde leefstijl en leefstijlveranderingen kunnen verschillend zijn voor deze vrouwen. Vervolgens zullen we in een groepsbijeenkomst met relevante stakeholders bestaande interventies op het gebied van leefstijl evalueren en mogelijke aanpassingen voorstellen aan de hand van de geïdentificeerde factoren vanuit de concept mapping studie. Door de actieve deelname van een heterogene groep vrouwen aan de concept mapping studie is het waarschijnlijk dat deze aanbevelingen zullen resulteren in interventie strategieën die ook daadwerkelijk haalbaar en effectief zullen zijn.

 

De laatste stap (stap 5) van dit project betreft de disseminatie van opgedane kennis naar alle relevante doelgroepen, het algemene publiek, gezondheidsprofessionals, beleidsmakers, studenten en onderzoekers, zodat zij kennis opdoen over sekse en gender verschillen bij (een gezonde) veroudering. Dit project levert praktische handvatten voor het bevorderen van het gezond ouder worden van Nederlandse vrouwen.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website