Projectomschrijving

Vraagstuk

Tijdens de COVID-19-pandemie zijn mensen de zorg gaan mijden. Daarnaast is de zorgcapaciteit veranderd door de maatregelen. Dalingen in het gebruik van (reguliere) eerstelijnszorg kunnen leiden tot schade aan de gezondheid door bijvoorbeeld laat gediagnosticeerde of onbehandelde hart- en vaatziekten of oncologische aandoeningen.

Onderzoek

Dit onderzoek geeft inzicht in het gebruik van eerstelijnszorg tijdens de COVID-19-uitbraak. Het legt bloot welke zorgvragen door patiënten en/of zorgverleners worden uitgesteld, het identificeert risicogroepen en achterhaalt de feitelijke redenen van zorgmijding.

Verwachte uitkomst

Resultaten van dit onderzoek dragen bij aan de ontwikkeling van strategieën om dalingen in zorggebruik bij potentiële opvlammingen van COVID-19 te beperken. Bovendien levert het onderzoek handvaten voor beleidsmakers, zodat zij nieuwe preventieve maatregelen kunnen afwegen tegen mogelijke neveneffecten.

Resultaten tot juli 2021

In het eerste afgeronde project laten wij zien dat het aantal consultaties met de huisarts rondom cardiovasculaire zorg met 40% is gedaald tijdens de eerste COVID-19 lockdown vergeleken met voorgaande, controlejaren. In de tweede helft van het jaar zien we hierin geen inhaalslag. De grootste daling wordt gezien in de zorg rondom cardiovasculaire preventie (hypertensie). Daarnaast zien we ook een significante daling in het aantal nieuwe gevallen van (de incidentie) atriumfibrilleren en angina pectoris. Er is geen significante daling in de incidentie van myocard infarct. Voor cerebrovasculaire uitkomsten zien wij een ander patroon, daar lijkt de incidentie van zowel tijdelijke (TIA: -37%) als aandoeningen met blijvende schade (beroerte : -29%) tijdens COVID-19 behoorlijk te zijn achtergebleven t.o.v. voorgaande jaren. Mogelijk komt dit omdat mensen deze acute neurologische aandoeningen minder goed herkennen dan acute hartproblematiek. Dat is zorgelijk, want het uitblijven van tijdige zorg voor deze aandoeningen kan grote blijvende gezondheidsschade opleveren voor individuele patiënten en de volksgezondheid. Uit het eerste afgeronde project komt naar voren dat 1 op 5 van de mensen in de algemene bevolking zorg heeft gemeden. Ook hier komt naar voren dat dit opvallend vaak symptomen betrof die op (acute) neurologische aandoeningen kunnen duiden, zoals gezichtsverlies, krachtsverlies in een arm of been en/of duizeligheid. In multivariate analysen hebben wij vervolgens onafhankelijke determinanten van zorgmijding kunnen vaststellen. Hieruit komt naar voren dat het met name de kwetsbaardere groepen in de samenleving zijn (ouderen, lager opgeleiden en chronische zieken) die zorg hebben gemeden – een groep die juist de meeste aandacht en zorg nodig heeft.

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website