Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Patiënten met ‘coronavirus disease 2019’ (COVID-19) kunnen ‘acute respiratory distress syndrome’ (ARDS) ontwikkelen, waarvoor vaak beademing moet worden gestart. Er bestaan onzekerheden hoe beademing het beste kan worden toegepast bij ernstig zieke COVID-patiënten. De twee belangrijkste vragen hierbij zijn met welke druk er moet worden beademd, en hoe snel een patiënt actief te laten ademen in plaats van passief te beademen.

Bij de beademing van ARDS-patiënten lijkt het aantrekkelijk om dit onder een constant hoge druk te doen, met behulp van ‘positive end-expiratory pressure’ (PEEP), omdat dit de gaswisseling kan vergemakkelijken. Het is echter de vraag of deze strategie wel werkt bij COVID-patiënten, omdat zij ook vaak bloedproppen in de longvaten ontwikkelen. Beademing onder een constant hoge druk heeft ook nog eens als nadeel dat de nog gezonde delen van de long worden overblazen, wat op zich weer schade veroorzaakt. Dit zou bij COVID-patiënten wel eens een groter probleem kunnen zijn dan bij patiënten met een andere vorm van ARDS.

In het verleden neigden we ertoe om ARDS-patiënten voor meerdere dagen ‘te verslappen’ met als doel de beademing zo veel mogelijk te kunnen sturen. Recent onderzoek suggereert echter dat dit geen voordeel oplevert, en er zijn zelfs aanwijzingen dat ARDS-patiënten baat hebben bij zo snel mogelijk actief te ademen (met hulp van een beademingsmachine, pressure support) in plaats van passief beademt te blijven (door een beademingsmachine). Ook hier is de vraag of dit wel van toepassing is op COVID-patiënten.

In de eerste en tweede golf van COVID-patiënten in Nederland zijn de ‘PRactice of VENTilation in COVID-19’ (PRoVENT-COVID) en de ‘PRactice of Adjunctive Therapies in COVID-19’ (PRoAcT-COVID) studies uitgevoerd, twee studies van elk > 1000 patiënten. Deze studies hadden als focus initiële (PRoVENT-COVID) en late beademingsinstellingen (PRoAcT-COVID), en kunnen daarom gebruikt worden om de volgende vragen te beantwoorden:

• Met hoeveel PEEP werden COVID-19 patiënten beademd, in de eerste en tweede golf in Nederland, in de eerste dagen van de behandeling en daarna, en wat was de invloed hiervan op de uitkomst?

• Hoe vaak en hoe lang werden COVID-19 patiënten verslapt, in de eerste en tweede golf in Nederland, in de eerste dagen van de behandeling en daarna, en wat was de invloed hiervan op de uitkomst?

• Hoe snel was de switch naar pressure support bij COVID-19 patiënten, in de eerste en tweede golf in Nederland, en wat was de invloed hiervan op de uitkomst?

Door gebruik te maken van de data van deze twee studies zijn we in staat om een gericht en accuraat antwoord te geven op bovenstaande vragen. Deze antwoorden vullen het huidige kennishiaat, en kunnen worden gebruikt om de beademingsrichtlijn voor beademing van COVID-patiënten aan te passen.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website