Projectomschrijving

Cijfers uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten tonen aan dat onder bepaalde migrantengroepen COVID-19 vaker voorkomt en ernstiger verloopt. Waarschijnlijk heeft deze ongelijkheid te maken met het vaker voorkomen van aandoeningen als diabetes door overgewicht, een oververtegenwoordiging in essentiële beroepen (bijvoorbeeld verpleegkundigen), lager opleidingsniveau, een minder goede beheersing van de taal van het land waarin ze wonen, woonomstandigheden en manieren om hulp te zoeken (bijvoorbeeld angst om in een ziekenhuis besmet te worden). De geplande studie zal het vóórkomen en de ernst van COVID-19 verschillen tussen migrantengroepen en autochtone Nederlanders laten zien.

Het aantal infectiegevallen en ziekte-uitkomsten zullen onder andere via een lopende grote Amsterdamse studie onder migrantengroepen onderzocht worden: de HELIUS studie. In deze studie, aangevuld met andere kleinschaliger onderzoeken, wordt informatie verzameld over hoe informatie over de maatregelen tegen verspreiding deze migrantengroepen bereikt en of zij de adviezen ook opvolgen. Daarnaast wordt nagegaan wat de impact is van deze maatregelen op individuele levens, in het bijzonder op welzijn en gebruik van niet-COVID gezondheidszorg.

Met deze studie kunnen de ernst en de gevolgen van de pandemie voor migrantengroepen in Nederland duidelijk gemaakt worden. Zo worden ook mogelijke aangrijpingspunten voor beleid en eventuele noodzaak voor specifieke maatregelen helder, met als doel het aantal infecties te verminderen en de prognose van degenen die besmet zijn te verbeteren.

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website