Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het coronavirus heeft het dagelijks leven van mensen met beperkingen veranderd. Veel van de meer dan 70.000 mensen met beperkingen die langdurige zorg krijgen en op een woonlocatie wonen, hebben in het afgelopen jaar te maken gekregen met beperkte mogelijkheden om bezoek te ontvangen en op bezoek te gaan bij hun naasten en vrienden. Dit had voor veel mensen een grote impact op hun welbevinden. Om toch contact op afstand mogelijk te maken, zijn verschillende alternatieve pogingen gedaan om contact te onderhouden, onder andere door gebruik te maken van ICT-middelen.

De afgelopen maanden is er dus veel ervaring opgedaan met verschillende vormen van virtueel/digitaal sociaal contact, en randvoorwaarden om dit goed te laten verlopen. In dit project brengen wij de ervaringen van mensen met beperkingen die op een woonlocatie wonen, hun naasten, vrijwilligers, begeleiders en locatiemanagers in kaart. Wij onderzoeken voor wie virtueel sociaal contact haalbaar en aantrekkelijk is. Ook onderzoeken wij op welke manier woonlocaties dit ‘digitale bezoek’ kunnen ondersteunen. Wij brengen de ervaringen samen met wetenschappelijke kennis in een schriftelijke handreiking voor maatwerk rondom de inzet van ICT-middelen voor sociaal contact als dat fysiek niet kan of mag.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Als eerste stap is een literatuuronderzoek uitgevoerd voor een samenvatting zie ook www.academischewerkplaatsen-vb.nl/wp-content/uploads/2021/02/Publieksversie_WP1_DEF.pdf). Met behulp van een systematische screening van de wetenschappelijke literatuur hebben wij 9 onderzoeken gevonden over de inzet van ICT-middelen voor sociaal contact van mensen met beperkingen die in woonvoorzieningen wonen.

De belangrijkste bevindingen zijn:

1. Mensen met beperkingen die op een woonlocatie wonen gebruiken verschillende ICT-middelen om in contact te blijven met mensen buiten de woonlocatie. Dit geldt voor mensen met verschillende type en ernst van beperkingen, waarbij er wel verschillen zijn in welke middelen gebruikt (kunnen) worden.

2. Vanuit wetenschappelijk onderzoek is niet bekend of virtueel sociaal contact kan bijdragen aan het welzijn van mensen met beperkingen die op woonlocaties wonen. Onderzoek naar deze vraag is zeer beperkt.

3. Barrières voor het gebruik van ICT-middelen voor sociaal contact zijn vooral praktisch van aard, bijvoorbeeld problemen met het aanmaken van een account of problemen met het volgen van lange mails en posts. De beschikbaarheid van ICT-middelen voor sociaal contact en ondersteuning bij het gebruik lijkt sterk te verschillen. Hierbij zijn specifieke middelen aangepast op de behoeftes van mensen met ernstige meervoudige beperkingen niet breed beschikbaar.

 

Onlangs zijn wij gestart met een survey over de ervaringen met het gebruik van ICT-middelen voor sociaal contact in het afgelopen jaar. Wij vragen mensen met beperkingen die op een woonlocatie wonen, hun naasten, vrijwilligers, professionals en manager om hun ervaringen met ons te delen (zie ook www.kennispleingehandicaptensector.nl/technologie-en-apps/digitaal-contact-voorbeelden-hulpmiddelen).

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vanwege SARS-CoV-2 zijn vergaande ingrepen gedaan in het dagelijks leven van de meer dan 70.000 mensen met beperkingen in woonlocaties (hierna aangeduid als ‘bewoners’) en hun naasten. Het inperken van bezoek behoort tot de meest schrijnende. RIVM en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) raden ICT-middelen zoals beeldbellen aan als alternatief. Toch is op het moment nog onduidelijk 1) welke middelen beschikbaar zijn, 2) of deze haalbaar zijn voor mensen met verschillende types en ernst van beperkingen, en 3) of randvoorwaarden voor maatwerk beschikbaar zijn. VGN heeft deze vraag bij ons neergelegd.

Dit multidisciplinaire consortium, bestaande uit vier verschillende Academische Werkplaatsen (intensieve, structurele samenwerking tussen praktijkinstellingen, ervaringsdeskundigen en wetenschappers), Universiteit Twente en belangenvereniging KansPlus brengt in samenwerking met brancheorganisatie VGN en kenniscentrum Vilans wetenschappelijke en ervaringskennis samen over mogelijkheden, haalbaarheid en aansluiting van het gebruik van ICT-middelen voor sociaal contact als dat fysiek niet kan. Deze inzichten zetten we om in een werkbare handreiking met stappenplan voor maatwerk rondom al dan niet digitaal bezoek als dat fysiek niet kan of mag. Hiervoor werkt het consortium samen met verschillende stakeholders, waaronder belangenbehartigers van cliënten en hun naasten en bestuurders van de instellingen (VGN).

Om te komen tot de handreiking voor de praktijk zet het consortium vier stappen: 1) ordening van wetenschappelijke evidentie, 2) bevragen van bewoners, naasten, vrijwilligers, professionals, locatiemanagers, 3) vaststellen van consensus tussen ervaringsdeskundigen, experts en bestuurders over stappenplan en 4) synthese en implementatieplan. De unieke infrastructuur van de Academische Werkplaatsen biedt een kennisketen-brede voorkeurspositie om deze urgente vraag, die ook internationaal van belang is, van praktisch antwoord te voorzien.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website