Hebben patiënten met een verstoord immuunsysteem een goede afweerreactie tegen het coronavaccin? En is het vaccin voor hen veilig? Tijdens een internationaal ZonMw-webinar op 7 december jl. presenteerden onderzoekers de eerste resultaten van twee studies: respons op het coronavaccin bij kanker en nieraandoeningen.

De webinar begint met een welkomswoord van Daniël Warmerdam, programmamanager van ZonMw en een dankwoord van Marjolijn Sonnema, directeur-generaal Volksgezondheid van het ministerie van VWS. Sonnema gaf ZonMw in december 2020 het fiat om een consortium van acht onderzoeksgroepen op te zetten voor vaccinstudies. Zij doen onderzoek naar het COVID-19 vaccin bij verschillende patiëntengroepen met een verzwakt of verstoord immuunsysteem.

Aangepaste vaccinatiestrategie

Sonnema prees de onderzoekers, die zeer snel resultaten hebben geboekt. Daardoor kon de vaccinatiestrategie voor mensen met een afweerstoonis in een vroeg stadium worden aangepast.

Meer complicaties

Gastheer bij de webinar was Martijn Luijsterburg van het LUMC. Hij bestudeert moleculaire mechanismen bij DNA-reparatie en is in die hoedanigheid ook deskundig op gebied van het boodschappermolecuul (mRNA) in mRNA-vaccins. Luijsterburg nam ons mee terug naar het voorjaar van 2021 toen de eerste Nederlanders gevaccineerd werden tegen het SARS-CoV-2 virus, de veroorzaker van de ziekte COVID-19 (corona). Gebleken was dat mensen met een verstoord immuunsysteem meer kans hebben op complicaties bij de ziekte.

Uniek netwerk

Het was de aanleiding voor acht studies naar de afweerreactie na vaccinatie (immunogeniciteit) bij mensen met een verzwakt of verstoord immuunsysteem. Ook wordt de veiligheid van de vaccins onderzocht. ‘Tezamen vormen deze acht studies een uniek netwerk waarbinnen protocollen en analytische methodes geharmoniseerd zijn om onderlinge vergelijking mogelijk te maken,’ zei Luijsterburg.

RECOVAC-studie

De eerste spreker was onderzoeker Jan Stephan Sanders, nefroloog bij UMC Groningen en hoofdonderzoeker van de multicenter RECOVAC-studie. Zijn groep onderzoekt de immuunrespons (humorale respons) bij patiënten met ernstig nierfalen, nierdialyse-patiënten en patiënten met een transplantatienier. De patiënten ontvingen twee keer een doses Moderna-vaccin. Met tussenpozen werd onderzocht of er in hun bloed antistoffen tegen het spike-eiwit detecteerbaar zijn.

Getransplanteerde nier

De onderzoekers troffen bij minstens 99% van de patiënten antistoffen aan na twee vaccinaties. Daarentegen was dit bij de mensen met een getransplanteerde nier slechts bij 57% van de patiënten. Zij hadden bovendien veel minder antistoffen en deze waren minder capabel om virusdeeltjes te neutraliseren. Ook verdwenen ze sneller uit het bloed.

Afweeronderdrukkende medicatie

De belangrijkste oorzaak van deze ‘low- of nonrespons’ is het gebruik van de afweeronderdrukkende medicatie MMF (Mycofenolaat Mofetil). Zijn onderzoek laat zien dat twee vaccinaties onvoldoende zijn voor niertransplantatiepatiënten.

T-cel-respons

Sanders onderzocht ook de T-cel-respons (cellulaire respons) bij patiënten. Deze witte bloedcellen spelen eveneens een rol bij de afweer: ze vernietigen geïnfecteerde cellen en helpen bij het maken van antistoffen. Patiënten met een getransplanteerde nier en dialysepatiënten hebben na de tweede vaccinatie aanmerkelijk minder T-cellen dan de controlegroep.

Alternatieve strategieën

De conclusie is dat de meeste niertransplantatie- en dialysepatiënten baat hebben bij een derde vaccinatie met het mRNA vaccin op reguliere basis. Maar bij de groep non-responders heeft een derde prik beperkt effect. Sanders: ‘We onderzoeken of het vaccin wel aanslaat als we MMF twee weken stoppen  of als we een dubbele dosis toedienen. Ook onderzoeken we of het Jansen-vaccin effectief is bij deze patiënten.’

Solide tumoren

Na een paar vragen van de toehoorders, was het de beurt aan de tweede spreker: Sjoukje Oosting, oncoloog bij UMC Groningen. Zij doet samen met collega’s van Erasmus MC en NKI-AvL een vaccinstudie bij mensen met solide tumoren. Dit zijn patiënten met bijvoorbeeld huid-, borst-, blaas-, darm- of longkanker.

Voice-studie

In hoeverre zijn chemotherapie, immunotherapie en chemo-immunotherapie van invloed op de afweerreactie bij mensen met een tumor? En op de veiligheid van de vaccins? Dat onderzoeken Oosting en haar collega’s in de prospectieve multicenter VOICE-studie. Zij doen op verschillende tijdstippen metingen naar antistoffen en T-cellen tegen het coronavirus. Hun bevinding: Nagenoeg alle patiënten uit haar onderzoek maken antistoffen tegen het virus. Dit verschilt niet van de controlegroep.

Drempelwaarde

Maar deze antistoffen zijn niet altijd in staat om het virus te neutraliseren. Oosting berekende een drempelwaarde hiervoor: 300 virusbindende antistoffen per milliliter bloed. Bij patiënten met immunotherapie haalde 6,9% de drempel niet. Voor chemotherapie was dat 16,2% en voor chemo-immunotherapie 11,2%. Een derde vaccinatie is waarschijnlijk nuttig voor deze groep patiënten. Dat wordt onderzocht in de VOICE-studie. Overigens werden er geen onverwachte bijwerkingen gevonden van het vaccin.

Wordt vervolgd

De drempelwaarde moet volgens Oosting gevalideerd worden. Bovendien daalt de bloedwaarde na verloop van tijd. Dat heeft gevolgen voor de vaccinatiestrategie. Oosting: ‘Wij blijven de gegevens verzamelen en zullen binnenkort meer weten over ons meetpunt na zes maanden.’

Meer webinars

Deze onderzoeken zijn 2 van de 8 studies naar de werking van COVID-19 vaccinaties bij patiënten met een verstoord immuunsysteem. Deze mensen lopen een hoger risico op complicaties bij een COVID-19 infectie. Bovendien weten we nog niet goed genoeg of zij voldoende én voldoende lang worden beschermd na vaccinatie. Bekijk de tweede webinar, waarin de resultaten over de werking van de coronavaccins bij mensen met een aangeboren afweerstoornis en bij hematologie-patiënten worden gedeeld.

Tekst: Riëtte Duynstee
Video en eindredactie: ZonMw

> Click here to read in English

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website