Incidentele subsidieregeling

Er zijn 8 projecten gestart die direct effect hebben op het verloop van de uitbraak van het coronavirus (COVID-19) en de volksgezondheid. Dit is het eerste resultaat van de opdracht van het ministerie van VWS aan ons om acuut onderzoek te financieren met directe impact op de huidige coronapandemie.

Urgente onderzoekstrajecten

In het COVID-19-programma zijn meerdere urgente onderzoekstrajecten gehonoreerd.

Aandachtsgebied 1 Voorspellende diagnostiek en behandeling

Binnen dit aandachtsgebied zijn vooralsnog 3 projecten gehonoreerd:

  • Samenwerken tegen Corona met Intensive Care Data

    Projectleider: Dr. P.W.G. Elbers (Amsterdam UMC - locatie VUmc)
    Projectnummer: 10430012010003

    Behandeling op de intensive care blijkt voor veel COVID-19 patiënten noodzakelijk. Het is van groot belang meer inzicht te krijgen in het ziektebeloop van intensive care patiënten met COVID-19 en de factoren die dat beïnvloeden. Dat kan richting geven aan de behandeling van toekomstige patiënten, helpen bij de keuze wie wel en niet te behandelen op de intensive care en bijdragen aan een toekomstige capaciteitsplanning.

    Het project onderzoekt welke combinatie van behandelingen bij en eigenschappen van welke individuele intensive care patiënten met COVID-19 leidt tot de beste uitkomsten. Dat gebeurt aan de hand van machine learning, een belangrijke vorm van kunstmatige intelligentie, die wordt toegepast op grote hoeveelheden data van intensive care patiënten met COVID-19 vanuit zo’n 50 samenwerkende ziekenhuizen.
    Het project wordt ondersteund door de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care en de Stichting Nationale Intensive Care Evaluatie.

  • Caging the dragon: translationeel onderzoek om trombose bij COVID-19 te begrijpen en voorkomen

    Projectleider: Dr. M.J.H.A. Kruip (Erasmus MC)
    Projectnummer: 10430012010004

    Bij COVID-19 patiënten is het aantal gevallen van veneuze trombo-embolie (VTE), zoals een trombosebeen of longembolie, opmerkelijk hoog, tot 48% op de IC. De aanwezigheid van VTE zorgt voor ernstiger ziektegevallen en een verhoogd aantal sterftegevallen. Bovendien treedt VTE op ondanks preventieve behandeling met bloedverdunners (heparine). Dit kan duiden op heparineresistentie of de mogelijkheid dat de behandeling met heparine niet de (enige) oplossing is. Om de best mogelijke behandeling van COVID-19-patiënten te vinden, moeten het ziekteproces en risicofactoren worden begrepen, evenals de veiligheid en werkzaamheid van de momenteel voorgeschreven tromboseprofylaxe en behandeling.

    In het onderzoek worden de exacte omvang van het aantal VTE-gevallen in Nederland en het effect van de preventieve behandeling met heparine bestudeerd, risicofactoren geïdentificeerd en moet worden voorspeld welke factoren hieraan bijdragen. Tevens wordt aan de hand van laboratoriumonderzoek inzicht verkregen in het ontstaan van VTE. Om te onderscheiden of VTE bij COVID-19 patiënten het resultaat is van een direct effect van het virus of indirect via het afweersysteem, wordt een combinatie van klinische cohortstudies met diepgaande in vivo en in vitro studies uitgevoerd. Om het risico op VTE te voorspellen bij opgenomen COVID-19-patiënten worden patiëntgegevens verzameld en VTE-patiënten geïdentificeerd. Er worden dynamische voorspellingsmodellen ontwikkeld en individuele VTE-risico's ingeschat. COVID-19-patiënten zullen worden gevolgd op de langetermijneffecten van de long- en hartfunctie, functionele status en kwaliteit van leven.
    Het project wordt uitgevoerd door het consortium Dutch COVID & Thrombosis Coalition. Het project wordt uitgevoerd door het consortium Dutch COVID & Thrombosis Coalition. Hierin participeren alle umc’s en Sanquin. Daarnaast wordt er samengewerkt met meerdere algemene ziekenhuizen. Het onderzoek wordt mede gefinancierd door Trombosestichting Nederland.

  • PROCOVID-19: eerstelijnsonderzoek naar de resultaten van COVID-19

    Projectleider
    Dr. E.G.P.M. de Bont (Universiteit Maastricht)

    Projectnummer: 10430012010001  

    Sinds de wereldwijde verspreiding van COVID-19 zijn er veel onderzoeksinitiatieven ontstaan; deze vinden vrijwel uitsluitend plaats in de tweedelijnszorginstellingen. In Nederland nemen de meeste patiënten echter in eerste instantie contact op met hun huisarts. Een goed georganiseerde eerstelijnszorg, waaronder gespecialiseerde Huisartsen Coronaposten, kan de doorverwijzing naar de spoedeisende hulp optimaliseren, de druk op de ziekenhuiscapaciteit verminderen en voldoende follow-up bieden voor COVID-19-patiënten. De acute beoordeling van COVID-19-patiënten in de huisartspraktijk is een uitdaging. Verder is de langetermijn-impact van COVID-19-patiënten, zowel somatisch als psychologisch, binnen de eerstelijnszorg, onbekend.
    Dit onderzoek wil de effecten bestuderen van twee onderzoeksvragen, gerelateerd aan het bezoek van van COVID-19 verdachte patiënten aan de huisarts / Huisartsen Coronapost:
    1. Welke klinische klachten en symptomen uit de medische geschiedenis, het lichamelijk onderzoek en de diagnostische tests voorspellen COVID-19-gerelateerde ziekenhuisopnames binnen 2 weken?
    2. Wat zijn de langetermijngevolgen van ernstigere COVID-19-infecties (gecompliceerde luchtweginfecties) van patiënten die de huisartspraktijk hebben bezocht?

    Hiervoor zullen klinische gegevens van ongeveer 8000 volwassen van COVID-19 verdachte patiënten in Brabant en Limburg worden geanalyseerd door deze te vergelijken met data van de ziekenhuizen, mogelijke voorspellers voor ziekenhuisopnames, opnames op de Intensive Care en mortaliteit. De resultaten kunnen huisartsen ondersteunen in de beoordeling en besluitvorming van COVID-19-patiënten op het risico van ziekenhuisopname.
    Om de tweede onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden zullen naar schatting 274 patiënten in de regio Utrecht met een vermoeden van COVID-19 én met een gecompliceerde luchtweginfectie een jaar worden gevolgd. Er zal worden bepaald of ze daadwerkelijk COVID-19 hebben gehad en er wordt gekeken naar terugkerende luchtwegklachten en restklachten, dagelijkse bezigheden en kwaliteit van leven.

  • LAMP-diagnostiek inzetten bij testen op COVID-19

    Projectleider
    Dr. ir. J. Kieboom, TNO

    Projectnummer: 10430012010005

    Uitgebreid testen is essentieel om COVID-19 in de samenleving onder controle te houden en de gezondheid van mensen te beschermen, in het bijzonder medewerkers in vitale beroepen en zorgfuncties.
    De huidige aanpak voor het diagnosticeren/detecteren van het coronavirus is gebaseerd op RT-qPCR (real-time reverse transcriptase polymerase chain reactie) oftewel PCR-tests. Deze manier van testen is zeer betrouwbaar, maar de benodigde inzet van deze test vraagt veel van de huidige laboratoriuminfrastructuur en zorgt voor tekorten in de benodigde materialen en reagentia voor het uitvoeren van deze tests. Hierdoor is het grootschalig testen van mensen op COVID-19 een enorme (logistieke) uitdaging.

    Diagnostiek gebaseerd op loop-mediated isothermal amplification (LAMP) is een alternatief voor het testen met PCR en kan worden ingezet om de huidige testcapaciteit voor COVID-19 op te schalen. LAMP kan parallel met de bestaande PCR-tests worden uitgevoerd en kan daarmee de testcapaciteit in Nederland aanzienlijk vergroten.
    In dit onderzoek wordt toegewerkt naar een op LAMP gebaseerde testmethode voor COVID-19 en een implementatieplan voor grootschalige toepassing van LAMP-tests in Nederland.

Aandachtsgebied 2 Zorg en preventie

Binnen dit aandachtsgebied zijn vooralsnog 2 subsidieaanvragen gehonoreerd:

  • Ontwikkelen van een monitoringssysteem en protocollen om nieuwe uitbraken van COVID-19 in te dammen.

    Projectleider: prof. dr. ir. J.A.P. Heesterbeek (UU)

    Door de coronapandemie blijft er waarschijnlijk een probleem totdat er een goed werkend vaccin beschikbaar is. Om tot die tijd nieuwe uitbraken in te dammen is een combinatie nodig van effectieve monitoring, samen met protocollen voor opsporen, testen, isolatie en quarantaine.

    Het doel van dit project is om een brede wetenschappelijke basis voor een effectief monitoringssysteem te ontwikkelen voor COVID-19 met daarbij behorende handelingsprotocollen. Dit wordt onder andere gedaan door middel van wiskundige modellen. Daarbij wordt rekening gehouden met de karakteristieken van COVID-19, de status van de uitbraak, potentiële import van ziektegevallen, specifieke risico’s en doelgroepen, de impact van maatregelen om verspreiding te voorkomen en menselijk gedrag. Dit onderzoek wordt uitgevoerd met een grote groep experts vanuit diverse disciplines en gezondheidsinstituten en -organisaties. De resultaten kunnen direct gebruikt worden door beleidsmakers voor de huidige pandemie. Daarnaast kunnen de ontwikkelde methoden en modellen ook gebruikt worden voor toekomstige uitbraken van andere infectieziekten.

  • Etnische ongelijkheid bij COVID-19

    Projectleider: prof. dr. K. Stronks (Amsterdam UMC)

    Cijfers uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten tonen aan dat onder bepaalde migrantengroepen COVID-19 vaker voorkomt en ernstiger verloopt. Waarschijnlijk heeft deze ongelijkheid te maken met het vaker voorkomen van aandoeningen als diabetes door overgewicht, een oververtegenwoordiging in essentiële beroepen (bijvoorbeeld verpleegkundigen), lager opleidingsniveau, een minder goede beheersing van de taal van het land waarin ze wonen, woonomstandigheden en manieren om hulp te zoeken (bijvoorbeeld angst om in een ziekenhuis besmet te worden). De geplande studie zal het vóórkomen en de ernst van COVID-19 verschillen tussen migrantengroepen en autochtone Nederlanders laten zien.

    Het aantal infectiegevallen en ziekte-uitkomsten zullen onder andere via een lopende grote Amsterdamse studie onder migrantengroepen onderzocht worden: de HELIUS studie. In deze studie, aangevuld met andere kleinschaliger onderzoeken, wordt informatie verzameld over hoe informatie over de maatregelen tegen verspreiding deze migrantengroepen bereikt en of zij de adviezen ook opvolgen. Daarnaast wordt nagegaan wat de impact is van deze maatregelen op individuele levens, in het bijzonder op welzijn en gebruik van niet-COVID gezondheidszorg.

    Met deze studie kunnen de ernst en de gevolgen van de pandemie voor migrantengroepen in Nederland duidelijk gemaakt worden. Zo worden ook mogelijke aangrijpingspunten voor beleid en eventuele noodzaak voor specifieke maatregelen helder, met als doel het aantal infecties te verminderen en de prognose van degenen die besmet zijn te verbeteren.

Aandachtsgebied 3 Maatschappelijke dynamiek

Binnen dit aandachtsgebied zijn 3 projecten gehonoreerd:

  • ACTE – Afbouwscenario’s Coronamaatregelen: Transport- en economische effecten
    Projectleider: Prof. dr. G.P. van Wee (Technische Universiteit Delft)

    Dit multidisciplinaire en interuniversitaire onderzoeksvoorstel doet onderzoek naar de gevolgen voor de transportsector en
    vervolgens de economie, van coronamaatregelen, met het accent op de afbouw van de beperkingen. We voeren vier
    deelstudies uit. Drie daarvan zijn literatuurstudies gecombineerd met interviews, de vierde studie is een integratiestudie waarbij we de resultaten van de drie literatuurstudies koppelen en vertalen naar advies voor afbouwscenario’s, gebruik makend van onderzoek onder Nederlanders naar hun meningen over die afbouwscenario’s.

  • De maatschappelijke dynamiek van de COVID-19 pandemie: onderwijs, sociaal-economische positie en solidariteit
    Projectleider: Prof. dr. H.G. van de Werfhorst (Universiteit van Amsterdam)

    In dit project adresseren we de maatschappelijke consequenties van de COVID-19 pandemie. Meer specifiek kijken we naar uitkomsten op de terreinen van werk & inkomen, onderwijs, sociaal-psychologisch welbevinden, solidariteit, en vertrouwen in instituties. We doen onderzoek op data speciaal verzameld om de gevolgen van de pandemie in kaart te brengen, en onderzoek op bestaande data om kwetsbare groepen te identificeren. We onderzoeken maatschappelijke scheidslijnen, identificeren kwetsbare groepen, en formuleren beleidsstrategieën voor het versterken van veerkracht van personen, organisaties en de samenleving.

  • Conditions for technological solutions in a Covid-19 exit strategy, with particular focus on the legal and societal conditions
    Projectleider: Prof. dr. N. Helberger (Universiteit van Amsterdam)

    Technological solutions, such as contact tracing apps, figure prominently in strategies to manage the pandemic and the exit strategy. The introduction of technological solutions raises a host of open questions, ranging from which problems need solving, which technological solutions are most suitable in solving a particular problem, to the necessary legal safeguards and implications for society. The goal of this research is to answer the question of which conditions need to be fulfilled for information technology solutions to be used in managing the exit period in the corona crisis, with a particular focus on the legal and societal conditions.
    The research must also create an assessment framework to guide policy decision making and to formulate a catalogue of framework conditions and contribute actively input for the ongoing debate and policy initiative, such as potential new legislation around the Covid-19 crisis. Another important objective is to learn the lessons from the (international) COVID-19 debate, also with a view of handling the future role that digital technologies shall play in our society. We do so by using a combination of in-depth research and mapping exercises (horizon scanning, issue mapping), of empirical and normative, quantitative (longitudinal survey) and qualitative methods (stakeholder & expert consultations, interviews), with a strong focus on involving experts from diverse disciplines and societal stakeholders, and collecting and systematizing the various arguments that are being made in the COVID-19 debate.

     

     

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website