Meer impact door publiek-private samenwerking en cofinanciering

Cofinanciering bij projecten

Cofinanciering is niet verplicht voor onderzoeksprojecten, maar vaak wel gewenst en soms vereist. Samenwerking met verschillende (private) partijen wordt aangemoedigd om implementatie te borgen, maar ook om gebruik te maken van beschikbare expertise, kennis en netwerken. Publiek-Private samenwerking (PPS) komt dan ook in steeds meer ZonMw projecten voor. Het gaat hierbij om daadwerkelijke samenwerking tussen ten minste twee onafhankelijke partijen, zie definitie hieronder. Bij PPS’en wordt om private cofinanciering gevraagd wat een bijdrage met private middelen inhoudt. Private middelen worden gezien als alle middelen – in natura of in geld – die geen staatsmiddelen zijn. Publieke middelen zijn per definitie wél staatsmiddelen.

Cofinanciering bij subsidieprogramma’s

ZonMw voert sommige subsidieprogramma’s, ook wel subsidie-instrumenten genoemd, soms samen met andere financiers uit. Voorbeelden hiervan zijn het Programma Translationeel Onderzoek waarbij 9 gezondheidsfondsen en de Topsector Life Sciences & Health meefinancieren, of het programma Personalised Medicine waarin naast gezondheidsfondsen ook zorgverzekeraar Zilverenkruis meefinanciert. Door samenwerking op programma’s ontstaat er focus en massa

Bij daadwerkelijke samenwerking komen verschillende juridische en financiële aspecten aan bod. Op de subpagina’s: Juridische aspecten en Financiële aspecten vindt u meer informatie over wat ZonMw bij deze aspecten van u verwacht en waarop ZonMw controleert.
Hieronder leest u welke definities ZonMw bij cofinanciering en PPS hanteert.

Definitie Onderzoeksorganisatie

Een entiteit (zoals universiteiten of onderzoeksinstellingen, agentschappen voor technologieoverdracht, innovatie-intermediairs, entiteiten voor fysieke of virtuele onderzoeksgerichte samenwerking), ongeacht haar rechtsvorm (publiek- of privaatrechtelijke organisatie) of financieringswijze, die zich in hoofdzaak bezighoudt met het onafhankelijk verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling, en met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht. Wanneer dit soort entiteit ook economische activiteiten uitoefent, moet met betrekking tot de financiering, de kosten en de inkomsten van die economische activiteiten een gescheiden boekhouding worden gevoerd. Ondernemingen die een beslissende invloed over dit soort entiteit kunnen uitoefenen in hun hoedanigheid van bijvoorbeeld aandeelhouder of lid van de organisatie, mogen geen preferente toegang tot de onderzoekscapaciteit van deze entiteit of tot de door haar verkregen onderzoeksresultaten genieten.1 

Definitie Onderneming

Elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd. Onder economische activiteit wordt verstaan: iedere activiteit die erin bestaat goederen of diensten op een markt aan te bieden. Hierbij wordt niet gekeken of een onderneming een winstoogmerk heeft of niet.
Voorbeelden van ondernemingen zijn zorginstellingen, MKB’ers die een bepaalde toepassing of interventie ontwikkelen, zorgverzekeraars, sportverenigingen, ect.

Het EU Hof van Justitie heeft verder bepaald dat entiteiten die (juridisch of feitelijk) onder de zeggenschap staan van dezelfde entiteit, als één onderneming dienen te worden beschouwd.

In sommige subsidieoproepen wordt een onderscheid gemaakt tussen ondernemingen van verschillende groottes. Hierbij kan het zijn dat van grote ondernemingen in verhouding meer cofinanciering gevraagd wordt.

  • Kleine onderneming2: minder dan vijftig werknemers en een jaarlijkse omzet of balans van minder dan tien miljoen euro.
  • Middelgrote onderneming3: minder dan 250 werknemers en een jaarlijkse omzet van minder dan 50 miljoen euro of balans van minder dan 43 miljoen euro.
  • Grote onderneming: overige ondernemingen

Definitie daadwerkelijke samenwerking

Bij een project dat wordt uitgevoerd in daadwerkelijke samenwerking4 gaat het om ten minste twee onafhankelijke partijen die, op basis van een taakverdeling, een gemeenschappelijke doelstelling nastreven en samen de omvang van het samenwerkingsproject bepalen, bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan en delen in de daaraan verbonden financiële, technologische, wetenschappelijke en andere risico’s, alsmede in de projectresultaten. Een of meer partijen kunnen de volledige kosten van het project dragen en zodoende de andere partijen bevrijden van de aan het project verbonden financiële risico’s. De voorwaarden van een samenwerkingsproject, met name wat betreft de bijdrage in de kosten ervan, het delen in de risico’s en uitkomsten ervan, de verspreiding van de resultaten, de toegang tot en de regels voor de toewijzing van intellectuele-eigendomsrechten moeten vóór de aanvang van het project zijn overeengekomen. Hiervan uitgesloten zijn definitieve overeenkomsten over de marktwaarde van de ontstane intellectuele-eigendomsrechten en de waarde van bijdragen aan het project. Contractonderzoek en het verrichten van onderzoeksdiensten worden niet geacht vormen van samenwerking te zijn.1

Definitie Cofinanciering

Bij cofinanciering kan het gaan om een bijdrage met publieke of private middelen. Hierbij wordt een bijdrage met publieke middelen gedefinieerd als: een bijdrage –in geld of in natura- aan een door ZonMw gefinancierd programma of project die rechtstreeks of zijdelings met staatsmiddelen is bekostigd.
Staatsmiddelen omvatten alle middelen van de overheidssector, met inbegrip van middelen van decentrale (gedecentraliseerde, federatieve, regionale of andere) bestuursniveaus en, onder bepaalde omstandigheden, middelen van particuliere instanties.5
Private middelen worden daarom gezien als alle middelen -in natura of in geld- die geen staatsmiddelen zijn. Een voorbeeld van private middelen zijn middelen van gezondheidsfondsen.

Soorten overeenkomsten

Letter of commitment (indienen samen met de subsidieaanvraag)
In een Letter of Commitment verplichten mede-aanvragers en eventuele sponsors zich juridisch tot de toegezegde bedragen voor cofinanciering. ZonMw eist bij de indiening van de volledig uitgewerkte aanvraag een Letter of Commitment van elk van de sponsors/co-financiers. In geval van honorering kan vervolgens de consortium- en/of sponsorovereenkomst opgevraagd worden.

Consortium-/ samenwerkingsovereenkomst (indienen na honorering)
In een consortiumovereenkomst ofwel samenwerkingsovereenkomst (uitwisselbare termen voor eenzelfde type overeenkomst) leggen de projectpartners (ook projectgroep genoemd) vast onder welke voorwaarden ze gezamenlijk het project gaan uitvoeren. In een consortium zitten alle partners die een actieve bijdrage leveren aan de uitvoering van het project. Deze partners worden de projectpartners genoemd en werken dus daadwerkelijk met elkaar samen. Vaak worden de projectpartners als medeaanvrager in de subsidieaanvraag bij ZonMw vermeld.

Sponsorovereenkomst (indienen na honorering)
Naast deelnemen aan een consortium kan een organisatie ook besluiten alleen financieel bij te dragen aan een project en verder niet actief deel te nemen in de uitvoering ervan. Deze organisatie is dan een sponsor of medefinancier. Vaak sluit een sponsor een aparte overeenkomst met de hoofdaanvrager/projectleider waarin de voorwaarden worden vastgelegd waaronder de sponsor een financiële bijdrage levert aan het project. Sponsorovereenkomsten kunnen afspraken bevatten met betrekking tot het eigendom van projectresultaten. Dit is een van de aspecten waar ZonMw de overeenkomst op controleert.

1) Mededeling EU Commissie, Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2014/C 198/01)

2) Aanbeveling van de EU Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 1422) (Voor de EER relevante tekst) (2003/361/EG).

3) Aanbeveling van de EU Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 1422) (Voor de EER relevante tekst) (2003/361/EG).

4) Mededeling EU Commissie, Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2014/C 198/01)

5)  Mededeling van de Commissie betreffende het begrip „staatssteun” in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (2016/C 262/01)

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website