Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen in de jeugdgezondheidszorg (JGZ) maken gebruik van taalmijlpalen om de taalontwikkeling van een kind te bepalen, maar er is slechts weinig bekend over de voorspellende eigenschappen van deze taalmijlpalen. Het belangrijkste doel van dit onderzoek was om een predictiemodel (oftewel “voorspelmodel”) te ontwikkelen dat gebruikt kan worden in de JGZ voor het zo vroeg mogelijk signaleren van een primaire taalontwikkelingsstoornis.

In de JGZ wordt de ontwikkeling van kinderen tussen 0 en 4 jaar gevolgd met het Van Wiechenonderzoek. Voorbeelden van taalmijlpalen die in dit onderzoek zijn opgenomen zijn: "Zegt zinnen van 2 woorden" op de leeftijd van 2 jaar en "Noemt zichzelf bij eigen naam of "ik"" op de leeftijd van 2 ½ jaar. Voor ons onderzoek hebben we gebruik kunnen maken van gegevens uit de JGZ dossiers van 253 kinderen die een primaire taalstoornis hebben (i.e., kinderen die nu speciaal onderwijs volgen en voldoen aan de zogenoemde ESM criteria) en van 253 kinderen zonder taalstoornis (i.e., die nu regulier basisonderwijs volgen). Beide groepen kinderen hebben we met elkaar vergeleken ten aanzien van het wel of niet behalen van de taalmijlpalen op de bijbehorende leeftijd (tussen 1 maand en 4 jaar) en op perinatale - en achtergrondkenmerken. De voorspellende eigenschappen werden bepaald met behulp van logistische regressie analyse.

Uit de resultaten blijkt dat een predictiemodel met de taalmijlpalen van 2 en van 2 ½ jaar goede voorspellende eigenschappen had. Dit was het vroegst mogelijke moment waarop kinderen met een primaire taalstoornis konden worden gesignaleerd. De perinatale- en achtergrondfactoren konden de voorspellende eigenschappen van het model niet verbeteren.

Voor de JGZ praktijk betekent dit dat bij kinderen die de taalmijlpalen van het van Van Wiechen-onderzoek op de leeftijd van 2 en 2 ½ jaar niet halen, uitgebreider onderzoek zeer wenselijk is. Een verwijzing naar een audiologisch centrum voor verdere diagnostiek van de spraaktaalontwikkeling moet dan nadrukkelijk worden overwogen. Een aandachtspunt voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek is het ontwikkelen van verwijsregels op de leeftijd van 3 en 3,9 jaar, gericht op kinderen die nog niet uitvallen op de taalmijlpalen op 2 en 2 ½ jaar.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De resultaten lieten zien dat er al vanaf de leeftijd van 1 ½ jaar een significant verschil is tussen de groep kinderen met een primaire taalstoornis en de groep kinderen zonder een taalstoornis in het behalen van iedere taalmijlpaal (p < .01). Bijvoorbeeld van de groep kinderen met een primaire taalstoornis behaalden 54% de mijlpaal "Zegt 3 “woorden” "op de leeftijd van 1 ½ jaar, terwijl 88% van de kinderen zonder taalstoornis deze mijlpaal behaalde op dezelfde leeftijd. We konden vaststellen dat een predictiemodel met de taalmijlpalen van 2 en van 2 ½ jaar zodanig goede test eigenschappen had dat het ingezet kan worden in de praktijk. Het predictiemodel bestond uit de volgende taalmijlpalen:

- Zegt “zinnen” van 2 woorden, op de leeftijd van 2 jaar;

-Wijst 6 lichaamsdelen aan bij pop, op de leeftijd van 2 jaar;

- Noemt zichzelf bij eigen naam of "ik", op de leeftijd van 2 ½ jaar;

- Wijst 5 plaatjes aan in boek, op de leeftijd van 2 ½ jaar.

 

De perinatale- en achtergrondfactoren konden de voorspellende eigenschappen van dit model niet verbeteren. Door een groot aantal missende waarden op enkele perinatale- en achtergrondfactoren, kon van deze factoren de invloed niet worden onderzocht.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het eerste jaar van dit onderzoek concentreerden de werkzaamheden zich voornamelijk op de dataverzameling. We hebben de volgende gegevens verzameld:

1) Testgegevens rondom indicatie voor speciaal onderwijs (cluster 2) van 286 kinderen die in 2012 dit type onderwijs volgden.

2) gegevens op gebied van familie-historie en meertaligheid van 222 van deze kinderen (respons is 78%), gerapporteerd door de ouders mbv. een korte vragenlijst.

3) achtergrondgegevens en de Van Wiechen kenmerken van 508 kinderen, uit dossiers van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Het gaat hierbij om 254 van bovengenoemde speciaal onderwijs kinderen en 254 kinderen die regulier basisonderwijs volgden. Deze kinderen zijn paarsgewijs gematcht op geboortedatum en geslacht.

 

De meeste gegevens zijn inmiddels ingevoerd. De uitdaging is nu om met behulp van deze gegevens een bruikbaar en accuraat instrument te ontwikkelen om, binnen de JGZ, kinderen met een specifieke taalstoornis vroegtijdig te herkennen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

nvt

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

The prevalence of specific language impairment is high (5-7%). Early identification and intervention may lead to a better language and social development of a child as well as more intervention possibilities for parents and (pre-)school. Language development of Dutch children between the ages of 0 and 4 years is checked in youth health care using the Dutch Development Test (“Van Wiechenonderzoek”). More than 20 items of this test focus on language development and communication. The identification of a language problem and the decision to refer the child to a special center for further diagnosis (and intervention) is based on the assessment of the individual youth health practitioner. Currently there are: 1) no objective ways of combining the scores on the language items obtained during several visits; 2) no objective criteria for identifying children with language impairment; 3) no referral criteria for, for example, an extra visit, extra testing and/or referral to a specialist.

The Dutch Ministry VWS and the Dutch Center for Youth Health (NCJ) would like youth health care to have a screening instrument for children with language problems. The aim of the present project is to develop a prediction model for the early identification of Specific Language Impairment (SLI). Using a nested case control design, we will develop a prediction model for the outcome “diagnosed with SLI” (cases) or not (controls) at the age of elementary school. The model will be based on the communication items of the Dutch Development Test and risk factors. Present technical developments with the digital dossier [DD] of the youth health care and webtool applications will enable the conversion of the prediction model into a practical screening instrument.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website