Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aanleiding

Veel te vroeg geboren kinderen (<32 weken zwangerschapsduur) hebben een groot risico op ontwikkelingsproblemen. In Nederland kunnen ouders als hun kindje uit het ziekenhuis komt gebruik maken van ToP programma. Een preventieve interventie bestaande uit 12 huisbezoeken die gericht zijn op het versterken van de sensitiviteit en responsiviteit van de ouders en de zelfregulatie van het jonge kind. Deze interventie heeft een positief effect op de ontwikkeling en op de lange termijn met name de motorische ontwikkeling. Een aanvullende interventie die focust op de responsieve relatie in de peuterleeftijd zou de ontwikkeling ook op de andere ontwikkelingsdomeinen mogelijk verder kunnen verbeteren. Het doel van het huidige onderzoek was om een korte, aanvullende preventieve interventie te ontwikkelen voor de leeftijd van 18-22 maanden, de haalbaarheid te evalueren en inzicht te verkrijgen in de effect groottes van de interventie.

Methode

Aan het begin van het traject is een training ontwikkeld. Vijf kinderfysiotherapeuten die ook het ToP programma uitvoeren hebben deze training gevolgd om de aanvullende interventie te kunnen geven. De interventie heeft dezelfde principes als het ToP programma maar wordt uitgevoerd bij kinderen van 18-22 maanden gecorrigeerde leeftijd. De therapeut biedt ouder strategieën aan waarmee zij hun kind kunnen ondersteunen op de nieuw te verwerven vaardigheden en communicatie. Voor deze pilot RCT werden veel te vroeg geboren kinderen op de leeftijd van 18 maanden geïncludeerd, zij hadden in hun eerste jaar het ToP programma gekregen. Ouders vulden bij aanvang (leeftijd 18 maanden) en na afloop van het onderzoek (leeftijd 24 maanden) vragenlijsten in ten aanzien van de ontwikkeling, gedrag en taalbegrip. Op 24 maanden werd aanvullend een ontwikkelingsonderzoek uitgevoerd voor de motorische en cognitieve ontwikkeling en werd de ouder-kind interactie geëvalueerd.

Resultaten

De 60 veel te vroeg geboren kinderen die deelnamen aan de studie werden random ingedeeld in 2 groepen: 30 kinderen in de interventie groep en 30 kinderen in de controle groep. De kinderen die de aanvullende begeleiding kregen in de thuissituatie hebben allemaal de begeleiding afgemaakt. De begeleiding bestond uit gemiddeld 4.3 huisbezoeken (range 4-6). De ouders gaven in een vragenlijst aan heel tevreden te zijn over de aanvullende interventie. Ook de therapeuten waren enthousiast over de interventie. De verschillen tussen de groepen wijzen in het voordeel van de interventie groep ten aanzien van gedrag (externaliserend gedrag en dysregulatie), cognitieve en de motorische ontwikkeling. De ouders die de begeleiding hadden gekregen waren na afloop van de interventie ook meer sensitief in de ouder-kind interactie.

Conclusie

De uitkomsten van deze pilot RCT wijzen erop dat een aanvullende preventieve interventie, geschikt voor veel te vroeg geboren kinderen op de leeftijd van 18-22 maanden, haalbaar is. Het lijkt erop dat een kortdurende aanvulling van de interventie, waarbij dezelfde principes worden toegepast in een andere leeftijdsfase, de ontwikkeling van prematuur geboren kinderen verder zou kunnen verbeteren.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aan deze pilot RCT hebben 60 veel te vroeg geboren kinderen (geboren met een zwangerschapsduur < 32 weken en/of geboortegewicht 1500 gram) en hun ouders meegedaan. Zij hadden in het eerste jaar het ToP programma gevolgd . Ondanks randomisatie hadden de kinderen in de interventie groep (N=30) een bijna twee weken kortere zwangerschapsduur (p=0.007). Daarbij waren ze significant meer beademd en hadden ze vaker zuurstof behoefte langer dan 28 dagen.

De groepen verschilden op de voormeting, (gecorrigeerde leeftijd van 18 maanden), niet van elkaar ten aanzien van de vragenlijsten (ITSEA, ASQ en Lexilijst taalbegrip) die ouders hadden ingevuld. Alleen op het ASQ domein communicatie scoorde de interventie groep significant beter (p=.046).

Alle kinderen in de interventie groep maakten de interventie af. Er werden gemiddeld 4.3 huisbezoeken afgelegd (range 4-6). De ouders gaven aan heel tevreden te zijn over de interventie en gaven aan dat de aanbevelingen van de therapeuten heel waardevol waren..

Repeated measures ANOVA liet een significante tijd x interventie interactie ten voordele van de interventiegroep zien voor externaliserend gedrag (p=.002) en dysregulatie (p=.01). De ANOVA liet een voor de BSID-III een significant verschil zien in de motorische ontwikkeling (p=.04) op 24 maanden ten voordeel van de interventiegroep. Na correctie voor baseline verschillen werden de verschillen groter.

De effect groottes waren klein (0.2-0.5 SD) voor internaliserend en competentie gedrag (ITSEA), taalbegrip (Lexilijst), probleem oplossen (ASQ), middelgroot (0.5-0.8SD) voor cognitieve ontwikkeling (BSID-III) en groot (>0.8 SD) voor motorische ontwikkeling (BSID-III), externaliserend en and dysregulatie gedrag (ITSEA). Bovendien waren er kleine effecten (0.2-0.5 SD) voor de EAS domeinen intrusiviteit, vijandigheid van de ouder en responsiviteit van het kind en middelgrote effecten (0.5-0.8 SD) voor sensitiviteit, structureren van de ouder en betrokkenheid van het kind.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Approximately 2350 very preterm children (gestational age <32 weeks) are born each year in The Netherlands. Very preterm born children are vulnerable and have a significantly higher risk for developmental problems. The Infant Behavioral Assessment and Intervention Program (IBAIP), an early preventive intervention, given at home until 6 months of corrected age (CA), had a positive effect on the motor, mental, and behavioural development of very preterm children at 6 months CA. At 24 and 44 months, we still found a positive effect on motor development, but not on behavioural and mental development anymore. However, in subgroups of high risk infants (e.g. children with bronchopulmonary dysplasia or with a mother with a low level of education), intervention effects were sustained for behavioural and mental development, at 24 and 44 months CA. This program is now being implemented in the Netherlands (Transmurale Ontwikkelingsondersteuning voor Prematuur geboren kinderen: ToP programme). Recent literature suggests that the behavioural and mental development of children might improve optimally if the intervention coincides with the sensitive periods for these developmental domains. Taking advantage of this sensitive period, by facilitating developmental-appropriate learning situations, is a unique opportunity to stimulate development, and thus prevent developmental problems at a later age. The sensitive period for both mental, language and behavioural development is around 18 months. Earlier research showed that a second, age-specific intervention “dose” has better results than only early intervention. We therefore anticipate to develop an additional preventive intervention at 18 months of corrected age according to the same principles as the ToP programme. The aim of this additional intervention is to further enhance the development of the child at 18 months CA, through educating and supporting parents in their own home. Parents are encouraged to engage in practical activities with their child that will be easy to integrate in daily life. We expect to achieve improvement in the mental, language, and behavioural development of the child. As the additional programme is based on the same principles and will be carried out by the same interventionist, we expect a high adherence, also in parents with diverse cultural backgrounds.

The aim of this study is to develop and evaluate the feasibility of an age appropriate, additional, preventive intervention for very preterm infants at 18 months CA. Endpoints of the study are (1) there is an additional, preventive intervention to support parents to enhance the development of their very preterm infant at 18 months CA, (2) parents are satisfied with the additional intervention and the intervention can be applied to parents from diverse cultural backgrounds, (3) information is available for power calculations to evaluate the effect of the additional intervention in a randomized controlled trial (RCT).

This study comprises of two parts: (1) to develop an additional preventive intervention between 18 to 22 months of age according to the same principles as the current preventive intervention, and (2) to evaluate the feasibility of the additional intervention.

To evaluate the feasibility, 30 very preterm children will get the additional intervention starting at 18 months CA, and 30 very preterm children (control group) will receive usual care in that period. All children received the ToP programme prior to this study. At 18 and 24 months CA, all parents fill in three questionnaires: the Ages and Stages Questionnaire (ASQ), the Infant Toddler Social Emotional Assessment (ITSEA) and Schlichting Lexilist for receptive language. Furthermore, at 24 months CA, the cognitive and motor scales of the Bayley Scales of Infant and Toddler Development-III (BSID-III) and the Emotional Availability Scales (EAS) will be administered. Moreover, parents in the intervention group will fill in a questionnaire concerning their satisfaction with the intervention. This project will be executed in the AMC in cooperation with the Free University Medical Centre and all five district hospitals in Amsterdam.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website