Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voor Nederland geldt dat ongeveer de helft van de patiënten in de laatste drie maanden voor het overlijden nog één of meerdere keren wordt opgenomen in het ziekenhuis. Omdat ziekenhuisopnames belastend kunnen zijn is het belangrijk dat deze waar mogelijk en wenselijk worden voorkomen. Bovendien kan met het voorkomen van ziekenhuisopnames worden vermeden dat patiënten in het ziekenhuis overlijden, waarmee tegemoet gekomen kan worden aan de wens van veel Nederlanders om thuis te sterven. Tot nu toe was nog weinig bekend over de redenen/oorzaken van ziekenhuisopnames in de laatste levensfase, de wenselijkheid ervan en de vermijdbaarheid ervan. Dit is onderzocht met dit onderzoeksproject dat bestond uit vier delen: 1) Secundaire analyses van data over ziekenhuisopnamen van palliatieve patiënten in waarneemdiensten van huisartsenposten, 2) vragenlijstonderzoek onder huisartsen, wijkverpleegkundigen en nabestaanden, 3) interviews met huisartsen, wijkverpleegkundigen en nabestaanden, 4) een expert-bijeenkomst om interventies die ziekenhuisopnames potentieel kunnen vermijden te inventariseren.

Uit het onderzoek komt naar voren dat de meest voorkomende voornaamste redenen voor ziekenhuisopnames in de laatste levensmaanden symptomatische problemen betreffen (benauwdheid, digestieve problemen en cardiovasculaire problemen). Ziekenhuisopnames blijken lang niet altijd ongewenst (69% wilde op het moment dat moest worden besloten over ziekenhuisopname wel naar het ziekenhuis). Dit neemt niet weg dat een deel van de ziekenhuisopnames wel vermeden had kunnen worden. Achteraf gezien vond een kwart van de huisartsen dat de ziekenhuisopname van hun patiënt vermeden had kunnen worden, met name door een pro actieve houding van de arts zelf en betere communicatie tussen artsen onderling en artsen en verpleegkundingen. Uit interviews met artsen, verpleegkundigen en naasten komt naar voren dat er vijf strategieën zijn die in samenhang uitgevoerd moeten worden, die de potentie hebben om ziekenhuisopnames in de laatste levensfase te voorkomen: 1) Markeren dat de dood nadert en een omslag maken in het denken; 2) In staat zijn om acute behandelingen en zorg te geven aan het levenseinde; 3) Anticiperende gesprekken en interventies uitvoeren voor het omgaan met te verwachten problemen; 4) Op een holistische wijze begeleiden en monitoren van patiënten en familie gedurende het ziekteproces; 5) Continuïteit in zorg en behandeling thuis. Daarnaast is gebleken dat overdrachten naar huisartsenposten en meer visites door de huisarts aan de patiënt thuis in de laatste maanden voor het overlijden ziekenhuisopnames kunnen voorkomen.

Belangrijke interventies om ziekenhuisopnames in de laatste levensfase te voorkomen die zijn geïdentificeerd in het onderzoek (met name in de expert meeting) zijn: inzet van multidisciplinaire thuiszorgteams, gestructureerde overdracht naar de huisartsenpost, standaard “zo nodig” medicatie in de koelkast bij de patiënt thuis, een zorgplan bij de patiënt thuis (voor betere overdracht, maar ook voor meer regie bij de patiënt leggen), een landelijke informatiecampagne over palliatieve zorg om zo kennis van burgers te verhogen over wat mogelijk is in de laatste levensfase, en aandacht voor mantelzorgers.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De belangrijkste redenen/oorzaken voor ziekenhuisopnamen die we hebben gevonden in het vragenlijstonderzoek zijn vooral symptomen: benauwdheid, digestieve problemen en cardiovasculaire problemen. Ook uit het deelonderzoek naar ziekenhuisopnames buiten kantooruren waren vooral symptomen de reden van opname (ook digestieve problemen, ademhalingsproblemen en endocriene/metabole problemen). Bij bijna driekwart van de patiënten die was opgenomen was sprake van een acute situatie en in bijna de helft van de situaties had de huisarts zelf de ziekenhuisopname geïnitieerd. Eenmaal in het ziekenhuis kreeg 84% nog een of meerdere behandelingen. Voor 70% was de laatste ziekenhuisopname maximaal één maand voor het overlijden.

Sommige elementen van palliatieve zorg bleken invloed te hebben op ziekenhuisopnames in de laatste levensfase: Patiënten bij wie de huisarts vaker op visite was geweest in de laatste maanden/weken en patiënten voor wie de huisarts gegevens had doorgegevens aan de huisartsenpost hadden 2x meer kans om niet in het ziekenhuis te worden opgenomen in de laatste week of maand voor het overlijden. Daarnaast bleken patiënten van artsen die langer voor het overlijden zich hadden gerealiseerd dat de patiënt binnenkort zou overlijden en patiënten met een palliatief behandeldoel vóór de ziekenhuisopname meer kans om niet in het ziekenhuis te worden opgenomen in de laatste maand voor het overlijden. De inzet van (gespecialiseerde) verpleegkundige zorg of gespecialiseerde palliatieve zorg bleek niet van invloed op wel of geen ziekenhuisopname in de laatste levensfase.

Van de patiënten die in het ziekenhuis waren opgenomen wilde 3 maanden voor de opname 8% niet naar het ziekenhuis, 54% alleen in uiterste noodzaak en 24% voor alle mogelijke behandelingen naar het ziekenhuis. Vlak voor de ziekenhuisopname (dus toen het echt aan de orde was) wilde 69% wel naar het ziekenhuis, 13% niet en van 18% wist de huisarts het niet.

Meest genoemde positieve aspecten van de ziekenhuisopname volgens de arts waren: de patiënt kreeg de behandeling die hij wenste (55%), de mantelzorger(s) werd(en) ontlast (29%) en patiënt voelde zich veilig (28%). De helft van de artsen kon geen negatieve aspecten van de opname noemen, 36% vond het feit dat de patiënt niet had kunnen sterven op plaats van voorkeur een negatief aspect van de opname, en 24% dat de patiënt minder tijd had gehad om afscheid te nemen van familie en naasten. Van de verpleegkundigen vond 40% het feit dat de patiënt de behandeling had gekregen die hij wenste een positief effect van de ziekenhuisopname en 24% dat de mantelzorg werd ontlast door de ziekenhuisopname. 57% van de verpleegkundigen kon geen negatieve aspecten van de ziekenhuisopname noemen, 39% vond het negatief dat de patiënt zich niet veilig voelde en 31% vond het negatief dat de patiënt niet had kunnen sterven op plaats van voorkeur door de ziekenhuisopname. Van de naasten vond 58% het positief dat al het mogelijke was gedaan, 29% dat zij zelf werden ontlast door de opname, en 22% vond het positief dat er tijd was voor afscheid. 58% kon geen negatieve aspecten van de ziekenhuisopname aangeven, 15% gaf als negatief punt aan dat de patiënt niet had kunnen sterven op de gewenste plaats.

Uit het vragenlijstonderzoek bleek dat een kwart van de huisartsen dacht dat de ziekenhuisopname van de patiënt waarover ze rapporteerden vermeden had kunnen worden. Gebaseerd op de manieren die artsen in de vragenlijst aangaven hoe de opname vermeden had kunnen worden, gecombineerd met interviews met huisartsen, verpleegkundigen en naasten over manieren om ziekenhuisopnamen te vermijden zijn vijf met elkaar samenhangende strategieën gedefinieerd om ziekenhuisopnames te voorkomen:

1)Markeren dat de dood nadert en een omslag maken in het denken;

2)In staat zijn om acute behandelingen en zorg te geven aan het levenseinde;

3)Anticiperende gesprekken en interventies uitvoeren voor het omgaan met te verwachten problemen;

4)Op een holistische wijze begeleiden en monitoren van patiënten en familie gedurende het ziekteproces;

5)Continuïteit in zorg en behandeling thuis

 

Met alle gegevens uit het dossieronderzoek, vragenlijstonderzoek en interviews is een expertmeeting gehouden om te discussiëren over mogelijke interventies om onnodige ziekenhuisopnames aan het levenseinde te voorkomen. Interventies die in de literatuur waren gevonden waren: inzet van multidisciplinaire thuiszorgteams, gestructureerde overdracht naar de huisartsenpost en standaard “zo nodig” medicatie in de koelkast. Interventies cq oplossingen die daarnaast door de experts werden genoemd waren onder andere: Zorgplan bij de patiënt thuis, voor betere overdracht, maar ook voor meer regie bij de patiënt leggen, landelijke informatiecampagne over palliatieve zorg om zo kennis van burgers te verhogen over wat mogelijk is in de laatste levensfase, en aandacht voor mantelzorgers.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voor Nederland geldt dat ongeveer de helft van de patiënten in de laatste drie maanden voor het overlijden nog één of meerdere transities tussen zorgsettingen ondergaat, meestal naar het ziekenhuis. Omdat ziekenhuisopnamen erg belastend kunnen zijn voor patiënten en omgeving, is het voorkomen van ziekenhuisopnamen in de laatste levensfase een belangrijk doel van palliatieve zorg. Bovendien kan met het voorkomen van ziekenhuisopnamen worden vermeden dat patiënten in het ziekenhuis overlijden, waarmee tegemoet gekomen kan worden aan de wens van veel Nederlanders om thuis te kunnen sterven. Tot nu toe is nog weinig bekend over de redenen/oorzaken en determinanten van ziekenhuisopnamen kort voor het overlijden en de vermijdbaarheid ervan. Het voorgestelde project richt zich daarom op de redenen/oorzaken en determinanten van opnamen in het ziekenhuis in de drie maanden voor het overlijden, de vermijdbaarheid van deze opnamen, en de wenselijkheid hiervan, en inventariseert mogelijke interventies om ziekenhuisopnamen te vermijden. Het onderzoek bestaat uit vier delen: 1) Secundaire analyses van data over ziekenhuisopnamen van palliatieve patiënten in waarneemdiensten van huisartsenposten, 2) vragenlijstonderzoek onder huisartsen, wijkverpleegkundigen en nabestaanden om vanuit drie perspectieven redenen/oorzaken en determinanten van ziekenhuisopnamen in kaart te brengen, 3) interviews met huisartsen, wijkverpleegkundigen en nabestaanden bij een beperkte selectie van casus, om meer diepgaande informatie te krijgen over deze redenen/oorzaken en determinanten en van de potentiële vermijdbaarheid van ziekenhuisopnamen, 4) expert-bijeenkomsten om in te schatten welk deel van de ziekenhuisopnamen potentieel vermijdbaar is en interventies inventariseren die ziekenhuisopnamen potentieel vermijden. Het voorgestelde onderzoek is relevant voor het nieuwe zorgmodel, omdat in kaart wordt gebracht of het vroegtijdig inzetten van palliatieve zorg van invloed is op ziekenhuisopnamen in de laatste drie maanden voor het overlijden en omdat het onderzoek aanknopingspunten kan bieden om belastende en ongewenste opnamen in het ziekenhuis te vermijden.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voor deelonderzoek I zijn secundaire analyses uitgevoerd op data over ziekenhuisopnamen van palliatieve patiënten in waarneemdiensten van huisartsenposten. Dit is een retrospectief dossieronderzoek van alle patiëntcontacten van alle huisartsenposten in Amsterdam tussen 1/11/05 en 1/11/06. Op basis van zoekwoorden zijn 529 palliatieve patiënten (gem. leeftijd 73 jaar) geïdentificeerd. Uit de analyses blijkt dat van de 529 patiënten die in de palliatieve fase waren er 68 (13%) opgenomen waren geweest in het ziekenhuis. Patiënten met kanker, patiënten met cardiovasculaire problemen, patiënten met digestieve problemen en patiënten met metabole problemen hebben een grotere kans om tijdens waarneemdiensten verwezen te worden naar het ziekenhuis. Patiënten die thuis verpleegkundige zorg kregen en patiënten wiens eigen huisarts gegevens had overgedragen aan de waarneemdienst hebben een kleinere kans om verwezen te worden naar het ziekenhuis tijdens waarneemdiensten. Een Engelstalig artikel van deze data is ingediend bij BMC Family Practice, en is teruggekomen met ‘minor revisions’. Verwachting is dat het met aanpassingen geaccepteerd zal worden. Daarnaast zijn een aantal presentaties gehouden over deze data.

De gegevens van deelonderzoek I zijn meegenomen in de ontwikkeling van de vragenlijsten voor deelonderzoek II. Data voor dit deel is verzameld tussen februari 2011 en juli 2011. In totaal hebben 598 huisartsen (37%) een vragenlijst ingevuld (325 over een patiënt die wel in het ziekenhuis was opgenomen in de laatste maanden voor het overlijden en 273 over een patiënt die niet in het ziekenhuis was opgenomen in de laatste maanden voor het overlijden). Daarnaast hebben 85 nabestaanden en 79 verpleegkundigen een vragenlijst ingevuld. Analyses van deze data worden momenteel gedaan en er zijn 2 wetenschappelijke artikelen in ontwikkeling: ‘Invloed van palliatieve zorg op wel/geen ziekenhuisopname’, en ‘Redenen van ziekenhuisopname en vermijdbaarheid volgens de arts.’

Deelonderzoek III (interviewstudie) loopt. In Mei 2012 waren er 20 huisartsen geïnterviewd, 7 nabestaanden en 11 verpleegkundigen. Dit deel loopt nog door tot december 2012.

Deelstudie IV moeten nog starten.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voor Nederland geldt dat ongeveer de helft van de patiënten in de laatste drie maanden voor het overlijden nog één of meerdere transities tussen zorgsettingen ondergaat, meestal naar het ziekenhuis.

Omdat ziekenhuisopnamen erg belastend kunnen zijn voor patiënten en omgeving, is het voorkomen van ziekenhuisopnamen in de laatste levensfase een belangrijk doel van palliatieve zorg. Bovendien kan met het voorkomen van ziekenhuisopnamen worden vermeden dat patiënten in het ziekenhuis overlijden, waarmee tegemoet gekomen kan worden aan de wens van veel Nederlanders om thuis te kunnen sterven.

Tot nu toe is nog weinig bekend over de redenen/oorzaken en determinanten van ziekenhuisopnamen kort voor het overlijden en de vermijdbaarheid ervan. Het voorgestelde project richt zich daarom op de redenen/oorzaken en determinanten van opnamen in het ziekenhuis in de drie maanden voor het overlijden, de vermijdbaarheid van deze opnamen, en de wenselijkheid hiervan, en inventariseert mogelijke interventies om ziekenhuisopnamen te vermijden. Het onderzoek bestaat uit vier delen: 1) Secundaire analyses van data over ziekenhuisopnamen van palliatieve patiënten in waarneemdiensten van huisartsenposten, 2) vragenlijstonderzoek onder huisartsen, wijkverpleegkundigen en nabestaanden om vanuit drie perspectieven redenen/oorzaken en determinanten van ziekenhuisopnamen in kaart te brengen, 3) interviews met huisartsen, wijkverpleegkundigen en nabestaanden bij een beperkte selectie van casus, om meer diepgaande informatie te krijgen over deze redenen/oorzaken en determinanten en van de potentiële vermijdbaarheid van ziekenhuisopnamen, 4) expert-bijeenkomsten om in te schatten welk deel van de ziekenhuisopnamen potentieel vermijdbaar is en interventies inventariseren die ziekenhuisopnamen potentieel vermijden. Het voorgestelde onderzoek is relevant voor het nieuwe zorgmodel, omdat in kaart wordt gebracht of het vroegtijdig inzetten van palliatieve zorg van invloed is op ziekenhuisopnamen in de laatste drie maanden voor het overlijden en omdat het onderzoek aanknopingspunten kan bieden om belastende en ongewenste opnamen in het ziekenhuis te vermijden.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website