Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De projectperiode stond in het teken van de start van consortium Ligare als nieuw samenwerkingsverband. Om samenwerking te borgen is een gezamenlijke koers bepaald op inhoud en organisatiewijze. In de projectperiode is zowel de inhoud (wat doen we) als de organisatie structuur (waarom en hoe doen we het) vormgegeven. De inhoudelijke richting is vormgegeven door de behoeften en wensen van patiënten en zorgprofessionals te inventariseren. Vanuit wensen en behoeften van patiënten en zorgprofessionals is een aantal speerpunten naar voren gekomen; het herkennen van de patiënt met palliatieve zorgvragen, het proactief plannen van zorg, patiënten- en naastenparticipatie en het verbeteren van aandacht voor spirituele zorg in de reguliere zorgverlening. Dit was de basis voor Ligare 2020 en is uitgewerkt in project ideeën en werkplannen. De consortiumstructuur is vormgeven door de inrichting van een stuurgroep (waarin de netwerkcoördinatoren, een vertegenwoordiger van IKNL, een vertegenwoordiger van Zorgbelang en een vertegenwoordiger van het EPZ samenwerken) met een dagelijks bestuur, 2 klankbordgroepen (patiënten en naasten; onderwijs,onderzoek en praktijk) en een onderwijswerkgroep. Uiteraard vindt uitwisseling plaats tussen de stuurgroep en de twee klankbordgroepen. Ook is de kwartiermakersrol ingevuld. Ligare wil ondersteunend en innoverend zijn ten dienste van patiënt, naasten en zorgprofessionals. In gezamenlijk wordt dit groeiproces ‘bottom-up’ vormgegeven.

De samenwerking tussen de verschillende partijen, zorgprofessionals, onderzoek en onderwijs heeft een positieve impuls gekregen door het gezamenlijk werken aan een project.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

•Het visiedocument ‘Ligare 2020’ is vastgesteld. Hierin is vastgelegd dat het consortium een kennis- en ontwikkelnetwerk is, waarbij het gezamenlijk doen van projecten een middel is om dit te bereiken.

 

•Er heeft een evaluatie plaatsgevonden van de samenwerking binnen de stuurgroep van het consortium. Op basis van deze evaluatie is Zorgbelang een vast lid van de stuurgroep geworden, zijn taken en rollen verdeeld, zijn klankbordgroepen ingericht en is een afspraak gemaakt met de werkgroep onderwijs voor evaluatie.

 

•Er zijn contacten gelegd met diverse samenwerkingspartners, zoals de netwerken dementie, afdelingen cardiologie, kinderpalliatieve zorg UMCG en ouderenzorg. Vanuit het contact met de afdeling Interne Oncologie van het UMCG is gestart met een Citrien project. Doel is het digitaliseren van het proactief zorgplan.

 

•Er is één klankbordgroep patiënten en naasten en één zorg/onderwijs/zorg opgericht. Deze groepen komen 2 keer per jaar bijeen en geven indien gewenst tussentijds advies. In de bijeenkomsten geven de leden advies aan lopende projecten, zoals het deelproject markering en proactieve zorgplanning bij kankerpatiënten door de klankbordgroep patiënten en naasten. Ook is reactie gegeven op documenten van proactieve zorgplanning.

 

•Huisartsen zijn betrokken bij het consortium door deelname aan de werkconferenties. Ook is een aantal huisartsen actief betrokken bij implementatie van het project ‘Markering en proactieve zorgplanning’ in de netwerken. Daarnaast is een filmpje en folder rond proactieve zorgplanning ontwikkeld en verspreid. Er is contact met de ROSsen en huisartsencoöperaties om het contact en betrokkenheid van huisartsen te verstevigen.

Momenteel wordt er een huisarts geworven die projectmanager wordt van de lopende en op te zetten projecten.

 

•Voor zorgprofessionals en beleidsmakers is een aantal bijeenkomsten georganiseerd:

-Op 16 maart 2016 was de werkconferentie ‘In gesprek’. Tijdens deze conferentie waren dialoogtafels rond actuele onderwerpen om ervaringen, kennis en inzichten op te halen t.b.v. de verdere verbetering van de palliatieve zorg binnen het consortium. Doelgroep: zorgprofessionals, onderzoekers, betrokkenen in het onderwijs, vertegenwoordigers patiënten / naasten..

-Op 3 november 2016 vond de werkconferentie ‘Als niet alles is wat het lijkt’ voor zorgprofessionals plaats. Doel was het inspireren en verbeteren van kennis t.a.v. communicatie en zingeving in de palliatieve fase.

-In Friesland is op 12 januari 2017 een bijeenkomst georganiseerd rond markering en proactieve zorgplanning.

 

•Binnen de netwerken palliatieve zorg is het project ‘Markering en proactieve zorgplanning’ middel om diverse partijen te betrekken en ook daadwerkelijk met elkaar samen te werken. De verbinding tussen zorg, onderwijs en onderzoek wordt in dit project in de praktijk gebracht.

 

•Het project 'Als niet alles is wat het lijkt' is gehonoreerd. Binnen dit project wordt een digitale leerwerkplaats ingericht betreffende spirituele zorg en zullen 30 organisaties hiermee gaan werken.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De afgelopen projectperiode stond in het teken van de start van het consortium als nieuw samenwerkingsverband. Om samenwerking te borgen is een gezamenlijke koers bepaald op inhoud en organisatiewijze. In de projectperiode is zowel de inhoud (wat doen we) als de organisatie structuur (waarom en hoe doen we het) vormgegeven.

De inhoudelijke richting is vormgegeven door de behoeften en wensen van patiënten en zorgprofessionals te inventariseren. Vanuit wensen en behoeften van patiënten en zorgprofessionals is een aantal speerpunten naar voren gekomen; het herkennen van de patiënt met palliatieve zorgvragen, het proactief plannen van zorg, patiënten- en naastenparticipatie en het verbeteren van aandacht voor spirituele zorg in de reguliere zorgverlening. Dit was de basis voor Ligare 2020 en is uitgewerkt in project ideeën en werkplannen.

De consortiumstructuur is vormgeven door de inrichting van een stuurgroep met een dagelijks bestuur, 2 klankbordgroepen (patiënten en naasten; onderwijs,onderzoek en praktijk). Uiteraard vindt uitwisseling plaats tussen de stuurgroep en de twee klankbordgroepen. Ook is de kwartiermakersrol ingevuld. Ligare wil ondersteunend en innoverend zijn ten dienste van patiënt, naasten en zorgprofessionals. Dat kan alleen door hen centraal te stellen en dus ‘bottom-up’ te werken. Het is een groeiproces dat door de leden samen vormgegeven wordt.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Om de wensen en behoeften van patiënten, naasten en zorgprofessionals in beeld te brengen is door diverse zorgprofessionals uit de 18 netwerken een knelpuntenanalyse gemaakt en zijn patiënten en naasten gevraagd naar hun wensen en behoeften door een digitale raadpleging. Hieruit zijn aantal speerpunten benoemd. Tijdens werkconferenties en via digitale samenwerking zijn twee gezamenlijke projectaanvragen tot stand gekomen. Het consortiumbrede project ‘Bijdragen aan welbevinden van patiënten en naasten door markering van de palliatieve fase en proactieve zorgplanning’ is gehonoreerd. Lokale werkgroepen hebben gewerkt aan de voorbereiding van implementatie van markering en proactieve zorgplanning. In maart 2016 heeft de werkconferentie ‘In gesprek’ plaats gehad waarin proactieve zorgplanning en morele dilemma’s centraal stonden. In maart 2016 is een projectidee ingediend gericht op verankering van de spirituele dimensie in de reguliere zorgverlening.

De stuurgroep heeft, mede gebaseerd op inbreng van consortiumleden, stil gestaan bij de organisatiewijze en toegevoegde waarde van het consortium. Dit heeft geresulteerd in een gezamenlijke ambitie en werkwijze om een kennis- en ontwikkelnetwerk te worden. De netwerken vormen hierin de basis, omdat dit een goed functionerende basisstructuur voor zorgorganisaties is, waar de activiteiten van Ligare aanvullend op moeten zijn.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Sinds juli 2014 werken het EPZ NoordOost, de netwerken Palliatieve zorg en het IKNL in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel samen in het Regionaal Consortium Palliatieve zorg NoordOost (RCPZ-NO)i.o.

Doelstelling is het realiseren van optimale palliatieve zorg voor de populatie van Noord Nederland. Om dit te realiseren, wordt het RCPZ-NO nu uitgebreid met vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties, onderwijs en onderzoek.

Uitgangspunt is, dat het RCPZ-NO meerwaarde moet opleveren voor alle deelnemers. Deze meerwaarde moet zichtbaar worden in:

• het identificeren en onderzoeken van gemeenschappelijke vraagstukken en kennistekorten over netwerk- of provinciegrenzen heen,

• het delen en implementeren van ontwikkelde kennis, inzichten en instrumenten,

• het gebruik kunnen maken van specifieke expertise van de deelnemende partijen,

• het bieden van een aanspreekpunt voor het NPPZ in Noord- en Oost-Nederland voor uitrol van landelijk vastgestelde afspraken op het gebied van palliatieve zorg.

 

Om zicht te krijgen op ontwikkelde kennis en expertise, maar ook op lokale en regionale knelpunten, hebben de netwerkcoördinatoren met behulp van een format binnen het eigen netwerk de best practices en uitdagingen geïdentificeerd. Deze inventarisaties zijn vervolgens met elkaar uitgewisseld. In het RCPZ-NO is vastgesteld welke knelpunten gemeenschappelijk zijn en met de hoogste prioriteit aangepakt moeten worden. Hierbij is het volgende uitgangspunt gehanteerd:

“Elke activiteit op het gebied van palliatieve zorg begint met de (h)erkenning dat de fase van curatie voorbij is, en dat palliatieve zorg wenselijk is. Om verschillende redenen wordt de ‘surprise question’ niet, niet tijdig of niet adequaat gesteld. Dit probleem speelt zowel in de eerste als tweede lijn.

Wanneer men zich realiseert dat de palliatieve fase is aangebroken, is een pro-actief zorgplan, zo mogelijk opgesteld met patiënt en naasten, wenselijk. Dit wordt nog onvoldoende ontwikkeld.”

 

Vanuit dit uitgangspunt wil het RCPZ-NO de volgende knelpunten als eerste aanpakken.

1. Gebrek aan kennis, vaardigheden, tools voor goede en tijdige markering van de palliatieve zorgfase;

2. Gebrek aan kennis, vaardigheden, tools voor het ontwikkelen van een pro-actief zorgplan met aandacht voor:

a) zorgbehoeften in de vier dimensies (lichamelijk, geestelijk, sociaal, spiritueel),

b) zorgbehoeften van specifieke doelgroepen (zoals niet-oncologische patiënten, dementerenden, psychiatrische patiënten en Adolescenten and Young Adults (AYA’s)),

c) bevorderen van regievoering door en/of betrokkenheid van patiënt en naasten.

 

In de eerste fase wordt de structuur gerealiseerd waarbinnen deze activiteiten plaats vinden. Hiertoe stelt het RCPZ-NO één 'virtuele' werkgroep in om aan de slag te gaan met de geprioriteerde thema's. Elk netwerk levert hiervoor een huisarts, medisch specialist en verpleegkundige. Deze groep wordt aangevuld met vertegenwoordigers van het onderwijs-/onderzoeksveld en van patiënten en mantelzorgers.

 

De werkgroep krijgt de volgende opdracht:

• Inventariseer en prioriteer oorzaken voor het onvoldoende (tijdig) (h)erkennen van de palliatieve zorgfase c.q. het niet of onvoldoende maken van een pro-actief zorgplan.

• Inventariseer oplossingen welke toepasbaar zijn in de verschillende werkvelden (1e, 2e en 3e lijn) en/of stel vast welke oplossingen ontwikkeld moeten worden.

• Ontwikkel een werkplan, gericht op: a) Ontwikkeling en) implementatie van de gekozen oplossingen in pilotprojecten; b) Evaluatie van de werkbaarheid van deze oplossingen; c) ontwikkeling van een scholingsplan ten behoeve van overdracht van ontwikkelde kennis en tools; d) borging van resultaten.

 

De opdracht worden opgesplitst in deelopdrachten welke in kleinere werkgroepen worden uitgewerkt. Deze werkgroepen worden getrokken door een parttime kwartiermaker, die tevens als ‘linking pin’ participeert in het platform van het RCPZ-NO. Periodiek vindt afstemming plaats met alle werkgroepleden.

 

De aangevraagde subsidie zal worden gebruikt voor:

• het betalen van de parttime kwartiermaker,

• reis- en vergaderkosten van werkgroepleden en van het platform van het RCPZ-NO.

• Daarnaast ontvangen de werkgroepleden een uurvergoeding ter compensatie van afwezigheid door vergaderuren. De tijdsinvestering van de netwerkcoördinatoren, vertegenwoordigers van IKNL en EPZ wordt gefinancierd vanuit de betrokken instellingen.

 

Bijzonder aandachtspunt is de omvang van de regio van het consortium NoordOost. Dit consortium omvat een derde van het oppervlak van Nederland en door deze omvang ook een zeer groot aantal betrokken hulpverleners, organisaties en instanties. Succesvol innoveren en implementeren begint door betrokkenheid vanaf de ontwikkelfase. Doordat veel individuen en organisaties uit deze grote regio betrokken moeten worden, is de realisatie van de infrastructuur tijdsintensief en kostbaar.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website