Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Zorgverleners ervaren regelmatig morele dilemma’s in palliatieve zorg. 'Moet ik vasthouden aan het protocol, of ervan af wijken, gezien de laatste wens van de patiënt?', 'Ik kan me niet vinden in het gekozen beleid van de arts. Moet ik haar daarop aanspreken?', 'De patiënt wil iets anders dan zijn vrouw. Hoe ga ik hier goed mee om?' Om goed met dit soort lastige situaties om te gaan, zijn morele competenties een vereiste. Zoals: je twijfel onder woorden kunnen brengen, je eerste oordeel (h)erkennen maar ook tijdelijk kunnen opschorten, je in kunnen leven in het perspectief van de andere betrokkenen, met name dat van de patiënt, en een weloverwogen afweging kunnen maken.

 

Zeker in palliatieve zorg, gezien de intense menselijke interacties in de laatste levensfase, en de vaak

moeilijke keuzes die moeten worden gemaakt in onomkeerbare situaties, zijn morele competenties van groot belang om de patiënt goede zorg te kunnen bieden. Het nieuwe Kwaliteitskader stelt dan ook: “de zorgverlener herkent, erkent en verkent de complexe ethische kwesties die zich voor kunnen doen in de zorg voor patiënten met een levensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid.” (Domein 10 standaard 1).

 

Morele dilemma’s kunnen ook ‘morele stress’ veroorzaken: stress als je het gevoel hebt dat er niet juist gehandeld wordt, of waarbij je twijfelt over wat nu het juiste is om te doen. Morele stress draagt bij aan de hoge belasting die zorgverleners in palliatieve zorg, met name verpleegkundigen en verzorgenden, kunnen ervaren. In een tijd waarin verpleegkundigen steeds meer beroepsverantwoordelijkheid krijgen, en waarin het tekort aan verpleegkundigen een groeiend probleem is dat leidt tot een hogere werkdruk en -belasting, is ‘zorg voor de zorgenden’ in de vorm van ondersteuning bij morele kwesties geen overbodige luxe.

 

Dit is te meer het geval omdat patiënten belang hebben bij veerkrachtige zorgverleners die zorgvuldige afwegingen maken en daarnaar handelen, waarbij ze de unieke patiënt centraal stellen.

 

Maar hoe ondersteun je professionals bij de omgang met morele stress? Hoe stimuleer je hun morele veerkracht en morele competenties? Hoe help je teams om samen stil te staan, elkaar te ondersteunen en samen gericht naar oplossingen te zoeken in het geval van een moreel dilemma?

 

Bestaande ethiekondersteuning, zoals moreel beraad, wordt als waardevol ervaren, maar kent beperkingen die toepassing in de praktijk bemoeilijken. Zorgverleners melden dat moreel beraad veel tijd in beslag neemt, voor sommigen te hoogdrempelig is, en lastig in te plannen is in dagelijkse routines. Ook is de training tot gespreksleider intensief. Diverse zorgorganisaties geven daarom aan behoefte te hebben aan een toegankelijke, hanteerbare reflectiemethode die beter aansluit bij de huidige praktijk, met name bij de beroepsgroepen van verpleegkundigen en verzorgenden. In ons huidige onderzoek hebben we daarom, samen met verschillende praktijkpartners en experts, CURA ontwikkeld.

 

CURA biedt laagdrempelige ondersteuning aan zorgverleners bij morele dilemma’s in de palliatieve zorg. Deze ondersteuning sluit aan bij het nieuwe Kwaliteitskader, dat stelt dat een goede omgang met morele kwesties belangrijk is voor goede palliatieve zorg (Domein 10.1).

 

Ook sluit CURA aan bij de kernwaarde ‘Persoonlijke balans’ in het Kwaliteitskader, omdat het zorgverleners helpt zich bewust te worden van de (emotionele) impact die palliatieve zorg op henzelf heeft, en te reflecteren op hun eigen handelen. CURA houdt rekening met wat lastige situaties met je doen (emoties, lichamelijk), en zet aan tot het kritisch onderzoeken van je eerste oordeel, emotie en reactie, en je actief te verplaatsen in anderen, vooral in de patiënt.

 

We willen nu onderzoeken hoe CURA effectief en duurzaam kan worden geïmplementeerd in verschillende organisaties (hospice, thuiszorg, ziekenhuisafdeling, verpleeg- of verzorgingshuis). We richten ons hierbij op drie deelvragen:

 

1. Uit ons huidige onderzoek komt naar voren dat er behoefte is aan een korte training van te selecteren ‘CURA-ambassadeurs’ binnen de organisatie, die CURA kunnen introduceren, initiëren, begeleiden en borgen binnen hun afdeling of organisatie. Maar wat is de beste manier om hen te trainen? (Hoe) moet de training aangepast worden aan de context (hospice, thuiszorg, ziekenhuis, V&V)?

 

2. Wat werkt wel en wat werkt niet bij het introduceren, toepassen, bekendheid genereren, structureel inbedden cq. borgen van CURA in de organisatie? (Hoe) verschilt dit per context? Welke begeleiding is nodig om CURA blijvend goed te gebruiken (coaching, monitoring, kwaliteitsbewaking)?

 

3. Ervaren zorgverleners (in de verschillende contexten) CURA als bruikbaar in de praktijk en dat het hun morele competenties en morele veerkracht versterkt als het binnen hun afdeling of organisatie geïmplementeerd is?

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website