Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Verpleegkundigen en verzorgenden komen veelvuldig in aanraking met palliatieve zorg. Het is de verantwoordelijkheid van opleiders om een bijdrage te leveren aan de competenties op dit gebied.

Aan dit project deden vijf ROC’s en twee Hogescholen mee, met als doel palliatieve zorg in de basiscurricula te implementeren. Hieronder volgt een korte beschrijving van het project.

In fase 1 werd onderzocht welke basiscompetenties studenten verpleegkunde en verzorging nodig hebben op het gebied van de palliatieve zorg. Er werden hierbij verschillende methoden gebruikt: een literatuurstudie en documentenanalyse, interviews met experts, professionals uit het veld en docenten, een enquête onder studenten en interviews met patiënten en nabestaanden. Fase 1 heeft geresulteerd in het rapport Basiscompetenties Palliatieve Zorg voor verzorgenden en verpleegkundigen dat in 2018 is verschenen en verspreid. Hierin werden 58 basiscompetenties omschreven aan de hand van de CanMedsrollen

In de tweede fase van het project werd op zeven scholen gebruikt onderwijsmateriaal verzameld, werden de huidige curricula en bestaande onderwijsactiviteiten geanalyseerd en zijn docenten bevraagd op hun behoefte aan bijscholing. Wat betreft de bestaande materialen bleek dat de diversiteit groot was maar ook dat de nadruk op de terminale fase lag en gefocust werd op rouw en verlies. Het onderwijs werd gefragmenteerd aangeboden en vond vooral in het laatste leerjaar plaats. Aan zingeving, “shared decision making “, palliatief redeneren, pro-actieve zorgplanning, meetinstrumenten, symptoombestrijding, het markeren van de palliatieve fase, het zorgpad stervenfase, complementaire zorg, de sociale kaart van de palliatieve zorg en interculturele aspecten van palliatieve zorg werd weinig aandacht gegeven.

Docenten van de ROC’s en Hogescholen wilden graag bijgeschoold worden. Slechts 26% van de docenten voelden zich goed toegerust om dit onderwijs te verzorgen Er werden vijf scholingsbijeenkomsten georganiseerd waarbij docenten van verschillende ROC’s en Hogescholen bij elkaar zaten. 94% van de docenten voelde zich na de scholing goed tot zeer goed toegerust om onderwijs te verzorgen op het gebied van palliatieve zorg.

Scholen hebben elk hun eigen onderwijsvisie, cultuur en curricula. Het was dan ook niet mogelijk om een eenduidig “standaard” implementatieplan of advies te maken. Er was maatwerk nodig. Daarom werden op de scholen multidisciplinaire werkgroepen ingericht om te komen tot een plan van aanpak.In elke werkgroep zaten docenten en in bijna alle werkgroepen waren één of meerdere studenten, een patiëntvertegenwoordiger, een verpleegkundig consulent palliatieve zorg en een verpleegkundige uit de praktijk aanwezig. Er werd aangesloten bij de manier waarop normaliter curriculumwijzigingen plaatsvinden. Bij vier van de zes scholen betrof het onderwijsontwerp een doorlopende leerlijn palliatieve zorg waarin het onderwerp werd verweven in het onderwijs in verschillende leerjaren en een opbouw wordt gemaakt, van gemakkelijke naar complexe taken. Daarnaast was het voorstel, op vijf van de zes scholen, om themabijeenkomsten over palliatieve zorg voor studenten te organiseren. Eén Hogeschool gaat werken aan een minor palliatieve zorg en twee ROC’s hebben aangegeven interesse te hebben in het Keuzedeel Verdieping Palliatieve zorg dat landelijk voor het mbo ontwikkeld is.

 

In de derde fase werd de implementatie van de plannen door de projectleiders gemonitord. Om ervaringen van de scholen te delen werd een regionale Community of Practice opgezet waarin docenten, studenten, verpleegkundig consulenten, studenten en patiënt vertegenwoordigers van alle scholen gezamenlijk werden uitgenodigd. In de bijeenkomsten werden ervaringen, tips voor implementatie, knelpunten en onderwijsmaterialen gedeeld. Tenslotte werd er een digitale toolbox met leermaterialen voor docenten en bij een aantal gebruikers (docenten) getest.Deze materialen zijn te vinden op www.edupal.nl.

Conclusie

Het is de verantwoordelijkheid van opleidingen om een bijdrage te leveren aan de competenties met betrekking tot palliatieve zorg van verzorgenden en verpleegkundigen. Dit besef groeit bij docenten en zij realiseren zich ook vaak dat ze onvoldoende kennis hebben op dit gebied en zich moeten bijscholen. De bereidheid om hierin te investeren is groot en op alle scholen werden implementatieplannen gemaakt. De meeste scholen zijn hierin ook concreet mee aan de slag gegaan. Dit wekt vertrouwen voor de toekomst mits opleidingen ook in de toekomst hierin ondersteund worden in de vorm van deskundigheidsbevordering voor docenten en het actualiseren van leermaterialen. De eerste stappen zijn gezet. Het meerjarige programma O²PZ (www.o2pz.nl) neemt de opgedane ervaringen mee in een landelijk onderwijsaanbod voor alle (toekomstige) professionele zorgverleners in de palliatieve zorg.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Een rapport met een beschrijving van de basiscompetenties palliatieve zorg van verpleegkundigen en verzorgenden en aanbevelingen voor de manier waarop palliatieve zorg in de basiscurricula kan worden opgenomen. Zie rapport fase 1 Basiscompetenties palliatieve zorg voor verpleegkundigen en verzorgenden indd.adobe.com/view/8bc03002-9939-41ca-80fb-a395f71822d6

 

Inzicht in wat stakeholders (zorgprofessionals, docenten, praktijkbegeleiders en managers) belangrijk vinden in het onderwijs voor verzorgenden en verpleegkundigen. Zie rapport fase 1.

 

Inzicht in wat patiënten en naasten belangrijk vinden in zorgprofessionals in de palliatieve fase. (zie rapport fase 1)

Inzicht in de ervaringen van studenten met het onderwijs palliatieve zorg dat ze hebben gehad.(zie rapport fase 1)

 

Een rapport over fase 2 en 3 van het project: Implementatie van palliatieve zorg in basiscurricula voor verzorgenden en verpleegkundigen. Doorbladerbare pdf indd.adobe.com/view/76596d0b-c977-4d6d-8f5c-7dbb2cf6e5ca

 

Inzicht in de wijze waarop palliatieve zorg op zeven scholen werd gedoceerd en het competentieniveau van docenten met betrekking tot palliatieve zorg voor dat dit project startte.

 

Een geëvalueerde scholing voor docenten van ROC’s en Hogescholen

 

Een Community of Practice in het Consortium Palliatieve Zorg Limburg en Zuidoost Brabant en inzicht in de werkzaamheid hiervan.

 

Implementatieplannen voor palliatieve zorg in zeven scholen (5 ROC’s en 2 hogescholen) en gedeeltelijke implementatie in zeven scholen

 

Een toolbox met 180 leermaterialen die docenten van ROC’s en Hogescholen kunnen gebruiken om onderwijs op dit terrein vorm te geven www.edupal.nl die uitgetest is bij vier beoogde gebruikers

 

Tips voor implementatie van Palliatieve zorg in curricula

 

Een artikel Annemie Courtens, Giel Vaessen, Annette Bour, Anne van Pol, Basiscompetenties palliatieve Zorg voor verzorgenden en verpleegkundigen. Tijdschrift Onderwijs en gezondheidszorg, nummer 4, 2019, pp 26-28

 

Een poster op het Nationaal Congres Palliatieve zorgnovember 2018 in Lunteren Annemie Courtens, Giel Vaessen, Annette Bour, Anne van Pol, Competenties palliatieve zorg voor in de initiële opleidingen van verzorgenden en verpleegkundigen.

 

Een poster op het NVMO congres november 2018: Warmenhoven, F., Courtens , A. Yaldiz, H. (2018) Patiëntgerichte zorg door patiëntgericht onderwijs. Kunnen ervaringen van palliatieve zorg en mantelzorgers richting geven aan het onderwijs voor zorgprofessionals?

 

 

 

 

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Fase 1 van het door ZonMw gesubsidieerde project: Ontwikkeling, evaluatie en implementatie van onderwijs palliatieve zorg in de basiscurricula bachelor en MBO-verpleegkunde en verzorging in Limburg en Zuidoost Brabant is afgerond.In deze fase werd onderzocht welke basiscompetenties studenten verpleegkunde en verzorging (niveau’ ’s 3, 4 en 6) nodig hebben op het gebied van de palliatieve zorg. Er werden hierbij verschillende methoden gebruikt: een literatuurstudie en documentenanalyse, interviews met experts, professionals uit het veld en docenten, een enquête onder studenten en interviews met patiënten en nabestaanden.

In de documentenanalyse is zoveel mogelijk uitgegaan van het Onderwijsraamwerk Palliatieve Zorg 1.0 en andere richtinggevende documenten zoals documenten van de European Association of Palliative Care, de V&VN, de American Association Colleges of Nursing. Later werden de competenties ook getoetst aan het Kwaliteitskader

De competenties (kennis, vaardigheden, attituden) werden, zowel voor het MBO als het HBO, geordend aan de hand van CanMedsrollen en competenties uit het Onderwijsraamwerk 1.0 werden aangepast.De overlap tussen wat er in de literatuur werd gevonden en wat er in de (experts )interviews naar voren kwam over de benodigde competenties was groot. Professionals uit het veld zouden meer aandacht in de opleidingen willen voor kennis over symptoombestrijding en meetinstrumenten en meer aandacht voor communicatievaardigheden, attitude, het omgaan met zingevingsvragen en zelfreflectie. Studenten gaven in de enquête aan dat er in hun opleiding geen of nauwelijks aandacht was geweest voor symptoombestrijding, copingproblemen, zingevingsvragen, vroegtijdige zorgplanning, gespreksvoering over het levenseinde, besluitvorming en de sociale kaart van de palliatieve zorg. Ze zouden ook meer begeleiding willen bij het leren omgaan met emoties van hen zelf en emoties van patiënten en naasten. De meeste competenties waren voor alle niveaus (3,4 en 6)van toepassing binnen hun beroepsdomein. Alleen bij competenties die te maken hebben met het toepassen en beoordelen van theoretische kennis, het beoordelen van wetenschappelijke literatuur, het indiceren, klinisch redeneren, ethische besluitvorming, het organiseren op meso- of macronivaeu, gezamenlijke besluitvorming en vroegtijdige zorgplanning zijn onderscheidende competenties beschreven per niveau. Deze zijn vooral weggelegd voor niveau 6 en soms ook voor 4.

Experts en professionals uit het veld, maar ook studenten gaven aan dat palliatieve zorg al vroeg in de opleiding op de agenda zou moeten komen, voor de eerste stage en dat na de stages er een moment van reflectie moet zijn om casuïstiek en ervaringen met elkaar te delen. Uit de interviews met patiënten en naasten bleek dat zij graag te maken willen hebben met inhoudelijk deskundige, warme, respectvolle professionals die de tijd nemen, pro-actief, snel en flexibel zijn, die kunnen samenwerken, coördineren en verwijzen en die patiënten en naasten betrekken in hun besluitvorming.

De omschreven competenties zijn richtinggevend voor het ontwikkelen van leerinhoud en leermaterialen of het gebruik van bestaande leermaterialen. De structuur en de wijze waarop deze inhoud wordt vormgegeven binnen de diverse opleidingen en scholen kan variëren en zal zo veel mogelijk verweven worden in de bestaande curricula.

In deze fase is ook gestart met een docententraining waarin docenten van MBO en HBO samen werden bijgeschoold op een aantal actuele onderwerpen in de palliatieve zorg en kennismaakten met reeds bestaande leermaterialen (o.a.STEM,Signaleringsmethode IKNL)

Op zes van de zeven scholen werden werkgroepen ingericht van docenten, studenten, patiëntvertegenwoordigers, zorgprofessionals en consulenten palliatieve zorg. Deze werkgroepen houden zich bezig met de implementatie van palliatieve zorg in de bestaande curricula, bijvoorbeeld door het verzorgen van thematisch onderwijs, het opzetten van een doorlopende leerlijn van jaar 1 - jaar 3-4), of het maken van een minor voor het HBO.

Daarnaast is er een samen met het Consortium Noord-Holland aanvraag gedaan voor een keuzedeel Palliatieve Zorg voor het MBO bij het SBB. Dit werd goedgekeurd. De inhoud van dit keuzedeel moet echter nog bepaald worden.

In april 2018 werd een community of practice bijeenkomst gehouden met de deelnemende scholen. deze werd bezocht door docenten, studenten, zorgprofessionals en patiëntvertegenwoordigers. Hierin werden ervaringen gedeeld en tips and trics uitgewisseld.

Het conceptrapport en de competentiesbeschrijving werden ter validatie voorgelegd aan de V&VN, het LOOV, de MBO raad en de onderwijsgroep van de EPZ-en.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel fase 1 van dit project is vast te stellen wat noodzakelijke onderdelen over palliatieve zorg zijn binnen het verpleegkundig onderwijs.

Hiervoor worden de volgende deelvragen beantwoord:

1.Welke basiscompetenties worden beschreven in (inter)nationale literatuur/documenten ten aanzien van palliatieve zorg op basis van de zeven CanMEDS rollen?

2.Welke basiscompetenties worden benoemd door zorgprofessionals en docenten op basis van de CanMEDSrollen?

3.Welke onderwerpen zijn volgens studenten in de opleidingen aan bod gekomen en welke hebben ze hierin gemist ?

4. Welke basiscompetenties vinden patiënten en naasten/nabestaanden belangrijk voor zorgverleners in de palliatieve zorg?

5.Welke basiscompetenties zijn minimaal vereist om palliatieve zorg vorm te geven in het initiële onderwijs voor verpleegkundigen en verzorgenden?

 

Onderzoeksmethoden

-een literatuurstudie en documentenanalyse

-individuele interviews met 49 professionals, betrokken bij palliatieve zorg en docenten.

-online-enquête gehouden onder derde en vierde jaars studenten.

- interviews met patiënten/naasten met de vraag welke competenties zij verwachten en ervaren hebben van zorgverleners. Deze werden samen met het PASEMECO project verricht

 

Resultaten

•In de basisopleidingen moet meer gefocust worden op de verschillende dimensies van palliatieve zorg.

•Zorgprofessionals vragen meer aandacht voor kennis over symptoombestrijding en meetinstrumenten, meer aandacht voor communicatievaardigheden, attitude en het omgaan met zingevingsvragen en zelfreflectie.

•Studenten gaven aan meer aandacht te willen voor symptoombestrijding, copingsproblemen, zingevingsvragen, vroegtijdige zorgplanning, gespreksvoering, besluitvorming en de sociale kaart van de palliatieve zorg. Het leren omgaan met de eigen emoties en de behoefte aan begeleiding hierbij kwam zowel in de enquête onder de studenten als in de interviews met de experts, professionals en docenten naar voren als een belangrijk punt.

•Zowel studenten, als docenten en professionals vinden dat palliatieve zorg eerder in het curriculum moet worden aangeboden. Liefst voor de eerste stage. Na de stages kunnen ervaringen van studenten met palliatieve patiënten onder begeleiding van docenten gedeeld worden.

•Door het uitnodigingen van gastdocenten en experts uit het veld krijgen studenten beter zicht op de praktijk. Studenten geven aan dat ze meer verhalen willen horen van echte patiënten of naasten en dat ze meer willen oefenen in gespreksvoering met zorgverleners over het naderende levenseinde.

• Patiënten en naasten willen graag te maken hebben met inhoudelijk deskundige, warme, respectvolle professionals die de tijd nemen, proactief, snel en flexibel zijn, die kunnen samenwerken en verwijzen, en die de patiënt en de mantelzorgers betrekken in hun besluitvorming. Het belang van een goede communicatieve en organisatorische vaardigheden werd door patiënten en nabestaanden benadrukt.

•Op grond van (inter)nationale literatuur, interviews met professionals, docenten en patiënten en een enquête onder studenten konden competenties worden geformuleerd die als leidraad gebruikt kunnen worden om palliatieve zorg in de basiscurricula te verweven en/of een keuzedeel c.q. minor te ontwerpen. De competenties die benoemd werden in de interviews (met zorgprofessionals, docenten, patiënten en naasten) en de studenten enquête vonden we ook in de literatuur. Het recent verschenen Kwaliteitskader Palliatieve zorg Nederland biedt daarnaast ook standaarden en criteria die hierin leidend kunnen zijn.

• De meeste competenties zijn generiek en van toepassing op zowel verzorgenden, niveau 3 en verpleegkundigen van niveau 4 en 6. Alleen bij competenties die te maken hebben met het toepassen en beoordelen van theoretische kennis, het beoordelen van wetenschappelijke literatuur, het indiceren, klinisch redeneren, ethische besluitvorming , het organiseren op meso of macro niveau, shared decicison making en advance care planning zijn er onderscheidende competenties beschreven. Bij de uitwerking van de leerinhouden en het gebruik van leermaterialen bij de generieke competenties kan er wel rekening gehouden worden met de niveau ‘s.

• De competenties zijn richtinggevend voor het ontwikkelen van leerinhoud en het gebruik van materialen. Dit zegt echter nog niets over de structuur en de wijze waarop de inhoud gebruikt gaat worden in de verschillende curricula. Bij voorkeur wordt dit samen met de scholen bepaald in werkgroepen waarin docenten, studenten, patiëntvertegenwoordigers, zorgprofessionals en verpleegkundig consulenten vertegenwoordigd zijn. In deel twee van dit project wordt hier verslag van gedaan.

•Docenten in het MBO/HBO zouden geschoold moeten worden in de actuele ontwikkelingen van de palliatieve zorg en in het gebruik van de reeds ontwikkelde leermaterialen en methodieken. In fase 2 van dit project wordt verslag gedaan van de docententraining die in het kader van dit project ontwikkeld en gegeven is.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Palliatieve zorg wordt vooral door reguliere, generalistische zorgverleners gegeven en is in bijna iedere zorgsetting aan de orde. Uit onderzoek blijkt dat verpleegkundigen en verzorgenden meer tijd spenderen aan patiënten in de palliatieve fase, dan andere zorgprofessionals. Iedere student verpleegkunde of verzorging zal dus in aanraking komen met patiënten in de palliatieve fase, zowel intra- als extramuraal. Er is in Nederland nauwelijks een gestructureerd onderwijsaanbod voor palliatieve zorg in de initiële opleidingen van professionals. Onder verpleegkundigen en verzorgenden is er veel behoefte aan scholing op dit gebied. Het bewustzijn van en de kennis cq. de vaardigheden met betrekking tot lichamelijke, psychische, sociale en spirituele aspecten van palliatieve zorg, van verpleegkundigen en verzorgenden verdient verbetering. Veel verpleegkundigen en verzorgenden zijn nog onbewust onbekwaam op dit terrein en gaan het werkveld in zonder de benodigde basiscompetenties voor palliatieve zorg.

Doel van dit project is dat alle studenten verpleegkunde/verzorging, uit de regio van het consortium, bij hun afstuderen beschikken over de minimaal vereiste competenties op het gebied van palliatieve zorg, door het ontwikkelen, testen, implementeren en integreren van leermaterialen mbt palliatieve zorg in de basiscurricula voor de verschillende niveaus (bachelor en MBO) en door het trainen van docenten.

Aanpak:

In fase 1 worden competenties en behoeften van het praktijkveld verhelderd d.m.v: a. literatuurstudie en documentenanalyse van bestaande competentiebeschrijvingen zoals die van de V&VN en de EAPC en b. interviews met stakeholders zoals werkveldcommissies en praktijkbegeleiders, verpleegkundigen en verzorgenden uit het veld van de palliatieve zorg, afgestudeerden van de betrokken opleidingen, experts in de palliatieve zorg, patienten en naasten. In deze interviews wordt doorgevraagd op het thema "wat moet een verpleegkundige of verzorgende kunnen/kennen op het gebied van de palliatieve zorg"? Het gaat daarbij om lichamelijke, psychische, sociale en spirituele aspecten van de palliatieve zorg, attitude en competenties ten aanzien van multi-disciplinair samenwerken. Er wordt, op grond van de literatuur, de documentenanalyse en de interviews een kader geschetst van benodigde competenties en de noodzakelijke inhoud van de curricula. Dit kader wordt voorgelegd aan diverse stakeholders zoals o.a. opleidingscoördinatoren, werkveldcommissies van de opleidingen, de V&VN, Landelijk Overleg Opleidingen Verpleegkunde (LOOV), de Stichting Samenwerking beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) en de MBO-Raad. Dit kader wordt vastgesteld samen met de bovengenoemde stakeholders. Tevens wordt geïnventariseerd en beschreven wat al in de huidige curricula van de bachelor en MBO opleidingen aan palliatieve zorg geboden wordt. Dit wordt gedaan aan de hand van interviews met opleidingscoördinatoren en docenten van de opleidingen en aan de hand van onderzoek naar aanwezige lesmaterialen binnen de opleidingen.

In fase 2 wordt geïnventariseerd bij alle EPZ-en, het IKNL, Agora, Fibula, maar ook binnen de (post-initiële) verpleegkundige opleidingen welke ontwikkelde lesmaterialen en methodieken voorhanden zijn zoals bijvoorbeeld de signaleringsbox, e-learning van het IKNL, STEM, Zorgpad Stervensfase, videomaterialen etc. Hierbij wordt nagegaan of deze materialen ook bruikbaar zijn in de basiscurricula en voor welk niveau. Bij alle materialen wordt nagegaan bij welke competentie(s) ze passen en welke materialen nog missen. Bestaande en nieuw ontwikkelde leermaterialen palliatieve zorg worden in bestaande leerstof van ieder curriculum geïntegreerd. Daarnaast worden keuze/verdiepingsdelen ontwikkeld. Bij het ontwikkelen van leermaterialen wordt uitgegaan van nieuwe leertechnologische inzichten (o.a. blended learning). Bij blended-learning gaat het om een combinatie van digitale leeractiviteiten, groepsactiviteiten, praktijkopdrachten en face to face contact tussen studenten en docenten. De ontwikkeling en bijstelling van de materialen vindt steeds plaats in een overleg met docenten,studenten, praktijkinstellingen, experts in de palliatieve zorg en patienten(belangenorganisaties). Voor docenten in het MBO en HBO wordt een docententraining ontwikkeld en uitgevoerd zodat ze beter voorbereid zijn om het leermateriaal te gebruiken.

In fase 3 worden de materialen in pilots getest bij de deelnemende opleidingen en vindt er een evaluatie plaats van de gebruikte materialen bij studenten, docenten en het werkveld. Aan de hand van de evaluaties worden de definitieve competenties en een set van leermaterialen met de daarbij horende handleidingen vastgesteld. Deze worden als aanbeveling aangeboden aan de onderwijsinstellingen. Om ervoor te zorgen dat het onderwijs ook geborgd is na afloop van het project zal er tijdens het project aandacht zijn voor het creëren van een leernetwerk en dissiminatie via websites, artikelen en diverse bijeenkomsten.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website