Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De gemeenten in Oost NL, samen met het Openbaar Ministerie en de politie, hebben bij de vaststelling van de gezamenlijke Veiligheidsstrategie ON 2015-2018 de structurele borging van het RFPN als gezamenlijke opdracht opgenomen. Met behulp van de toegekende subsidie door ZonMw is onderzocht hoe die borging gerealiseerd kan worden.

Hoewel de VHH aangeven wel meerwaarde te ervaren van het RFPN, ziet men geen/onvoldoende financiële mogelijkheden het RFPN structureel te borgen. De vraag ontstaat of het RFPN – in deze vorm – nog nodig is.

Mede als gevolg van de acties van het aanjaag- en schakelteam zijn er sinds de start van de pilot drie belangrijke ontwikkelingen in Oost-Nederland geweest. Allereerst is in alle veiligheidshuizen een vorm van casusoverleg tot stand komen, waarin ook casuïstiek zoals in het RFPN besproken wordt, behandeld kan worden omdat GGZ- en LVB-expertise beschikbaar zijn. De vijf veiligheidshuizen in Oost-Nederland werken allemaal anders, maar draagvlak voor meer uniformiteit zoals bij het RFPN is niet gevonden.

De casus overleggen verwerven mede dankzij instrumenten als de vliegende brigade en handelingsbank steeds meer expertise om oplossingen te vinden – al zijn er wel zorgen of het in de meest ingewikkelde zaken lukt om één regievoerder te hebben, die de tijd, capaciteit en het (bovenregionale) netwerk heeft om zich langdurig vast te bijten in een zaak en niet meer los te laten totdat het geregeld is. De komst van beveiligde bedden is veelbelovend: drie GGZ-instellingen toonden zich bereid dergelijke voorzieningen te realiseren.

De derde ontwikkeling is de door het schakelteam opgeleverde opschalingsmethodiek: de lokale doorzettingskracht. Daarmee kán in elke gemeente een oplossing gevonden en zo nodig geforceerd worden – het RFPN is daarvoor niet meer cruciaal. In een van de districten (IJsselland) is een opschalingsvariant ingericht onder leiding van een burgemeester (de ‘mandaatcommissie’). Het inzetten van de lokale doorzettingskracht verdient nog wel stimulans. Om die reden is er voor gekozen het RFPN per 1 februari 2019 te stoppen.

 

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het is duidelijk geworden dat er verschillende ontwikkelingen gaande zijn in het forensisch-psychiatrisch werkveld die van invloed zijn op de positie en rol van het RFPN. Er kan geconcludeerd worden dat zowel de VHH als de overige ketenpartners meerwaarde ervaren van het RFPN, zij het op verschillende vlakken. Zo wordt de overstijgende factor van het RFPN als pluspunt genoemd. Het regionale aspect van het RFPN kan helpen, doordat het RFPN een plek kan zijn waar overzicht is op regionale plaatsingsmogelijkheden wanneer men cliënten niet op een juiste plek kan krijgen. Men noemt dat het soms erg ingewikkeld is om cliënten buiten de regio te plaatsen, waardoor men meerwaarde ziet in zowel de onafhankelijke rol van (de procesmanager) RFPN waardoor het RFPN kan fungeren als adviesorgaan, als in de mogelijkheid van het RFPN om ‘iets te forceren’ en doorzettingsmacht te hanteren. In de meest ingewikkelde zaken lijkt het van essentieel belang dat er één regievoerder is die de tijd, capaciteit en het (bovenregionale) netwerk heeft om zich langdurig vast te bijten in een zaak en niet mee los te laten totdat het geregeld is.

 

Ook wordt er meerwaarde ervaren in de (forensische) expertise van de procesmanager RFPN, alsmede de kennis van de routes en het netwerk rondom indicatiestellingen en financiering. Tachtig procent van de cases lijkt te gaan over indicatiestelling en dus financiering, waardoor de behoefte aan een regionale expertisefunctie (wetskennis, financieringskennis, zorgkennis) groot lijkt te zijn.

Anderzijds wordt ook duidelijk dat zorg- en strafketen elkaar de afgelopen jaren steeds beter (hebben) weten te vinden: het hiaat tussen zorg en staf, wat bestond bij aanvang van het RFPN, lijkt in het huidige werkveld niet tot minder aanwezig. Ook hebben de VHH inmiddels meer middelen tot hun beschikking. Hierdoor ontstaat de vraag wat (nog) de meerwaarde is van het RFPN: wat kan men hier meer dan wat men in het eigen netwerk niet kan? In hoeverre voorziet het RFPN nog in een behoefte? Deze vragen hebben we beantwoord en de conclusie is dat het RFPN gaat stoppen. de nodige kennis is overgedragen aan de VHH en de juiste parters zijn met elkaar in contact gebracht om te zorgen dat er meer regionaal gewerkt kan worden vanuit de VHH. Tevens zullen de VHH ook meer gaan werken met Ervaringsdeskundigen. Dit zijn mooie ontwikkelingen waarbij het goed is dat de VHH dit zelf verder kunnen uitbreiden. De afgelopen maanden konden de VHH nog gebruik maken van het expertise van het VHH al is dit maar in minimale mate gedaan. Het RFPN heeft zich voor dit moment overbodig gemaakt en om die reden stopt het RFPN

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Eind 2012 is in het Arrondissementaal Justitieel Beraad Arnhem-Zutphen besloten om een pilot te gaan draaien met een Regionaal Forensisch Psychiatrisch Netwerk Oost-Nederland (hierna RFPN). De doelgroep voor het RFPN casuïstiek overleg eenheid Oost NL wordt gevormd voor mensen met een ernstige psychiatrische of psychische handicap, vaak in combinatie met psychosociale problematiek, die in aanraking zijn gekomen met de strafketen, of waarvan verwacht wordt dat ze daarmee in aanraking zullen komen, waarbij men lokaal geen adequate oplossing vond of denkt te vinden.

Primair is het netwerk een ‘opschaalvoorziening’ voor de Veiligheidshuizen of andere lokale gremia (MDO’s) waarin complexe casuïstiek wordt besproken. Ook GGZ-instellingen, OGGZ, Wijkteams of bv. (verslavings)reclassering kunnen casuïstiek rechtstreeks bij het netwerk aanmelden.

 

Het RFPN is onderdeel van de sluitende aanpak. Het faciliteert en bevordert goede samenwerking tussen lokale partners en regionale partners, binding tussen lokale en regionale netwerken en binding tussen zorg en straf en een sluitende keten tussen vroeg-signalering, preventie, hulpverlening, repressie en nazorg: in casus waar men elders geen oplossing vond. De unieke combinatie van kennis uit zowel de zorg- als de strafketen over regelgeving én plaatsingsmogelijkheden vormt een cruciaal (gebleken) onderdeel in de sluitende aanpak.

 

Het RFPN bestaat sinds 2013 en er worden gemiddeld 100 cliënten per jaar binnen Oost NL behandeld. De partners van het RFPN leveren menskracht. De gehele organisatie van het overleg, inclusief voorbereiding, verslaglegging, het vormgeven van een persoonsgerichte aanpak wordt verzorgd door de heer S. Roosjen, die inmiddels wegens zijn pensionering bij het NIFP, een voluntairstatus bij het OM verworven heeft. Zijn bijdragen worden alom geroemd en de wens leeft om zijn kennis en kunde over te dragen, intensiever in te zetten en vervanging en opvolging mogelijk te maken. Hiervoor wordt al enige tijd naar middelen gezocht, maar dat vergt mede door de grootte van het samenwerkingsgebied meer tijd dan gehoopt. Met de middelen uit het Actieprogramma lokale initiatieven mensen met verward gedrag willen we een periode van 2 jaar overbruggen.

 

De 79 gemeenten in Oost NL hebben samen met het OM en de politie bij de vaststelling van de gezamenlijke Veiligheidsstrategie ON 2015-2018 de structurele borging van het RFPN als gezamenlijke opdracht opgenomen (pag.11). Deze strategie is door de 79 afzonderlijke gemeenteraden, de vijf DVO’s en het RVO (bestaande uit de regioburgemeester, de vijf voorzitters DVO’s, Hoofdofficier van Justitie en de eenheidsleiding van de politie) vastgesteld. De Expertgroep “overlastgevende personen”die daartoe in het leven geroepen is, heeft dit plan van aanpak opgesteld. De subsidie-aanvraag voor de toekomstige borging van het RFPN wordt vanuit het Veiligheidsnetwerk Oost NL ingediend door de bestuurlijk verantwoordelijke, de heer mr.drs. R.G. Welten, burgemeester van Borne.

 

Het RFPN richt zich in haar casusoverleg op het realiseren van een integrale persoonsgerichte aanpak, uitmondend in integraal, persoonsgericht beschreven plan van aanpak, waarin adequaat op- en afgeschaald wordt. Daarmee willen we bereiken dat binnen de regionale zorgketen de continuïteit van zorg wordt geborgd en dat de cliënten indien nodig, de meest passende en tijdige zorg, begeleiding en ondersteuning krijgen. Duidelijkheid en transparantie in bevoegdheden, rollen, vaardigheden en kennis van alle betrokkenen binnen het RFPN is noodzakelijk voor goede samenwerking en het benutten van elkaars expertise. Uitgangspunt is het ervaren van een gezamenlijke verantwoordelijkheid tegenover de cliënt en het benutten van de ervaringskennis van de naasten.

 

Ten behoeve van de werkbaarheid is gekozen voor twee provinciaal georganiseerde werkvormen binnen het RFPN-en (Overijssel en Gelderland). Hierbij bestaat Overijssel uit de twee districten IJsselland en Twente en Provincie Gelderland uit drie districten: Gelderland Noord Oost (NOG), Gelderland-Midden (GM) en Gelderland-Zuid (GZ).

 

Met behulp van de subsidie kunnen de werkzaamheden van het RFPN voor 24 maanden voortgezet worden. In die periode kan de huidige voorzitter een half jaar lang zijn opgebouwde kennis, expertise en ervaring overdragen op de nieuw te werven kandidaten voor de coördinatie van het RFPN in Oost Nederland. Zij kunnen opleidingen volgen, mee draaien bij deelnemende partners van het netwerk en kennis nemen van de vele regelingen, netwerken en financiering stromingen in de GGZ waaronder de forensische psychiatrie. Samen met de expertgroep kunnen de nieuw te werven coördinatoren in de subsidieperiode van 24 maanden ervoor zorgdragen dat een voorstel wordt voorbereid en draagvlak wordt gecreëerd, op welke wijze vanaf 2019 de structurele borging van het RFPN binnen onze eenheid gerealiseerd kan worden. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een gemeentelijke bijdrage per inwoner (door de 79 gemeenten).

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website