Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Per 1 januari 2020 zullen de wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de wet zorg en dwang (Wz&d) samen met een onderdeel van de wet forensische zorg (Wfz) de huidige wet bijzondere opnames psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) vervangen.

Deze vervanging heeft een aantal ingrijpende gevolgen voor werkwijzen en –processen van betrokken partners en de wijze waarop samen wordt gewerkt. Doordat zorg breder moet worden bezien dan ‘klinisch’ en alleen op de stoornis gericht, ontstaat er een hernieuwde en intensievere onderlinge afhankelijkheid ten opzichte van elkaar.

De Wvggz verplicht regio’s om minimaal op de schaalgrootte van veiligheidsregio een regio-overleg in te richten (Wvggz, artikel 8:31). In dit overleg dienen alle primaire partners vertegenwoordigd te zijn, te weten: College van Burgemeesters en Wethouders (College B & W), Geestelijke gezondheidszorg (Ggz) en het openbaar ministerie (OM). Daarnaast worden als overlegpartners genoemd: politie en overige zorgpartners.

In Zuid-Limburg is men voornemens het regio-overleg vorm te laten krijgen met een coördinator die daarin een verkennende, organiserende en verbindende positie vervuld voor alle partners. Naast de Wvggz spelen er namelijk nog een aantal projecten op het gebied van zorg en veiligheid, waardoor die verbinding zowel binnen de uitvoer van de wet als in relatie tot bijvoorbeeld de aanpak ‘personen met verward gedrag’ gemaakt moet worden.

 

Waarom is een coördinator cruciaal in Zuid-Limburg?

De gemeenten in Zuid-Limburg zijn al enkele jaren bezig met het thema ‘personen met verward gedrag’ en met goed resultaat! Dit thema is (sub) regionaal op de agenda gezet, de samenwerking tussen betrokken partners is ontwikkeld, dan wel versterkt en er zijn concrete initiatieven ontwikkeld voor dit thema. Daarnaast zijn al verkennende overleggen geweest om de Wvggz vorm te geven.

 

Ondanks de goede ingeslagen weg, zijn er nog grote stappen te zetten:

1. Veruit de meeste initiatieven op het thema zorg en veiligheid zijn in Zuid-Limburg per sub regio georganiseerd, te weten: Westelijke Mijnstreek, Maastricht-Heuvelland en Parkstad-Limburg;

 

2. De keten is op onderdelen nog onvoldoende sluitend. Vooral de overdrachtsmomenten tussen organisaties (zorg en veiligheid) lopen niet overal vloeiend, waardoor mensen niet altijd de juiste zorg en ondersteuning ontvangen. Dit heeft overigens niet alleen effect op personen met (vermoeden) verward gedrag, maar ook op naasten, buurtbewoners en professionals. Immers, indien afspraken, criteria, ingangen, bereikbaarheid, etc. onvoldoende duidelijk zijn, kost dit tijd, geld en leidt dit tot frustratie bij partijen;

 

3. Zuid-Limburg heeft te maken met 2 crisisdienstaanbieders, 3 veiligheidshuizen, 2 zorgverzekeraars, 15 gemeenten waardoor het uitdagend is om tot heldere, uniforme en regionale afspraken te komen;

 

4. Per sub regio in Zuid-Limburg is bestuurlijke aansturing verschillend georganiseerd, bijvoorbeeld rondom de veiligheidshuizen. Hierdoor is de mogelijkheid om deze drie structuren een op een te verbinden niet vanzelfsprekend;

 

5. Op de schaal van Zuid-Limburg is er geen bestuurlijke inrichting van preferente zorg en veiligheidspartners om het regio-overleg in te laten landen. Gemeenschappelijke regelingen (GGD en Veiligheidsregio) sluiten hierbij niet aan, zowel betreffende taakmandaat als vertegenwoordigende partners bij bestuurlijk overleg;

 

6. Bovenstaande wordt regionaal herkend en de zoektocht naar een gezamenlijke oplossing wordt gedragen. Daartoe slaan gemeenten, zorg- en veiligheidspartners de handen inéén om een sluitende aanpak te creëren voor iedereen. Men wil toewerken naar een doeltreffende bestuurlijke inrichting op een werkbare schaal rondom die overlappende thema’s zorg en veiligheid waarbij een onderlinge afhankelijkheid onmiskenbaar is.

 

Een coördinator is noodzakelijk; voorgenoemde punten geven duiding aan deze noodzaak. Aanjagen, afstemmen, verbinden en daadwerkelijk inrichten en laten landen van het regio-overleg zijn substantiële taken. Dit alles om een stevige regionale samenwerking vorm te geven.

Analyseren en interpreteren van operationele signalen en deze bestuurlijk strategisch onder de aandacht brengen in een regio-overleg met oog voor politieke sensitiviteit zijn hierin van groot belang en wegen zwaar in het succesvol implementeren van de wet.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website