Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Recentelijk is er veel aandacht voor personen met verward gedrag die overlast veroorzaken of een bedreiging kunnen vormen voor de veiligheid in wijken (1). De term ‘personen met verward gedrag’ is een verzamelterm gebruikt door de politie voor een groep mensen met diverse beperkingen (psychisch, LVB, dementie, verslaving) en levensproblemen (schulden, dakloosheid, eenzaamheid, gebrek aan participatie)(2). Een groot deel van hen heeft psychiatrische problemen die zonder behandeling kunnen verergeren. De Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) heeft hierbij een belangrijke taak, enerzijds door bij te dragen aan tijdige herkenning en toeleiding naar passende zorg, anderzijds door beter in te spelen op zorgbehoeften van deze groep kwetsbare psychiatrische patiënten.

 

In dit kader wordt in regio’s de GGZ gebiedsgericht ingericht. Flexibele Assertive Community Treatment/FACT teams werken vanuit wijkposten samen met ervaringsdeskundigen, naasten, begeleide woonvormen, sociale wijkteams, woningbouwverenigingen, eerstelijnszorg en politie. Het doel is samen tijdig hulp bieden met een goed zorgaanbod waarbij psychiatrische behandeling en crisisinterventies (klinische behoeften) veel meer gecombineerd worden met zorg voor humanitaire behoefte (zoals persoonlijke veiligheid en acceptatie) en zorg op het gebied van wonen, sociale contacten en betekenisvolle activiteiten (rehabilitatie). Deze zorgvernieuwing is volop gaande, er is nog geen sluitend zorgaanbod waarbij professionals uit de GGZ, ervaringswerkers, welzijnswerkers, eerstelijns gezondheidszorg en politie samen mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA) begeleiden. De organisaties Altrecht, GGZ InGeest en GGZ Noord-Holland-Noord zijn voortrekkers in de transformatie van de GGZ naar wijk- of gebiedsgericht samenwerken en trekken samen op in het landelijk actie- en ontwikkelingsplatform 'Herstel voor iedereen'.

 

Een voorwaarde voor succes is dat ook het onderwijs van aankomende hulpverleners de interprofessionele werkwijze ondersteunt en in het onderwijs integreert. In hogescholen vindt nu echter ook nog onvoldoende samenwerking plaats tussen beroepsgroepen zoals verpleegkunde en sociale opleidingen. In de recente zorgvernieuwing zijn de opleidingen nog nauwelijks betrokken. In het visiedocument van hogeschool Inholland 'De gezonde samenleving' vormt interprofessioneel werken daarom een speerpunt.

 

Om studenten al tijdens hun opleiding vertrouwd te maken met interprofessioneel samenwerken in een gebiedsgerichte GGZ en cultuurverschillen tussen beroepen te overbruggen kan een leernetwerk ingezet worden. Het doel van dit project is om in Noord-Holland en Utrecht interprofessionele leernetwerken te starten waarin wordt samengewerkt door(deeltijd) hbo-nursing en social work studenten, hun docenten, lectoren en professionals van GGZ-gebiedsteams, ervaringsdeskundigen, naasten en andere samenwerkingspartners in de wijken (zoals welzijnswerk, politie en eerstelijnszorg). Samen verkennen ze welke vormen van interprofessionele samenwerking van belang zijn om vroegtijdig en kwalitatief goede herstelgerichte zorg te bieden aan mensen met EPA.

 

Per leernetwerk lopen studenten en docenten dagen mee in de praktijk en maken een sociale kaart en SWOT-analyse van de (kwaliteit van de) samenwerking tussen ketenpartners en informele zorg en van inclusiebevorderende maatregelen. Daarnaast zullen per leernetwerk patiënten, naasten en professionals geïnterviewd worden door koppels van social work- en nursing studenten over ervaringen met de zorgverlening aan personen met verward gedrag (zorgvragen, ervaren steun, wensen, knelpunten). Verschillende casussen worden gezocht om inzicht te krijgen in toeleiding van personen tot de GGZ en in herstelgerichte interventies. De interviews worden gebruikt voor het bespreken van casuïstiek in focusgroepen over interprofessionele zorg en begeleiding. In een overkoepelende projectgroep (gekoppeld aan platform 'Herstel voor iedereen') vindt een overall analyse plaats.

 

Om het project te evalueren wordt een casestudy uitgevoerd waarbij de drie leernetwerken elk een case vormen. De onderzoeksvragen zijn:

1. In hoeverre zijn de geplande activiteiten voor het leernetwerk daadwerkelijk tot stand gekomen?

2. In hoeverre leidt het interprofessionele leernetwerk tot interdisciplinair leren tussen studenten, docenten, ervaringsdeskundigen en professionals?

3. Welke belemmerende en bevorderende factoren ervaren betrokkenen?

4. In hoeverre kan een interprofessioneel leernetwerk bijdragen aan de ontwikkeling van een gebiedsgericht zorgaanbod dat is afgestemd op de behoeften van mensen met EPA?

5. Wat is nodig voor continuering van de leernetwerken?

Kwalitatieve data worden verzameld door interviewdata en observaties bij de focusgroepen. Kwantitatieve data worden verzameld door een vragenlijst over teamleren en aanwezige/geleerde competenties aan het begin en het einde voor te leggen aan alle (ca 100) deelnemende professionals, studenten en docenten.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website