Projectomschrijving

Spraak- en taalachterstand beter signaleren in de JGZ

Vraagstuk

Ongeveer 10 op de 100 kinderen heeft kans op een spraak- en taalachterstand. In de jeugdgezondheidszorg (JGZ) wordt op taalstoornissen gescreend met diverse instrumenten. Er zijn echter geen duidelijke standaarden voor het vervolgtraject. Is er een eenduidige aanpak te ontwikkelen? En zijn werkwijzen en verwijstrajecten bij spraak- en taalachterstanden wetenschappelijk te onderbouwen?

Onderzoek

In dit project is een aanpak ontwikkeld voor het opsporen van taalstoornissen en is een handreiking voor de screening en verwijstrajecten in de JGZ geëvalueerd.

Uitkomst

Zowel de ELS-NL als de CB-screening zijn geschikt om kinderen met taalstoornissen op te sporen. De onderzoekers bevelen aan om de inzet van deze instrumenten te combineren met het observeren van sociale interactie in de thuissituatie. Ook is het belangrijk de taalontwikkeling vanaf 2 jaar te blijven volgen. Sommige stoornissen verdwijnen spontaan (late praters), maar soms worden taalstoornissen later pas zichtbaar.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website