Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vanuit de overheid wordt het gemeenten sinds 2012 mogelijk gemaakt buurtsportcoaches aan te stellen, waarvan een deel ingezet kan worden om de verbinding tussen zorg, sport & bewegen vorm te geven. In dit onderzoek zijn 13 buurtsportcoaches gedurende drie jaar (2014-2016) in 9 gemeenten gevolgd. Het richtte zich op de rollen, taken en inzet van deze buurtsportcoaches, de samenwerking tussen zorg en bewegen en de aandacht voor leefstijl, de activiteiten die door hen werden ondersteund of georganiseerd en het effect daarvan op de fitheid en gezondheid van de deelnemers. Daarmee draagt het onderzoek bij aan de evaluatie van het overheidsbeleid dat met de invulling van de buurtspor¬t¬coach wordt gerealiseerd.

In twee trajecten vond een combinatie van actieonderzoek en procesevaluatie plaats.

Traject 1, uitgevoerd door de leerstoelgroep Gezondheid en Maatschappij van de Wageningen Universiteit richtte zich op de intermediaire doelgroep: buurtsportcoaches, professionals uit de zorg, sport, welzijn en gemeenten die betrokken zijn bij het uitvoeren van activiteiten.

Traject 2, uitgevoerd door AMPHI/Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc, richtte zich op de deelnemers aan activiteiten, volwassen (18+) buurtbewoners. Activiteiten zijn gemonitord en effecten van activiteiten zijn gemeten middels vragenlijsten en fittesten met een 'one-group pre-test/post-test' design met twee nametingen.

 

De belangrijkste conclusies uit het project zijn:

• Het leggen van verbindingen tussen de eerstelijnszorg en de sport- en beweegsector is niet makkelijk en vanzelfsprekend. Niet alle professionals investeren daarin of ze ervaren belemmeringen. De buurtsportcoaches uit de onderzoeksgroep hebben op verschillende wijzen die verbinding wel gerealiseerd.

• Ze gebruiken daarbij grofweg twee aanpakken: 1) het (organiseren van het) beter verwijzen van patiënten uit de eerstelijnszorg naar lokale sport- en beweegfaciliteiten en 2) het stimuleren van sporten en bewegen in een wijk of gemeente.

• De rol van de buursportcoach wordt door de meeste professionals als positief ervaren. Die rol kan drie vormen aannemen: 1) Doorverwijzer: de buurtsportcoach begeleidt inwoners vanuit de zorg naar passend sport- en beweegaanbod; 2) Organisator: hij/zij ondersteunt en organiseert beweegactiviteiten en 3) Makelaar: hij/zij werkt aan structurele verbinding tussen zorg, sport en bewegen. De rollen en verwachtingen vanuit andere professionals zijn breder dan de perceptie van buurtsportcoaches over de eigen functie. Of en in welke mate de buurtsportcoach deze rollen vervult is afhankelijk van ieders opdracht en situatie.

• De verbinding tussen de eerstelijnszorg en de sport- en beweegsector is een vorm van ketenaanpak. De betrokkenheid van professionals uit de eerstelijns zorg is belangrijk om de doelgroep te bereiken en de koppeling met de beweegsector te maken.

• De manier waarop en de context waarbinnen de buurtsportcoach te werk wordt gesteld is een belangrijke ondersteunende voorwaarde om de verbinding tussen de eerstelijnszorg en sport- en beweegsector te realiseren. Buurtsportcoaches werkzaam in gemeenten die de buurtsportcoach structureel ingebed hebben op een integrale wijze (bij zowel zorg, welzijn als sportorganisaties, of in een samenwerkingsverband daarvan), ondersteunden professionals met hun activiteiten en implementeerden een structureel doorverwijsschema in de eerstelijnszorg. Als buurtsport¬coaches structureel ingebed zijn in enkel de sport- en beweegsector dan werkten ze vooral samen met professionals rondom eigen activiteiten om beweging te stimuleren onder de inwoners. Als er een integraal gezondheid- en sportbeleid is in gemeenten dan is er ook samenwerking met zorg, sport en welzijnsorganisaties op managementniveau.

• Er bleek een groot verschil te zijn tussen deelnemers die via de zorg of via openbaar geworven fittesten aan het onderzoek deelnamen. De laatste groep was veel gezonder en fitter, terwijl de groep die via de zorg wordt bereikt de risicogroep is die extra beweging nodig heeft. Het betrekken van de zorgsector is dus essentieel om de doelgroep te bereiken die het meeste baat heeft bij bewegen.

• Voor deelnemers aan activiteiten zijn sociale steun en plezier de belangrijkste redenen om mee te doen. Routine, kennis, doelen en monitoring zijn belangrijk om te zorgen dat deelnemers blijven deelnemen aan het programma. De kans op uitval wordt vergroot als een programma stopt en op andere wijze doorstart. Dat pleit ervoor om reguliere blijvende programma’s te starten in diverse settings. Deze inzichten helpen om te zorgen dat meer mensen blijven bewegen.

• Uit de pre-test/post-test metingen is gebleken dat veel deelnemers niet veranderen van beweegniveau ten opzichte van de beweegnormen. De verbetering qua fysieke fitheid is dan ook minimaal. Meer resultaat kan gehaald worden als de focus ligt op mensen die te weinig bewegen en de activiteiten met een hogere intensiteit en frequentie gevolgd worden.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Van 2014 tot eind 2016 zijn 13 buurtsportcoach uit 9 gemeenten betrokken in het onderzoek: Den-Haag Nijmegen, Utrecht, Hoogeveen, Emmen, Heusden, Zwolle, Den-Bosch en Franeker. Daarmee levert het onderzoek een bijdrage aan en inzicht in de impact van de werkzaamheden van de buurtsportcoach in het realiseren van de verbinding tussen zorg- sport en bewegen en het stimuleren van bewegen van deelnemers.

Hieronder volgt een puntsgewijze opsomming van concrete producten en resultaten.

• Evaluatiedesign voor het meten van de impact van de buurtsportcoach op het verbinden van de zorg- en sport- en beweegsector en het gaan en blijven bewegen van deelnemers aan activiteiten waarbij de buurtsportcoach betrokken is. Het onderzoek bestaat uit een ‘mixed methodology’, waarin kwantitatieve en kwalitatieve methoden van onderzoek zijn toegepast. In traject I zijn de perspectieven van groepen stakeholders (beleidsmedewerkers, professionals, buurtsportcoaches) op meerdere niveaus (beleid en gemeente/wijk) met diverse methoden van dataverzameling (literatuuronderzoek, interviews, focusgroep gesprekken, document analyse, en vragenlijsten) onderzocht. In traject II zijn een Delphi studie, interviews, literatuurstudie, fitness testen en vragenlijsten ingezet. Een ‘one-group pre-test/post-test design met twee nametingen is gebruikt voor fittesten en vragenlijsten bij deelnemers aan activiteiten door of via de buurtsportcoach georganiseerd.

• Bijdrage aan theorie, methoden en instrumenten voor het evalueren van de impact van de buurtsportcoach. O.a. vragenlijsten (T0, T1, T2) voor het meten van de impact van activiteiten waarbij de buurtsportcoach betrokken is, leidraden voor interviews en focus groep gesprekken, 2 reviews en een theoretisch raamwerk voor het in kaart brengen van de operationele context van de buursportcoach.

• Kennis over de rol- en taakopvatting van de buurtsportcoach, diens competenties en de wijze waarop hij/zij de verbinding tussen zorg en sport realiseert en wat dit oplevert in termen van netwerken en aard en inhoud van de context waarbinnen hij/zij optimaal zijn werk kan doen. Voor de netwerk- en makelaarsrol van de buurtsportcoach heeft dit consequenties. Een structurele aanstelling, bij voorkeur op HBO-niveau, en een gemeentelijke context waarin aandacht is voor integraal beleid samen met andere partners is een belangrijke randvoorwaarde voor een adequate verbinding tussen de zorg en de sport- en beweegsector. Als de buurtsportcoach binnen de sport- en beweegsector is ingebed dan is het lastiger om de verbinding met de eerstelijnszorg te maken.

• Kennis over leefstijlinterventies, activiteiten waarbij de buurtsportcoach betrokken is, over de wijze waarop deelnemers bereikt worden en wat dit oplevert in termen van gezondheidswinst. Deelname aan een beweegprogramma wordt bevorderd door kennisvergaring, sociale contacten, instructeur, monitoring, en het creëren van een routine en het stellen en regelmatig herhalen van gestelde doelen. Sociale contacten en plezier zijn de meest belangrijke factoren, ook om te blijven bewegen.

• Uit een Delphi studie onder eerstelijns-, welzijns- en sportsector-professionals bleek dat ze ieder een rol voor zichzelf zien in het stimuleren van meer bewegen. Niet iedereen is bereid deel te nemen aan een samenwerkingsverband. Dat geldt met name voor de huisarts en de POH-er. De buurtportcoach zien ze als een informerende, uitvoerende, begeleidende en bemiddelende professional in de zorg- en sportsector.

• Uit focusgroep gesprekken bleek dat professionals open staan voor samenwerking met de buurtsportcoach maar daarbij belemmeringen ervaren, zoals gebrek aan tijd en vergoeding voor preventieve werkzaamheden, geschikt sport- en beweegaanbod voor de doelgroep en adequate trainers.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vanuit de overheid worden sinds 2012 buurtsportcoaches ingezet. Een deel van hen heeft de taak om de verbinding tussen zorg, sport & bewegen vorm te geven. Het project Verbinding Zorg, Sport en Bewegen richt zich op de inzet van deze buurtsportcoaches en de leefstijlinterventies (zowel Gecombineerde Leefstijlinterventies (GLIs) als andere activiteiten) die door de inzet van de buurtsportcoach gerealiseerd worden. Het onderzoek geeft hiermee invulling aan de evaluatie van het overheidsbeleid, bouwt voort op recente ontwikkelingen zoals de toegenomen aandacht voor leefstijl binnen de zorg, maakt de competenties van buurtsportcoaches inzichtelijk en zet de Fysiofitheidsscan (FFS) in voor het meten van fitheid van deelnemers aan GLIs en andere activiteiten.

Het onderzoek heeft twee trajecten met elk een hoofdvraag:

1. Wat is het effect van de inzet van de buurtsportcoaches?

2. Wat is het effect van de leefstijlinterventies?

 

Traject 1 richt zich op de intermediaire doelgroep: buurtsportcoaches, professionals uit de zorg en sport, welzijn, gemeenten betrokken in het uitvoeren van leefstijlinterventies. Centraal staan de samenwerkingsverbanden, de competenties van buurtsportcoaches en de randvoorwaarden waarbinnen de buurtsportcoaches werken. Het gaat om het verbinden tussen zorg, sport & bewegen met als resultaat leefstijlinterventies en andere activiteiten voor buurtbewoners. Dit deel wordt uitgevoerd door de leerstoelgroep Gezondheid en Maatschappij van de Wageningen Universiteit.

 

Traject 2 richt zich op de uiteindelijke doelgroep. Dit zijn volwassen (18+) buurtbewoners en deelnemers van leefstijlinterventies. De focus ligt op monitoring van de leefstijlinterventies, het verbeteren van en de empirische bewijsvoering voor de toepasbaarheid van leefstijlinterventies, de bereikte doelgroepen en de effecten op deelnemers, waaronder het gaan en blijven bewegen in de buurt en gezondheidswinst. Dit deel wordt uitgevoerd door AMPHI/Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc.

 

Het onderzoek volgt 15 buurtsportcoaches in 9 gemeenten. In beide trajecten wordt een combinatie van actieonderzoek en procesevaluatie uitgevoerd. In traject 2 wordt daarnaast een 'one-group pre-test/post-test' design gebruikt met twee nametingen voor het vaststellen van effecten bij deelnemers aan leefstijlinterventies.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aan het begin van het onderzoek zijn 15 buurtsportcoach uit 9 gemeenten betrokken in het onderzoek: Den-Haag (n=3, Schilderswijk, Laak, Moerwijk), Nijmegen (n=2, Dukenburg, Hatert), Utrecht (n=2, West, Zuid-West), Hoogeveen (n=1), Emmen (n=1), Heusden (n=2), Zwolle (n=2, Diessenpoort, Holtenbroek), Den-Bosch (n=1, West), Franeker (n=1).

 

Ontwikkeling onderzoeksmethoden:

Traject 1.

• Interview leidraad voor buurtsportcoaches.

• Een raamwerk voor het in kaart brengen van gemeentelijke capaciteit ten behoeve van de verbinding zorg, sport en bewegen. Op basis van het raamwerk wordt een vragenlijst en interview leidraad voor beleidsmedewerkers van gemeenten ontwikkeld.

• Protocol voor focusgroep gesprekken met zorg, sport en welzijnsprofessionals.

• Checklist voor het analyseren van gemeentelijke beleidsdocumenten om de randvoorwaarden voor het werk van de buurtsportcoach in kaart te brengen.

Traject 2.

• Vragenlijsten over o.a. beweeggedrag, ervaren gezondheid, zelfredzaamheid en motivatie voor de T0, en T1 metingen.

• Uitgebreide versie van de FysioFitheidScan.

 

Onderzoeksactiviteiten:

Traject 1.

• Review naar samenwerkingsvormen tussen de eerstelijnszorg en sport sector en belemmerende en bevorderende factoren in de samenwerking tussen de eerstelijnszorg en sport sector.

• Drie interview rondes met buurtsportcoaches over hun rol in het verbinden van zorg, sport en bewegen, in totaal 35 interviews. Op basis van de eerste ronde zijn de onderwerpen van de interviews aangepast. De focus is verschoven van samenwerkingsverbanden naar het verbinden van de eerstelijnszorg en de sportsector door de buurtsportcoach.

• Focusgroep gesprekken met zorg-, sport- en welzijnsprofessionals uit het netwerk van de buurtsportcoach naar hun mening ten aanzien van de rol van de buurtsportcoach en de verbinding tussen zorg en sport.

• Analyse van de gemeentelijke beleidsdocumenten om randvoorwaarden voor het werk van de buurtsportcoach in kaart te brengen.

Traject 2.

• Continu monitoren van activiteiten en bereik van doelgroepen door buurtsportcoaches.

• In totaal zijn 191 personen geïncludeerd in het onderzoek bij 11 buurtsportcoaches. Zij hebben de fittest gedaan en de vragenlijst ingevuld. 84 deelnemers hebben de eerste nameting gehad.

• Delphi studie onder 123 professionals (49 buurtsportcoaches, 25 diëtisten, 30 fysiotherapeuten, 9 GGD’en, 15 huisartsen, 15 praktijkondersteuners, 14 sociaal wijkteams en 25 sportverenigingen / combinatiefunctionarissen). De vierde en laatste ronde wordt september 2015 uitgevoerd.

• Literatuur review over de ervaringen en percepties van deelnemers aan beweegprogramma’s.

 

Wetenschappelijke producten 1 September 2013 – 1 September 2015 zijn:

• Twee ingediende internationale artikelen. Study protocol (BMC Public Health, geaccepteerd) en Literatuur review (under review).

• Elf presentaties op (inter-)nationale congressen.

• Acht onderzoeksrapporten.

 

Valorisatie

Valorisatie vindt continu plaats. Voorbeelden zijn de samenwerking met stakeholders ten behoeve van onderzoeksactiviteiten, het monitoren en databeheer (Landelijk overzicht buurtsportcoaches VSG en landelijke database fittesten KNGF), het gezamenlijk organiseren van bijeenkomsten over de verbinding zorg-, sport en bewegen door zowel de projectgroep als de partners in het project, het gezamenlijk ontwikkelen van een toolbox voor buurtsportcoaches en bijdragen aan websites en nieuwsbrieven.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het gezondheidsbeleid van de overheid richt zich op het versterken van zorg, sport & bewegen in de buurt. Het doel is 'ontzorgen' door gezondheidsproblemen aan te pakken in de eigen omgeving. Hiertoe wordt de bestaande regeling van combinatiefunctionarissen uitgebreid en worden zij voortaan buurtsportcoaches genoemd. Een aanzienlijk deel hiervan krijgt als taak om de verbinding tussen zorg, sport & bewegen vorm te geven. Het hier voorgestelde onderzoek richt zich op de inzet van deze buurtsportcoaches en de leefstijlinterventies (zowel Gecombineerde Leefstijlinterventies (GLIs) als andere activiteiten) die door de inzet van de buurtsportcoach gerealiseerd worden.

Voor leefstijlinterventies geldt dat participatie en doorstroom naar het reguliere beweeg- en sportaanbod lastig is en dat deelnemers nog onvoldoende zelfredzaam blijken te zijn om te gaan en blijven bewegen in de buurt. De toepasbaarheid van leefstijlinterventies behoeft verbetering.

De inzet van de buurtsportcoach op zorg is nieuw en behoeft evaluatieonderzoek. Aansluiting bij de al gevormde netwerkstructuur rondom GLIs biedt kansen voor de invulling van het overheidsbeleid: het verbinding van zorg, sport & bewegen. De resultaten laten zien of buurtbewoners gaan en blijven bewegen in de eigen buurt en gezondheidswinst boeken, of beleidspretenties van de overheid gerealiseerd worden op lokaal niveau en wat het gepercipieerde maatschappelijk rendement hiervan is.

Het onderzoek is relevant. Het geeft invulling aan de evaluatie van het overheidsbeleid en bouwt voort op recente ontwikkelingen zoals de toegenomen aandacht voor leefstijl binnen de zorg en voor het verbeteren van de toepasbaarheid van leefstijlinterventies, de competenties van buurtsportcoaches en de Fysiofitheidsscan (FFS). Innovatief in dit onderzoek is dat deze verschillende ontwikkelingen in samenhang met elkaar worden onderzocht en het onderzoeksdesign direct aansluit bij de praktijk opdat direct bruikbare kennis wordt gecreëerd.

Het onderzoek heeft twee trajecten met elk een hoofdvraag:

1. Wat is het effect van de inzet van de buurtsportcoaches?

2. Wat is het effect van de leefstijlinterventies?

Traject 1 richt zich op de intermediaire doelgroep (ROSsen, GGD'en, Sportservice, branche organisaties in de sport) en de uitvoerende doelgroep op lokaal niveau (buurtsportcoaches, professionals uit de zorg en sport, welzijn, gemeenten). Centraal staan de samenwerkingsverbanden, de competenties van buurtsportcoaches en de randvoorwaarden waarbinnen de buurtsportcoaches werken. Het gaat om het verbinden tussen zorg, sport & bewegen met als resultaat leefstijlinterventies voor buurtbewoners.

Traject 2 richt zich op de uiteindelijke doelgroep. Dit zijn volwassen (18+) buurtbewoners en deelnemers van leefstijlinterventies. De focus ligt op monitoring van de leefstijlinterventies, het verbeteren van en de empirische bewijsvoering voor de toepasbaarheid van leefstijlinterventies, de bereikte doelgroepen en de effecten op deelnemers, waaronder het gaan bewegen in de buurt en gezondheidswinst.

Het onderzoek vindt plaats in 10 wijken (case studies) in 7 gemeenten. In beide trajecten wordt een combinatie van actieonderzoek en procesevaluatie uitgevoerd. In traject 2 wordt daarnaast een 'one-group pre-test/post-test' design gebruikt met twee nametingen voor het vaststellen van effecten bij deelnemers aan leefstijlinterventies.

Resultaten van het onderzoek zijn:

o Twee proefschriften met internationaal gepubliceerde wetenschappelijke artikelen.

o Empirische bewijsvoering en inzicht in toepasbaarheid van leefstijlinterventies.

o (Verbeterde) methoden en instrumenten voor het faciliteren en evalueren van de inzet van buurtsportcoaches en de toepasbaarheid van leefstijlinterventies

o Model met competenties en randvoorwaarden voor de inzet van buurtsportcoaches.

o Toolbox voor buurtsportcoaches.

o Landelijk overzicht inzet van buurtsportcoaches.

o Tien wijkrapportages over de effecten van de inzet van de buurtsportcoach.

o Landelijke database met meetgegevens FFS.

Valorisatie vindt voortdurend plaats in de vorm van (digitale) nieuwsbrieven, nieuwe media, platforms, masterclasses, leernetwerken, communicatie en training.

Voor dit projectvoorstel is in ruime mate cofinanciering van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB), Koninklijk Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en de Regionale Ondersteuningsstructuren (ROSsen). Daarnaast hebben organisaties voor de sport, gemeenten en werkgevers van buurtsportcoaches een steunbrief geschreven om deel te nemen aan het onderzoek. De projectgroep is zeer gemotiveerd. De partners zijn bepalende spelers en hebben direct invloed op de manier waarop buurtsportcoaches werken.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website